JavaScript is required for this website to work.
ECONOMIE

Forum

Red het plastic

Samuel Furfari: ‘De situatie is niet alleen zorgwekkend voor de productie van polyethyleen in België, maar ook voor de hele Europese Unie en de kunststofsector.’

Samuel Furfari is burgerlijk ingenieur industriële scheikunde. Hij werkte 36 jaar als Europees ambtenaar bij het directoraat-generaal Energie van de Europese Commissie. Van 2003 tot 2021 doceerde hij energiegeopolitiek aan de ULB.

15/9/2025Leestijd 3 minuten
Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie.

Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie.

foto © Belga

ExxonMobil, sinds 1882 een industriële pijler in België, is een van de oudste energiebedrijven van het land. Vandaag staat het bedrijf op het punt een bladzijde uit zijn geschiedenis om te slaan met de mogelijke verkoop van zijn polyethyleenfabrieken in Zwijndrecht en Meerhout.

ExxonMobil was een belangrijke drijver van de economische ontwikkeling in België en speelde een sleutelrol in de levering van energie en essentiële chemische producten aan de nationale en Europese industrie. Tegelijk creëerde het toegevoegde waarde en banen.

De mogelijke verkoop is veelzeggend voor de diepe malaise waarin de Europese chemische industrie verkeert, verzwakt door de stijgende energiekosten en de toegenomen concurrentie van Aziatische importproducten. Almaar strengere regelgeving, druk om koolstofarm te worden en onvoldoende winstgevendheid als gevolg van de globalisering zetten grote concerns ertoe aan hun industriële activiteiten te verplaatsen. Dat is al het geval voor LyondellBasell en Sabic.

Bedreigd plastic

Deze mogelijke terugtrekking van ExxonMobil illustreert een van de vele misstanden van het Europese beleid inzake energietransitie, dat gebaseerd is op ideologische doelstellingen zonder rekening te houden met de industriële en economische realiteit. De daaruit voortvloeiende de-industrialisering bedreigt duizenden hooggekwalificeerde banen, verzwakt de economische veiligheid van het continent en vergroot de energiekwetsbaarheid van de Europese Unie.

De zogenaamde ‘energietransitie’ — die niet echt plaatsvindt — versnelt het vertrek van industriële giganten. Er is een hervorming nodig, waarbij concurrentievermogen en industriële veiligheid worden geïntegreerd om te voorkomen dat koolstofvrij gelijkstaat aan economische stilstand.

De situatie is niet alleen zorgwekkend voor de productie van polyethyleen in België, maar ook voor de hele EU en de kunststofsector. Vorige week heeft de European Plastics Converters (EuPC), een organisatie die de belangen van meer dan 50.000 kunststofverwerkende bedrijven behartigt, een brief gestuurd naar Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie, om haar te wijzen op de diepe crisis waarin de kunststofwaardeketen in Europa verkeert.

De-industrialisering en afhankelijkheid

De stijgende energiekosten, de onmogelijke decarbonisatie en de strenge regelgeving, in combinatie met een almaar agressievere wereldwijde concurrentie, tasten de winstgevendheid van de sector aan. De daling van de kunststofproductie, de stagnatie van de recycling en het sluiten van fabrieken zijn de eerste tekenen van een de-industrialisering die de positie van de EU als leider in de circulaire economie in gevaar brengt.

In plaats van deze sector te ondersteunen zodat hij een wereldwijd voorbeeld kan worden, legt de Commissie hem met bureaucratische en ideologische ijver contraproductieve regels op

Om deze industrie te redden, zou de eerlijke concurrentie moeten worden hersteld door middel van spiegelmaatregelen voor invoer, zou er dringend moeten worden opgetreden om de energiekosten te verlagen en zou de douanecontrole moeten worden verscherpt om fraude te voorkomen en de kwaliteit van gerecycleerde materialen te waarborgen. In plaats van de regelgeving inzake afvalverwijdering te verscherpen, zou het zinvoller zijn vrijwillige overeenkomsten – een gruwel voor milieuactivisten – te bevorderen om recycling en technische innovatie aan te moedigen.

Het recycleren van kunststoffen is een van de weinige sectoren waarin de EU een grote voorsprong heeft op de rest van de wereld. In plaats van deze sector te ondersteunen zodat hij een wereldwijd voorbeeld kan worden, legt de Commissie hem met bureaucratische en ideologische ijver contraproductieve regels op, waardoor het wantrouwen van investeerders wordt aangewakkerd, de industriële capaciteit snel afneemt en Chinese kunststoffen onze markt overspoelen.

De recente internationale bijeenkomst in Genève is hiervan een illustratie: die is op een mislukking uitgelopen omdat de meeste landen niet van plan zijn de door de EU, de milieuactivisten en de traditionele pers uitgestippelde weg te volgen, maar juist het cruciale belang van kunststof voor de ontwikkeling en het moderne leven erkennen.

Kunststofindustrie redden

Daar komt nog eens bij dat milieuactivisten al tientallen jaren strijden tegen alle soorten plastic, een strijd die wordt versterkt door de pers. We mogen niet vergeten dat plastic een materiaal is dat onmisbaar is voor het moderne leven: het beschermt voedsel, maakt medische vooruitgang mogelijk en ondersteunt innovatie in alle industriële sectoren.

We worden voortdurend lastiggevallen met plastic in de zee, alsof de Europeanen daarvoor verantwoordelijk zijn. En dat terwijl het juist in ontwikkelingslanden is dat plastic afval in de natuur wordt gegooid, waarna het door de regen wordt meegevoerd en in de oceanen terechtkomt. Ik ben er zeker van dat u nog nooit een plastic fles in de zee bij Oostende hebt gegooid.

Door zich te conformeren aan de eisen van milieuactivisten die de sloop van een strategische industriële sector eisen in naam van een utopie tegen fossiele brandstoffen, neemt de EU de verantwoordelijkheid op zich om een essentiële sector te ondermijnen, terwijl ze haar afhankelijkheid van invoer vergroot en haar technologische achteruitgang versnelt. Deze recente politieke keuze getuigt van een gebrek aan kennis van de industriële en economische vereisten en illustreert de gevolgen van het voorrang geven aan ecologie ten koste van industrieel realisme.

Zonder snelle hervormingen zal de EU haar knowhow blijven verliezen, investeringen zien wegvloeien en banen verliezen, terwijl ze almaar afhankelijker wordt van buitenlandse mogendheden en zo haar fundamentele belangen opoffert op het altaar van een dogmatische visie. Ondertussen explodeert de wereldwijde vraag naar plastic en bloeit de plasticindustrie buiten de EU.

Samuel Furfari is burgerlijk ingenieur industriële scheikunde. Hij werkte 36 jaar als Europees ambtenaar bij het directoraat-generaal Energie van de Europese Commissie. Van 2003 tot 2021 doceerde hij energiegeopolitiek aan de ULB.

Commentaren en reacties