fbpx


Analyse, Binnenland

De Belgische regering van de laatste kans



regering

Eerder schreef ik al over een Octopuscoalitie zoals die nu in de steigers staat. Doordat de vier traditionele partijfamilies hun krachten bundelen is er alsnog een federale meerderheid gevonden. Op langere termijn dreigt dit gewaagde manoeuvre echter het Belgische politieke systeem definitief onbestuurbaar te maken. Partijen die mee instappen in de regering, zijn zich daarom best volledig bewust van de zware beleidsverantwoordelijkheid die hen wacht: ‘failure is not an option’.

Regering met risico

Iemand publiekelijk vernederen is zowat het gevaarlijkste wat je in de politiek kan ondernemen. Wie zich hieraan waagt roept dikwijls een onoverzienbare terugslag over zich af. Het overkwam N-VA partijvoorzitter Bart De Wever toen hij enkele weken geleden eerst MR-concullega George-Louis Bouchez en later ook Open VLD- voorzitter Egbert Lachaert frontaal aanviel. Wie zulke ego’s krenkt lokt echter onvermijdelijk wraakreacties uit. Bovendien sluiten de interne partijgelederen net het hechtst op elkaar aan wanneer individuele elementen door een buitenstaander op de korrel worden genomen. Ligt het blauwe opperhoofd onder vijandig vuur, dan zijn er plots geen onderlinge stammentwisten meer.

Nochtans bewaarde N-VA anderhalf jaar lang haar kalmte. Door slechts spaarzaam te communiceren konden de Vlaams-nationalisten er federaal maar niet afgereden worden door behoudsgezinde krachten. Maar in de bruuske poging om de liberale partijfamilie uit elkaar te spelen ging de partij toch in overdrive. Men had de PS zelf het vuile werk moeten laten opknappen om het oude Zweedse verbond aan diggelen te slaan.

Waterdrager

Nu tijdens deze regeringsvorming de strijd steeds persoonlijker wordt gevoerd verliezen inhoud en ideologie aan belang. Dezer dagen wordt het formatieproces haast enkel nog gedreven door de aandrang om bestuursmacht te veroveren en persoonlijke carrière-ambities te realiseren. Het contrast met het positieve en verbindende discours naar buiten toe, kan haast niet groter zijn.

De competitie om het premierschap heeft vanuit Vlaams oogpunt iets tragisch. Eigenlijk komt dit leiderschap rechtmatig enkel de grootste coalitiepartner (PS) of grootste partijfamilie (socialisten) toe. Indien CD&V of Open VLD die post toch zou opnemen legt het zichzelf permanent op de pijnbank. De premier moet voortdurend de synthese maken. Daarmee verliest zijn partij het dreigement om uit de coalitie te stappen. Een Vlaamse eerste minister in deze Octopus-constructie zou bovendien – net zoals Charles Michel – voortdurend waterdrager moeten spelen om de uitslaande brandjes tussen PS en MR te blussen.

Schatplichtig

Naast vernederd worden is schatplichtig zijn nog zo’n te vermijden gevoelen in het politieke métier. Dit laatste sentiment verklaart waarom een modeste partij als Open VLD toch meedingt naar het hoogste ambt. Egbert Lachaert heeft zijn voorzitterschap namelijk te danken aan de mobilisatiemachine uit Brakel. Omwille van die gecreëerde afhankelijkheidsrelatie wou Open VLD eerder deze zomer haar Franstalige zusterpartij MR niet lossen zonder dat Alexander De Croo zicht kreeg op het paars-gele premierschap. Diezelfde dienstbaarheid leidt ertoe dat Open VLD tijdens de huidige formatieronde inhoudelijk onder zo druk staat omdat haar wenslijst inzake posten en portefeuilles al hoog is.

Sowieso is het een fabel dat men op het hoogste partijpolitieke niveau eerst over het regeerakkoord spreekt en pas dan over de portefeuilleverdeling. In de praktijk lopen beide dynamieken voortdurend door elkaar. Vergelijk het met simultaan schaken op verschillende borden, waarbij een zet op het ene bord dan ook nog eens verschuivingen op het andere bord veroorzaakt.

Non-governo

Een toekomstige Octopus-coalitie zal maar liefst zeven vicepremiers tellen wat je bezwaarlijk nog een ‘kernkabinet’ kan noemen. Tegelijk schort het aan het ambitieniveau van deze ploeg: de ontwerpteksten die circuleren maken weinig echte beleidskeuzes. Er mag vooral geen enkele onderhandelende partij pijn worden gedaan. Onderling wantrouwen verhindert een uitruil waarbij ieder elkaar iets gunt. Treden we daarmee het tijdperk van het federale non-governo binnen? Niet langer wat je aanvangt met de bestuurlijke macht is van tel. Maar louter de machtsposities veroveren is al het doel op zich geworden.

Die veelarmige Octopus-regering kan er pas komen nadat het oorspronkelijke signaal van de kiezers maandenlang is geërodeerd: de politieke vermoeidheid onder de bevolking is wijdverspreid. N-VA glijdt als grootste partij af in de federale oppositiebanken. Deze fractie zal de komende jaren een tocht door de politieke woestijn moeten afleggen. De micro van verschillende parlementsleden is plots een stuk kleiner geworden. Hoe komt de partij hier terug uit?

Hetzelfde overkwam eerder Guy Verhofstadt. Eind jaren ’80 en begin jaren ’90 haalde hij electoraal de bovenhand maar werd ie door zijn politieke concurrenten meermaals uit de federale regering gehouden. Pas na een lange herbronningsperiode in de oppositie veroverde Verhofstadt eind jaren ’90 de sleutels van de uitvoerende macht.

Maar ook in zijn rol als partijvoorzitter zullen de Vlaams-nationalisten de verbale vuurkracht van Bart De Wever nog hard nodig hebben om in te beuken op de federale Octopus-coalitie. Wil N-VA haar geloofwaardigheid terug opkrikken tegenover die andere oppositiepartij Vlaams Belang dan zal N-VA toch wat moeten herschikken in haar huidige politiek personeel. Welke figuren komen prominenter in beeld? De partij kan haar zachtere gelaat tonen door mensen als Valerie van Peel of Lorin Parys meer uit te spelen.

Caesar

De verdeelde opstelling van twee Vlaams-nationalistische oppositiepartijen staat tegenover een verenigd front van zeven regeringspartijen. Die laatste groep blinkt niet uit in samenhorigheid maar kan zich wel gezamenlijk afzetten tegen een gemeenschappelijke vijand. Tegelijk kennen zij net zoals de Romeinse veldheer Julius Caesar het beproefde recept om zelf aan de macht te blijven: verdeel en heers.

In verspreide slagorde zullen beide Vlaams-nationalistische partijen steeds verkondigen dat ‘België niet werkt’. Daar tegenover staan de Octopus- partijen die in de rol worden gedwongen om aan te tonen dat ‘België wel werkt’.

Wie in 2024 niet tevreden is met het gevoerde regeringsbeleid zal alternatief enkel Vlaams-nationalistisch of communistisch kunnen stemmen. Deelnemende partijen in de Octopus-formule beseffen daarom best ten volle waartoe dit verhaal hen brengt indien kiezers het afgelegde traject als onvoldoende beoordelen. Pieter De Crem (CD&V) trok niet toevallig aan de noodrem toen hij verwees naar het einde van paars-groen: toen doken de groenen onder de kiesdrempel. Bezint eer ge begint, zo luidt een oud Vlaams spreekwoord…

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Lorenzo Terrière

Lorenzo Terrière is doctoraatsonderzoeker en geeft les aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Voorheen werkte hij o.m. op het kabinet van Defensie (N-VA).