Forum
Richard Wagner en de toekomst van het Vlaams-nationalisme
Pepijn Demortier: ‘Vlaanderen moet niet alleen een staat worden, maar een opera.’
—
Pepijn Leonard Demortier is een conservatief filosoof, schrijver en medeoprichter van het Custodes Instituut. Hij studeerde filosofie aan de KU Leuven (cum laude) en als uitwisselingsstudent aan de Ludwig-Maximilians-Universität van München (summa cum laude). Vanuit Brussel werkt hij voor Vlaams Belang Nationaal.

Brünhilde stort zich op Siegfrieds brandstapel in Wagners Ring-cyclus in een illustratie door Arthur Rackham. ‘Wagners publiek huilde niet uit medelijden, maar uit herkenning. Ze zagen zichzelf in Siegfried, in Wotan, in de schemering en de verlossing.’
foto © Publiek domein/PLD
Toen ik enkele jaren geleden als student filosofie aan de Universiteit van München studeerde, had ik geen vermoeden dat een componist mijn denken over politiek zo diepgaand zou beïnvloeden. Tussen de seminaries over Hegel en Schopenhauer, de discussies over Heideggers Sein und Zeit en de avonden in de bibliotheek met Friedrich Nietzsche en Roger Scruton dook steeds opnieuw één naam op die zowel bewondering als controverse opriep: Richard Wagner.
Aanvankelijk was mijn interesse esthetisch en historisch van aard: het Gesamtkunstwerke, het monumentale karakter van zijn opera’s, de herwaardering van de mythe. Maar naarmate ik dieper doordrong in zijn geschriften, begon ik iets te ontwaren dat verder reikte dan muziek of dramaturgie.
Ik ontdekte in Wagner een visionair, een denker van de natie, iemand die, voorbij het politieke of het culturele particularisme, een diepere waarheid raakte: dat ware gemeenschap pas ontstaat waar mythe, herinnering en toekomstvisie samensmelten.
Vlaamse zaak
In het licht van de Vlaamse zaak, waarvoor mijn hart onophoudelijk klopt, begon ik Wagner anders te lezen. Niet enkel als componist of romanticus, maar als een geestelijk kompas in een tijd waarin natie en identiteit bedreigd worden door de abstractie en vergetelheid die eigen zijn aan het ‘liberalisme’. Wat als Wagners kunst en denken geen historisch-artistiek relikwie zijn, maar een spiegel voor naties die zoeken naar zichzelf in een wereld die hen liever ontkent?
Voor hedendaags Vlaams-nationalisme, dat nog te vaak vastzit tussen bestuurlijk pragmatisme en culturele onzichtbaarheid, biedt Wagner iets radicaals: geen politiek model, maar een metapolitieke, metafysische ontsteking. In de ruïnes van het collectieve geheugen en te midden van de erosie van de linguïstische en spirituele continuïteit biedt hij een kader voor culturele heropstanding die niet geworteld is in uitsluiting, maar in essentie. Als je Wagner bestudeert, roep je geen denkbeeldige geesten op, maar maak je goden wakker.
De natie als mythe
Wagner begreep wat de meeste moderne staten zijn vergeten: dat een natie niet slechts een demografische cluster is onder gedeeld bestuur, maar een levend organisme waarvan de ziel wordt gevormd door mythe. In zijn Ring des Nibelungen is mythe geen sprookje, maar de psychische architectuur van een volk, de droom die ze ooit samen droomden. Mythe was voor Wagner de herinnering die goddelijk werd gemaakt en het lot dat zichtbaar werd gemaakt.
Vlaanderen leeft in de paradox van het vergeten
Vlaanderen, zoals alle kleine naties met diepe wortels, leeft in de paradox van het vergeten. Het herinnert zich het verlies: van stem, van staat, van — al dan niet symbolische — soevereiniteit, maar het vergeet tegelijk de mythe die ooit zijn volk voorbij het dialect en de provincie verbond tot een spiritueel geheel.
Als de Vlaams-nationalistische zaak het rijk van de administratieve hervorming wil overstijgen — een rijk ondertussen vertegenwoordigd door het halfslachtig ‘nationalisme’ van de N-VA — en het hogere terrein van de wedergeboorte van de beschaving wil betreden, moet ze ‘mythopeeën’ worden: het moet een gedeeld verhaal herscheppen, niet in nostalgie, maar in aspiratie. Een écht volks nationalisme, behelst door een aangeboren levensdrift die leeft in alle lagen van de samenleving.
Geen museum, wel een orakel
Wagner leert ons dat die Vlaamse identiteit niet simpelweg wordt teruggevonden; het moet opnieuw worden betoverd. Een stap die cruciaal is voor de instandhouding van elke nationale identiteit, en dus ook voor de Vlaamse, a fortiori met de herdenking van de Guldensporenslag en de Vlaamse feestdag in het verschiet.
Een volk zonder mythe is een volk op drift in bureaucratisch nihilisme
Het verleden moet dan ook niet gezien worden als een museum, maar als een orakel. In de Vlaamse strijd, de strijd om de taal, om culturele autonomie, om de ziel van de stad en het dorp. Dat zijn geen marginale zaken, maar ankerpunten van een gedeelde identiteit. Een volk zonder een dergelijk ankerpunt, een volk zonder mythe, is een volk op drift in bureaucratisch nihilisme. In een wereld van abstractie wordt het gewortelde, de natie, plots revolutionair.
De esthetische revolutie
Wagners concept van het Gesamtkunstwerk, het ‘totale kunstwerk’, was meer dan een dramatische innovatie. Het was een politiek-theologische daad. Zijn opera’s probeerden de gebroken vermogens van de menselijke ervaring te herenigen: muziek, woord, beeld, symbool, allemaal geharmoniseerd om één enkele metafysische waarheid uit te drukken. Voor hem was kunst geen versiering; het had het potentieel om een radicale, algehele omwenteling in de samenleving mogelijk te maken.
Dit heeft diepgaande implicaties voor het hedendaags Vlaams-nationalisme, dat te vaak gevangen blijft in beleid. Zonder esthetische renaissance dreigt elke politieke beweging een louter bureaucratisch project te worden. Wat Wagner begreep, en wat Vlaanderen moet herontdekken, is dat een natie niet wordt gebouwd door economen of bestuurders, maar door schrijvers, architecten en componisten. De geestelijke opvoeding van de bevolking (Volkserziehung) moet steeds voorafgaan aan zijn mobilisatie.
Vlaams-nationalisme moet zijn volk inspireren, niet alleen om te protesteren, maar om te verbeelden
Het is geen toeval dat Wagners publiek in Bayreuth niet huilde uit medelijden, maar uit herkenning. Ze zagen zichzelf in Siegfried, in Wotan, in de schemering en de verlossing. Dit waren geen escapistische fantasieën; het waren spiegels van een ziel die was verstomd. Net zo moet het Vlaams-nationalisme zijn volk inspireren, niet alleen om te protesteren, maar om te verbeelden, om de voorouderlijke stem opnieuw te horen in de taal, het landschap en de legende. Om zo een cultureel en metafysisch tegenwicht te bieden aan de grauwe en arme toekomst die ons anders onder het doorgeslagen multiculturalisme te beurt zal vallen.
De crisis van het universele
Misschien wel Wagners grootste polemiek, impliciet in zijn kunst en expliciet in zijn essays, is zijn verzet tegen het gezichtsloze universalisme van de moderniteit. Het kwalijke Verlichtingsideaal van de abstracte mens, van inwisselbare burgers zonder gewortelde identiteit, was voor Wagner geen bevrijding maar een verzwakking. Hij hield daarentegen vast aan het bijzondere: het volk, de traditie, en de ‘grondgebonden’ ziel.
Dit is het échte wagneriaanse gebaar: niet de uitsluiting van de ander, maar de moed van zelferkenning
Ook hier resoneert de Vlaamse zaak. Het zielloze Europese project neigt in zijn huidige vorm naar homogenisering. Brussel, als pijnlijke metafoor, vlakt steeds meer verschillen af in naam van die eenheid. Een Vlaamse stem die hamert op zijn eigenheid – zijn taal, zijn geheugen, zijn recht om ‘zichzelf te zijn’ – is dan ook allesbehalve reactionair. Het is een quasi-natuurlijke en bovenal noodzakelijke stellingname tegen de metafysische kolonisatie van de ziel.
De natie bevestigen, en de liefde die de natie inspireert in mannen, vrouwen en kinderen, valt niet samen met ‘de Ander’ haten. Het is zeggen: wij zijn niet niets. We hebben een gezicht. We weigeren opgelost te worden in spirituele armoede. Dit is het échte wagneriaanse gebaar: niet de uitsluiting van de ander, maar de moed van zelferkenning.
Opoffering en de vernieuwing van de politiek
Wagners opera’s zijn doordrenkt van opoffering: helden die moeten sterven en goden die moeten vervagen, zodat er een nieuwe wereld kan ontstaan. In Parsifal wordt het heilige niet veroverd, maar ondergaan. Verlossing wordt niet in de wacht gesleept, maar verdiend door mededogen en zuiverheid van hart. Wagners theologie is tragisch, maar nooit wanhopig. Het is door opoffering dat de natie zichzelf vernieuwt.
Ook het Vlaams-nationalisme heeft offers gekend, maar lijden alleen verlost niet. Het moet getransfigureerd worden. De toekomst van Vlaanderen zal niet verzekerd worden door enkel te wijzen op onrechtvaardigheden uit het verleden, maar door ze om te zetten in een visie: van een in waardigheid gewortelde polity, van een cultuur die opnieuw durft te zingen, van een volk dat zich niet langer verontschuldigt voor zijn bestaan.
De Vlaamse opera
Wagner schreef ooit: ‘Verbeelding schept werkelijkheid.’ Hiermee onthulde hij zijn diepste politieke inzicht. Geen enkele natie kan geboren worden, of herboren worden, tenzij ze eerst verbeeld wordt, niet als een nostalgische replica van het verleden, maar als een poëtische ontvouwing van haar eeuwige essentie. Het Vlaams-nationalisme staat vandaag op een kruispunt: het kan, en moet, ervoor kiezen om een civiliserende kracht worden.
Vlaanderen moet niet alleen een staat worden, maar een opera
Om dat te doen, moet het opnieuw leren dromen. Het moet de wagneriaanse ambitie omarmen om niet alleen argumenten, maar mythen te creëren; niet alleen beleid, maar kathedralen van de ziel. In een wereld waar kortzichtig en opportunistisch lawaai betekenis verdrinkt en waar naties verdwijnen in multinationale gedrochten, weerklinkt nog steeds het gefluister van Wagner. Vlaanderen moet niet alleen een staat worden, maar een opera.
| Categorieën |
|---|
| Tags |
|---|
Pepijn Leonard Demortier is een conservatief filosoof, schrijver en medeoprichter van het Custodes Instituut. Hij studeerde filosofie aan de KU Leuven (cum laude) en als uitwisselingsstudent aan de Ludwig-Maximilians-Universität van München (summa cum laude). Vanuit Brussel werkt hij voor Vlaams Belang Nationaal.
John Dejaeger: ‘De mainstreammedia negeren de grote maatschappelijke vraagstukken. Polariserende feiten worden liever achtergehouden.’
Doorbraak is op zoek naar een creatieve en gemotiveerde marketingmedewerker.











