fbpx


Actualiteit, Filosofie
conservatisme

Roger Scruton overleden

Het conservatisme leeft


Ik heb de Britse denker Roger Scruton (1944-2020) maar één keer ontmoet, in Antwerpen nog wel, twintig jaar geleden. Sinds 1982 lag A Dictionary of Political Thought op mijn schrijftafel, zijn 500 pagina’s dikke handboek over politiek en ideologie, altijd weer verrassend inzichtelijk. En onverbloemd duidelijk. Zo bleek ook de man te zijn die tegenover mij zat.

Hij had net een onderhoud achter de rug met een bekend Belgisch politicus. Die had hem voorgehouden: ‘De beste conservatieven zeggen het niet…’ Uiteraard zonder de naam van zijn vorige gesprekspartner te noemen, ging Scruton regelrecht in tegen de gedachte dat conservatisme alleen in het verborgene zou mogen worden beleden. Van de thesis van zijn gesprekspartner – ‘what a shame he can’t defend himself’ – maakte hij brandhout.

Wat conservatisme betekende voor hem

We waren het lang niet over alles eens. Zo hield hij staande dat het zelfbeschikkingsrecht der volkeren geen recht was maar ‘an aspiration’, een verlangen of streven dat vooral nog in Afrika actueel was. Maar hij sloot zich niet af voor argumenten in de andere richting: ‘I might take that into consideration’, zei de gentleman. ‘Ik wil daar eventueel wel rekening mee houden.’

Wat conservatisme dan wel betekende voor hem? ‘Het conservatisme zoals ik het begrijp, is een natuurlijk instinct bij mensen. Het instinct om te bewaren wat goed is. Vaak zijn dat zaken die goed zijn, omdat ze zoveel tijd hebben gekost om zo te worden. Die erfenis is gigantisch, maar wordt al te vaak als vanzelfsprekend gezien. Denk maar aan ons rechtssysteem, het resultaat van vijfhonderd jaar hard werk van mensen die intussen dood zijn. We moeten onder ogen durven zien dat die verworvenheden onder druk staan. Een conservatief verdedigt de positie dat het beter is te beschermen wat werkt, dan afbraak te plegen zonder dat je iets hebt om in de plaats te stellen. Het is de natuurlijke reactie van mensen die zich ervan bewust zijn dat ze een beschaving hebben overgeërfd. Wat natuurlijk niet wegneemt dat die beschaving behoefte kan hebben aan verbeteringen. De conservatief kiest in dat geval voor aanpassing, eerder dan verwoesting en heropbouw.’[1]

Elke vorm van inclusie houdt een vorm van exclusie in.

Roger Scruton schreef een vijftigtal boeken, waarvan er een dozijn in het Nederlands zijn vertaald. Hij werd een van de promotoren van Thierry Baudet aan de Universiteit Leiden. Later nam Baudet van Scruton het begrip oikofobie over. Vandaar de titel van zijn boek Oikofobie, de angst voor het eigene (2013). Scruton stelt dat elke vorm van inclusie een vorm van exclusie inhoudt. Stel je iets open voor iedereen, dan is er geen sprake meer van ‘inclusie’. Het insluiten wordt dan zinledig. ‘Je kan niet iemand insluiten in iets wat toch al voor iedereen openstaat’. Bovendien wordt het collectief waarin je ‘iedereen’ wil insluiten met zekerheid bedreigd. Het kan tot betekenisloosheid verwateren of het kan exploderen. Beeld je in dat je je huwelijk voor iedereen openstelt…

Bovendien roept de inclusie grote vragen op als de bedoelde persoon of groep die integratie zelf niet wenst of, nog problematischer, die inclusie gedeeltelijk wenst (bijvoorbeeld sociaaleconomisch), maar ook gedeeltelijk afwijst, bijvoorbeeld inzake leefgewoonten, recht, cultuur. Vandaar dat Scruton zeer sceptisch stond tegenover de integratie van moslims, die niet inclusie nastreven, maar een staat-in-de-staat. Echter wel met een stevige financiële navelstreng. Dan krijg je de absurde situatie dat inclusie net daar ophoudt waar ze voor de andere begint.

Een voorkeur voor het organisch gegroeide

Conservatisme ligt voor Scruton ook aan de basis van de milieubeweging. Die wil immers in de eerste plaats beschermen, bewaren, behouden. Cultureel behoud en milieubehoud zijn volledig complementair. Die gedachte heeft Scruton uitgewerkt in zijn werk Groene filosofie. Verstandig nadenken over onze planeet (2011), dat helaas te weinig aandacht kreeg, zowel in het conservatieve milieu als in ‘groene’ kringen. Sommigen hebben zich over die stellingname van Scruton verwonderd. Nochtans is een voorkeur voor het organisch gegroeide, boven het artificieel geconstrueerde een wezenlijk kenmerk van elk conservatisme.

Conservatisme, stelt Scruton, houdt in dat men hiërarchieën (meervoud!) aanvaardt, maar ‘van alle hiërarchieën is die van het geld wel de vulgairste’ (vrij naar Ernst von Salomon). Scruton is dan ook een consequente antiliberaal die zijn leven lang heeft gefulmineerd ‘tegen het (culturele) verraad van de vrije-markt- aanhangers’. Natuurlijk is conservatisme geen immobilisme. De ‘beste’ conservatief zou dan degene zijn die levenslang kleuter (of baby) blijft, komaan. Leven is evolutie en onze opdracht is ‘to change in order to preserve’, ‘veranderen om te kunnen bewaren’ (Edmund Burke). Het bekende conservatieve voorzichtigheidsprincipe is toepasselijk op deze ‘change’, maar Scruton benadrukt dat de status quo niet altijd het voorzichtigste is, bv. in milieuaangelegenheden.

Er is haast geen politieke strekking te noemen of Scruton heeft ze verrijkt met zijn inzichten, altijd historisch gefundeerd, altijd inductief, vertrekkend van de waarneming, en altijd antireductionistisch: de werkelijkheid is altijd ruimer en veelzijdiger dan onze menselijke gedachten erover. Ik zal me, Scruton indachtig, blijven verwonderen.

_____

[1] Uit een latere publicatie waarvan ik de bron niet meer kan traceren.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.