JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

Forum

Subsidies in België: (nog) problematischer dan gedacht

Guido Cardinaels: ‘België is een land dat zijn eigen motor afremt met belastingen, om vervolgens fortuinen uit te geven aan subsidies om diezelfde motor weer aan de praat te krijgen.’

Guido Cardinaels is doctor in de rechten en MBA. Hij is auteur van 'De Scheve Maatschappij' (2021).

1/4/2026Leestijd 3 minuten
De Belgische situatie grenst aan het absurde.

De Belgische situatie grenst aan het absurde.

foto © Unsplash

Het Belgische subsidiesysteem is zonder overdrijven een ondoorzichtig kluwen van financiële retourstromen, waarbij de officiële cijfers – zoals de vaak geciteerde 18 miljard euro in Vlaanderen – slechts het topje van de ijsberg vormen. Wie het systeem tot op het bot analyseert, ziet dat de term ‘subsidie’ in België een eufemisme is voor een structurele herverdelingsmachine die het economisch weefsel volledig heeft doordrongen. Het officiële subsidiebudget is dan ook een flagrante onderwaardering van de werkelijke impact op de staatskas.

De kern van het probleem ligt in de Belgische neiging om structurele handicaps, zoals de torenhoge lasten op arbeid, niet te verhelpen aan de bron, maar via achterpoortjes te compenseren. De federale overheid deelt jaarlijks voor ruim 66 miljard euro aan fiscale gunsten en loonsubsidies uit. Dat zijn ‘verdoken’ subsidies: geld dat de schatkist nooit bereikt omdat werkgevers het mogen houden (zoals bij de bedrijfsvoorheffing) of omdat specifieke sectoren (zoals de baggersector, de chemie of het voetbal) via lobbywerk uitzonderingstarieven hebben afgedwongen.

Verdoken subsidies

Wanneer we de totale omvang van de verdoken subsidies proberen te schatten, moeten we verder kijken dan de directe overschrijvingen. Denk aan het btw-nultarief voor de pers, de fiscale voordelen voor bedrijfswagens (een miljardensubsidie voor de automobielsector en hogere middenklasse), en de dienstencheques, die in feite een massale overheidsfinanciering zijn van een private arbeidsmarkt. Als we die fiscale uitgaven (‘tax expenditures’), de loonsubsidies, de partijfinanciering en de regionale werkingssubsidies aan het middenveld optellen, komt het totale bedrag aan overheidssteun in België naar schatting uit op een astronomische 80 tot 95 miljard euro per jaar.

België kiest voor een systeem van eerst afpakken en dan (een beetje) teruggeven

Dat systeem creëert een gevaarlijke subsidieverslaving. Bedrijven en organisaties baseren hun businessmodel niet langer op marktefficiëntie, maar op hun vermogen om subsidies binnen te halen. België pompt hiermee verhoudingsgewijs twee tot drie keer meer geld rond dan buurlanden zoals Nederland of Duitsland. Waar zij kiezen voor een transparante fiscaliteit met lagere basistarieven, kiest België voor een systeem van ‘eerst afpakken en dan (een beetje) teruggeven’. Dat leidt tot een gigantische administratieve overhead en een gebrek aan democratische controle, aangezien veel van die stromen via complexe fiscale codes aan het oog van de burger en de politiek worden onttrokken.

Afgeremde motor

De Belgische situatie is een economisch curiosum dat grenst aan het absurde: we hebben een overheid die zichzelf verstikt in een peperduur apparaat, om vervolgens met een astronomische ‘subsidiemassa’ de zelfgecreëerde schade te herstellen.

De beoordeling in drie punten:

  • De vestzak-broekzakmachine: Met een overheidsbeslag van 54 procent van het bbp roomt de staat meer dan de helft van de economie af. Omdat de lasten daardoor onhoudbaar hoog zijn, moet diezelfde overheid via een ondoorzichtig kluwen van 80 à 95 miljard euro aan (vaak verdoken) subsidies en kortingen weer geld teruggeven om de economie draaiende te houden.
  • Apparaat vs. Output: Het feit dat de loonkost van het overheidsapparaat (62 miljard) groter is dan het totale publieke budget voor de zorg (45 miljard), bewijst dat de focus ligt op het in stand houden van de structuur (de ‘machine’) in plaats van op de dienstverlening aan de burger.
  • Democratisch Deficit: Door subsidies en fiscale achterpoortjes als politiek glijmiddel te gebruiken, ontstaat een systeem dat onbeheersbaar is geworden. De burger betaalt voor een leger ambtenaren en politici die hun tijd besteden aan het herverdelen van geld dat in een efficiënter systeem nooit geïnd diende te worden, wat leidt tot een structurele inefficiëntieval.

Kortom: België is een land dat zijn eigen motor afremt met de handrem (belastingen), om vervolgens fortuinen uit te geven aan dure additieven (subsidies) om diezelfde motor weer aan de praat te krijgen. Een systeem waarbij vooral politici, zowel van links als van rechts, zichzelf onmisbaar maken.

Bedenkelijk daarbij is het systeem van de ‘niet-geïnde bedrijfsvoorheffing’: het nodigt de betrokken bedrijven uit om hogere lonen uit te keren, want daardoor groeit de ‘auto-financiering’ van het bedrijf. Vooral door dat effect wordt duidelijk dat de overheid zichzelf financiert met de miljarden aan ‘overheidssalarissen’. Men kan zich afvragen waarom dat ‘voordeel’ niet toegekend wordt aan de zorgsector. Voor de overheid geldt het fundamentele ethische gelijkheidsprincipe niet wanneer het op haar begroting weegt.

Categorieën

Guido Cardinaels is doctor in de rechten en MBA. Hij is auteur van 'De Scheve Maatschappij' (2021).

Commentaren en reacties