Cultuur, Europa, Geschiedenis
Moix-Taubira-Destrée

Tegen ontoelaatbare uitlatingen zijn er altijd al stemmen opgegaan

Jules Destrée in nesten gebracht

Het programma «On n’est pas couché» van 9 juni bood ons een interessant debat. De presentator Laurent Ruquier had Christiane Taubira uitgenodigd, naar aanleiding van het verschijnen van haar boek Baroque sarabande bij uitgever Philippe Rey. Een werk waarmee de voormalige minister van Financiën* ons deelachtig wil maken aan de lectuur die heeft bijgedragen tot haar vorming.

Na eerst op haar verdiensten te hebben gewezen merkte de chroniqueur Yann Moix op: ‘Ik voelde me aangesproken door de passages waarin u zegt dat literatuur zich aan moraal niets gelegen laat liggen en dat gore smeerlappen soms de grootste genieën kunnen zijn en fijngevoelige personages opvoeren. Maar soms worden er dingen op eenzelfde lijn gezet, wat me erg stoorde. Zo scheert u Jules Romains, Joseph de Maistre en Drieu la Rochelle over één kam.’
En hij vervolgde: ‘Jules Romains wordt hier onheus bejegend. Zeker, hij is lid geweest van het comité France-Allemagne maar hij nam daar al in 1939 ontslag. Na de oorlog heeft hij trouwens in de Académie française de zetel bekleed van de collaborateur Abel Bonnard. Wel een bewijs dat men hem helemaal respectabel vond! Wat verwijt u hem precies?’

Taubira antwoordde: ‘Niet alleen heeft hij zich verbrand, maar hij had ook ongelukkige uitlatingen over de beschaving, en over de Afrikaanse en koloniale wereld die absoluut onverdedigbaar waren.’
‘Maar dat waren de vooroordelen van die tijd’, repliceerde Yann Moix, en hij citeerde Tintin au Congo.
Die zienswijze kan voor Christiane Taubira geen verontschuldiging zijn voor de auteur van Docteur Knock : ‘In alle tijdvakken zijn er gewetensvolle stemmen geweest die zich verzetten tegen verdrukking en uitbuiting. Jules Romains betaalt voor wat hij heeft geschreven!’

Een parallel

Dat doet ons denken aan de polemiek die hier woedde rond Jules Destrée, een van de markante figuren in de geschiedenis van Wallonië.
In zijn boek van 1995, Les grands mythes de l’histoire de Belgique (Éditions Vie Ouvrière) zet Jean-Philippe Schreiber bepaalde persoonlijke trekken in de verf, van de man die zijn naam gaf aan het belangrijkste onderzoeksinstituut voor de geschiedenis van de Waalse Beweging.
Jules Destrée werd geboren in 1863 en stierf in 1936, een periode waarin de vooroordelen tegen de joden hoogtij vierden. Maar zoals Christiane Taubira heel terecht zei waren er ook toen gewetensvolle stemmen die daar zorgvuldig afstand van namen.
Dat was manifest niet het geval voor Jules Destrée.

Toegegeven, als advocaat-stagiair zat hij daarvoor op de juiste school bij Edmond Picard. Jean-Philippe Schreiber schrijft: ‘Destrée heeft altijd bewondering, tot zelfs verering gekoesterd voor zijn leermeester (…) Maar Picard, was behalve vader van de Belgische juridische doctrine, ook theoreticus van een bezeten antisemitisme, en moest niet onderdoen voor een Drumont of een Stoecker. Hij ging verder dan het traditionele antisemitisme van de arbeidersbeweging – dat Vandervelde en Demblon niét deelden, en wel als bijna enigen, tenminste tot aan de Dreyfus-affaire – en ontwikkelde een rassentheorie van Nietzscheaanse en vitalistische inspiratie, die Destrée nooit zal afzweren, zelf lezer zijnde van Vacher de Lapouge.’

Ziehier hoe hij in zijn befaamde Lettre au Roi van 1912 de Brusselaars beschreef: ‘Er heeft zich nog een tweede soort Belgen ontwikkeld in het land, bijzonder in Brussel. Maar zij is waarlijk weinig interessant. Zij lijkt de fouten van de twee rassen te hebben verenigd, met verlies van hun kwaliteiten.’ **
Jules Destrée gebruikt hier wel degelijk de term ‘ras’. Maar verontrustender nog was zijn houding tijdens de Dreyfusaffaire.

Émile Zola was overtuigd van de onschuld van de joodse kapitein, die van verraad werd beschuldigd. Zijn artikel J’accuse, gepubliceerd in L’Aurore op 13 januari 1898, brengt hem voor de assisenrechtbank van de Seine. In België nodigt de Gentse symbolistische dichter Charles van Lerberghe een aantal intellectuelen uit, waaronder Jules Destrée, om tegen dat proces te protesteren. Destrée weigert, en verantwoordt zich op niet mis te verstane manier: ‘Ik ben antisemiet, overtuigd.’ De patron van de arbeidersbeweging, Émile Vandervelde, evenals Destrée in 1894 verkozen voor de Belgische Werkliedenpartij, zal die houding brandmerken als ‘abject chauvinisme’ en als ‘stupide en bekrompen fanatisme’.

Op het moment dat hij zijn antisemitisme openlijk beleed was Jules Destrée geen onrijpe adolescent meer. Hij is dan vijfendertig en beseft precies de draagwijdte van zijn woorden.
Christiane Taubira heeft dus gelijk: Zola, Van Lerberghe en Vandervelde hoorden toen bij de ‘gewetens’ die in verzet kwamen.
Philippe Destatte, directeur van het Institut Jules Destrée, heeft zich uitgesloofd in een artikel van 17 december 1995, waarin hij repliceerde op de zienswijze van Jean-Philippe Schreiber. Christiane Taubira zou hem kunnen antwoorden: ‘De houding van Jules Destrée is onverdedigbaar. Zoals Jules Romains betaalt hij voor wat hij heeft geschreven!’
__________
* In het Frankrijk heet die minister ‘Garde des Sceaux’, grootzegelbewaarder, een term uit het ancien régime.
** Mijn vertaling bij Pelckmans.

vertaling Marc Vanfraechem

Jules Gheude

Jules Gheude is oud-medewerker en biograaf van François Perin en bezielt de Gewif (Groupe d’Etudes pour la Wallonie intégrée à la France).

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Jules Gheude?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans