‘Götterdämmerung’, of de val van de goden
Opera
Götterdämmerung, of in het Nederlands ‘Godendeemstering’: deze opera van Richard Wagner, het vierde en laatste luik van de cyclus Der Ring des Nibelungen, wordt in februari opgevoerd in de Nationale Muntopera. Een reden om even stil te staan bij dit monumentale werk, Wagner, en zijn betekenis voor de muziek én de politieke geschiedenis. Johan Sanctorum nodigde daartoe Piet Lamberts-Vanassche uit, auteur van verschillende boeiende podcasts over Wagner en de Ring, en Luckas Vander Taelen, journalist en trouw bezoeker van de Munt.
Hebzucht en machtswellust
Richard Wagner, de grootste operacomponist van de 19de eeuw, putte zijn inspiratie uit de Germaanse Edda en het Nibelungenlied, om er een grootse persoonlijke synthese van te maken. Met meezingers als de Walkürenritt, maar vooral via een zeer uitgesponnen en complexe muzikale dieptestructuur, waar het Leitmotiv (elk thema en elke hoofdfiguur heeft zijn muzikale ’tag’) een sleutelrol vervult. Daardoor vertelt in eerste instantie de muziek het verhaal, en kan men bij een niet zo gesmaakte regie of decor rustig met de ogen dicht genieten. Als het orkest en de dirigent het waarmaken natuurlijk. De muziek is massief, groots, doorwrocht, en een feest voor het oor voor wie van een hoogromantisch klankweefsel houdt.
In ‘Götterdämmerung’ komen alle verhaallijnen samen en wordt de strijd om het goud en de macht beslecht met de dood van de held Siegfried en zijn geliefde Brünnhilde, die zich in het vuur gooit. De plot gaat over hebzucht en machtswellust, hét verhaal van alle verhalen, en de liefde die het onderspit moet delven.
De Ring nodigt bij uitstek uit tot een ‘politieke’ lezing, we zouden in de god Wotan zomaar een dictator kunnen ontwaren, in zijn paleis omringd door vleiers en intriganten. Vooral de vuurgod Loge neemt deze rol met brio op zich. Maar in Götterdämmerung zien we geen goden meer, we zitten in de mensenwereld. De goden zijn al half verdampt in hun Walhalla, quasi failliet als machthebbers/bestuurders, terwijl ook de mensen verstrikt geraken in het web van het kwaad, leugens en intriges.
Daardoor is Brünnhilde, de mensgeworden Walküre, de enige echte heldin die moreel standhoudt. Want alhoewel Wagner hem een indrukwekkende -misschien zelfs groteske- treurmars toebedeelt waar de nazi’s verzot op waren, eindigt de held Siegfried bijna als een trieste antiheld, verdwaasd, gedrogeerd, waardoor hij zijn geliefde verraadt en uiteindelijk afgemaakt wordt. Dat past allemaal in het plan van de slechteriken -in casu de Nibelungen, bewoners van de onderwereld-, maar uiteindelijk neemt de natuur terug wat haar ontstolen werd, en komt het goud weerom in het bezit van de Rijndochters. Waarmee we zowaar een happy end krijgen, en een cyclische boodschap: na het verval en de catastrofe begint de geschiedenis terug van nul.
Ook voor niet-kenners een boeiende kennismaking, ondersteund met beeldfragmenten uit twee videoproducties van Götterdämmerung: enerzijds een ‘moderne’, gecreëerd in Valencia onder leiding van Zubin Mehta (2009), en anderzijds een door-en-door klassieke productie, anno 1990 opgevoerd in de New-Yorkse Metropolitan onder leiding van James Levine.
Dit gesprek voor Doorbraak-TV ontstond n.a.v. de publicatie van Acta Sanctorum, een grote bloemlezing van columns die Johan Sanctorum doorheen de jaren in Doorbraak publiceerde. U kan het boek bestellen op zijn webstek.

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent filosofie, tijdschriftuitgever, theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. Sanctorum schuwt de controverse niet. Humor, ironie en sarcasme zijn nooit ver weg.
In de vakantie klinkt de lokroep van de vrijheid, maar nooit gedraagt de mens zich méér als een kuddedier.







