fbpx


Buitenland, Geschiedenis
Turkse

Het Turkse nationalisme als bindmiddel

Turkije tussen secularisme en islamisme: deel 1



Er waren jaren van bittere strijd tegen het Griekse invasieleger en tegen interne verdeeldheid voorafgegaan aan het plechtige moment waarop de Turkse Nationale Assemblee (parlement) in Ankara op 29 oktober 1923 bepaalde dat de pas opgerichte Turkse staat een republiek zou zijn. De eer om als president te fungeren viel niet onverwacht Mustafa Kemal (vanaf 1934 Atatürk genaamd) te beurt. Hij had de vreemde indringers van het grondgebied verjaagd, de invloed van de westerse geallieerden teruggedrongen en de grondslagen van…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Er waren jaren van bittere strijd tegen het Griekse invasieleger en tegen interne verdeeldheid voorafgegaan aan het plechtige moment waarop de Turkse Nationale Assemblee (parlement) in Ankara op 29 oktober 1923 bepaalde dat de pas opgerichte Turkse staat een republiek zou zijn. De eer om als president te fungeren viel niet onverwacht Mustafa Kemal (vanaf 1934 Atatürk genaamd) te beurt. Hij had de vreemde indringers van het grondgebied verjaagd, de invloed van de westerse geallieerden teruggedrongen en de grondslagen van de republiek gelegd.

De invloed van Atatürk

Atatürk was een revolutionair en een beeldenstormer. Hij wandelde echter ook in de autoritaire voetsporen van de sultans die voorheen over het Ottomaanse Rijk hadden geheerst. Het systeem dat hij opzette, duldde geen oppositie en geen tegenspraak, geheel in de geest van het interbellum. In het Europa van de jaren 20 en 30 staken her en der autoritaire tot zelfs fascistische regimes de kop op. Wat het regime van Atatürk van hen onderscheidde, was de drijfveer om een ‘vertraagde natie’ als Turkije op de sporen van de westerse beschaving te zetten.

Kemalisten

De naar Mustafa Kemal genoemde ideologie van het kemalisme (of ‘Atatürkçülük’ in het Turks) omvatte zes beginselen waarop de nieuwe staat gegrondvest werd: nationalisme, laïcisme, republikanisme, populisme, etatisme en reformisme. Ze vormen als de ‘zes pijlen’ (‘Altı Ok’) ook het embleem van de door Atatürk gestichte Republikeinse Volkspartij (CHP). Vandaag vormt de CHP met ongeveer 25% de belangrijkste oppositiepartij in het Turkse parlement. De zes principes hingen met elkaar samen en boetseerden de staat die de kemalisten voor ogen hadden. Turkije moest een natiestaat zijn (nationalisme) en de religie – weliswaar onderdeel van de Turkse identiteit – aan banden leggen (secularisme).

De hervormingsdrang van Atatürk was meer ingegeven door verwestersing dan door pure modernisering. De westersgezinde kemalisten die het Midden-Oosten de rug toekeerden en alles waarvoor dit stond, hadden het gehaald op die krachten die wilden moderniseren zonder de tradities volledig overboord te kieperen. Om de religie beter te kunnen controleren richtte de kemalistische staat in 1924, na de afschaffing van het kalifaat, de Diyanet, het Presidium voor Godsdienstzaken, op.

Alevieten

De alevieten zijn een heterodoxe stroming en aftakking van de ‘sjia’ — de stroming binnen de islam die vindt dat de kalief moest afstammen van de profeet Mohammed. Ze maken naar schatting vijftien procent van de Turkse bevolking uit. De alevieten waren niet zinnens zich te plooien naar de soenni-islam die door de staat via de Diyanet als bindmiddel wordt gepropageerd.

De alevieten gelden als moslims, doordat ze hun geloof uitspreken in Allah en Mohammed als zijn enige profeet. Voor het overige onderscheiden ze zich van de ‘orthodoxe‘ moslims, de soennieten, doordat ze overal een ‘cem’, een eredienst, kunnen houden. Daarbij bidden mannen en vrouwen samen. Ze onderscheiden zich ook doordat ze noch de ramadan noch de ‘hadj’, de bedevaart naar Mekka, beleven. Ze zijn overwegend liberaal en progressief denkend. Alevieten koesteren dan ook een grote sympathie voor Atatürk. Toch voelen ze zich gediscrimineerd doordat de staat in het godsdienstonderwijs alleen de leerstellingen van de soennitische islam aanbiedt. Ze vragen ook — vergeefs tot nu toe — meer rechten voor alevitisch godsdienstonderwijs.

Regelmatig komt het tot spanningen tussen soennieten en alevieten. In juli 1993 organiseerden de alevieten een cultureel festival in de stad Sivas. Daaraan nam ook Aziz Nesin, de Turkse vertaler van De Duivelsverzen, deel. Een woedende groep van moslimradicalen en ultranationalisten stak onder het schreeuwen van verwensingen aan de ‘ongelovige honden’ het hotel waar het festival plaatsvond in brand. 37 intellectuelen, vooral alevieten, verloren het leven in het bloedbad van Sivas.

Het Turkse nationalisme

De kemalistische wil om alles te verwestersen en te seculariseren sloeg niet aan bij een groot, religieus gezind deel van de bevolking. Daarom zat er volgens de kemalisten niets anders op dan met ijzeren hand te regeren en alle tegenstand de kop in te drukken. Tegelijk wilden de kemalisten een sterke homogene natiestaat. Ze bestreden dan ook vanaf het begin alle pogingen van Koerdische nationalisten om tot meer Koerdische autonomie te komen.

De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan mag dan wel geen kemalist zijn, maar ook hij belijdt het Turkse nationalisme. Dat onwrikbare geloof in het ‘vaderland’ maakt dat niet alleen de bewindvoerders, maar ook de meeste gewone burgers de Armeense genocide ontkennen. Haar erkennen zou in de ogen van vele Turken een smet werpen op het blazoen van de Turkse natie.

Toenemende strijd tussen links en rechts

De Turkse staat had zich altijd gekant tegen Koerdisch nationalisme. Zolang de staat seculier-kemalistisch was, kantte hij zich ook tegen politieke uitingen van religiositeit. Toch zouden de twee vijanden van het kemalisme vanaf de jaren 60 aan een opmars beginnen.

Bij de verkiezingen van oktober 1973 behaalde de CHP 33%. Maar ook de islamitisch georiënteerde ‘Milli Selamat Partisi’ (MSP), de Nationale Heilspartij, van Necmettin Erbakan (1926-2011) verscheen ten tonele. Ze werd met 44 zetels de derde sterkste fractie in het parlement. Haar succes was te verklaren door de sociale en culturele ontreddering die grote gedeelten van de bevolking in het doorgedreven industrialiseringsproces vanaf de jaren 60 had getroffen. De kiezer had Bülent Ecevit (CHP) en Erbakan (MSP) ondanks hun zware ideologische tegenstellingen in 1974 tot elkaar veroordeeld. Het duurde vele maanden vooraleer de linkse kemalist en de rechtse islamist een coalitie op de been konden brengen.

De jaren 70 werden gekenmerkt door wisselvallige coalities en een toename van de politieke strijd tussen links en rechts. De links-rechtstegenstelling vertaalde zich ook in spanningen tussen de gemeenschappen. Aleviet zijn bijvoorbeeld betekende links zijn. In december 1978 vermoordden Grijze Wolven — waarover meer in deel 2 van deze reeks — meer dan honderd alevieten in de stad Kahramanmaraş. De oliecrisis bespoedigde de economische neergang, de inflatie steeg en de administratie haperde meer en meer.

Bloedige putsch

De generaals begonnen zich zorgen te maken over de politieke en socio-economische chaos. Ze vreesden bovendien dat er besmettingsgevaar zou uitgaan van de Islamitische Revolutie in buurland Iran in 1979. Erbakan zou hen het excuus leveren om in te grijpen. Op 6 september 1980 organiseerde hij uit solidariteit met de Palestijnen een ‘Jeruzalem-Dag’ in Konya. Dat is de stad van de soefimysticus Roemi, maar ook een bastion van conservatieve religieuzen. Op 12 september rolden de tanks over de straat. De bloedigste putsch uit de geschiedenis van de Turkse republiek was begonnen.

 


Morgen leest u hier op Doorbraak het vervolg. Maandag krijgt u het eerste deel van een artikelenreeks van Doorbraak-medewerker Pinar Akbas over de invloed van het Turkse (ultra)nationalisme en islamisme op Vlaamse politici.

Dirk Rochtus

Dirk Rochtus is hoofddocent internationale politiek en Duitse geschiedenis.