Analyse, Buitenland
Framing van daders als slachtoffers

Turkije valt Syrië binnen in machtsspel van epische proporties

Op 9 oktober nam de Syrische oorlog een verrassende nieuwe wending. Turks President Recip Tayyip Erdogan gaf zijn troepen de opdracht Noord-Syrië binnen te vallen. Eerder die dag liet president Trump zich van zijn meest diplomatieke kant zien door de Turkse president een brief te sturen. Daarin maande Trump Erdogan aan niet verantwoordelijk te zijn voor het afslachten van duizenden mensen. Als Erdogan dat toch zou doen, dan zou Trump de Turkse economie kelderen.

Trump ondertekende de brief met de woorden: ‘Don’t be a tough guy. Don’t be a fool! I will call you later.’ De toon van de brief was zo denigrerend dat Erdogan hem naar verluidt meteen verfrommelde en in de prullenmand keilde. Minuten later gaf hij zijn stafchefs de opdracht om een grootschalig offensief te starten in Rojava, de semi-onafhankelijke Koerdische regio in Noord-Oost Syrië.

Strijd van YPG tegen IS

Rojava was al jaren een doorn in het oog van de Turken. Onder geen beding kon Erdogan toestaan dat de YPG een semi-onafhankelijke staat zou oprichten. De YPG — de Koerdische Volksbeschermingseenheden — zijn immers een rechtstreeks aan de PKK schatplichtige militaire beweging. De YPG was in de loop der jaren uitgegroeid tot de belangrijkste bondgenoot van de internationale coalitie in de strijd tegen de Islamitische Staat.

Einde 2014 was de situatie voor de Koerden in het stadje Kobane bijna onhoudbaar geworden door de niets ontziende opmars van de Islamitische Staat. Toen besloot toenmalig president Barack Obama om de Koerdische milities militair bij te staan en hen te bewapenen. Het was de YPG die, met Amerikaanse luchtsteun, erin zou slagen om IS uiteindelijk terug te dringen. Turkije keek dit alles met lede ogen aan.

Onder Amerikaanse bescherming richtte de YPG de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) op, een amalgaam van rebellen uit allerlei mislukte oppositiegroepen. Enkele brigades van het Vrij Syrisch Leger (FSA) schaarden zich achter de YPG, en rukten onder hun bevel, met Amerikaanse luchtsteun, op tegen de Islamitische Staat. IS werd in maart 2019 officieel verslagen geacht na de val van het Syrische grensstadje Baghouz. President Trump riep toen triomfantelijk uit dat het Kalifaat nu op de knieën was gedwongen en dat de Amerikanen zich stilaan zouden terugtrekken uit de regio.

Turkije en het Syrisch Nationaal Leger

De restanten van andere fracties van het FSA en andere rebellengroepen, sommigen met een eerder islamistische, soms zelfs jihadistische, achtergrond zoals Ahrar as-Sham, Suqur as-Sham, Faylaq as-Sham en Ahrar as-Sharqiya kozen de kant van Turkije in het conflict. Op 4 oktober, amper een week voor de start van het Turkse offensief, verenigden al deze verschillende fracties zich uiteindelijk tot het Syrisch Nationaal Leger (SNA). Zij zouden, samen met de Turkse militaire strijdkrachten Noord-Oost Syrië moeten bevrijden van de ‘terroristische PKK-rebellen’. Hun voormalige strijdbroeders in het SDF dus.

Minste van twee kwaden

Als leek het om alles nog wat meer op de spits te drijven, besloot president Trump, in ‘zijn onmetelijke wijsheid’, zoals hij die zelf graag beschrijft, om alle Amerikaanse troepen met onmiddellijke ingang uit Syrië weg te trekken. In zijn retoriek was de Islamitische Staat volledig verslagen na de val van Baghouz in maart 2019. Hiermee was de chaos zowat compleet.

Zonder Amerikaanse steun zouden SDF — en impliciet ook YPG — vanaf nu hun eigen boontjes mogen doppen. Zo vielen ook onvermijdelijk enkele van de gevangenenkampen waar IS FTF’ers (Foreign Terrorist Fighters, buitenlandse terroristische strijders, nvdr) en hun vrouwen en kinderen al maanden zaten opgesloten opeens zonder bewaking. Het SDF moest zich terugtrekken naar de frontlinies met de Turken en het nieuwe SNA. De Koerden besloten dan maar om te kiezen voor het minste van twee kwaden, een alliantie met het Syrisch regeringsleger en impliciet dus ook Rusland. Het uitgangspunt was dat de Turken en hun bondgenoten hun offensief zouden stoppen nu de YPG en SDF onder curatele stonden van Syrisch president Bashar al-Assad.

IS-kampen in SDF-gebied

Helaas, de hoop keerde snel. De opmars van de Turken en de SNA-rebellen heeft intussen geleid tot de ontbinding van enkele gevangenenkampen. Zo werd bijvoorbeeld het kamp van ‘Ayn Issa volledig verlaten door haar SDF-bewakers. De Koerdische bewakers deelden de IS-vrouwen mee dat ze vrij waren om te gaan en staan waar ze wilden. Op de eerste dag ontvluchtten al meer dan 800 vrouwen en kinderen het kamp. Onder hen ook drie Belgische vrouwen en minstens zes kinderen.

Enkele dagen later veroorzaakte een Turks bombardement grote schade aan een gevangenis waar mannelijke IS-strijders zaten opgesloten. Daardoor kon ook daar een significant aantal strijders ontkomen. Onder hen minstens twee Belgen die internationaal geseind staan voor hun rol binnen de Islamitische Staat.

Het is nu bang afwachten hoe de situatie zal evolueren. In het allerslechtste geval moeten de Koerden de bewaking opgeven van al-Hol. Dat kamp huisvest om en bij de 70.000 IS-vrouwen en kinderen, waaronder ook een groot aantal Europese vrouwen en kinderen. Hoe dan ook maakt de Islamitische Staat zelf handig gebruik van de totale chaos. De aanvallen in Noordoost Syrië op SDF- en YPG-doelwitten zijn de laatste week alleen maar toegenomen, culminerend in een gecoördineerde aanval op één van de kampen.

Staakt-het-vuren

Tot ieders grote verbazing kwam er na een paar dagen offensief een kentering. Ondanks de openlijke spanningen tussen NAVO-partners Turkije en de Verenigde Staten kwam het op 17 oktober 2019 tot een tijdelijk staakt-het-vuren. De Amerikanen zouden garant staan voor de terugtrekking van Koerdische troepen uit de door Turkije beoogde safe-zone.

De wapenstilstand geldt voor 120 uur, vijf dagen. Vijf dagen voor Erdogan Poetin zal ontmoeten in Sotchi. Het lot van Rojava en de Koerden zal daar worden beslecht. Waar dit alles ons op korte en langere termijn toe zal leiden is voorlopig gissen. In elk geval lijdt het geen twijfel dat de Syrische burgeroorlog er een is die blijvende gevolgen zal hebben. Op geostrategisch vlak zijn zowat alle landen in de ruimere regio betrokken en Rusland zal des te happiger zijn om het vacuüm gecreëerd door de Amerikaanse terugtrekking op te vullen. Dat dit conflict nog lang niet ten einde is, staat in de sterren geschreven

Pieter Van Ostaeyen

Pieter Van Ostaeyen studeerde geschiedenis en arabistiek. Al sinds 2012 bericht hij over Syriëstrijders en extremistische groeperingen als Jabhat al-Nusra en de Islamitische Staat. Hij doctoreert aan de KULeuven, waar hij de inzet van sociale media in de ideologische strijd tussen IS en al-Qaeda onderzoekt.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Pieter Van Ostaeyen?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans