JavaScript is required for this website to work.
CULTUUR

Forum

Tussen traditie en moderniteit: het Vlaams expressionisme

Pepijn Demortier: ‘De Latemse School was vaak een bondgenoot van het conservatisme. Ze omarmde het experiment, maar gebruikte moderne stijlen om de moderniteit in vraag te stellen.’

Pepijn Leonard Demortier is een Vlaamse filosoof en medeoprichter van het Custodes Instituut. Hij studeerde filosofie aan de KU Leuven en als uitwisselingsstudent aan de Ludwig-Maximilians-Universität van München. Zijn stukken verschenen onder meer in The European Conservative, The American Spectator, Front Porch Republic, TeKoS, ’t Pallieterke, VoegelinView en The Mallard UK.

16/3/2025Leestijd 6 minuten

De Vlaamse geschiedenis is lang en overvloedig. Dat geldt ook voor de Vlaamse kunstgeschiedenis. Van Brueghel, Van Eyck en Rubens tot Delvaux, Ensor en de Latemse School: er is geen gebrek aan fabelachtige kunst in Vlaanderen. Deze laatste stroming, beter bekend als het Vlaams expressionisme, is wellicht het minst gekend bij (niet-)Vlamingen, onderbelicht en daarom enigszins ondergewaardeerd, maar desalniettemin adembenemend interessant.

Hun schilderijen, hoewel expressief en daarom zowel uitdagend als vernieuwend, waren tegelijkertijd sterk verweven met traditie, het christendom en conservatisme. Ze waren een indrukwekkende symbiose tussen het pastorale leven en de moderniteit, twee werelden die spoedig met elkaar zouden botsen.

De Vlaamse expressionisten gebruikten die twee bronnen als springplank om schilderijen te maken van betoverende eenvoud en imponerende diepte. Deze diepte blijkt ook een verborgen waarde te hebben voor de conservatieve bewonderaars van hun werk.

Onrust

Het Vlaams expressionisme, oftewel de de Latemse School, ontstond aan het begin van de twintigste eeuw in het pittoreske Sint-Martens-Latem. Haar opkomst viel samen met een periode van sociale en politieke onrust in Vlaanderen na de Eerste Wereldoorlog. Onder invloed van bredere Europese kunststromingen zoals het fauvisme, kubisme en Duits expressionisme ontwikkelde de Vlaamse kunstbeweging een typisch Europese, expressionistische stijl.

Het was uit de iconografie en het rijke symbolisme van het christendom dat Vlaamse expressionisten inspiratie haalden

Gekenmerkt door potige figuren met krachtige ledematen, een opvallend spel met perspectieven en kleuren en steevast op het doek gezet met gedurfde en bedrijvige penseelstreken, groeide het Vlaams expressionisme al snel uit tot een eigenzinnige en volwaardige kunststroming. Veel werken waren nederige voorstellingen van het plattelandsleven, scènes van landbouwers die de akkers bewerkten, de velden zaaiden of zich erop ontspanden. Anderen waren experimenteler in hun stijl, maar behielden klassieke onderwerpen, zoals Gustave Van de Woestynes afbeelding van Het Laatste Avondmaal.

Van de Woestynes ‘Laatste Avondmaal’ vertaalde de diep christelijke wortels van Vlaanderen naar een expressionistische stijl. Die christelijke wortels bieden een eerste houvast voor de verkenning van het verweven conservatisme in de Belgische kunst van de twintigste eeuw. Het was uit de iconografie en het rijke symbolisme van het christendom dat Vlaamse expressionisten inspiratie haalden. Bijbelse verhalen werden afgebeeld in een moderne stijl, waarbij deze kunstenaars afstand namen van de klassieke, meer conventionele (verfijndere) stijlen die dit onderwerp gewoonlijk weergaven.

Het grootste gewone

Boeren en armen speelden in het Vlaams expressionisme vaak de hoofdrol, maar werden in hun alledaagsheid omgeven door een diep, mysterieus aura. ‘Gewone’ mensen werden in het middelpunt geplaatst, impliciet afstand nemend van de modieuze opvatting dat de geschiedenis – zowel die van de wereld als die van de natie – de som is van de prestaties van opeenvolgende grote mannen.

Op die manier heroverde de gewone man zijn plaats niet alleen op het klassieke heldendom en de grote geschiedschrijving die de kunsten is gaan domineren, maar ook op het romantische heldendom, zoals we zagen in de trends van na de zeventiende eeuw, duidelijk uitgedrukt in de werken van Constable, Turner en Poussin.

In het expressionisme kromp de mens niet ineen voor een verre, onbereikbare God of in het aangezicht van een onmetelijke, onbegrijpelijke wereld, maar krompen de wereld en het christelijk geloof tot menselijke maat

Vlaamse expressionisten maakten daarentegen het gewone groot. Nationale en christelijke rituelen en praktijken, inclusief spirituele, werden tastbaarder en minder abstract. In het expressionisme kromp de mens niet ineen voor een verre, onbereikbare God of in het aangezicht van een onmetelijke, onbegrijpelijke wereld, maar krompen de wereld en het christelijk geloof tot menselijke maat. In deze werken werd de Kerk dicht bij de incarnatorische realiteit van het menselijk leven gebracht.

Met de creatie van hun grootste werken plaatste het Vlaams expressionisme zich in de canon van de Vlaamse kunst, die altijd al gedomineerd werd door het katholicisme. De sombere, aardse kleuren en de doordringende gezichten die zo vaak in deze werken te zien zijn mogen dan wel het gevoel hebben dat ze de Kerk ontdaan hebben van haar glorieuze pracht en praal, maar uiteindelijk dienden ze dezelfde God en katapulteerden ze Zijn aanbidding simpelweg naar een doorleefd geloof.

De geloofs- en levenservaringen die door deze werken werden aangemoedigd waren over het algemeen niet doorspekt met grandiositeit, maar streefden juist naar een modern gevoel van intimiteit en menselijkheid. Ze vertegenwoordigden een cultureel erfgoed, maar vormden ook een spiritueel houvast in tijden van oorlog en armoede.

Culturele identiteit

Het Vlaams expressionisme kwam later op dan zijn Europese tegenhangers, maar maakte indruk met zijn meer figuratieve en verhalende aanpak. Hoewel het ongetwijfeld beïnvloed werd door het gedurfde penseelwerk en de vervormde menselijke figuren van het Duitse stijlexpressionisme en de kleurrijke Franse fauvismebeweging, putte de Latemse School vooral een inspiratie uit het vroege werk van Vincent van Gogh.

Van Gogh, nu beroemd om zijn kleurrijke portretten, landschappen en stillevens, begon zijn schilderscarriere in een soberder, meer bescheiden palet. Hij schilderde vaak dezelfde thema’s als de Vlaamse expressionisten in een vergelijkbare, maar minder expressionistische stijl, waarvan De zaaier en De aardappeleters twee prachtige voorbeelden zijn. De invloeden van Van Gogh, die zelf korte tijd in België woonde, zijn nog altijd duidelijk traceerbaar.

De Vlaamse kunstenaars richtten zich meer op ‘conservatieve’ thema’s, zoals traditie, regionalisme, familie, gemeenschap en culturele identiteit

‘Ons’ expressionisme verschilde van zijn Europese tijdgenoten niet alleen in kleurgebruik en stijl, maar ook in thematiek. De Vlaamse kunstenaars richtten zich meer op ‘conservatieve’ thema’s, zoals traditie, regionalisme, familie, gemeenschap en culturele identiteit. Vooral dat laatste werd een belangrijk thema na de oorlog. De strijd om een Vlaamse nationale identiteit was moeilijk en complex, en veel Vlamingen streefden naar erkenning van taalkundige en culturele rechten in België. Die identiteit dook ook op aan de horizon van het Vlaams expressionisme, hoewel vaak zonder expliciet te worden.

Moderniteit

De Vlaamse culturele identiteit werd niet alleen bedreigd door de Franstaligen, die toen dominant waren in België, maar ook door de opkomende moderniteit en haar ontwrichtende uitwassen. Veel van de kunstwerken van de Latemse School waren deels een afzetting tegen of reactie op de vermeende ontmenselijkende effecten van moderniteit, verstedelijking en industrialisatie.

Niets suggereert dat zich buiten de Vlaamse velden een hele nieuwe wereld ontvouwt, een wereld die alles wat afgebeeld is weldra zal opslokken en verwoesten

Deze afwijzing of de invraagstelling van moderniteit schuilt in de nostalgische en intieme manier waarop de schilders figuren afbeelden. Ze zijn authentiek en eenvoudig, quasi ‘aards’. Niets suggereert dat zich buiten de Vlaamse velden een hele nieuwe wereld ontvouwt, een wereld die alles wat afgebeeld is weldra zal opslokken en verwoesten. Sociale identiteit, taal en cultuur zullen worden weggevaagd en ook de christelijke wortels zullen worden uitgeroeid in de razende storm van de moderniteit. Het Vlaams expressionisme bood een nostalgische, nationale en natuurlijke ontsnapping aan deze aankomende storm.

In hun poging om een verlangen op te roepen naar een eenvoudigere, meer authentieke manier van leve verwoordden deze kunstenaars een diep conservatief sentiment. De nadruk werd gelegd op regionalisme, op de conservatieve waarden van het behoud van tradities en lokale gemeenschappen, op de dingen die meer verenigen dan verdelen. Het belang van sociale cohesie, van culturele en spirituele harmonie, schemert door in hun werken. Ze presenteren die zonder pretentie of overdreven symboliek, maar op een manier die de werken gemakkelijk te begrijpen maakt. Ze zijn gemaakt voor ‘het volk’.

Tussen traditie en moderniteit

Veel conservatieven zien expressionistische kunst als een van de kwalijke uitwassen van de moderniteit. Ze contrasteren het met de werken van Michelangelo en David en beweren dat het expressionisme een voorbeeld is van hoe de moderniteit de kunst van haar schoonheid heeft beroofd, van haar ultieme doel. De mist doet ons hier echter van vijand vergissen.

De Latemse School was juist vaak een bondgenoot van het conservatisme. Ze omarmde het experiment in de beeldende kunst, maar gebruikte moderne stijlen om de moderniteit in vraag te stellen. Het was een verzameling van natievormende verhalen en beelden over wat het betekende om Vlaming te zijn aan het begin van de twintigste eeuw, over wat het betekende om religieus te zijn toen het atheïsme voor de deur stond, over wat het betekende om arm te zijn toen het kapitalisme de velden overspoelde en jonge mensen naar de steden en slagvelden lokte.

Bovenal liet het expressionisme zien wat het betekende om kunstenaar te zijn op een moment dat de kunstgeschiedenis stilaan haar einde naderde, op een moment waarop kunstenaars als Duchamp en Warhol slechts enkele decennia later op het toneel zouden verschijnen. De Latemse School is een prachtige illustratie van de verzoening van traditie en experiment. In die verzoening bereikten ze een symbiose van twee botsende, radicaal verschillende tijdsperiodes.

Hoewel men het zelden als zodanig zal erkennen, was de Latemse school een conservatieve krachttoer. En er gaat niets boven een kunststroming die gewone mensen verzoent met hun hogere doelen, hoe wreed en ellendig het leven hier op aarde soms ook mag zijn. Kunst wordt namelijk het best begrepen door degenen die het ervaren als een deel van het leven.

Geduld en geloof vinden

Mijn conclusie valt daarom samen met een passage van de Oostenrijkse dichter Rilke: ‘Vind geduld genoeg in jezelf om te verdragen, en eenvoud genoeg om te geloven… en voor de rest, laat het leven je overkomen. Geloof me: het leven is juist, in elk geval.’

Hetzelfde geldt voor kunst. Vind het geduld en het geloof om de esthetische ervaring te beleven en je eigen oordelen naar voren te schuiven. Want als je jezelf deze luxe gunt, kun je altijd de wonderlijke sporen van het conservatisme ontdekken die in de moderniteit schuilen, van een eeuwige, onuitroeibare traditie die zich toont aan de horizon van een altijd veranderende wereld.

Pepijn Leonard Demortier is een Vlaamse filosoof en medeoprichter van het Custodes Instituut. Hij studeerde filosofie aan de KU Leuven en als uitwisselingsstudent aan de Ludwig-Maximilians-Universität van München. Zijn stukken verschenen onder meer in The European Conservative, The American Spectator, Front Porch Republic, TeKoS, ’t Pallieterke, VoegelinView en The Mallard UK.

Commentaren en reacties