Geschiedenis, Vlaamse Beweging
Huysmans

Vijftig jaar geleden stierf de laatste Kraaiende Haan

Vandaag 50 jaar geleden overleed journalist, secretaris van de Tweede Internationale, minister, premier, Kamervoorzitter, gemeenteraadslid in Brussel en Antwerpen, schepen en burgemeester van Antwerpen Camille Huysmans (Bilzen, 26 mei 1871 – Antwerpen, 25 februari 1968).

Als kind had hij op de gemeenteschool nog de schoolstrijd meegemaakt, in het jaar dat hij stierf maakte hij net niet meer de splitsing van de KULeuven en een jaar later de VUB mee. Na zijn studies probeerde hij benoemd te worden als leerkracht in het rijksonderwijs, maar zijn socialistische en liberale sympathieën – toen niet noodzakelijk een tegenstelling —  hielpen niet bepaald om door de katholieke regering benoemd te raken. Vanaf 1897 werkte hij als journalist voor zowel een liberale krant als voor enkele socialistische tijdschriften. In 1905 werd hij secretaris van de Tweede Internationale. Die positie leverde hem heel wat internationale contacten op. Hij was één van de weinige Belgische politici die een uitgebreide correspondentie met Lenin voerde.

Zijn politieke carrière begon toen hij in 1908 voor de Belgische Werkliedenpartij gemeenteraadslid in Brussel werd en twee jaar later verkozen werd in de Kamer. Daar zou hij blijven zetelen tot in 1965, toen de BSP, zeer tegen de zin van Huysmans, te oud geworden was. Na de Eerste Wereldoorlog vestigde Huysmans zich in Antwerpen. Daar zou hij de socialistische partij in Antwerpen uitbouwen tot de sterkste afdeling van het land. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 zorgde hij voor een geweldige coup de théâtre door met de katholieke burgemeester Van Cauwelaert het zogenaamde mystieke huwelijk af te sluiten. Socialisten en katholieken sloten een ongeziene coalitie. Twaalf jaar later leverde dat Huysmans de burgemeestersjerp van de Scheldestad op, en die zou in socialistische handen blijven tot Bart De Wever in 2013 burgemeester werd. In de tussentijd was Huysmans enkele jaren minister van Onderwijs, vanaf 1936 zou hij tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog Kamervoorzitter blijven. Na de oorlog was hij korte tijd premier van een linkse regering die het echter niet eens een vol jaar uithield – regeringen waren de eerste jaren na de oorlog weinig stabiel, met tien regeringen op vijf jaar tijd. Onder de derde regering Spaak was hij opnieuw minister van onderwijs, eind jaren vijftig was hij nog een legislatuur Kamervoorzitter. Toen hij in 1965 geen plaats meer kreeg op de BSP-lijst, kwam hij met een eigen lijst op, maar werd niet verkozen. Daardoor kwam er een eind aan zijn ambitie om ooit als honderdjarige in het parlement te zetelen.

Rood en Vlaams

Huysmans was als socialist in de eerste decennia van de twintigste eeuw een leidend figuur in de Vlaamse Beweging. De Vlaamse overtuiging bij Huysmans was gebaseerd op de lezing van Marx zoals de Duitse socialist Kautsky die rond de eeuwwisseling voor een hedendaagse politiek had vertaald. Het socialisme kon volgens Kautsky alleen een leidende politieke positie bereiken als het steunde op het loonproletariaat. In Brussel, waar Huysmans voor het eerst politiek actief werd, was dat proletariaat in die tijd Nederlandstalig. Huysmans introduceerde zo de taaleisen van de Vlaamse Beweging binnen de socialistische partij. Zo klaagde hij in de Brusselse gemeenteraad de taaltoestanden in het Brussels onderwijs aan. Maar zijn echt grote strijdpunt van de volgende jaren zou de strijd om de vernederlandsing van de Gentse universiteit worden. Samen met de katholiek Frans van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck, de ‘Drie Kraaiende Hanen’, wilden ze een brede beweging opzetten om brede steun voor een Nederlandstalige universiteit te krijgen. Het maakte Huysmans tot een kopman van de Vlaamse Beweging, een kopman die een prominente rol speelde in de vernederlandsing van het Vlaamse publieke leven in het algemeen en het onderwijs in het bijzonder.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verzette hij zich sterk tegen het activisme, maar dat belette hem niet om tegelijkertijd, tot afgrijzen van vele andere socialisten, voor culturele autonomie te ijveren. Na de oorlog zou hij ook pleiten voor een milde behandeling van de activisten, en zou hij als minister van onderwijs vele geschorste activistische leerkrachten herbenoemen. In de Rijksuniversiteit Gent, waarvan hij de vernederlandsing onder de Duitse bezetter had afgewezen, ondersteunde hij met een doelbewuste benoemingspolitiek de vernederlandsingseis. Huysmans geloofde in een België waarin naast een ééntalig Vlaanderen en Wallonië de rechten van taalminderheden zouden gewaarborgd worden en er gemeentelijke referenda zouden komen over het taalstatuut. Dat was de kern van het Compromis des Belges dat hij met Jules Destrée afsloot. Maar de politieke evolutie naar meer rechten voor de Nederlandstaligen zou hem, zelfs in de eigen partij, al gauw inhalen. Een radicalere evolutie naar striktere eentaligheid, uitmondend in de taalwetgeving van de jaren dertig, stond haaks op zijn opvattingen over taalwetgeving en culturele autonomie. Zo verdedigde de socialistische Belgische Werkliedenpartij (BWP) eind jaren dertig een culturele autonomie die op alle overheidsdepartementen sloeg, daar waar dit voor Huysmans nooit verder ging dan de opsplitsing van de departementen Onderwijs en Schone Kunsten. Hij kon op dat moment echter zijn stempel niet meer ten volle drukken. Hoe Huysmans geleidelijk aan op een zijspoor belandde en een visie op de Vlaamse Beweging had die stilaan volledig achterhaald geraakte, wordt nog het best geïllustreerd door zijn verzet tegen het vastleggen van de taalgrens. Ook met de Vlaamse Beweging kwam het in de jaren dertig door de verrechtsing van die beweging tot een breuk. De keuzes die door een groot deel van de Vlaamse Beweging in de Tweede Wereldoorlog werden gemaakt  toonden volgens hem aan dat die beweging ver van zijn doel was weggegleden.

Sleutelfiguur

Huysmans behoort ongetwijfeld tot één van de sleutelfiguren van de Vlaamse Beweging in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Mee onder zijn impuls en onder zijn beleid als minister van Onderwijs werden voor Vlaanderen onomkeerbare stappen gezet naar het ééntalige en cultureel autonome Vlaanderen zoals we dat nu al vele decennia kennen. Maar tegelijkertijd zit er ook een zekere tragiek in het feit dat die Vlaamse Beweging verder evolueerde in een richting die niet de zijne was. Voor Huysmans was de Vlaamse Beweging nooit een nationalistische beweging die naar een eigen natie en een eigen staat streefde. Ze was wel een beweging die streed voor de culturele gelijkberechtiging van de Vlamingen maar dat niet noodzakelijk deed vanuit een anti-Franstalige of zeker niet anti-Belgische houding, maar wel vanuit een sociale gedrevenheid. Je zou in dat opzicht Huysmans een beetje kunnen vergelijken met Wilfried Martens, die in de jaren vijftig en zestig als overtuigd federalist mee aan de spits van de Vlaamse Beweging stond maar later door de verdere evolutie naar een steeds verder doorgedreven streven naar Vlaamse autonomie en onafhankelijkheid werd ingehaald. Maar beiden hebben wel dat wat ze nastreefden ook bereikt.

Vlaanderen – en Antwerpen — zijn Huysmans een grote erkentelijkheid verschuldigd voor al wat hij heeft bereikt. Het is jammer dat de vijftigste verjaardag van zijn overlijden zo stilletjes passeert. De herinnering aan een groot man verdient beter, zeker vanwege de partij die hij in Antwerpen heeft grootgemaakt.

 

In een reactie van sp.a Antwerpen werd duidelijk dat de partij Huysmans toch herdenkt.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans