JavaScript is required for this website to work.
Filosofie

Forum

Wereldbeelden

Herman De Dijn: ‘De wetenschap (er)kent geen wonderen, maar natuurlijke fenomenen kunnen als wonderlijke werkelijkheden ervaren worden.’

Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is de auteur van o.a. 'Hoe overleven we de vrijheid? Modernisme, postmodernisme en het mystiek lichaam' (Pelckmans, 2014), 'Rituelen. Waarom we niet zonder kunnen' (Polis, 2018) en 'Het Rooms-katholicisme. Een ongelooflijke godsdienst' (Halewijn, 2023)

25/12/2025Leestijd 4 minuten
De natuur, niets anders dan fysische, chemische en biologische interacties,
produceert, via en voor het menselijk oog, onbedoeld de heerlijkste combinaties
van vormen en kleuren, schrijft Herman De Dijn.

De natuur, niets anders dan fysische, chemische en biologische interacties, produceert, via en voor het menselijk oog, onbedoeld de heerlijkste combinaties van vormen en kleuren, schrijft Herman De Dijn.

foto © Herman De Dijn

Het universum is niets anders dan het resultaat van enorme kosmische krachten die op elkaar ingrijpen. Ze produceren eindeloze ketens van oorzaken en gevolgen zowel op oneindig grote als op oneindig kleine schaal. Of het nu gaat om de evolutie van sterren en sterrenstelsels of om veranderingen in viruspopulaties, achter dat spel van krachten zit geen zin of bedoeling.

Ook menselijk leven is het resultaat van miljarden jaren kosmische en aardse evolutie. Opmerkelijk toch: hoe de dingen in elkaar zitten, kunnen we verregaand op objectief-wetenschappelijke wijze achterhalen. Uit dat feit afleiden dat er toch een doel zit in de natuur is echter fout, even fout als uit het onwaarschijnlijke ontstaan van (menselijk) leven af te leiden dat er toch doelmatigheid (intelligent design) zit in het universum. De menselijke soort komt voort uit sterrenstof en zal er, met al wat ze in de loop van de tijd realiseerde, ooit weer naar terugkeren.

Baruch Spinoza schreef al, nu bijna vijfhonderd jaar geleden: we denken spontaan dat het oog er is om te zien; in feite is er zien omdat er ooit, zonder bedoeling, toch ogen gevormd geweest zijn. Al wat ons verwondert, van de regenboog of de roos tot de sterrenhemel en het ontstaan van leven is in principe verklaarbaar. ‘Wonder en is gheen wonder’, zo zegde Simon Stevin, bijna-tijdgenoot van Spinoza.

In de objectieve werkelijkheid is geen sprake van zin of onzin, goed of kwaad: de werkelijkheid is gewoon wat ze is.

Het is onbetwijfelbaar dat alle menselijke kunde en kennis, maar ook het hele emotionele leven en streven, het resultaat is van neurologische processen beïnvloed door omgevingsfactoren. Spinoza schreef: ‘Ik heb … aangetoond dat zij (die zich verwonderen over ’s mensen uitzonderlijke geestelijke prestaties) niet weten wat het lichaam kan of wat uit de bestudering van zijn aard valt af te leiden’. Intussen zijn wij in dat soort weten zo enorm ver gevorderd, dat zelfs Spinoza zich daarover zou verwonderd hebben.

Zin

In het regenseizoen bloeien enorme velden van kleurrijke bloemen midden in de Namibische woestijn; ze zijn een geliefkoosd reisdoel voor toeristen. Het is alsof de natuur een fantastisch festijn organiseert voor de mens. Maar het gaat eigenlijk om een perfect verklaarbaar natuurfenomeen, dat op zich niets met het verschaffen van menselijke verrukking te maken heeft.

Het gaat daar, in de Namibische woestijn, om het complexe gevolg van een hele reeks natuurlijke oorzaken, compleet los staand van enige bedoeling. En dat gebeuren veroorzaakt in een menselijk brein op wetmatig verklaarbare wijze allerlei ervaringen. Die kunnen de vorm aannemen van een ervaring van zin; maar evengoed gebeurt soms het omgekeerde, de confrontatie met de negatie van zin, met vervreemding, horror of kwaad. In de objectieve werkelijkheid op zich, zo zei opnieuw Spinoza, is echter geen sprake van zin noch van onzin, noch van goed of van kwaad: de werkelijkheid is gewoon wat ze is.

Het is alsof de doelloos agerende natuur iets van een compleet vreemde aard liet ontstaan: een ervaring van verrukking, van zin.

Al het bovenstaande neemt niet weg dat in de kosmische werkelijkheid, doorheen haar lange evolutie zonder enig doel, toch wezens ontstaan zijn met een zintuiglijk orgaan en hersenen van dien aard dat zij, bij het zien van de kleurenpracht midden in de anders dorre woestijn, een verrukkelijke ervaring beleven. Het is alsof de doelloos agerende en nietsontziende natuur in zijn oneindig complexe ontwikkeling iets compleet onverwachts, iets van een compleet vreemde aard liet ontstaan: een ervaring van verrukking, van zin.

‘Kille’ verklaring

De natuur, niets anders dan fysische, chemische en biologische interacties, produceert, via en voor het menselijk oog, onbedoeld de heerlijkste combinaties van vormen en kleuren. De onttoverde wereld produceert onbedoeld (gratuit als het ware) de ervaring van een betoverende wereld. Het wonder ontvouwt zich voor het bewustzijn vanuit de neutrale fysische, chemische en biologische ondergrond. We kunnen dit moeilijk anders ervaren dan als een enorme paradox. De verschijning van de betoverde wereld wortelt in de onttoverde natuur, kan erdoor verklaard worden, maar ontsnapt, als ervaring van betovering, compleet aan de ‘kille’ verklaring.

Het gaat om twee radicaal onderscheiden objecten van radicaal andere vormen van weten. De wetenschap (er)kent geen wonderen, maar de natuurlijke fenomenen die ze objectief blootlegt, kunnen op een radicaal andere manier, als wonderlijke werkelijkheden, ervaren worden. Typisch voor een paradox: de twee elementen in de paradox lijken tegenstrijdig, maar zijn dat slechts in schijn; ze kunnen echter toch niet in een synthese verzoend worden.

Betoverde wereld

De evolutie heeft in een doelloos proces uiteindelijk een wezen gecreëerd dat in zijn normale doen leeft in een verbeelde realiteit waarin de neutrale, objectieve werkelijkheid op fantastische manieren getransformeerd of geframed wordt: tot de kleurenpracht in de woestijn, de overweldigende sterrenhemel, het schrikwekkende geweld van de natuur, het wonder van de verwondering zelf. Mensen hebben eeuwenlang in een betoverde wereld, vol van wonderen (en verschrikkingen), geleefd. Onveranderlijk had die wereld vorm gekregen vanuit de mythen en riten die ze erfden. Ook vandaag nog leven mensen, ook moderne mensen, in een betoverde wereld, een wereld vol zin en onzin, goed en kwaad.

Maar ze weten tegelijk dat er een compleet andere, neutrale wereld is, de wereld van de nuchtere feiten, van de objectieve oorzaken en gevolgen. Sinds de wetenschappelijke revolutie en het ontstaan van het wetenschappelijk wereldbeeld, zijn mensen in staat de tweespalt tussen de twee werelden te beseffen en te ervaren. Ze kunnen zich verwonderen over het feit/het wonder dat de betoverde wereld, de wereld van de wonderen die zich aan ons openbaren, het product is van een werkelijkheid die niets met tover of wonder te maken heeft. Toch zijn er weinigen, ook vandaag, die die verwondering kennen. Als ze al beseffen dat ze in twee verschillende werelden leven, veronderstellen ze ten onrechte dat die wel op een of andere manier te integreren zijn. Velen leven eigenlijk in een derde wereld: de wereld bestaande uit een continu bombardement van indrukken, beelden en verlokkingen, die perfect inspelen op de onrust en onbevredigdheid van het menselijk hart. Het is niet de wetenschap die daaruit kan redden.

Herman De Dijn is filosoof en emeritus hoogleraar aan de KU Leuven. Hij is de auteur van o.a. 'Hoe overleven we de vrijheid? Modernisme, postmodernisme en het mystiek lichaam' (Pelckmans, 2014), 'Rituelen. Waarom we niet zonder kunnen' (Polis, 2018) en 'Het Rooms-katholicisme. Een ongelooflijke godsdienst' (Halewijn, 2023)

Commentaren en reacties