JavaScript is required for this website to work.
Geopolitiek

Zijn er nog gevechtsvliegtuigen nodig?

NieuwsKasper Goossens23/11/2025Leestijd 3 minuten
Een massale verschuiving van bemande naar onbemande vliegtuigen is nog lang niet
aan de orde.

Een massale verschuiving van bemande naar onbemande vliegtuigen is nog lang niet aan de orde.

foto © Flickr - Defence Imagery

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

4,5 miljoen drones, dat was het productiedoel voor de Oekraïense industrie in 2025. Daarmee moest het beter doen dan de Russische industrie, die jaarlijks 3 à 4 miljoen drones van de productieband wil krijgen. Volgens sommigen moet de bestaande doctrine van de westerse strijdkrachten, gebaseerd op luchtoverwicht met gevechtsvliegtuigen, dan ook dringend plaats maken voor een nieuwe werkwijze, met drones als basis.

De NAVO heeft anno 2025 in totaal zo’n 3.300 gevechtsvliegtuigen in dienst, zo blijkt uit cijfers van Statista. De VS voeren wereldwijd de ranglijsten aan, met 1.343 gevechtsklare gevechtsvliegtuigen. Daarin zitten de hypermoderne F-35 Lightning en F-22 Raptor, maar ook de al wat oudere F-16’s of F-15’s. 

‘Idioten’, zo noemde Elon Musk de industriëlen die nog F-35’s bouwen, vergezeld van een filmpje waarop een honderdtal drones te zien zijn die zich als een zwerm voortbewegen. Musk voert een strekking aan binnen de wereldwijde intelligentsia die gelooft dat gevechtsvliegtuigen een reliek van het verleden zijn en dat drones de toekomst zijn. Dat is te kort door de bocht.

Niet ondanks, maar dankzij

Dat zegt ook Justin Bronk, luchtvaartexpert en onderzoeker bij de Britse denktank RUSI en gastprofessor aan de luchtvaartschool van de Noorse luchtmacht, in een recente publicatie. Hij waarschuwt dat westerse legers, aangedreven door de publieke opinie en beelden van onder meer de oorlog in Oekraïne, te veel de drone-kaart zullen trekken. Die analyse geldt zowel voor de strijd op land, waarbij doorgaans kleinere toestellen (zoals de kamikazedrones) worden ingezet, als voor de strijd in de lucht.

Zonder de benodigde conventionele middelen heeft investeren in drones weinig zin

In zijn publicatie geeft Bronk aan dat drones de conventionele middelen (infanteriesoldaten, pantservoertuigen en houwitsers, raketten en bommen) niet vervangen, maar hun succes net te danken hebben aan die gewone middelen. Die zorgen ervoor dat Rusland en Oekraïne niet kunnen vertrouwen op grote, georganiseerde troepenmachten, maar zich moeten beroepen op snelle, wendbare groepjes militairen. 

Zonder de benodigde conventionele middelen, zo beargumenteert Bronk, heeft investeren in drones weinig zin. Wel moeten westerse legers investeren in antidronesystemen; Rusland heeft intussen drones omarmd, zowel in de defensie-industrie als aan het front, en zal daar ook blijven gebruik van maken bij een mogelijk conflict met de NAVO.

Aanhangwagentje

Maar ook in de luchtdimensie (de grotere types drones, die met gevechtsvliegtuigen kunnen concurreren) haalt Bronk aan dat een massale verschuiving van bemande naar onbemande vliegtuigen nog lang niet aan de orde is. Geen enkel land beoogt dat momenteel; de grootmachten Rusland, China en de VS blijven inzetten op bemande vliegtuigen, vandaag en voor de komende decennia.

Voor tal van missies die gevechtsvliegtuigen vandaag uitvoeren, is de menselijke inschatting nog steeds onontbeerlijk. Volgens Bronk is de tijd van gevechten tussen vliegtuigen binnen elkaars gezichtsveld allesbehalve voorbij. In dat scenario is het nodig om aan de hand van eigen visuele vaststellingen de maneuvers van de tegenstander in te schatten. Ook tijdens interacties met burgervliegtuigen, bijtanken in de lucht en ingrijpen bij technische problemen blijken de menselijke zintuigen nog altijd onvervangbaar.

De menselijke zintuigen blijken nog altijd onvervangbaar

Wel zetten tal van landen massaal in op zogenoemde CCA’s, of Collaborative Combat Aircraft. Dat zijn drones die meevliegen met gevechtsvliegtuigen en van daaruit worden aangestuurd. De toestellen kunnen uitgerust worden met extra sensoren of munitie, als een soort aanhangwagentjes.

Vorige week nog voerde de Amerikaanse luchtmacht tests uit met een MQ-20 Avenger-drone. Die vloog autonoom rond, maar kon worden aangestuurd door de piloot van een F-22 Raptor-gevechtsvliegtuig, via een tablet in de cockpit. Niet veel later slaagde een Turkse Bayraktar Kizilelma-drone erin om een F-16 neer te schieten, maar ook die drone is bedoeld als CCA. 

Rol van de piloot

Voor de komende decennia lijkt het gevechtsvliegtuig zijn plekje dus nog niet meteen kwijt. Maar in tijden waarin moderne gevechtsvliegtuigen meer vertrouwen op software en de piloot dus iets minder aandacht moet besteden aan het besturen van het toestel, krijgt die nu wel andere taken: het aansturen van een vloot aan drones, die de piloot ondersteunen.

Justin Bronk vat in zijn publicatie de rol van drones samen: ‘Drones kunnen bijdragen tot de structuur en capaciteiten van NAVO-legers, maar zijn vooral geschikt om artillerie en gevechtsvliegtuigen toe te laten hun doelen te raken.’ De expert ziet hun rol dus als aanvullend, op alle vlakken en voor alle doelen.

Verder, zo geeft hij aan, is Oekraïne, ondanks de gigantische opschaling van hun droneproductie, de oorlog niet aan het winnen. ‘Antitankraketten en geavanceerde artilleriegranaten met antitankcapaciteit zijn nog altijd zeer gegeerd door Oekraïense commandanten om de Russische pogingen om door de frontlinie te breken af te weren, omdat ze betrouwbaarder zijn dan drones.’

Kasper werkt sinds oktober 2021 als freelance journalist. Hij schreef al voor verschillende media, waaronder Business AM, Marineschepen.nl en Het Nieuwsblad. Als journalist specialiseerde hij zich in defensie en geopolitiek. Kasper studeerde Journalistiek aan de Arteveldehogeschool in Gent.

Commentaren en reacties