Geschiedenis, Vlaamse Beweging
Frontpartij

100 jaar Frontpartij

Dageraad van het partijpolitieke Vlaams-nationalisme

13 februari 1919. De datum staat amper geboekstaafd. En toch is het een belangrijk moment voor de Belgische politieke geschiedenis in het algemeen, en die van de Vlaamse beweging in het bijzonder. Die dag wordt een nieuwe partij boven de doopvont gehouden. Het is meteen de start van honderd jaar Vlaams-nationalistische partijpolitiek.

Nog voor het Vlaamsche Front — zoals de partij heette — werd opgericht, waren er al een paar kleinere politieke Vlaams-nationalistische initiatieven. Waarbij het koppelteken tussen ‘Vlaams’ en ‘nationalisme’ van tel is. Ik hoor het prof. Louis Vos nog vertellen toen ik op Leuvense universiteitsbanken mijn broek versleet. Dán (pas) komt een politiek nationalisme de kop opsteken, dat niet langer zweert bij vernederlandsing van het onderwijs in het noorden van België. Neen, dan ontstaan er een beweging en een partij die van de institutionele hervorming van België hun doel maken. Tot en met het verdwijnen van de Belgische staat. Achtereenvolgens zijn de belangrijkste vertolkers van dat partijpolitieke Vlaams-nationalisme Vlaamsche Front (1919), Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV, 1933), Volksunie (1954), Vlaams Blok (1977/’78), N-VA (2001).

Voor WO I

Voor 13 februari 1919 bestond er vooral een cultuur- en taalflamingantisme. De belangrijkste eis waar, over de ideologische klerikaal-vrijzinnige grenzen heen, voor gestreefd werd was de Nederlandse ‘hogeschool’ in Gent. Een groepje jongeren als De Bestuurlijke Scheiding, rond het gelijknamige blad, stelde wel al een soort staatshervorming voor. Net als het intransigent-katholieke West-Vlaamse scholierenblad De Vlaamsche Vlagge. Voorts werd er enkel in het zuiden van het land om ‘structuurhervormingen’ geroepen, door socialisten nota bene.

De versnelling van de Groote Oorlog

Maar het is de Eerste Wereldoorlog die de vlam in de Vlaams-nationale pan steekt. De Leuvense historicus Lode Wils heeft er een belangrijk deel van zijn wetenschappelijk oeuvre aan gewijd. Geradicaliseerde flaminganten in de niet-bezette zone, onder invloed — ook financiële — van de Duitse bezetter en zijn ‘Alduitse’ ideeën, kwamen in de verleiding federalisme en zelfs afscheiding na te streven. De vrijzinnigen van Jong-Vlaanderen in Gent, beten de spits af. Daarin gevolgd door een bredere beweging die zichzelf ‘activisten’ noemde. In tegenstelling tot de zogenaamde passivisten die genoegen namen met vernederlandsing van cultuur, onderwijs, leger en administratie in Vlaanderen. Frans van Cauwelaert is leider en voorman van die laatsten — aan hem wijdde Lode Wils een monumentale biografie. De activisten kiezen op 22 december 1917 de vlucht vooruit, als hun Raad voor Vlaanderen de ‘politieke zelfstandigheid’ van Vlaanderen kiest. De affiche met de bekendmaking hangt vandaag in de inkomhal van het huis van Bart De Wever.

Als aan het IJzerfront een beweging ontstaat van verongelijkte Vlaamse onderofficieren en soldaten, ontstaat er een nieuwe dimensie in de geschiedenis van de Vlaamse beweging. Met clandestiene frontblaadjes maakten ze elkaar en de andere piotten diets dat het een schande was dat er in het Frans bevolen en gescholden werd, en in het Vlaams gesneuveld. De militaire overheid sloeg met harde hand terug, wat tot radicalisering van de Vlaamse frontsoldaten zorgde. Onder het motto ‘hier ons bloed, wanneer ons recht’ braken ze met de ‘flaminganterij’ en kozen ze eveneens voor een politieke oplossing. ‘Zelfbestuur’ heette die. De beweging stuurde ‘sublieme’ deserteurs naar het bezette België om er te getuigen van de situatie van de Vlaamse soldaten aan het front.

Frontpartij

Zo was de Frontleiding ‘rijp voor de oprichting van een Vlaams-nationalistische partij die de afbraak van de Belgische staat ten doel had en die bereid was daartoe de wet te overtreden,’ schrijft Bruno De Wever in de NEVB. Die partij ontstond op 13 februari 1919.

Al snel na de bevrijding van het Belgische grondgebied, vergaderden Vlaams-nationalistische voormannen met als doel zo’n partij op te richten. Frontleiders én activisten vonden elkaar. Onder het motto ‘Godsvrede’ (pluralisme) wou men de klassieke klerikaal-vrijzinnige breuklijn overbruggen. En geweld schuwde men niet. Ierland in 1916, Rusland in 1918… het waren maar een paar revoltes waar ook sommigen in Vlaanderen van droomden. Maar zo ver kwam het niet. Het was ook niet nodig, want ondertussen was er — buiten de Grondwet om — het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd. Elke mannelijke Belg had voortaan één stem.

Dat had heel wat gevolgen. Binnen de katholieke partij werden de Vlaamsgezinde christendemocraten een aanzienlijke groep. De socialisten werden een politieke macht om rekening mee te houden. En naast katholieke cultuurflaminganten traden nu ook vijf Vlaams-nationalisten toe tot de Kamer. De Frontpartij had immers 5,2% gehaald in de Vlaamse kieskantons. En dan werden nog geeneens in alle arrondissementen lijsten ingediend — de partij en de beweging stonden nog erg zwak in de patriottische nadagen van de Groote Oorlog.

Van partij tot mini-zuil

De kernwaarden van de partij waren dezelfde als die van de latere IJzerbedevaarten: ‘nooit meer oorlog’, ‘godsvrede’ en uiteraard ‘zelfbestuur’. Daarnaast ijverde de partij ook voor amnestie voor de veroordeelde activisten zoals August Borms of de Jood Marten Rudelsheim. Met dat programma veroverde de partij al snel een stabiele, maar marginale, plek in het partijpolitieke landschap. Enkel in 1929 piekte ze met elf zetels. De eerste verkozenen kennen we nu als illustere voormannen van de Vlaamse beweging. ‘Ruwaard’ Adiel Debeuckelaere (Aalst), Hendrik Borginon (Antwerpen), de radicale daensist Karel-Leopold van Opdenbosch (Aalst), onderwijzer Staf De Clercq (BHV) en de latere communist Boudewijn Maes (Gent) zijn namen die lang klonken als klokken op IJzerbedevaarten en bijeenkomsten van het Verbond van Vlaamse Oud-Strijders (VOS).

De partij werd in de jaren 20 ook de spil van een kleine zuil, met vele Vlaamse huizen over het hele land. Met mutualiteiten (‘kassen’), regionale krantjes, haar eigen dagblad De Schelde, vakbonden en middenstandsorganisaties.

Sleet en slot

Al in de vroege jaren 20 kwam er sleet op de partij. De coherentie rond de drie traditionele kernthema’s ging zoek. Meningsverschillen, niet het minst de breuklijn tussen vrijzinnigen en katholieken, zorgden voor permanente crisis. Ook de gelovige katholieken streden onderling over de ware weg; West-Vlaamse traditionalistische katholieken waaronder Joris van Severen versus cultuurkatholieken. En zo doken er de komende jaren vele nieuwe splinterpartijen op, die onder eigen naam, in kartel, of lijstverbinding naar de kieshokjes trokken. Ook de politieke strategie — federalisme (reformisme), separatisme, Groot-Nederland — zorgde voor de nodige twisten en afscheuringen. Het werd de ondergang van de Frontpartij.

In de plaats kwam een ‘verbond’ van lokale en regionale nationalistische partijen in 1933 met het VNV van ‘leider’ Staf De Clercq. De rest is geschiedenis. Of toch niet: de Frontpartij zou in Antwerpen niet toetreden tot het VNV en — hoewel officieel pluralistisch — nog een vrij radicale links-vrijzinnige, reformistische en pacifistische koers volgen. Daarmee was die partij, samen met de communistische partij, in feite de grootste antipode van het rechts-autoritaire en Grootnederlandse VNV. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 slaagde de partij er niet in haar ene gemeenteraadszetel te behouden. De rest is geschiedenis.

Nachleben

In de herinnering van de politieke Vlaamse beweging, is de Frontpartij wel van belang geweest. Omdat het de eerste partijpolitieke vertaling was van een nationalisme dat structuurhervormingen eiste. Het is daar dat federalisme politiek voor het eerst werd gemunt. De Volksunie heeft altijd teruggegrepen naar de traditie van de Frontpartij, daarbij gemakshalve de (collaboratie)geschiedenis van het VNV vermijdend. Het latere progressieve Europees Parlementslid voor de Volksunie, Maurits Coppieters, heeft een hele oeuvre opgebouwd rond het ‘Frontnationalisme’ van de jaren 20. Dat was internationalistisch, economisch links, pacifistisch, reformistisch (als: federalistisch, niet anti-Belgisch) en pluralistisch. Behalve die lijn van structuur- of staatshervormingen, is er geen enkele meer met de huidige partijpolitiek van N-VA noch Vlaams Belang. Wat rest is geschiedenis, en herinneringen. En die bepalen natuurlijk deels de identiteit van de Vlaamse beweging en haar partijpolitieke vertegenwoordiging.

 

_____

Meer lezen?

In deel 3 van de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging de artikels ‘Vlaamsche Front’ en ‘Vlaams-nationalistische partijen’, allebei van prof. Bruno De Wever. Tielt: Lannoo, 1998

Daniël Vanacker, De Frontbeweging, Koksijde: De Klaproos, 2000.

Lode Wils, Onverfranst, onverduitst? Flamenpolitik, Activisme, Frontbeweging, Kalmthout: Pelckmans, 2014.

Frank Seberechts, Onvoltooid Vlaanderen. Van taalstrijd tot natievorming, Antwerpen: Vrijdag, 2017. (Mocht u dit boek willen kopen, kan dat voor 15 euro incl. verzendkosten; mailen naar [email protected])

Guy Leemans e.a. (red.), ‘Alleen in u – o koning – geloven wij nog, Antwerpen: Peristyle, 2017. (Te koop in de Doorbraak webwinkel.)

 

Karl Drabbe

Karl Drabbe is uitgever non-fictie bij Vrijdag en van Doorbraak Boeken. Hij is historicus en wereldreiziger en werkt al sinds 1993 mee aan Doorbraak.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Karl Drabbe?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium