JavaScript is required for this website to work.
POLITIEK

A propos, ik heb gelijk gekregen…

ColumnSiegfried Bracke11/11/2025Leestijd 4 minuten

foto © SB, DB

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

De rechter heeft gesproken: aan de uittredingsvergoeding die ik tot maart 2023 kreeg als ex-voorzitter van de Kamer, is volstrekt niets onwettigs. Als er één ding onwettig was, zegt de rechter, dan was het de beslissing van de Kamer om de betaling van die uittredingsvergoeding stop te zetten, en het al uitbetaalde deel terug te vorderen.

Die affaire heeft, leek het wel in de lente van 2023, de hele wereld dagen beziggehouden. In alle media was mijn slechtheid nieuws van de eerste orde. Mét uitgebreid commentaar. Ook vanuit de politiek, ook vanuit mijn eigen partij. Kristof Calvo en Peter De Roover – in het wereldkampioenschap politieke ijdeltuiterij nochtans ijzersterke concurrenten – gingen eensgezind in de studio zitten om het te hebben over dit nieuwe absolute dieptepunt in de politieke cultuur. Zelf wisten ze, zegden ze, niets van dat systeem af. Het moest, zegden ze, zonder twijfel in het geheim zijn opgezet. Grootschalige fraude dus, die tot op het bot moest worden uitgespit. Het parket moest worden ingeschakeld.

Vooral de rol van De Roover was opmerkelijk. Hij had namelijk de vergadering waarop dit wereldschandaal was naar boven gekomen niet eens meegemaakt. Maar niet goed weten waarover het gaat, en toch voor de camera’s komen, het is nog gebeurd.

Extreem laakbaar

De mediacommentaren logen er ook niet om: extreem laakbaar was ongeveer het vriendelijkste wat er toen te horen viel. En nog opvallend: het ging in mijn geval over een vergoeding van 1500 euro netto. In geen tijd werd dat ‘vele duizenden’, en nog wat later nog veel meer. Het was opvallend te zien hoe de terminologie van de PvdA – de partij leeft van het electoraal vermarkten van opgestookte toestanden – werd overgenomen door de media en daarna door de politiek.

En uiteraard had ik volgens de watchers die uittredingsvergoeding hoogstwaarschijnlijk zelf geregeld. Hadden die toen ook maar een heel klein beetje huiswerk gemaakt, ze zouden hebben gelezen dat die vergoeding in haar huidige vorm is ingevoerd ruim tien jaar vóór ik politiek actief was…

Wraakactie

Niet uit de eigen partij maar wel vanuit verschillende andere politieke partijen, ook Franstalige, kreeg ik toen telefoontjes. Met ongeveer altijd dezelfde boodschap: wij hebben dit niet gewild, maar we zijn erin geluisd door twee ambtenaren die onder één hoedje hebben gespeeld met de PVDA. En ook de niet al te begiftigde Kamervoorzitster was daardoor in snelheid gepakt, net zoals het hele Kamerbestuur. Maar, kwam er dan altijd op het einde, we kunnen nu niet terug, politiek, dat begrijp je wel.

Het ging om een wraakactie.

Dat van die ambtenaren klopt: het ging om een wraakactie. De uittredingsvergoeding voor hoge ambtenaren was namelijk recent afgeschaft. De twee zagen die vergoeding dus door hun neus geboord, en kozen voor de eenvoudige toepassing van het aloude: wij niet, zij dan ook niet. Zij verzonnen de onwettelijkheid, om hun ex-collega’s eens ferm te kloten.

Maar de Kamer ging daar dus helemaal in mee. Ondanks een andersluidend advies van de eigen (gerenommeerde) juridische dienst, die toen bijna letterlijk voorspelde wat vandaag de rechter heeft besloten. Maar de juridische dienst werd gewoon opzij geduwd. In de plaats kwamen twee peperdure advocatenkantoren die bereid waren de gewenste stelling over de onwettigheid te verdedigen, ook al hadden zelfs zij er eerst ernstige bedenkingen bij…

DIEF

Het bewonderenswaardig grondig werk van de Kamer en van de media bleef natuurlijk niet zonder gevolg. Op straat, in de sociale media: op Twitter liepen de riolen over, de bagger gutste tegen de plinten. Op straat werd ik uitgescholden, zelfs fysiek aangevallen. Op mijn auto was aan twee kanten DIEF te lezen. En dat duurt – zij het natuurlijk minder intensief – nog altijd voort. Na meer dan twee jaar. Profiteur, graaier, smeerlap, fraudeur, …

Toen ik liet weten dat ik naar de rechter zou stappen omdat ik vond (en vind) dat decennialang geldende regels, rechten en plichten moeten worden nageleefd en niet zomaar flagrant geschonden mogen worden – eigenlijk het basisprincipe van elke rechtsstaat – opende (alweer) Peter De Roover een nieuwe dimensie in de discussie. Vermoedelijk was dat in de N-VA zo afgesproken. De Roover zei dat het eenieders recht was naar de rechter te gaan, maar hij vond dat hier wel totaal immoreel. Liesbeth Homans zei dat het ‘ronduit verwerpelijk’ was. Bart De Wever zei dat hij in mijn plaats geen oog meer zou dichtdoen…

Op straat werd ik uitgescholden, zelfs fysiek aangevallen.

Dat is een interessant punt. Kan naar de rechtbank gaan immoreel zijn? Ja dus, vindt De Roover. Was ik De Roover, ik werkte met het hele parlement dag en nacht om de immorele wetten die toestaan dat iemand de rechter raadpleegt, te wijzigen of af te schaffen. Of zal de Kamervoorzitter het passe-partout van de activistische rechter nog maar eens bovenhalen?

De ‘kennelijke onwettigheid’ vloeide volgens de Kamer – op aangeven van die twee ambtenaren dus – voort uit het feit dat in de besluitvorming over die vergoeding één keer het Bureau van de Kamer, als schakel in het beslissingsproces, zou zijn overgeslagen. ‘Is dat werkelijk het enige argument van de Kamer?’ vroeg de rechter op de slotzitting. Dat werd zonder meer toegegeven.

In het vonnis komt de rechter daarop terug. De lijst van momenten waaruit blijkt dat de Kamer minstens twintig jaar lang wel degelijk wist waarover het ging, of minstens had kunnen of moeten weten waarover het ging, die lijst is van een overtuigende lengte. Minstens twintig jaar lang stond dat allemaal klaar en duidelijk in de begroting, die keer op keer plenair is goedgekeurd. Men hoefde maar te lezen… Toch werd (ook binnen de N-VA) gezegd en geschreven dat of ikzelf, of Herman De Croo dat hadden opgezet. (In werkelijkheid is men met die extra vergoeding begonnen in 1971. De socialist Achiel Van Acker was toen Kamervoorzitter.)

De rechter merkt op dat men ‘kennelijk uit het oog verloor dat ook bij het geven van een politiek signaal het recht moet nageleefd worden.’

Maar Calvo, De Roover en zeer vele anderen waren dus diep geschokt te vernemen dat zo’n vergoeding ook maar kon bestaan. De rechter: ‘Van parlementsleden mag gezien hun functie meer dan gemiddelde aandacht worden verwacht bij onderzoek van de teksten die aan hun beoordeling worden onderworpen… Alle leden van de plenaire Kamer konden voorafgaand aan de stemming over de begroting kennis nemen van het verslag van de commissie comptabiliteit, vragen stellen, amendementen indienen, zelf onderzoek doen naar de grondslag van de uitkering aan de gewezen voorzitters of zelf informeren bij de dienst boekhouding. Voor de begroting van 2022 konden zij allen kennis nemen van het voorstel tot afschaffing dat werd weggestemd.’

De Kamer vindt ook dat al wie zo’n vergoeding heeft gehad moet terugbetalen, om ‘een politiek signaal te geven.’ De rechter merkt op dat men ‘kennelijk uit het oog verloor dat ook bij het geven van een politiek signaal het recht moet nageleefd worden.’ Een zin als een huis.

Al geef ik het u op een blaadje: de Kamer zal, zelfs zonder het vonnis grondig te lezen – want lezen, daar houden de Kamerleden niet van – in beroep gaan. ‘We kunnen nu niet terug. Politiek. Dat begrijp je wel…’

Uit principe

Ik ben ervan overtuigd dat ik – als ik lang genoeg blijf leven – ook finaal zal winnen. Zoals de rechter het zegt is er werkelijk geen enkele juridische grondslag voor het niet langer betalen van de uittredingsvergoeding. En dus ook niet voor de terugvordering.

Weldra komt het punt waarop die hele toestand mij meer heeft gekost dan het mij ooit kan opbrengen. Toch ga ik door. Uit principe. Ik bereid mij voor op een nieuwe portie bagger.

En van bagger gesproken, ik parafraseer Machiavelli: wie op de politiek bouwt, bouwt op modder.

Siegfried Bracke was voor de N-VA Kamervoorzitter en gemeenteraadslid in Gent. Voordien was hij journalist bij de VRT.

Commentaren en reacties