JavaScript is required for this website to work.
Communautair

Abortus toont diepe ethische kloof in België

Mark Geleyn3/3/2020Leestijd 5 minuten
Patrick Dewael, Kamervoorzitter, gekozen door de abortuscoalitie.

Patrick Dewael, Kamervoorzitter, gekozen door de abortuscoalitie.

foto © Reporters / QUINET

Het wetsvoorstel over abortus werpt een schaduw op de regeringsonderhandelingen en diept de communautaire kloof in België verder uit.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Het wetsvoorstel over abortus werpt een schaduw op de onderhandelingen voor de vorming van een federale regering. Het lijkt een bijkomende kwestie, maar kan een breekpunt worden. De kloof tussen Vlamingen en Franstaligen is diep.

Waar staan we in het abortusdossier?

Amper een jaar nadat het Belgische parlement een nieuwe abortuswet had gestemd, wilden liberalen, socialisten, groenen en communisten in november 2019 een nieuwe wet. Zij vonden elkaar rond een wetsvoorstel om de periode waarin abortus op aanvraag mogelijk is, op te trekken van 12 naar 18 weken. Zij willen de bedenktijd herleiden van 1 week naar 2 dagen, abortus uit het strafwetboek verwijderen en abortus juridisch tot een medische handeling maken.

De politieke partijen die zich verzetten tegen een nieuwe abortuswet, zo kort na de vorige wet, bekwamen dat de Kamervoorzitter een advies vroeg aan de Raad van State. Dat advies ligt nu klaar. De Raad spreekt zich – zoals verwacht – niet uit over de kernelementen in het wetsvoorstel en zegt dat ‘de wetgever een grote beoordelingsruimte heeft voor de keuzes die hij maakt inzake zwangerschapsafbreking’. De Kamer zal nu het wetsvoorstel zeer binnenkort opnieuw bespreken en misschien einde maart over het wetsvoorstel stemmen.

In Vlaanderen zou een ruime meerderheid (N-VA, CD&V en VB) het abortuswetsvoorstel verwerpen. In Franstalig België daarentegen zou enkel de kleine partij cdH tegenstemmen. Dat maakt dat het wetsvoorstel in het federale parlement kan goedgekeurd worden met ongeveer 90 tegen 60 zetels. Een wel zeer communautair gekleurde stemming, die zou illustreren hoe zeer verschillend noord en zuid in dit ethisch dossier denken.

De 500 vrouwen die naar Nederland ‘moeten’

De partijen die een nieuwe abortuswet willen, verwijzen steevast naar de situatie van 500 vrouwen die na de 12de week voor een abortus naar Nederland ‘moeten’ gaan. In het rapport van de Nederlandse overheid lezen we dat het hier in 2018 om 444 vrouwen ging uit België en Luxemburg. Het rapport zegt niet of het hier enkel ging om abortussen na de 12de week, of ook om vroege abortussen die zwangere vrouwen om privéredenen liever niet in België wilden laten uitvoeren.

Mocht het toch om late abortussen gaan, dan stelt zich een ernstig probleem. 444 abortussen op jaarlijks 20.000 in ons land, is ongeveer 2,5%. Wat blijkt nu in Nederland: van de 30.000 abortussen in 2018, waren 5.447 een tweede trimesterabortus. Dat is 18%. Het legaliseren van late abortussen zou dus kunnen betekenen dat het aantal late abortussen in ons land toeneemt in plaats van afneemt, en wel met een factor 7! Dit kan toch niet de bedoeling van een nieuwe wet zijn?

Deze cijfers tonen dat een controle op de zwangerschapsduur echt wel nodig is om het aantal abortussen laag te houden. Die controle is mogelijk, door het ter beschikking houden van de echografie van elke abortus die gebeurt, en door het handhaven van de 12 weken.

Verlenging naar 18 weken is een juridische fictie

Het abortuswetsvoorstel wil de termijn voor een abortus op aanvraag verlengen tot 18 weken. Zulke grens is niet alleen arbitrair, maar ook fake. Inderdaad: het depenaliseren van abortus, met andere woorden, het uit het strafrecht verwijderen, betekent dat er geen sancties meer zijn voor een abortus, als de zwangere vrouw ermee instemt. Abortus wordt dan mogelijk tot aan de geboorte.

In Nederland is de termijn nu 22 weken, maar daarna gelden wel degelijk sancties. Het vastleggen van een termijn van 18 weken, zonder sancties voor abortus erna, is derhalve een juridische fictie. Die fictie is wel nuttig voor het politiek debat, want het aanhouden van die termijn suggereert een zekere ethische reserve, een zekere schroom, terwijl in de praktijk ongeboren kinderen tot de negende maand kunnen afgevoerd worden.

‘Colloque singulier’

Eigenlijk zijn de huidige sancties al enkel nog van symbolische aard. Sinds de abortuswet van 1990 is er trouwens geen enkele klacht ingediend en is er nooit enige sanctie uitgevoerd. En dat over een periode van dertig jaar.

Dat heeft te maken met de manier waarop de zwangere vrouw en haar arts overleggen. Elk gesprek tussen arts en patiënt is een ‘colloque singulier’, waarin de buitenwereld geen inzage heeft en waarop derden geen inspraak kunnen doen gelden. Als een arts oordeelt dat abortus aan te bevelen is, is zijn beslissing niet vatbaar voor juridische kritiek.

Abortus als medische handeling

Het wetsvoorstel wil abortus, eenmaal uit het strafwetboek verwijderd, omvormen tot een loutere medische handeling. Dat is wel een drastische scheeftrekking van de geneeskunde en van de deontologie van het genezen. Abortus is per definitie geen daad van genezing. Het is niet zoals het wegnemen van een gezwel of een appendix. Zwangerschapsafbreking is een wilsdaad, die de dood van ongeboren leven met zich brengt.

Maar het omvormen tot medische handeling heeft wel juridische consequenties. Want dan geldt namelijk de wet op de patiëntenrechten. Die wet bepaalt dat elke patiënt, voorafgaand aan een ingreep, volledig geïnformeerd moet worden, niet alleen over de operatie maar ook over de alternatieven. Correcte informatie over abortus impliceert het tonen van de echo van het kind. Dat is nu precies wat de abortuscentra vaak bewust niet doen, om de vrouw ‘niet in onzekerheid te brengen’ door de confrontatie met het leven in haar schoot.

Correcte informatie over alternatieven voor abortus houdt in dat over zorgformules gesproken wordt die aan de nood van de vrouw tegemoet komen (sociale hulp, adoptie). En tenslotte, omdat abortus vaak uit financiële zorgen voorkomt, zou in dat gesprek ook de verwekker moeten betrokken worden om hem te wijzen op zijn financiële verantwoordelijkheid.

Sociale problemen moet men met sociale ingrepen oplossen en niet met abortus.

Verkrachting, incest, handicap

In alle debatten over abortus wijzen voorstanders van recht op abortus erop dat het onaanvaardbaar is een vrouw te verplichten een kind ter wereld te brengen dat de vrucht is van incest of verkrachting of dat een zware handicap heeft. Die vrouwen verdienen begrip. Men kan voorstander zijn van het onvervreemdbare recht op leven van elk ongeboren kind, maar de tragiek waarmee de aanstaande moeder in deze gevallen geconfronteerd wordt, is groot. Hier moeten empathie, begrip en het niet veroordelen van de beslissing van de zwangere vrouw voorrang hebben.

Maar verkrachting, incest en handicaps vertegenwoordigen een heel klein deel van de noodsituaties die ingeroepen worden voor abortus. Het laatste verslag dat de evaluatiecommissie voor zwangerschapsafbreking in 2012 opstelde, telde voor 2011 in ons land 29.431 noodsituaties. 596 maal werden lichamelijke problemen van de vrouw ingeroepen (2,0% van het totaal) en 330 maal lichamelijke problemen van het ongeboren kind (1,1%). Verkrachting werd 47 maal ingeroepen (0,2%), incest geen enkele maal. Alles samen 3,3% op bijna 30.000 ingeroepen noodsituaties.

Van de resterende 96,7% ‘noodsituaties’ werden vooral genoemd: de vrouw voelt zich te jong (11,1%), alleenstaande vrouw (2,8%), nu geen kinderwens (18,4%), voltooid gezin (8,3%), financiële redenen (8,3%), werksituatie (4,8%), relatie verbroken (5,5%), partner aanvaardt zwangerschap niet (2,6%), occasionele relatie (2,5%), te recente relatie (5,1%), partnermoeilijkheden (4,9%). Pogingen om de wetgeving te versoepelen hebben dus zelden te maken met de gezondheid van zwangere vrouwen, en zeker niet met het belang van het ongeboren kind.

De komende weken

Dat er binnenkort een nieuwe abortuswet komt, lijkt waarschijnlijk. Liberalen, socialisten en groenen (en communisten) vonden mekaar, en zij beschikken in het federaal parlement over een ruime meerderheid, ook al is in Vlaanderen een grote meerderheid tegen. Voor de libertijnen, die zichzelf ‘ethisch progressieven’ noemen, is een nieuwe abortuswet een zege in de ideologische cultuurstrijd voor autonomie van het individu, los van traditionele moraal en gezagsstructuren. Het recht van het ongeboren kind op leven en op bescherming door de eigen moeder, is een notie die moet wijken voor het recht van de vrouw om soeverein te beslissen over het leven in haar schoot. Ik vind dit een breuk in de beschaving.

Dat diezelfde partijen op die manier de scheur tussen noord en zuid in dit land verder gaan opentrekken, met alle gevolgen van dien, zullen ze er waarschijnlijk zonder veel nadenken bijnemen.

Een nieuwe abortuswet zou uiteraard wegen op de gesprekken voor de vorming van een federale regering. Voor de CD&V is het moeilijk denkbaar daarna in een regering te stappen met diezelfde abortuspartijen. Of dit deze partijen ervan zou weerhouden de wet toch door te duwen, betwijfel ik.

Voormalig directeur generaal op Buitenlandse Zaken en ambassadeur van België in Israel en in Duitsland

Meer van Mark Geleyn
Commentaren en reacties