fbpx


Wetenschap

Bert De Munck: ‘Het pandemiebeleid was eigenlijk door en door neoliberaal’

Laat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen over hun lichaam en leven



Wetenschapshistoricus Bert De Munck (Universiteit Antwerpen) heeft twee jaar zitten broeden op een covid-kritisch boek. Door als geschiedkundige de nodige tijd uit te trekken om af te wegen en te observeren, heeft hij met Leven en laten leven. Een kritische geschiedenis van de pandemie een vlot leesbaar werk geschreven over de covid-periode en het eenzijdige beleid. Vooralsnog wordt De Munck genegeerd in de klassieke media. Zeer ten onrechte, want de man is de beminnelijkheid zelve. Zo kon hij ook Erika Vlieghe…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Wetenschapshistoricus Bert De Munck (Universiteit Antwerpen) heeft twee jaar zitten broeden op een covid-kritisch boek. Door als geschiedkundige de nodige tijd uit te trekken om af te wegen en te observeren, heeft hij met Leven en laten leven. Een kritische geschiedenis van de pandemie een vlot leesbaar werk geschreven over de covid-periode en het eenzijdige beleid.

Vooralsnog wordt De Munck genegeerd in de klassieke media. Zeer ten onrechte, want de man is de beminnelijkheid zelve. Zo kon hij ook Erika Vlieghe tot een degelijk debat verleiden, zoals bleek uit de boekvoorstelling aan de Universiteit Antwerpen. ‘Ik heb echter van bij aanvang kritiek geleverd op de rol van wetenschap en experts, en daar hebben de klassieke media het nog steeds moeilijk mee.’

Ruim baan dus voor Doorbraak, voor een uitgebreid gesprek met een progressief-linkse wetenschapper.

Technocratisch

Over neoliberalisme zullen we het straks hebben. U dicht het beleid en de experts in de eerste plaats een onbuigzame ‘technocratische’ houding toe. Heeft het zin om alle GEMS-leden en Frank Vandenbroucke altijd een wetenschappelijke houding aan te wrijven? Zij herhaalden vaak dat er veel onzekerheid was rond covid-19. Op zich een prima wetenschappelijke houding. Maar als men het niet weet, en men predikt niettemin dat iedereen onder de indruk moet zijn van het virus, dan heeft dat volgens ons meer met een geloofsbelijdenis te maken, dan met technocratie of wetenschap. Wat denkt u?

De Munck: ‘Ik zou het probleem anders formuleren: In tijden van onzekerheid is het op het eerste gezicht logisch om preventief in te grijpen. Daar is op zich niks mis mee. Maar van bij aanvang is de komst van het virus door wetenschappers en journalisten te veel voorgesteld als een technisch probleem, dat met wetenschap en technocratie moet worden aangepakt. Dat de gekozen aanpak ook rust op een ethische keuze, kwam nooit ter discussie.

Binnen de wetenschappelijke en intellectuele wereld is er een groot onvermogen om in te zien dat met het voorbije covid-beleid een dwingende ethische keuze aan de bevolking is opgedrongen. Als men zegt dat de viruscirculatie koste wat het kost moét afgeremd worden, en de mortaliteit te allen prijze moét teruggedrongen worden, dan dring je een bepaald wereldbeeld op — een wereldbeeld dat op een biomedische opvatting van de werkelijkheid terugvalt. In mijn ogen is het nodig om met geschiedkundige blik afstand te nemen om te begrijpen waar dat vandaan komt.’

U haalt in uw boek dit voorbeeld aan: tijdens de griepepidemieën van de jaren ’50 en ’60 vielen er verhoudingsgewijs meer doden dan tijdens de covid-crisis. In de twintigste eeuw waren tijdens een erge epidemie de schoolklassen even leeg omdat kinderen thuis uitziekten. Hoe komt het dat we een dikke halve eeuw later menen dat we zelfs scholen moeten sluiten?

‘Dat is inderdaad de grote vraag die mijn boek tracht te beantwoorden. Als je historisch uitzoomt, dan zie je dat we er in geslaagd zijn de levensverwachting steeds verder op te drijven en de brutosterfte — het aantal overlijdens per jaar of per maand per 100.000 mensen — verder terug te dringen. Een groot deel van het succes is precies het gevolg van het overwinnen van infectieziekten.

Maar je kan natuurlijk niet verwachten dat de brutosterfte — die sinds de jaren 1980 nog stelselmatig verder is afgenomen — tot in de eeuwigheid zal blijven afnemen. Hoe ouder de bevolking, hoe kwetsbaarder voor een virus als SARS-Cov-2. In die zin kan je covid volgens mij zien als een soort realitycheck. In 2020 zijn we wat de brutosterfte betreft eenmalig en kortstondig teruggekeerd naar het niveau van midden jaren tachtig, in andere landen zelfs veel minder ver in de tijd. De vraag is: welke prijs willen we betalen om dat te voorkomen? Rechtvaardigt dit het stilleggen van het leven zoals in 2020 en 2021 is gebeurd? Ik denk van niet.’

Arm omwringen

‘Begrijp me niet verkeerd. Ik heb geen probleem met een bepaalde visie van de overheid, of met een beperkte hoeveelheid maatregelen, en zeker niet met aanbevelingen. Maar er zijn flink wat mensen die zichzelf niet aangesproken voelen, en die niet door het leven willen met de constante herhaling dat er een virus is. Ook oudere mensen, trouwens. Dit zijn mensen die een andere ethische keuze zouden maken, maar die in 2020-21 gewoonweg geen keuze hadden. Zij zijn de arm om gewrongen.

Dat is het grote verschil met de jaren ’50 en ’60, toen de overheid zich wel nog hield aan de premisse dat de bevolking zelf verstandig en volwassen genoeg was om met epidemieën om te gaan. En dat is dus waar een technocratie voor zorgt. Discussies en debat over algemeen belang worden verdrongen door technische discussies onder experten. En het algemeen belang gaat samenvallen met de visie van experts daarop.

Onder druk van de media is er vandaag meer ontzag voor wetenschappelijke expertise dan voor politiek, en wordt verwacht dat de politicus “wetenschappelijk advies” volgt. Dat klinkt goed, maar de pandemie heeft geleerd dat daar grenzen aan zijn en dat er dringend nood is aan meer politiek, in plaats van minder. Ik ben er vrij zeker van dat flink wat politici zelf bedenkingen hadden bij het gevoerde beleid, maar dat zij door de grote impact van experts en media geen kant op konden.’

De covid-tegenbeweging heeft vorm gekregen buiten de klassieke universitaire kaders, en weegt nu op het debat, ook met dank aan alternatieve media. Dus: kunnen academici niet meer het heft in eigen hand nemen, en alternatieve universiteiten stichten?

‘Daar ben ik absoluut geen voorstander van. Een deel van de kritiek speelt zich wel degelijk af binnen de universiteit. Niemand heeft me verhinderd dit boek te schrijven, en ik heb dan wel kritiek gekregen, maar ik ben niet gecensureerd en heb altijd netjes mijn gedacht mogen zeggen en mijn onderzoek mogen voortzetten. Ik geloof in de rol van publieke instellingen als een universiteit. Als ik buiten de universiteit zou moeten treden, dan zou ik op zoek moeten naar privéfinanciering. Dan vergroot je de impact van externe belangen nog meer.

Mensen als psycholoog Mattias Desmet en gezondheidseconoom Lieven Annemans zijn controversieel voor de media, en ze doen ook binnen de universiteit wenkbrauwen fronsen, maar de universiteit geeft hen tegelijkertijd wel de vrijheid om hun ding te doen.

Nu, dat betekent niet dat er geen problemen zijn. De Universiteit Gent heeft zich op een gegeven ogenblik publiekelijk gedistantieerd van een uitspraak van Lieven Annemans die naderhand juist bleek te zijn. Dat is een gigantische uitschuiver. Bovendien blijven de grootste problemen onder de radar. Wat durven jonge onderzoekers nog zeggen aan de koffiemachine? In hoeverre heeft de dominante visie onder wetenschappers een impact op hun onderzoeksvoorstellen, of het succes daarvan?’

Geen zelfreflectie

‘Er is binnen de wetenschappelijke wereld een groot tekort aan zelfreflectie. De manier waarop de institutionele mechanismen van het wetenschapsbedrijf de laatste decennia geëvolueerd zijn, is zeer ongezond. Alles draait rond impact en zogenaamde excellentie, maar dat genereer je niet noodzakelijk met het beste onderzoek. Al te vaak is kwantiteit belangrijker dan kwaliteit. En al te vaak zijn het niet de meest degelijke maar de meest spraakmakende onderzoeken die komen bovendrijven. Voor jonge wetenschappers is dat dramatisch. Zij staan onder een enorme druk om te onderzoeken wat direct resultaat oplevert, en om zich te conformeren aan de dominante tendensen in het onderzoek.’

Zijn die mechanismen kenmerkend voor onze tijd, of zijn er geschiedkundige parallellen?

‘Dat is een moeilijk vraag. Enerzijds zie je dat er ook in het verleden al te gemakkelijk een onderscheid werd gemaakt tussen de “redelijken” en de “redelozen”. Nagenoeg elke protestbeweging werd en wordt in diskrediet gebracht door de eisen of visies ervan “irrationeel” te noemen. Anderzijds kan je er niet omheen dat het politieke debat en de ideologische tegenstellingen de laatste decennia steeds verder naar de achtergrond worden verdrongen en worden vervangen door een tegenstelling tussen “wetenschappelijk” en “onwetenschappelijk”. Dat is wat een technocratie doet.

Tijdens de verzuiling waren er ook kampen, maar toen gaven politieke en levensbeschouwelijke verschillen de doorslag. Nu wordt nagenoeg elk cruciaal politiek debat geframed als een tegenstelling tussen enerzijds mensen die mee zijn met de wetenschap en anderzijds mensen die ten prooi vallen aan fakenews en complotdenken. Je hoeft dan niet meer te luisteren of in debat te gaan. Maar zo doodt je wel het politieke debat, dat in essentie over ethische keuzes gaat. Of zou moeten gaan.’

Vindt u dat de conservatieve levensvisie niet beter de grieven van de covid-critici begrijpt? Wie voorstander is van een streng covid-beleid, is in grote mate progressief. De conservatieve visie dat de overheid veel te hard ingrijpt voor iets wat nauwelijks te controleren is, wordt door progressief links op basis van morele argumenten belachelijk gemaakt. Hoe staat u daar tegenover als linkse denker?

‘Vandaag lijkt dat zo, maar aan de rechterzijde is het ook heel lang stil gebleven, en de eersten die kritiek gaven — waaronder ikzelf — waren vaak eerder links. Maar dat neemt inderdaad niet weg dat het voor linkse en progressieve intellectuelen moeilijker is om alternatieven te zien. Ik denk dat dat komt omdat ze vasthangen aan denkkaders die in de pandemie-context geen steek houden. De door de overheid opgelegde solidariteit werd bijvoorbeeld bijna automatisch diametraal tegenover egoïsme geplaatst.

Terwijl je natuurlijk net zo goed kan stellen dat het egoïstisch is om verregaande offers te vragen van jonge, gezonde mensen, ter wille van de eigen bescherming tegen een virus. Het hangt gewoon af van de ethische positie die je inneemt. Er valt wel wat te zeggen voor de idee dat lockdown-denken in het verlengde ligt van de hoge levenseisen die vooral de westerse middenklasse zich eigen heeft gemaakt.’

Nieuw tijdperk

‘Veel linkse opiniemakers lijken het strikte lockdownbeleid ook gezien te hebben als een reactie en correctie op het neoliberale beleid van de laatste decennia, maar dat is volgens mij gebaseerd op een verkeerd begrip van wat neoliberaal precies betekent. Neoliberaal beleid wordt te gemakkelijk gereduceerd tot besparingsbeleid en tot het verwaarlozen van de zorg. Daardoor werd de aandacht voor de zorg en de zorgcapaciteit tijdens de pandemie gezien als de voorbode van een nieuw tijdperk. Maar neoliberale mechanismen zijn veel complexer dan dat, en als je wat dieper graaft, dan zie je dat het pandemiebeleid zelf door en door neoliberaal was.

Neoliberalisering betekent immers niet dat de overheid zich helemaal terugtrekt, wel dat ze haar doelstellingen realiseert via privépartners of instellingen en organisaties uit het zogenaamde middenveld. Dat houdt in dat de overheid verantwoordelijkheden afschuift, maar ook dat de doelstellingen van het beleid meer en meer worden bepaald door niet-politieke actoren, waaronder experts.

Tijdens de pandemie zijn we de doelstellingen gaan nastreven van private zorginstellingen, laboratoria en farmaceutische bedrijven. Mensen als Margot Cloet van Zorgnet-Icuro en Marc Noppen van het UZBrussel hebben de doelstellingen van hun instellingen voorgesteld als doelstellingen voor de hele samenleving. Hun belangen werden gelijkgesteld aan het algemeen belang. Voor mij is dat een wezenskenmerk van neoliberalisme. Neoliberaal en technocratisch zijn twee zijden van eenzelfde munt.’

Massale lockdowns zijn natuurlijk wel een autoritaire Chinese uitvinding. Als links dan denkt dat ze eventjes mee kunnen liften met zulk beleid omdat ze denken dat lockdowns kunnen leiden tot het inzicht dat het neoliberalisme niet goed is voor de zorgsector, dan worden we van die basishouding nogal onpasselijk. Wie kan er dan nog geloofwaardige solidariteit prediken?

‘Nogmaals, je kan dat niet enkel links aanwrijven. Voor links is overheidsoptreden met het oog op het beschermen van anderen logisch. Het opmerkelijke is eigenlijk dat zelfs liberalen en conservatieven daar zo ver en zo lang zijn in meegegaan. Zo goed als het hele politieke spectrum blijkt gevangen te zitten in een technocratische logica.

Moreel heeft dit zich vertaald in een veel te eenvoudige tegenstelling tussen solidariteit en vrijheid. Deze tegenstelling valt natuurlijk terug op een politiek-ideologische breuklijn met een lange geschiedenis, maar het begrip vrijheid wordt nu louter negatief ingevuld, als het verlangen om niet belemmerd te willen worden. Tijdens de pandemie zou zich dat dan vertaald hebben in het opeisen van het recht om anderen te besmetten. Politiek-filosofisch bestaat er echter ook een positieve invulling van vrijheid, waarin vrijheid meer wordt begrepen als het vermogen tot zelfbestuur. In mijn boek koppel ik dit aan de links-anarchistische traditie, waarin zelfredzaamheid en het nemen van verantwoordelijkheid van onderop belangrijk zijn. Links maar ook veel liberalen en conservatieven hebben het daar moeilijk mee.’

Patrick Loobuyck

‘Ik vertrek persoonlijk van de idee dat sommige vormen van solidariteit ook zonder overheidsingrijpen ontstaan. Ik ben er zelfs rotsvast van overtuigd dat het gros van de lockdowncritici absoluut niet egoïstisch is geweest in hun contacten, en zelfs uiterst voorzichtig voor kwetsbare mensen. De echte tegenstelling was er geen tussen egoïsme en solidariteit, maar tussen enerzijds het geloof in burgerschap en zelfredzaamheid en anderzijds de idee dat een sterke overheid en technocratie nodig zijn om ons van onheil te behoeden. En dat brengt ons weer bij de dieperliggende ethische discussie.

Wat mij verbaasd heeft, is dat zelfs moraalfilosofen geen kritische vragen hebben gesteld. Volgens moraalfilosoof Patrick Loobuyck mag een overheid vrijheden inperken zodra het uitoefenen van die vrijheden aan andere burgers schade dreigt toe te brengen. Dat klopt in vele omstandigheden, maar het vereist natuurlijk wel een algemeen aanvaard begrip van “schade”, en dat is juist wat tijdens de pandemie ontbrak.

Welke schade is belangrijk: alleen schade veroorzaakt door een virus, of ook de mentale en sociale schade veroorzaakt door lockdowns en het Covid Safe Ticket? Meer en meer wordt duidelijk dat de nevenschade van lockdownbeleid veel groter is dan verwacht, net zoals de critici van het eerste uur hebben voorspeld. Veel mensen hebben trauma’s opgelopen, en het mentale welzijn van jongeren is er sterk op achteruitgegaan. Ook de leerachterstand is aanzienlijk, vooral bij de sociaal kwetsbare groepen. En dan hebben we het nog niet over de toegenomen polarisering in de maatschappij, die juist het gevolg is van het autoritair opleggen van een visie van schade aan mensen die daar een ander idee over hebben.’

Welvaartsstaat

‘Het onderliggende probleem is dat we op dit ogenblik simpelweg geen denkkader hebben om op terug te vallen als het gaat om het opleggen van solidariteit tussen lichamen. Onze visie op solidariteit is tot stand gekomen in het kader van de zogenaamde welvaartsstaat, die draait rond herverdeling. De idee daarachter is dat we allemaal deel uitmaken van een gemeenschap die via economische activiteiten voor het overleven en het comfort van die gemeenschap zorgt. Aangezien echter het economische systeem ongelijkheid genereert, zijn er mechanismen nodig om dat te corrigeren. Dat gebeurt via financiële mechanismen, zoals belastingen en sociale bijdragen, en mensen begrijpen dat, omdat het billijk is, en voor iedereen geldt.

De solidariteit die in het kader van de pandemie werd gevraagd is echter van een heel andere orde. Ze veronderstelt om te beginnen dat we als mensen deel uitmaken van een natuurlijk ecosysteem en dat we met elkaar verbonden zijn door virussen. De solidariteit vertaalt zich in dat kader in ingrepen op het lichamelijk niveau, zoals afstand houden, het dragen van een mondmasker en vaccins. Maar kan je dat zomaar aan mensen opleggen? Kan je dat verplichten aan mensen die ervan overtuigd zijn dat het niet goed is voor hun lichaam of het lichaam van hun kinderen, en op lange termijn zelfs niet goed voor het lichaam van hun medemensen? Ik vind dat daar véél te licht is overgegaan, te meer daar wetenschappelijk helemaal niet kan worden bepaald wat op lange termijn het beste is.’

We stellen vast dat modellen over het verloop van de pandemie meestal uitgingen van het ergste, dat genuanceerde wetenschappelijke adviezen over jongerenvaccinatie werden genegeerd, en dat de covid-sterfte bij min-vijftigjarigen werd uitvergroot terwijl ze factueel niet-significant was. Kunnen we zeggen dat dat opzettelijk en doelbewust is gebeurd? U bent vriendelijk en menselijk in uw boek. Heeft het echter zin om vriendelijk te blijven?

‘Ik sluit niet uit dat onder experts of politici de neiging bestaat vooral op de ergste scenario’s te wijzen, om de bevolking mee te krijgen. Maar moedwillig kwaad is het laatste waar ik aan denk. Ik denk dat de zaken die u beschrijft het resultaat zijn van blinde vlekken, en van het eenheidsdenken dat in bepaalde instellingen en netwerken kan ontstaan. Meestal zijn er doodnormale menselijke factoren. Ik merk het zelf in mijn onderzoek: als ik niet soms een buitenstaander laat kijken naar wat ik doe, dan blijf ik vertrekken van een heleboel assumpties waarover ik nooit kritisch nadenk.

Je kan vele kritische bedenkingen hebben bij iemand als Pierre Van Damme, bijvoorbeeld bij zijn foutieve argumenten ten faveure van massavaccinatie om besmettingen tegen te gaan. Maar ik denk niet dat daar een kwade geest achter zit. Van Damme gelooft gewoon oprecht dat vaccins voor iedereen de oplossing zijn. Dat is een assumptie waar hij zich geen vragen bij stelt. Die man ademt vaccinonderzoek. Zijn hele carrière is erop gebouwd. Zoals ik in mijn boek schrijf: if you are a hammer, everything looks like a nail. Ook voor wetenschappers geldt dat. Het probleem is dus niet dat virologen of vaccinologen het niet goed voor hebben, of dat het geen goede experten zouden zijn, het probleem is eerder dat journalisten niet kritisch zijn geweest en het bredere plaatje niet hebben gezien.’

Gebrek aan ruggengraat

‘Hetzelfde met de linken tussen vaccinologen en vaccinproducenten. Belangenvermenging is een reëel probleem, maar het mag niet verward worden met slechte bedoelingen of met een streven naar persoonlijk financieel gewin. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen die de grote onderzoeksgelden binnenhalen er meestal oprecht van overtuigd zijn dat het onderzoek daarmee in goede handen is. Er zijn ongetwijfeld uitzonderingen, en zoals overal spelen ego’s een rol, maar ik blijf geneigd wetenschappers vooral goede intenties toe te schrijven. Het probleem zit eerder in de mate waarin we ons lot in handen van de wetenschap leggen, en dat doen we zelf.

Anders gezegd: het grote drama is het gebrek aan politiek en ethisch debat over de rol van wetenschap en expertise. In die zin verwijt ik ook politici geen kwaadwilligheid, wel een gebrek aan ruggengraat en politieke moed. Politici hebben steeds minder ruimte om echt van mening te verschillen over waar de samenleving naartoe zou moeten en over hoe het algemeen belang moet worden gedefinieerd.

Wat de Vivaldi-regering kan beslissen over covid, zit gewrongen tussen de Europese Commissie, de buurlanden, de WHO, de Belgische sociale partners, vele onbekenden op sociale media, de ziekenhuis- en zorgkoepels, de horecafederatie, en zeker en vast ook de media. Bijna in elk hangend dossier kan zelfs een eerste minister als Alexander De Croo gewoonweg geen kant op, en dat was bij uitstek het geval tijdens de pandemie — toen het idee dominant was dat er geen alternatieven waren voor het crisisdenken.’

Greep verloren

‘We zitten nu in een situatie die de Amerikaanse en Italiaanse politiek filosofen Michael Hardt en Antonio Negri beschrijven in hun boek Empire. Beslissingen komen steeds meer tot stand in een ingewikkeld kluwen van lokale, nationale en vooral ook internationale instellingen en netwerken, die steeds ondoorzichtiger worden, steeds meer onder invloed staan van lobbygroepen en steeds moeilijker democratisch te controleren zijn. En vooral: waarin technische expertise in plaats van politieke overtuiging steeds meer de doorslag geeft.

Het gevolg is dat mensen steeds meer het gevoel krijgen dat er boven hun hoofden wordt beslist, dat ze de greep verliezen, en dat er niet wordt geluisterd. Dat klopt ook, maar een bijkomend probleem is dat politici zelf óók de greep verliezen. Er is nauwelijks nog beleidsmacht en -marge om echt politieke beslissingen te nemen over de richting van de samenleving.

Maar ik wil niet pessimistisch eindigen. Er is veel polarisering gekomen door de pandemie, dat klopt. Toch zie ik overal gesprekken op gang komen tussen heel erg verschillende mensen, van verschillende gezindten. De beste illustratie is dat we vroeger dit gesprek waarschijnlijk niet hadden gehad, want ik vertoefde in heel andere kringen. Waar nieuwe breuklijnen zijn, zijn ook nieuwe inzichten. En het inzicht dat je moet durven leven en laten leven is gelukkig nog altijd breed gedeeld.’

Aan dit interview werkte ook Winny Matheeussen mee.

Leven en laten leven – Een kritische geschiedenis van de pandemie is verkrijgbaar in onze webwinkel:   Doorbraak boeken

Christophe Degreef