JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

‘Bestuur onder dé mensen’

Hebben lokale verkiezingen nog zin?

ColumnJohan Sanctorum17/9/2018Leestijd 5 minuten

foto © Wouter Hagens

Overijse is een schoolvoorbeeld van hoe kerktorendemocratie dreigt te ontsporen, zegt Johan Sanctorum, die er luidop over nadenkt blanco te stemmen.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Afgelopen vrijdag had ik een gesprek met een insider van de lokale politiek in mijn gemeente Overijse. Een man die veel wist, af en toe met de ogen knippert, zich dichterbij buigt als het echt spannend wordt, en mits de nodige biertjes een verslaggever een schat aan grote en kleine verhalen toevertrouwt. Mijn verwachtingen zijn ruimschoots ingelost. Meer nog: ik ben er van overtuigd geraakt dat gemeenteraadsverkiezingen nergens toe dienen, en langzamerhand elke relevantie verliezen.

Rupjes

De theorie is nochtans anders: het zou om ‘politiek dicht bij de burger’ gaan, basisdemocratie, betrokkenheid, subsidiariteit in het jargon (zoveel mogelijk delegeren van hoger naar lager), en blabla. Het spookbeeld van de kafkaiaanse superstructuur, het bureaucratische doolhof met de EU als beste voorbeeld, heeft ons met het idee opgezadeld dat de ‘kleinschalige’ lokale democratie daar een tegengif voor zou zijn. Helaas: de kerktorenpolitiek reflecteert Kafka in alle aspecten.

De bebouwing van het (op Vlaams niveau nochtans als ‘waardevol agrarisch gebied’ ingekleurd) Terlanenveld is begonnen.

Ik blijf even onder die kerktoren: het monsterkartel van CD&V en N-VA, Overijse 2002 genoemd, zwaait al achttien jaar de plak, met een (nu ex-)burgemeester Brankaer waarvan iedereen weet dat hij nauwe banden heeft met de vastgoedsector. Zijn zoon baat het belangrijkste immokantoor van Overijse uit. Elke grasspriet, elke morzel grond, elke baksteen passeert via de Brankaer-clan, dat is een openbaar geheim. De peetvader heeft na een mislukte jump voor een N-VA-kamerzetel de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar zijn clan is springlevend, en een zekere Inge Lenseclaes fungeert als marionet om de traditie voort te zetten, met de zeer originele slogan ‘Bestuur onder dé mensen’ (noteer dat bizar extra accent op die ).

Jaarlijks passeert hier de Gordel, onder het motto dat de Rand groen en Vlaams moet blijven. Aan Overijse 2002 zal het niet liggen. Onder dit bestuur begon de aantasting via rupjes (Ruimtelijke UitvoeringsPlannen) van o.m. het Terlanenveld, door de Vlaamse overheid nochtans als waardevol agrarisch gebied ingekleurd. Ook tal van zogenaamde trage wegen (historische landwegen voor wandelaars en fietsers, die de gemeente wettelijk moet openstellen) blijven afgesloten, onder meer omdat een rijke industrieel zijn been stijfhoudt. Verschillende actievoerders en -comités hebben er hun tanden al op stuk gebeten. Bestuur onder dé mensen dus.

Stammenoorlog

Doch hola, er zijn kapers op de kust om dit machtsblok te breken. Open Vld (nu nog deel uitmakend van de meerderheid) en Groen komen namelijk samen op, om een alternatieve coalitie op te zetten. De partij van de middenstand dus en die van de bloempjes en de bijtjes, verenigd als appelblauwzeegroene falanx. Ideologisch onmogelijk, maar dat doet er ook helemaal niet toe: het gaat louter om persoonlijke tackles en ander beter voetenwerk. Dit kartel wil namelijk de nieuwe burgemeester leveren met wie het zonder twijfel allemaal anders wordt. Een blauwe welteverstaan, die ook baksteen en beton niet ongenegen is.

Dan is er nog de echte politieke folklore: de lijst Leefbaar Overijse, een onderzeebootje van het Vlaams Belang onder meer bemand door Philip Claeys, en Bewust Overijse (ja echt), de comeback van een dood gewaande lokale oligarch en burgemeester uit de vorige eeuw, genaamd Eric Schamp. Om het rijtje compleet te maken komt de CD&V moederziel alleen op, na het Overijse 2002-avontuur wanhopig op zoek naar zichzelf. Ergens dobberen dan nog een paar Franstalige brokstukken (MR, Défi), die onder de naam Plus de francofone stemmen aantrekken. Dat zijn dus de inwoners die principieel de taal van Molière willen spreken bij de bakker of in de supermarkt, en luidop dromen van een officieel tweetalig Overijse.

Allen, maar werkelijk allen, gaan ze voor vernieuwing, een bruisende gemeente met veel groen, minder leegstand in de enige winkelstraat die Overijse telt, meer verkeersveiligheid, de burger centraal, jeugd en senioren moeten aan hun trekking komen, en meer van die clichés. Terwijl Overijse na de verkiezingen altijd zichzelf blijft, namelijk een Vlaamse randgemeente, met veel expats die geen woord Nederlands spreken. Een dorp waarvan de inwoners na een paar nachtjes federaal onderhandelen ooit op een ochtend zullen vaststellen dat ze aan de andere kant van de taalgrens wonen.  Idem trouwens voor Hoeilaart, het buurdorp waarmee Overijse al sinds de oertijd in een stammenoorlog verwikkeld is.

Tegen dan zijn hoger vernoemde open ruimtes bouwrijp en kan de verbrusseling beginnen. Bestuur onder dé mensen dus. Overijse is een schoolvoorbeeld van hoe kerktorendemocratie ontspoort. Misschien zou de Vlaamse regering de Rand beter onder curatele plaatsen, om te beletten dat het echt misloopt.

Domocratie

Ondertussen wordt er tussen die dorpsnarren, sorry voor de term, maar raak geschoten met natte proppen en worden de pakken in de brievenbus gewurmde folders steeds dikker, om meestal rechtstreeks in de papiermand te belanden. Iemand zou eens een brievenbus moeten uitvinden met rechtstreekse aansluiting op een papiercontainer.

Het gebrek aan echte politieke boodschappen, het teveel aan persoonlijke kindertuintoestanden, de corruptie en de belangenvermenging, sterken me in de overtuiging dat dit soort kerktorendemocratie uit de tijd is. Het is meer een farce, goedkoop volkstheater maar met een duur prijskaartje. Ik ben ze beu, die lachende gezichten van boeren in kostuum, KVLV-vrouwen met iets te veel make-up, een burgemeester die zich als een kleine Poetin het gejuich van Chiromeisjes laat welgevallen. Het woord domocratie loopt zomaar uit mijn klavier en inspireert verder tot reflecties rond blanco stemmen en heel het circus negeren.

Dat kan natuurlijk ook gezegd worden van het Vlaamse en federale niveau – om van het provinciale nog maar te zwijgen. Ook een flauwe charade van schoolmeesters die ’s morgens in de spiegel kijken en ontdekken dat ze volksvertegenwoordiger of minister zijn. Maar die lokale verkiezingen suggereren dat mensen kunnen beslissen over wat er in hun achtertuin gebeurt, terwijl op het einde van de rit de man of vrouw die het meeste bier kan verzetten, op de troon wordt gehesen en de carrousel voor de zitjes in het schepencollege kan beginnen.

Er klopt dus iets niet met die lokale democratie, ondanks alle lachende gezichten op de affiches. Antwerpen en Gent worden tenminste nog gevolgd en becommentarieerd door de nationale pers. In gemeenten als Overijse is er geen lokale pers, behalve de reclamebladen die enkel hoera-communiqués van de meerderheid brengen. Dat is een ander aspect van het democratisch deficit op lokaal niveau.Wie zou die kleine potentaten een strobreed in de weg leggen? Ze doen maar. Het resultaat laat zich raden: de burger haakt af.

Glans

Politicologen zoals Herman Matthijs (VUB, UGent), Herwig Reynaert (UGent), Johan Ackaert (UHasselt) en Filip De Rynck (UGent), zijn unaniem: de gemeenteraadsverkiezingen hebben veel van hun glans verloren. Vele partijen, zelfs gevestigde, krijgen hun lijsten niet eens meer gevuld. Ook de kiezer zelf houdt het voor bekeken. Terwijl het absenteïsme tot 2006 traditioneel altijd tussen de 5 en 6 procent lag, verdubbelde dat in 2012 eensklaps tot 11,7 procent. Tel daar de 3,5 procent blanco en ongeldige stemmen bij, en men komt uit op zowat 15 procent Vlamingen die bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen geen stem uitbrachten. Op Belgisch niveau is dat één miljoen. Een trend die zich vermoedelijk zal doorzetten.

Het is dus niet zo onredelijk om eens na te denken over de zin en onzin van die lokale verkiezingen. Misschien is het allemaal wel wat té dicht bij de burger gekomen, te veel handjes schudden, te veel pensenkermissen, te veel knullige slogans, te weinig visie op lange termijn. Afschaffen die handel? Mogelijk werkt een systeem van autonome wijkcomités beter, die in een regionaal netwerk functioneren, en die de zesjaarlijkse afficheslag niet nodig hebben om te tonen wat democratie is. Maar dat is verre toekomstmuziek.

Soit, nu in Overijse ook de verkiezing van de druivenprinses is afgeschaft, om plaats te maken voor een politiek correcte ambassadeur, hebben de afwezigen nog meer gelijk. Nu ja, ambassadeur bekt ook beter in een tweetalige gemeente. Besturen is vooruitzien, toch?

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent filosofie, tijdschriftuitgever, theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. Sanctorum schuwt de controverse niet. Humor, ironie en sarcasme zijn nooit ver weg.

Commentaren en reacties