JavaScript is required for this website to work.
POLITIEK

De betuttelende samenleving

ColumnSiegfried Bracke28/4/2026Leestijd 3 minuten
Illustratiebeeld / Siegfried Bracke

Illustratiebeeld / Siegfried Bracke

foto © Belga, DB

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Ik ben er tamelijk zeker van: over honderdvijftig jaar zal er bij ons nauwelijks nog worden gerookt. En over tweehonderd jaar zal er haast niemand meer vlees eten. Omdat we evolueren, omdat we tegen die tijd beter weten en ook anders denken. Over dierenrechten bijvoorbeeld. Of omdat stilaan iedereen beseft dat roken werkelijk nergens goed voor is.

Precies daarom is dat Britse rookverbod – sigaretten kopen en roken wordt in Groot-Brittannië weldra illegaal voor wie na 2008 geboren is – zo dom. Het bewijst voor de zoveelste keer dat er maar één ding erger is dan slechte bedoelingen: goede bedoelingen. Want we waren en zijn goed bezig. De rook is aan het optrekken.

Rookwolken

In mijn jonge jaren was roken de regel, niet-roken de uitzondering. Eddy Merckx maakte reclame voor sigaretten; Rik Van Steenbergen werd gesponsord door Sprint, de sigaret van de sportman. Gastvrijheid in de jaren zestig hield onder meer een schaal met verschillende merken sigaretten en sigaartjes in. Vanaf het vierde jaar van de humaniora mochten we roken op de speelplaats; de pastoors verkochten sigaretten. Zelf ben ik op de universiteit beginnen roken, omdat mijn ogen traanden van de rookwolken in de ruimte waar we tussen de lessen zaten; als je zelf ook rookt heb je daar geen last van.

Dat is nu helemaal weg. Kunt u zich nog voorstellen dat er in een restaurant of een vliegtuig mag worden gerookt? Televisiebeelden van debatten met rokende politici en journalisten, ze lijken wel honderd jaar oud.

Dom verbod

En dan komt er dus zo’n dom Brits verbod. En meteen vinden nogal wat mensen dat we dat bij ons misschien ook moeten invoeren. Leren we dan echt niets uit de geschiedenis?

Over de ravage die in de VS door de Drooglegging (1920-1933) is aangericht? Toen er in New York meer cafés waren dan in de jaren ervoor. De burgemeester van Berlijn zag midden jaren 20 bij een bezoek aan New York zoveel drank dat hij aan zijn collega-burgemeester vroeg wanneer die Drooglegging eigenlijk moest beginnen. Aan de grens met Canada bleef er nog een klein stukje Frankrijk over – de eilandengroep Saint-Pierre en Miquelon – met vierduizend inwoners: in geen tijd werd dat de grootste importeur van alcohol ter wereld.

De inkomsten van de stad New York halveerden; de familie Kennedy en ook Al Capone – officieel een handelaar in tweedehandsmeubelen – deden gouden zaken. Vooral omdat ze goed spul leverden, lees: alcohol waarvan je zeker kon zijn dat hij niet giftig was. In 1927 alleen al stierven maar liefst twaalfduizend mensen aan booze waaraan, ter ontrading, door de overheid stiekem benzeen was toegevoegd. Het aantal moorden steeg in die periode met maar liefst dertig procent, terwijl het alcoholverbod juist bedoeld was om geweldsmisdaden te bestrijden.

Gezond verstand

Tussen bescherming en betutteling staat het gezond verstand. Verboden vruchten verleiden. Een verbod leidt lang niet altijd tot meer maatschappelijke orde, laat staan tot meer gezondheid. Omdat we nu eenmaal mensen zijn: wij passen ons altijd aan. Als de ene weg wordt afgesloten, zoeken we steevast een alternatieve route. Vandaar die onverwachte neveneffecten, cadeaus aan de maffia incluis.

Een dergelijk verbod werkt alleen in het hoofd van wie ze uitvaardigt en denkt dat daarmee de wereld kan worden hervormd. Dat zijn mensen die vinden dat andere mensen te dom zijn voor de vrijheid – je kunt al die stompzinnigen maar beter niet meer laten kiezen.

Dat zijn mensen die vinden dat andere mensen te dom zijn voor de vrijheid.

Kan u zich voorstellen hoe het er bij de Britten over pakweg twintig jaar aan toe zal gaan? Zit een achtendertigjarige vrouw op een terras legaal een sigaret te roken; maar voor haar zevenendertigjarige vriend is dat verboden. Zijn moeder van zevenenzestig rookt ook. Zij heeft nooit een probleem gehad… Wettelijk geregelde ongelijkheid; nu ook tussen de generaties.

In Groot-Brittannië heeft de staat beslist dat er voor jonge mensen niet meer te kiezen valt. De Britse wetgever koestert de illusie van de controle. Het idee dat je dat wat (inderdaad) ongewenst is, kan uitbannen door het illegaal te verklaren. Los overigens van de puur praktische problemen: wat moet een politieman aan met die rokende mensen op dat terras? Een wet, heb ik altijd geleerd, is zo sterk als zijn uitvoerbaarheid. Niet-uitvoerbare wetten worden altijd en overal genegeerd.

Nergens goed voor

Roken is echt nergens goed voor, daar zijn we het waarschijnlijk over eens. Het is ook erg duur, zowel voor de rokers als voor de niet-rokers die mee de gezondheidszorg betalen. Het idee dat rokers hun gezondheidskosten via de hoge taksen op sigaretten vooraf betalen (en bovendien ook nog gemiddeld vroeger dood gaan en dus minder lang onkosten genereren ) is onzin. Even onzinnig, trouwens, als de tegenwerping – ooit nog verkondigd in het federale parlement – dat het eerste rookverbod in de publieke ruimte niet toevallig van de nazi’s kwam. Of het ooit als wetenschappelijk verkondigde idee dat roken geen kwaad kan; alleen zouden mensen met een genetische aanleg voor longkanker meer dan anderen vatbaar zijn voor rookverslaving…

Roken is voor (te) veel mensen dodelijk, maar je moet ze deze actieve bijdrage aan hun eigen dood niet willen verbieden. Ik gun ze hun verslaving, maar bid om voortschrijdend inzicht.

Siegfried Bracke was voor de N-VA Kamervoorzitter en gemeenteraadslid in Gent. Voordien was hij journalist bij de VRT.

Commentaren en reacties
Gerelateerde artikelen