JavaScript is required for this website to work.

Bordeel en bruiloft

Benno Barnard7/9/2025Leestijd 4 minuten

Woensdag 9 juli

In het provinciestadje Olympia, woonplaats van nicht Mary, zijn we in het Spar Café neergestreken, een bescheiden historisch monument uit de jaren dertig, met een hoefijzervormige bar en een spookachtig getik van biljartballen, die geometrische patronen van negentig jaar geleden vormen op een tot op de draad versleten laken, waarboven de schimmige hemdsmouwen van vervaagde handelsreizigers bewegen, de nikkelen mouwophouders nevelig reflecterend in het licht van de lampen boven de acquitpunten… dit ectoplasma sla ik gade vanuit een box bekleed met namaakpalissander en rode trijp, waar ik met de blonde Poppy een glas drink om moed bijeen te schrapen; dan trek ik de geplisseerde gordijntjes dicht en geef haar in dit bordeel een vurige kus. ‘Kom,’ zeg ik, ‘Mary wacht.’

We wandelen langs onderkomen, met de tatoeëerkunst van graffiti besmeurde panden uit de jaren twintig naar onze auto, we manoeuvreren tussen bedelaars en junkies door, die na afloop van Woodstock de weg naar huis niet meer hebben teruggevonden, en rijden vanuit het vervallen centrum naar het huis in de elegante buitenwijk waar Mary woont, de bruid, Poppy’s nicht.

Het is een mooi huis, ook uit het interbellum, gerestaureerd met veel smaak en veel geld (van de bruidegom, die Jake heet en advocaat is). De deur zwaait open, een dure deur met art-décomotieven – er volgen stormachtige omhelzingen en tienerkreetjes van de beide voor het zevende achtereenvolgende decennium bloeiende nichten. Ook ik krijg een knuffel, en hoewel ik vanuit bepaalde hoeken van mijn schoonfamilie onder schot word gehouden, is Mary best lief en Jake blijkt best aardig.

We bewonderen het bewonderenswaardige huis. In de boekenkast tref ik een paar vertrouwde titels aan – ziedaar, zowaar, Radetzky March

Ik voel me in bevredigende mate bourgeois, een bourgeois onder de bourgeois.

 

Donderdag

Onze achternicht Jessica (product van Mary’s eerste huwelijk) gaat in Exeter een masters in Magic & Occult Sciences doen. Ik zoek het programma online op. Het is van de feministische en dekoloniserende soort, waarbij het eerste logischer lijkt dan het tweede, maar ik kan niet uitmaken of de geschiedenis van de hekserij en de er als een bochel met een rug mee vergroeide misogynie wordt bestudeerd dan wel de occulte wetenschap zelf.

Wat ik nooit had kunnen raden: dat het geheel is ingebed in de islam. Het wordt niet verzwegen; er staat ook een foto bij van het Islamitisch Centrum van de universiteit. Ik zoek op wie dit centrum financiert. Dat blijkt een prins Al Saud te zijn, lid van het wahabitische koningshuis, dat bekendstaat om zijn progressieve kijk op de dingen.

Ook Poppy schudt haar hoofd. Maar gelieve wel te zwijgen tot na de bruiloft, echtgenoot.

 

Vrijdag 11 juli

Anna is weer even oud als haar broer, maar ook niet. Op Poppy’s telefoon doodskou verjagende berichten van Christopher en het Vogeltje, mijn zus en zwager, de oude Jim, die dol was op zijn onmogelijke schat van een kleindochter… De botte broers en zussen van Poppy zwijgen. Ze zwijgen twee keer per jaar sinds Anna’s dood, op haar verjaardag en haar sterfdag – dat zijn nu achttien stiltes.

Ondertussen vrees ik de bruiloft, die door veel neven en nichten zal worden bijgewoond. Ik vrees bovenal bepaalde nichten, wier spiegelbeeld en wereldbeeld elkaar dagelijks verliefd aankijken…

De wortelstok van mijn schoonfamilie is mennonitisch: de voorouders aan beide kanten zijn wederdopers die in half Europa voor allerlei vormen van staatsterreur zijn gevlucht en uiteindelijk, overwegend in de late negentiende eeuw, in de Nieuwe Wereld zijn beland. Maar deze tolerante mensen – onder wie mijn schoonouders – hebben verbazingwekkend veel onverdraagzame zedenpredikers voortgebracht, vlinders die tot rupsen zijn verpopt.

We zitten op het gazon van Long House, een landhuis uit 1925, gebouwd in de stijl die je overal in Olympia aantreft, Amerikaanse art déco, die vage associaties oproept met films waarin mannen ‘Swell!’ roepen vanonder hun gleufhoed, met wulpse carrosserieën, glitterende jurken, eindeloze vooruitgang… Om ons heen staan een stuk of honderd klapstoeltjes, in gewelfde rijen, op de helft waarvan familieleden zitten, wier naam Poppy in mijn oor fluistert; ik steek mijn hand op, glimlach links en rechts…

Uit de dubbele toegangsdeur verschijnt het bruidspaar op de tonen van een popsong, gevolgd door bruidsmeisjes, gerekruteerd uit de zich als knaagdieren voortplantende kinderen van de vele neven en nichten, en die weer gevolgd door een seculiere celebrant, die er net als de meeste vrienden van Mary en Jake als een ouwe hippie in een pak uitziet, met lang grijs haar, dat over de kraag van zijn veelkleurige hemd golft. En dan volgt een inzegening waarbij de celebrant de ‘Great Spirit of the Universe’ aanroept, als een Cherokee of Apache – ja, hij slaagt er voortreffelijk in op zijn tenen rond het christendom te sluipen, als een indiaan rond een huifkar…

Amen, of wat daarvoor doorgaat.

We eten achter Long House. Er valt niet te ontkomen aan de muziek voor mensen die al sinds 1980 zestien zijn; en nu storten de ouwe hippies en de neven en nichten en hun nageslacht zich op de zilte oesters en de gedekoloniseerde zalm van een Native-owned zalmkwekerij. We zitten onder een appelboom en de nicht aan onze tafel is mal, maar alles bij elkaar best sympathiek, zij het luidruchtig…

 

Maandag 14 juli

De meute bestormt de Bastille. De democratie is een kind van de Franse Revolutie, wat mede haar onrustige karakter verklaart.

Op de luchthaven van Seattle begint de metaaldetector te piepen. Ik moet mijn schoenen uitdoen en een veiligheidsagent begint me te fouilleren, waarbij hij als een jongere op een pleintje in de omgeving van mijn kruis blijft rondhangen.

‘Laat dat,’ zeg ik. ‘Bent u gek geworden?’
‘Dus u weigert gefouilleerd te worden?’
‘Nee, ik weiger betast te worden. Het zal u toch wel duidelijk zijn dat ik geen kneedbom in mijn zak heb gestopt… Hier, kijk maar…’ Ik doe mijn broek naar beneden.
De ambtenaar springt achteruit en begint te gillen: ‘Dat is schennis van de eerbaarheid! Trek uw broek aan!’
‘Ah,’ zeg ik, half buiten zinnen van woede, ‘nu vindt u het opeens niet meer zo lekker?’
‘In godsnaam, hou je kop! Straks houden ze ons nog vast…’ Dat is Poppy, die natuurlijk gelijk heeft. Ik wil trouwens weg uit Seattle.

Drie minuten later sta ik, met mijn broek weer omhooggesjord, aan een hoger uniform uit te leggen wat er gebeurd is. Dan verschijnt de luchthavenpolitie; ik leg het allemaal nog eens uit, ditmaal aan een vriendelijke politievrouw, die knikt en ten slotte verklaart dat er niets aan de hand is en dat ik een klacht kan indienen als ik dat wil…

Triomf! Ik bedank haar: ‘U bent duidelijk geschikt voor uw beroep.’ Ze bloost zowaar, die lieverd in haar strakke uniform bloost! Uit een ooghoek zie ik het bewolkte gezicht van mijn geile vijand, die zijn onderlip naar binnen zuigt.

 

Dinsdag

Na uren halfslaap, zestig pagina’s en twee films probeer ik op Gatwick geld op te nemen, maar de automaat herkent mijn code niet. Nog een keer: 2319.

‘Hou ermee op voor dat ding je kaart inslikt.’

Ik hou ermee op. Maar in de trein naar Hastings herinner ik me dat ik van mijn moeder heb gedroomd, die de telefoon niet opnam, hoewel ik haar kon zien met de hoorn van dat rinkelende stuk bakeliet in haar smalle witte hand, helemaal in onze Rozendaalse pastorie, ver weg in de jaren zestig…

Onbetrouwbare synapsen, waarom hebben jullie aan mijn onderbewustzijn doorgegeven dat het telefoonnummer van mijn kindertijd mijn bankcode was? Omdat ik waarde hecht aan vroeger? Omdat al mijn geld uiteindelijk zakgeld is, afkomstig van een vrouw?

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.

Meer van Benno Barnard

Zondag 12 april Het is de sterfdag van mijn moeder. Ze ging op bed liggen – ‘Ik ben een beetje moe’, zei ze tegen mijn zus – en haar ogen braken. Dat is 31 jaar geleden. Ik was op bezoek bij Peter, die even buiten Lausanne in een zonnige kliniek lag te herstellen van zijn eerste hartoperatie. Het Meer van Genève …

Commentaren en reacties