JavaScript is required for this website to work.

Een gloeiende robijn

Benno Barnard19/10/2025Leestijd 5 minuten
Het Huwelijksbootje, Anders Zorn.

Het Huwelijksbootje, Anders Zorn.

Zaterdag 26 juli

We wonen een pianorecital in een dromerig huis bij: achter de vleugel zit Daniel Grimswood, een grote naam tegenwoordig, die slaapverwekkende Abendgedanken uit het oeuvre van een vergeten romantische componist speelt, Adolf von Henselt (1814-1889) – u en ik hebben nooit van hem gehoord.
Een wit handje rust poëtisch in mijn hand. De grote naam produceert zijn tertsen; de pianokruk kraakt onder zijn achterste. Mijn gedachten dwalen af naar de rode pannetjes tegen de bovenste helft van de gevel achter mijn rug, en naar de onnavolgbare gele en oranje graffiti die de korstmos op de baksteen eronder heeft getekend.
Om ons heen ademende standbeelden. Eerbiedig luistert de bourgeoisie naar de Kunst. Voor ons zit een asynchroon paar: hij zestig, zij dertig. Zijn behaarde hand streelt onophoudelijk haar blote dij, maar die sukkel kan de maat niet houden, het asynchrone van hun leven zet zich voort in zijn gestreel: hij streelt zijn minnares modernistisch, atonaal om zo te zeggen …
Ik wijs Poppy met mijn verstrengelde hand op die andere hand – ze trekt de hare los en legt een wijsvinger met een rode nagel tegen mijn lippen. Terechtwijzing? Liefdesverklaring?

Het auditorium klapt voor de grote naam. Op een plint onderbreekt een verbaasde muis haar getrippel.

Zondag

Wat kan ik de arme Adolf von Henselt verwijten? Hij schreef de muziek die bij zijn tijdvak hoorde, maar heeft de blunder begaan met minder talent dan Schumann of Chopin te zijn geboren.

Dinsdag

Ik begeef me met een zogenaamd ‘Levensbewijs’ van de Belgische Pensioendienst naar de politie in Hastings, waar een agent met een stempel en een handtekening dient te bevestigen dat ik leef.
Terwijl ik me in mijn auto voorwaarts verplaats, van verkeerslicht naar verkeerslicht, beweeg ik me in gedachten achterwaarts, naar dat mythisch geworden land, levensecht voor oude mannen, waar tussen doop en bruiloft de lange broek, de catechisatie en de militaire dienst stadia van de weg naar de volwassenheid waren. Maar om mij heen dragen volwassen kerels korte broeken, de kerk is haar eigen echo, het vaderland is een verdacht concept en de overgebleven bruiloften vieren het sentiment in plaats van het sacrament…
Beng! doet de stempel. Krabbel doet de handtekening. In leven gebleven zijn is een resterend overgangsritueel, zo vaak mogelijk te herhalen voor de kaarsen rond je lijk beginnen te walmen. O botte bureaucraten van de Belgische pensioendienst, een beetje gentleman stuurt jullie heus wel een briefje als hij dood is.
Thuis zie ik dat de agent per ongeluk in het vak achter Datum van overlijden ‘29/07/2025’ heeft ingevuld.

Vrijdag 1 augustus

Andy, Reine, Zep en Ingmar zijn op bezoek, een prachtig gezinnetje, samengesteld uit de rommel van eerdere relaties.
We maken het soort uitstapje dat ik nog veel liever in de jaren 20 had gemaakt, wat de schuld is van de BBC, die me altijd weer betovert met haar valse reconstructies van voorbije werelden – kijk, de oprijlaan van een landhuis, het grint spat tegen het chassis van een fraai gewelfde, sterk vervuilende auto, waaruit een karakterkop boven een wit strikje oprijst: de voordeur gaat open en een jongedame met een platte borst en een bobkapsel stapt op het grint en begroet de oorlogsheld met een nonchalant ‘Hello, James’, want de sapfische liefde is in de mode.
Zo bereiken we Firle Place in de South Downs, waar het charmante bedrog geheten Emma (naar de roman) is opgenomen – dit uitgestrekte goed met al zijn boerderijen wordt nog helemaal beheerd als Downton Abbey, dat niet bestaat maar dus wel bestaat. We worden rondgeleid door een bekwame gids, een dochter van het dorp Firle, die het bucolische geluk van de pachters bezingt en vertederd over de oude Viscount Gage spreekt als ‘the old boy’. Het wel en wee van de familie is al vijfhonderd jaar met Firle verknoopt: als het goed gaat met de familie, gaat het ook goed met het dorp. Zo hoor ik het graag.
Op het terras verguldt het kaarsrechte zonlicht van het middaguur de juistheid van deze door de eeuwen gekalibreerde verhouding tussen boeren op hun luchtgeveerde tractorstoel een ouwe jongen in zijn invalidenwagentje.

Zaterdag

We bekijken de foto’s van Poppy uit de dagen dat ze fotomodel was en voor modebladen werkte. Zep, de zoon van Andy, begin twintig, spert zijn ogen wijd open bij die in allerlei veelkleurige stoffen gehulde vrouw, die op een paar bandeloze foto’s als een meermin in een uit weinig stof vervaardigd zwempak poseert. ‘Maar je bent helemaal niet veranderd!’ roept hij uit.
Die jongeman heeft smaak. Voeg tien kilo en wat lieftallige rimpeltje aan de toenmalige Poppy toe – als zout en peper aan een schotel voor hij wordt opgediend – en je hebt de huidige onweerstaanbare Poppy. (Pardon, ik klink seksistisch, maar dat is omdat ik van het wezen van de ganzenhoedster enkel vermoedens heb, die zich openbaren in haar blikken, gebaren, lachjes … het is allemaal niet zo eenvoudig, en ook zeurt u erg veel.)

Zondag 3 augustus

40 jaar getrouwd vandaag. Vorige week heb ik in een antiekwinkel in Hastings een ring met een robijn gekocht – een prachtige ring, mag ik wel zeggen, met diamantjes die de robijn nog roder maken. Hij dateert uit het eerste decennium van de vorige eeuw, toen Bertie op de Britse troon zat, de homo Somerset Maugham van de hoofdpersoon van zijn geromantiseerde autobiografie Of Human Bondage een hetero maakte, mijn grootouders pubers waren die niemand zo noemde, en Europa nog het oude Europa was dat het pas achteraf zou worden.

‘Wilt u hem eens om uw ringvinger doen?’ vroeg ik aan de verkoopster. Haar hand leek op de hand thuis, even smal, even wit. De robijn gloeide.
En dus heb ik de ring vanmorgen aan haar vinger geschoven. De ring maakt haar nog mooier, zoals zij de ring zijn ware schoonheid geeft. Ze houdt me haar vingers voor, die naar de aarde wijzen, mythische vingers die om een handkus vragen … Ouwe romantische gek die ik ben! Maar de tijd heeft de aanvankelijke weke erotische massa van ons huwelijk tot een robijn samengedrukt.

’s Avonds

Christopher en Hayley, die vier jaar zijn getrouwd, sturen een video van hun nieuwe huurhuis in Arlington, dat houten vloeren, brede trappen, hoge ramen en twee badkamners heeft, zodat we er straks in oktober comfortabel kunnen logeren.

Zondag 10 augustus

Ali Akbar (72) uit Pakistan is de laatste krantenventer van Parijs: hij verkoopt in de cafés van Saint-Germain dagelijks een stuk of dertig exemplaren van Le Monde aan een stuk of dertig Benno’s. Ali vent à la criée, roepend dat er nog steeds gestorven wordt in de wereld. Maar hij is nu zelf ook nieuws, want Macron heeft hem de Orde de la Mérite toegekend. Zo wordt nostalgie een karikatuur.

Voor de opkomst van het internet verkocht hij binnen een uur tachtig kranten. ‘In de oude tijd verdrongen de mensen zich om mij, maar nu moet ik achter ze aan lopen.’
Over een paar jaar verkoop ik zo boeken.

Woensdag

Hans Castorp tutoyeert zijn Kirgizische aanbedene, mevrouw Chachuat; zij berispt hem, maar hij zegt, onder verwijzing naar de humanist Settembrini: ‘Moet ik dan humanistisch spreken in plaats van menselijk?’
Het is misschien de beste zin uit die monsterlijke Toverberg – de tastbare werkelijkheid, met al haar vuur, brandend in een simpel pronomen, staat in negen woorden tegenover de theoretische menselijkheid.
O abstracte mensenliefde van Settembrini! Zijn seculiere moraal maakt van de mens een opgezet dier, vol proppen papier waarop nobele beginselen staan geschreven. Die moraal leidt in haar absolutistische toepassing altijd tot bloedbaden, de Holodomor, de Grote Culturele Revolutie, de Killing Fields.
Anderzijds leent de religie zich al eeuwen tot de metafysische romantisering van wapentuig en oorlog. Een banale afschaduwing daarvan blijft zichtbaar in het voetbal, met spelers die bijvoorbeeld een kruisje slaan. Zeker, God houdt van voetbal, maar hij is strikt onpartijdig (behalve in 1974, toen was hij echt wel voor Nederland).
Maar ik verdwaal op een zijpad van een zijweg.
De Grote Oorlog stoorde Thomas Mann bij het schrijven aan De Toverberg. Hij werd een humeurige Pruisische nationalist, die in zijn dagboek schrijft dat de executie van Edith Cavell gerechtvaardigd was: zo’n vrouwtje moet zich maar niet met de oorlog bemoeien.
Ook die Mann is schuldig aan de misdaad in het verleden geleefd te hebben.

Zaterdag 23 augustus

Het Flower Festival is losgebarsten. Het thema is kinderboeken, en dus wemelt het in de kerk van de bloemstukken die de avonturen van Peter Konijn en Alice uitbeelden.
Op voorstel van Gary stel ik wat antiquarische kinderboeken en originele illustraties tentoon in de pastorie, die toch leegstaat (nieuwe priesters zijn minder gehaast dan het Witte Konijn met zijn vestzakhorloge). Een stuk of 30 mensen komen kijken; ik vertel wat over het verzamelen van kinderboeken en alle bezoekers vinden het prachtig en bedanken me hartelijk en de opbrengst van een hele middag charitatief ouwehoeren is £11.70.

Zondag

‘Heb je gelezen dat de G-plek helemaal niet bestaat?’ zegt Darryl tegen John en mij bij de koffie na de mis.
Ik schiet in de lach. ‘Hoe kom je daar nu bij?’
‘Gelezen online.’
Once again’, zegt John op preektoon, ‘the English can occupy themselves with their true G-spot – the garden.

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.

Meer van Benno Barnard

Zondag 12 april Het is de sterfdag van mijn moeder. Ze ging op bed liggen – ‘Ik ben een beetje moe’, zei ze tegen mijn zus – en haar ogen braken. Dat is 31 jaar geleden. Ik was op bezoek bij Peter, die even buiten Lausanne in een zonnige kliniek lag te herstellen van zijn eerste hartoperatie. Het Meer van Genève …

Commentaren en reacties