Multicultuur & samenleven
verlichting

Brief aan Othman El Hammouchi (deel 2)

Wie de demografie verandert, verandert het rechtssysteem

Beste Othman,

Dank voor uw brief! U pakt direct stevig uit met de begripsdefinities. Conclusie: de islam gedraagt zich deels als natie maar deels (nog) niet. Dit is mogelijk verwarrend en daarom eerst een verduidelijkend beginvoorbeeld.

De Umma versus de Verlichting

De Amerikaanse academica Judith Butler vroeg ooit: ‘What makes for a grievable life?’ Enerzijds zouden Westerse media universele waarden uitdragen – tegelijk zouden gestorven moslimstrijders minder aandacht krijgen in de Westerse media dan bijvoorbeeld gesneuvelde Israëliërs. En dus zouden moslims worden ‘gedehumaniseerd’.

Dit begrip van de situatie is verkeerd – de waarheid is tweeledig. Ten eerste is rouwcapaciteit beperkt, het is een kwestie van beperkte middelen. In het algemeen besteden mensen hun beperkte energie en aandacht aan degenen die het dichtst bij hen staan. Ten tweede heeft de jihadist besloten om een universalisme op zich te nemen – om zijn handelen ten dienst te stellen van een leer die alle sferen van het leven beschrijft en die een aanspraak maakt op universele geldigheid.

We hebben dan twee universele broederschapsclaims die elkaar beconcurreren. Dat zijn het beginsel van broederschap zoals geopenbaard tijdens de Franse Revolutie met de bijbehorende universele Verklaring van Rechten van de Mens, en de leer van de islam met de bijbehorende Umma als broederschap van islamitische gelovigen. De notie van universele gemeenschap, Umma, betrekt gelovige moslims op gemeenschappelijke kenmerken en waarden die lokale regionale en nationale affiniteiten overstijgen.

De concurrentie tussen deze twee universalismen verklaart waarom in theorie ieder leven weliswaar evenveel aanspraak maakt op rouw, maar in de praktijk niet. Deze ideologieën zullen, wanneer zij zich over de wereld willen verspreiden, de aanhangers van rivaliserende universalismen als (gewapende) tegenstanders tegenover zich vinden. Dit is waarom moslims in de praktijk worden gezien als een staat binnen de staat. Hun leer beschrijft alle facetten van het leven en bevat genoeg bronbestanden die hen ertoe aansporen om een staat uit de grond te stampen – daarover zo meteen meer. Opmerkelijk is het daarom dat u later stelt dat universele liefde ‘ethisch superieur is aan enge trouw aan één natie, geloof of stam’. Zullen uw orthodoxe broeders dit benoemen als afvalligheid?

De botte bijl van Trump

Nu de mogelijke verwarring is opgehelderd, zal ik doorgaan met commentaren op uw brief, te beginnen met mijn belangrijkste bezwaar.

Juist u verwart islam met ‘moslims’. Ja, er zijn veel gematigde moslims – die hebben geen zin in een islamitische staat in Europa. Het zal vast, maar dat is nog iets anders dan de islamdoctrines zelf. Met andere woorden: gelukkig maar, dat zoveel moslims zo weinig weten van de kerndoctrines van hun geloof, voor zoverre deze kerndoctrines de sociaalpolitieke fundamenten beslaan. Maarten Zeegers woonde tussen orthodoxe moslims. Hij beschreef hoe beroepsmoslims de gematigde moslims aanmoedigen om zich te verdiepen in de geloofsbronnen. De beroepsmoslim redeneert dat men vanzelf uitkomt bij het leven van Mohammed en dus bij de strijd tegen ongelovigen.

Daarnaast heeft u het over ‘opkomend fascisme’ en u geeft ‘de rechtse elite’ de schuld. Allereerst is dit feitelijk onjuist gezien de ‘rechtse elite’ zich in het defensief heeft laten jagen met nazi-vergelijkingen, terwijl mainstream links nooit afstand nam van extreemlinks. Wat moest doorgaan voor de ‘rechtse elite’ heeft mettertijd de premisse verinnerlijkt dat links opkomt voor ‘de kleine man’ en ‘aan de goede kant van de geschiedenis staat’.

Velen van deze ‘rechtse elite’ komen uit de gegoede klasse – ze hebben niet voldoende struggles meegemaakt om daaruit de moed te putten die nodig is om zich openlijk uit te spreken tegen het ‘vrijheid, blijheid en gelijkheid’-discours waarmee links het publieke bewustzijn innam. Deden ze dat wel, dan waren ze in één klap hun sociaal-maatschappelijke status kwijt. Daarom bestaat de kern van rechts nu uit volkse mensen ‘van de straat’. Ik bedoel mensen die qua maatschappelijke afkomst sowieso al geen toegang hadden tot dergelijke privileges, en dus niets te verliezen hebben als ze zich uitspreken.

Voorgaande twee alinea’s verklaren het succes van de Trump-methode. Een rechterflank die niet-apologetisch is en de botte bijl hanteert. Het voelt immers vermoeiend en zinloos aan om eindeloos verontschuldigingen te blijven maken in reactie op nazi-beschuldigingen. Iemand als Paul Rosenmöller, die communistische moordpartijen verdedigde, is vandaag nota bene senator voor GroenLinks! Dus Othman, staak de fascisme-beschuldigingen.

Wie maakte van ‘racist’ een geuzennaam?

Sommigen beweren al decennia dat het jihadisme niets met de Koran van doen heeft, omdat teksten ‘meerduidig’ zouden zijn en overtuigingen niet direct in relatie staan tot gedrag. Grappig dat diezelfde mensen beweren dat columns van rechtse opiniemakers ‘bronnen voor terreur’ zijn. Blijf het best ver weg van dit soort aantijgingen – eerder zul je het tegenovergestelde bereiken: dat woorden als ‘fascist’, ‘racist’ en ‘nazi’ geuzennamen worden. Want iemand die zo wordt omschreven in de media, heeft kennelijk iets gezegd dat botst met de belangen van de gevestigde macht. Ten beste is een beschuldiging van ‘fascisme!’ vandaag een intellectuele variant van ‘boe!’-roepen.

Jouw kritiek op de rechtse elite is zeer interessant en doet me denken aan Joshua Mitchell, een Amerikaanse professor. Die trachtte een soort ‘deugend-rechts’ te formuleren terwijl ik juist denk dat het (Nietzscheaanse) instinct van de levensfelheid moet worden aangeboord nu het zo duidelijk is dat de conventionele (confessionele) rechtse strategie faalt. Alle conservatieve collega’s van Mitchell die diens strategie hanteerden, zijn immers ‘weggemodereerd’ op hun eigen universiteit!

U noemt verschillende leefsferen, maar in het geval van de islam bestaat dit alleen mits de islam door een sterke seculiere macht wordt afgeremd. Dit is omdat de islam ertoe neigt om over alle andere sferen heen te woekeren. Mohammed was anders dan Jezus – Jezus moest zeggen ‘geef de keizer wat van de keizer is, geef God wat van God is’, omdat hij leefde in een staat onder Romeins gezag. De islam kent geen scheiding tussen kerk en staat omdat Mohammed als grondlegger zowel spiritueel leider was als legeraanvoerder en opperrechter. Het christendom kent in de doctrine een scheiding tussen kerk en staat. Nu heeft bijvoorbeeld het Vaticaan die doctrine niet consequent nageleefd, maar er is tenminste die doctrine. In de islam is dat er zelfs niet.

Zodoende zijn de enige seculiere moslimstaten, staten waar seculiere heersers gesteund door het leger de orde bewaken. Zie de staatsgrepen in Egypte en Algerije, die hebben voorkomen dat islamisten via de democratische weg een theocratie vestigden. Qua ‘inclusiviteit’ worden Arabische christenen geterroriseerd en gemarginaliseerd in hun eigen landen.

Islamitische tolerantie uit machtsstrategie

Met de zin ‘Niemand twijfelt eraan dat de partijen in deze conflicten behoren tot de natie’ geeft u toe dat uw ‘één groot wij’ een illusie is. En als het ‘nationale wij’ als lijm te zwak blijkt, willen mensen een sterkere lijm proberen: dat is de groepssolidariteit van de Umma. Die aanhechtingskracht verklaart waarom jongeren in Europa onrustig worden zodra men zwaait met Palestijnse vlaggen. En waarom het panarabisme van Nasser is uitgestorven terwijl het islamisme springlevend is.

Ik verwerp uw concept van een ‘onnatuurlijke vijandigheid’. Als liefde deel is van natuur – en als liefde geen onderscheid kent in ras, natie of geloof – waarom is het moslims dan verboden om te trouwen met ongelovigen? De enkele uitzondering is dat een islamitische man mag trouwen met een joodse of christelijke vrouw – alleen opdat de kinderen in het islamitische geloof worden opgevoed.

Vooroordelen zijn onmisbaar om ons te oriënteren, want een mens komt altijd kennis tekort voor een volledig geïnformeerd wereldbeeld. Het vooroordeel is nodig om van ons nulpunt af te komen en tóch te handelen zonder zelf-geteste kennis. In die zin, stelt Hans-Georg Gadamer, straalt in het idee dat vooroordelen uitsluitend kritiek verdienen, een bevooroordeeldheid door van de Verlichting zelf. Dit vertaal ik als: wanneer Europeanen steeds moeten horen dat we zo bevooroordeeld zijn tegenover moslims, leg ons dan uit waar deze vooroordelen vandaan komen…

Dan noemt u het accommoderen van allerlei tradities binnen het islamitisch geloof: uit pragmatische machtsoverwegingen hebben sommige heersers inderdaad een oogje dichtgeknepen. De strikte doctrine van de islam ligt anders. Gelovigen van het boek – dat wil zeggen joden en christenen – mogen onder islamitisch bewind voortleven als dhimmi; voor de anderen is het kiezen tussen bekering of de dood. De tolerantie van moslimmachthebbers had er vooral mee te maken, dat er bij een strikte naleving te weinig belastingplichtige dhimmi’s overbleven om de islamitische hofhuishouding te bekostigen.

Kortom, u verwart de doctrinaire zuiverheid met machtspragmatisme om een tolerante kant van de islam te bewijzen: die tolerantie volgt echter uit machtspragmatisme en niet uit de doctrine zelf.

Europa te pacifistisch?

U heeft een punt dat er in Europa veel oorlog is gevoerd om te komen tot het betrekkelijk vredige Europa van vandaag. Lezen we Caesar of de Vikingsaga’s, dan had Europa inderdaad een hypergewelddadige cultuur. Hopelijk is hiervan een restje achtergebleven in het Europese DNA – we kunnen die strijdlust nog hard nodig hebben in het turbulente era dat nu aanbreekt. Men zegt dat er op Griekse eilanden antieke culturen bestonden die zijn uitgewist om geen verklaarbare reden, buiten dat ze te pacifistisch waren geworden en zich niet meer konden weren tegen invasies.

Het argument dat er oorlogen waren in Europa en dat er joden zijn vervolgd, kan echter nooit een argument zijn om meer Jodenhaat te importeren en ook niet om die betrekkelijk rustige homogene staten die vandaag bestaan, te vervangen door enclaves waar culturen heersen die haaks staan op Westerse omgangsvormen. Dat is niet wat u voorstaat, maar het is wél realiteit in wijken in België.

Uw verhaal over de hoofddoeken en zomerjurken komt over als ‘tijd rekken’. We benoemen de hoofddoek tot een symbool dat niet Vlaams is, maar ook niet on-Vlaams, en voordat we het weten zijn we weer een generatie verder. Tegen dan is getalsmatig de verhouding verder verschoven in het voordeel van de islam en zullen er stap voor stap toch concessies worden gedaan aan het open karakter van de publieke ruimte. Uurtjes voor vrouwen om gescheiden te zwemmen van mannen, bijvoorbeeld.

Dan volgen daar weer ontologische discussies over; ondertussen kan iedereen zien dat Nederland steeds minder Nederlands wordt en Vlaanderen minder Vlaams. Miljoenen zien dit en brengen via hun stem in het stemhokje omdat het elders niet meer kan, rapport uit van de cultuurveranderingen die zij dagelijks meemaken. Je kunt hen bestempelen als ‘irrationeel’ – daarmee heb je een ander een etiketje opgeplakt en ben je nog geen stap dichter bij een oplossing.

Mensen zijn geprogrammeerd door de cultuur waaruit zij komen en dragen deze programmering in zich mee. De moederschoot van een natie kan dus maar zoveel mensen uit andere culturen verwelkomen, voordat de natie haar cultuurkarakter verliest. Dit maximum is hoogstwaarschijnlijk al overschreden. Als er teveel culturele programmeringen door elkaar gaan lopen, worden conflicten niet opgelost vanuit een intuïtief wederzijds verstaan van de heersende normen, maar worden ze ‘gejuridiseerd’. De staat moet nadrukkelijker op de voorgrond treden om met repressie de groepen te scheiden. Het betekent al met al een verlies aan vrijheid. Dus ja, ik deel met u de wenselijkheid van assimilatie, maar bij massamigratie is assimilatie niet realiseerbaar. Als er hele wijken geïslamiseerd zijn, hoe kunnen de mensen die daar komen wonen dan nog integreren?

Wetten plooien onder de gebruiken

Uw begrip van macht deugt niet. U komt aan met een verhaal over het niet-schade-beginsel en een liberale rechtstaat die nooit ter discussie zou mogen staan. Hoe fragiel dit verhaal is, blijkt bij een herbronning op Spinoza. Die beschouwt het recht (jus) niet als iets dat op zichzelf staat, als iets absoluuts, maar als ten diepste betrekkelijk. Dit wil zeggen: betrekking hebbend op wie het recht bezit. Recht is nooit gegeven maar moet altijd worden bevochten en is daarvoor afhankelijk van cultureel en mentaal draagvlak onder de bevolking. Recht is van toepassing waar een machtsstrijd gaande is. Alexis de Tocqueville vervatte dit als volgt: ‘Wetten zijn altijd wankel wanneer ze niet worden gedragen door de heersende mores; de mores zijn de enige robuuste en duurzame kracht in een natie.’

Hierbij geeft hij een voorbeeld: zwarte mensen hadden stemrecht in de VS, maar toch waren er weinig zwarte mensen te bespeuren bij de verkiezingen. Dit kwam omdat het bredere gevoelen op dat moment nogal negatief was over zwarten die wilden stemmen. De magistraten achtten zichzelf onvoldoende sterk om de wet te handhaven tegen dat bredere gevoelen in.

De dagelijkse gang van zaken maakt duidelijk dat als het bredere maatschappelijke gevoelen is, ‘goh, wat maakt het uit dat hij een joint rookt’, dat het wettelijke verbod op drugs dan niet zal worden gehandhaafd. Dit bewijst dat de gedragen normen een kracht hebben die aan het wettelijke voorafgaat en de uitvoer van het wettelijke beïnvloedt. Dit betekent tevens dat er sociale druk uitgaat van strenge moslims op de gematigde, waardoor kledingeisen mettertijd strenger worden. De sociale normen vormen een parallel rechtssysteem en daarom was het leven van Spinoza zwaar. Hij beriep zich op het recht van de Nederlandse staat maar de joodse groep waarin hij opgroeide beschouwde dat als verraad.

Het brengt ons terug op het ‘tijd rekken’ – het is irrelevant dat er vandaag geen moslims openlijk proberen om de liberale rechtstaat omver te werpen. Het gaat om de gestage groei van dat parallelle normatieve systeem. Twee jaar terug hoorde Udo Kelderman (VVD) als gemeenteraadslid in Arnhem al willekeurige moslims praten in een snackbar: zij vonden het langzaam tijd worden om sharia-wetgeving in te voeren. Op dit moment beroept u zich op een liberale filosofie van ‘ieder het zijne geven’, en ondertussen verandert de getalsmatige samenstelling verder…

Misschien hoopt u dat Europeanen dit niet zien en leidt u daarom de aandacht af met verhaaltjes over ‘nieuwrechts’. Mogelijk ziet u het oprecht niet – dan zou u naïef zijn. U zegt enerzijds dat Vlaamse nationalisten met propagandamiddelen hun cultuur moeten uitdragen; anderzijds verkondigt u de liberale boodschap dat de instituties geen rekening moeten houden ‘in een strikt juridische zin’ met collectieve waarden. Spinoza laat ons echter begrijpen hoe dit ‘strikt juridische’ onderscheid niet berust op de werkelijkheid van de dagelijkse levenspraktijk. Wie de demografie en de cultuur verandert, verandert de juridische praktijk immers tegelijkertijd.

Het zijn niet de hoofddoekweigeraars in Iran die zich postmodern gedragen – zij beroepen zich immers op een universeel beginsel van menselijke waardigheid, om van aangezicht tot aangezicht aan de ander te kunnen verschijnen. Het zijn juist de linkse cultuurverkwanselaars in het Westen die zich beroepen op cultuurrelativisme, om hier weer de hoofddoek te gaan goedpraten.

Uw implicaties over apocalyptisch fascisme maken geen indruk. De islam verdeelt de wereld tussen twee huizen: de dar al-islam en de dar al-harb. Letterlijk het huis van vrede – dat deel wat is onderworpen aan de islam – en dat deel wat nog moet worden ingelijfd. Als er iets apocalyptisch is, is dit het wel. De Britse denker Bertrand Russell vergeleek deze doctrine met het communisme – hoeveel rechtstatelijke vrijheden moeten we gunnen aan communisten? De islam brengt een heel ander geloof binnen dan neem nu het boeddhisme.

Wat is identiteit? Dat baseer ik niet op instituties – inmiddels zijn de meeste instituties voor ons helaas verloren (terecht kaart u de kwade rol aan van het cultuurmarxisme daarin). Identiteit komt voort uit een eeuwenoude ontstaansgeschiedenis die meestal terugvoert tot het landschap, dat mensen noopte tot samenwerkingsverbanden. Mensen moesten samenwerken om in hun levensonderhoud te voorzien en daaruit bloeiden wederzijdse sympathieën op.

Organische identiteit

Door deze wederzijdse sympathieën verlangen de streekbewoners ernaar om samen onder dezelfde regering te staan – geregeerd te worden door een bestuur waarin ze zich herkennen. De liberale filosoof John Stuart Mill merkt op dat dit gevoel van wederzijdse identificatie soms mede het gevolg is van afkomst of etnische identiteit. Ook een gemeenschappelijke taal en religie dragen ertoe bij, evenals natuurgrenzen in het landschap. Sterke bindende factoren zijn politieke antecedenten, het bezit van een nationale geschiedenis, gedeelde herinneringen, gemeenschappelijke trots en gezamenlijk ondergane vernederingen.

Wat betreft de spanningen tussen een tolerant Westers libertinisme en de conservatieve islam – en hoe het cultuurchristendom tussen beide stromingen uiteen wordt getrokken – moet ik u complimenteren: dat is een uitstekend punt. Omdat deze brief al lang genoeg is, verwijs ik hier naar drie teksten waarin ik dit dilemma heb belicht. Kerkgangers en Zuilenbouwers, hoofdstuk 4, Levenslust en Doodsdrift, hoofdstuk 35 en het artikel ‘Cultuurmarxisme: Ayaan of Allah?’.

Verder heb ik bewondering voor uw scherpzinnige vermogen om de ware inborst van uw zogenaamde linkse medestanders te doorzien. Inderdaad – voor zover zij u waarderen is dat omwille van uw exotische wortels, niet als gesprekspartner met inhoud. Daarentegen waardeer ik u inhoudelijk als gesprekspartner om deze ideeën voor de neutrale toeschouwer scherp en helder op papier te krijgen, waarvoor nogmaals dank.

Tot slot hecht ik net als u meer aan samenwerking dan aan competitie – ik geloof althans in het bundelen van krachten. Maar ik denk niet dat de islamitische krachten zo dom zullen zijn om het cultuurmarxisme voortijdig te slopen. De cultuurmarxistische verkettering van zinnig migratiebeleid als ‘racisme’, is immers de toegangspoort van de islam om nóg meer geloofsgenoten hier te krijgen.


Vergeet niet om de crowdfunding te steunen. Zorg dat dit alles tot een boek komt! Mijn dank is groot en eeuwig!

Sid Lukkassen

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sid Lukkassen?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans