JavaScript is required for this website to work.
Cultuur

Forum

Brood, rozen en wortels

Gijs Degrande (N-VA): ‘Mag de overheid voorwaarden opleggen aan het aanwenden van publieke middelen? Voor N-VA is het antwoord duidelijk.’

Gijs Degrande is Vlaams parlementslid voor N-VA

6/11/2025Leestijd 3 minuten
Gijs Degrande (N-VA): ‘Cultuur is geen decorstuk van de samenleving, maar haar
fundament. Ze geeft betekenis aan wie we zijn en aan wie we samen willen
worden.’

Gijs Degrande (N-VA): ‘Cultuur is geen decorstuk van de samenleving, maar haar fundament. Ze geeft betekenis aan wie we zijn en aan wie we samen willen worden.’

foto © N-VA

Wat is de rol van de overheid in het cultuurbeleid? Tinneke Beeckman schreef op zaterdag 25 oktober in De Standaard een bijzonder scherp stuk over het Vlaamse cultuurbeleid. Zoals zo vaak legt ze de vinger op de wonde.

Haar column leest als een noodkreet voor een cultuur die weer op zichzelf mag staan, los van politieke of ideologische instrumentalisering. En daarin heeft ze volkomen gelijk. Terecht beschouwt Beeckman cultuur als meer dan beleid of budget. Cultuur ziet ze als spiegel van onze maatschappij, als plaats waar verleden, heden en toekomst elkaar ontmoeten. Vanuit dat perspectief raakt haar kritiek een gevoelige snaar.

Maatschappelijke heropvoeding

De progressieve visie op cultuur, die Beeckman treffend fileert, maakt van cultuur al te vaak een middel tot maatschappelijke heropvoeding. Cultuur moet armoede bestrijden, integratie bevorderen, diversiteit stimuleren of de wereld verbeteren. Allemaal waardevolle doelen op zich, maar cultuur wordt hierdoor functioneel. Ze mag pas bestaan als ze iets ‘doet’.

Niet het feit dat er bespaard wordt, maar de willekeur waarmee dat gebeurt tast het vertrouwen aan.

Die ‘linkse’ logica zien we vandaag terug in het beleid van minister Gennez (Vooruit). Ze schuift van bovenaf doelstellingen naar voren die vooral maatschappelijk-politiek van aard zijn. De sector onthaalt ze slecht omdat ze geen visie ontwaren anders dan een disproportionele besparing op erfgoed, socio-cultureel werk, amateurkunsten en bovenlokale initiatieven, terwijl de kunstensector wordt ontzien.

Niet het feit dat er bespaard wordt, maar de willekeur waarmee dat gebeurt tast het vertrouwen aan. Solidariteit is nochtans geen holle term: de cultuursector verdient dan ook een coherent verhaal dat perspectief biedt in plaats van frustratie.

Niet renderen

Ook ‘rechts’ krijgt een veeg uit de pan. Mijn partij, N-VA, bespaart volgens Beeckman te zeer met een economische bril op: wat niet rendeert, heeft geen plaats in de begroting. Dat lijkt ons al te kort door de bocht en staat ook haaks op haar vermelding van Jan Jambon, die vorige legislatuur veel heeft geïnvesteerd in cultuur. Toegegeven, vanuit de vaste overtuiging dat cultuur wél rendeert, wat ook een ‘functionele’ blik inhoudt.

Voor sommigen past het niet in het gangbare frame dat ‘rechts’ van cultuur zou houden.

Het klopt dus dat mijn partij naar manieren zoekt om de welvaartstaart zo groot mogelijk bakken. Maar het klopt niet dat cultuur daar voor N-VA geen plaats in heeft. Dat dit soms over het hoofd wordt gezien, zegt veel over de hardnekkigheid van bepaalde vooroordelen. Voor sommigen past het niet in het gangbare frame dat ‘rechts’ van cultuur zou houden.

Maar laat ons man en paard noemen: het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering stippelen een cultuurbeleid uit, ze maken de cultuur niet. En is beleid maken niet wat men van politici verwacht? Houdt beleid, ook cultuurbeleid, niet in dat men doelen stelt gekoppeld aan de inzet van publieke middelen?

Mond houden

Die wederkerigheid wordt vandaag vaak vergeten in het debat. Stemmen in de sector vragen ‘de artistieke autonomie’ te respecteren, maar bedoelen eigenlijk dat de overheid geld mag geven en verder haar mond moet houden. Sois belle et tais-toi, de sector weet zelf het best hoe middelen te besteden. Graag wordt Johan Rudolph Thorbecke dan uit zijn graf gelicht en zonder veel kennis van zaken rond geparadeerd.

Maar de realiteit toont dat de sector ook met hardnekkige problemen kampt. Denken we aan structurele onderbetaling van kunstenaars, versnippering van initiatieven, gebrek aan continuïteit. Dat zijn signalen dat het paradigma van volledige autonomie zonder beleidssturing niet langer volstaat maar ook dat een beleid van onevenwichtige besparingen geen antwoord biedt. Wat ontbreekt is een visie die perspectief en duurzaamheid koppelt aan vertrouwen. Een volwassen cultuurbeleid mag, nee moet dus ook vragen stellen over de organisatie en de maatschappelijke rol van de sector.

Voorwaarden opleggen

Het protest bij het M HKA of de discussies in het sociaal-cultureel werk tonen precies dat spanningsveld. Mag de overheid voorwaarden opleggen aan het aanwenden van publieke middelen of niet? Voor N-VA is het antwoord duidelijk: de overheid moet een cultureel ecosysteem mogelijk maken dat duurzaam, professioneel en sociaal rechtvaardig is. Dat betekent dat Vlaanderen een verantwoorde inzet van middelen mag verwachten, en het opnemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de gemeenschap.

Investeringen vergen een beheersbaar budget, dat geldt ook voor cultuur.

Cultuurbeleid draait volgens N-VA niet om de keuze tussen brood of rozen, maar om de vraag hoe we de rozen morgen kunnen laten bloeien. Investeringen vergen een beheersbaar budget, dat geldt ook voor cultuur. Alleen zo garanderen we continuïteit, ook voor de volgende generaties.

Fundament

Besparingen zijn nooit leuk, maar soms zijn ze onvermijdelijk. Het is daarbij de verantwoordelijkheid van het beleid om ze te duiden. Precies daar lijkt vandaag de schoen te wringen: beslissingen komen te vaak uit de lucht vallen of worden onvoldoende gekaderd. Daardoor ontstaat het gevoel dat cultuur wordt gereduceerd tot boekhouding, alsof men met de botte bijl hakt in plaats van met beleid te snoeien. Iets wat mevrouw Beeckman scherp aanvoelt en terecht bekritiseert.

Cultuur is geen decorstuk van de samenleving, maar haar fundament. Ze geeft betekenis aan wie we zijn en aan wie we samen willen worden. Vlaanderen is niet groot in omvang, maar wel in geest. Daarom moeten we omzichtig te werk gaan, in het bijzonder als het moeilijk gaat. Niet om applaus te oogsten maar om ervoor te zorgen dat de rozen blijven bloeien, stevig geworteld in de grond van onze geschiedenis.

Gijs Degrande is Vlaams parlementslid voor N-VA

Commentaren en reacties