Advertentie
Commentaar, Europa

Catalonië en zelfbeschikkingsrecht

De hele discussie over de grondwettelijkheid van een (bindend) referendum naar Spaans recht is in feite een schijndebat. Indien de volksraadpleging ongrondwettelijk zou zijn, volstaat het dan niet voor de interne rechtsorde om dit als onbestaande te beschouwen? Moest die inkt echt uitgewist worden met gum9miknuppel en rubberen kogel? Men vreesde natuurlijk vooral de gevolgen: een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van het Catalaanse parlement. Alle bedenkingen over de representativiteit van het referendum ten spijt — is het orgaan dat de onafhankelijkheid zal uitroepen, het Catalaanse parlement, dan niet democratisch en representatief? — overstijgt de hele materie daarmee de nationale dimensie.

Zelfbeschikkingsrecht, zegt u?

Laten we daarom eens kijken naar de inzet van de volksraadpleging. Wat is dat nu, het recht op zelfbeschikking? Het idee is bezwaarlijk nieuw te noemen, we mogen trots verwijzen naar het Plakkaat van Verlatinghe. Het gebruikelijke riedeltje over de oorsprong ervan begint traditioneel bij Woodrow Wilson. Die hanteert het als politiek concept in zijn Fourteen Points. In die toespraak voor het Amerikaanse Congres had president Wilson het over de toekomst van Europa en richtte hij zijn blik specifiek op de hertekening van de eeuwenoude kruitvaten Centraal- en Oost-Europa. Het is ook tegen die achtergrond dat het concept begrepen moet worden; natiestaten konden een oplossing vormen voor conflicten die al eeuwen etterden. De verdragen die de Europese kaart na de Eerste Wereldoorlog zouden hertekenen kwamen hier echter slechts gedeeltelijk aan tegemoet. Met alle gevolgen van dien, denk maar aan Hitlers Derde Rijk of de gebeurtenissen in Joegoslavië.

De schuld van de Russen

Voor de verdere ontwikkeling van het concept was vooral de opname ervan in het VN-Handvest van primordiaal belang. Dat gebeurde op aandringen van de Sovjet-Unie, die lonkte naar de kolonies en mandaatgebieden. Het expansionisme van de Sovjets was immers recht evenredig aan de dekolonisatie van de gevestigde (wereld)machten. Hoewel het Handvest verwees naar het recht op zelfbeschikking (art. 1(2), 55 en 73), bepaalde het niet wat dit nu precies inhield of wat de voorwaarden waren. Dit werd verder uitgewerkt in verschillende VN-resoluties (noemenswaardig zijn VN-resoluties 1514, 1541 en 2625), verdragen (o.a. de mensenrechtenverdragen van 1966; IVBPR en ECOSOC) en later de rechtspraak van het Internationaal Gerechtshof. Dit alles gebeurde in de eerste plaats in de context van de dekolonisatie. Het was de bedoeling om elke kolonie in haar geheel onafhankelijk te laten worden. Daarbij werd uitdrukkelijk de mogelijkheid tot secessie uitgesloten. Dit stond en staat immers haaks op het principe van de territoriale integriteit, een hoeksteen van de VN.

Een voorbijgestreefde visie

Het is nog maar de vraag hoe houdbaar die benadering vandaag nog is, nu algemeen aangenomen wordt dat de koloniale staatsgrenzen geen rekening hielden met de etnische of tribale werkelijkheid. Hoe wordt dit recht op zelfbeschikking dus ingevuld in het postkoloniale tijdperk? In de evolutie van het begrip werd gaandeweg een onderscheid gemaakt. Enerzijds definieerde men een extern zelfbeschikkingsrecht: in de koloniale periode het afwerpen van het juk van de kolonisator, vandaag vooral actueel in combinatie met secessie. Anderzijds ontwikkelde men de notie van een intern zelfbeschikkingsrecht dat de verwezenlijking van legitieme aanspraken beoogt binnen een interne, nationale context. Bij het bestuderen van het Catalaanse vraagstuk (en eigenlijk ook het Schotse of Vlaamse,…) zijn de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Van intern…

Als we vertrekken vanuit een intern zelfbeschikkingsrecht, dan kan in belangrijke mate betoogd worden dat dit voor Catalonië (of Schotland en Vlaanderen) al gerealiseerd is. Er is sprake van een zekere politieke en zelfs culturele autonomie (denk maar aan taal, onderwijs…). Toch zit op die benadering nog wat marge. Bijvoorbeeld met betrekking tot fiscale autonomie staat het gewicht van dit argument ook nog ter discussie. Dat mag verbazen, want intern zelfbeschikkingsrecht ligt in het verlengde van de slogan ‘no taxation without representation’. Die ontketende de Amerikaanse revolutie. Een uitspraak van het Canadese Hooggerechtshof naar aanleiding van Quebec zet waarschijnlijk de toon voor toekomstige gevallen in andere landen. Hier werd de vraag gesteld of Quebec zich unilateraal kon afscheiden van Canada. Het Hof oordeelde in 1998 met betrekking tot het internationaal recht dat Quebec wel een zelfbeschikkingsrecht had, maar dit intern al verwezenlijkt was door haar regionale autonomie.

naar extern zelfbeschikkingsrecht

Dat brengt ons bij de volgende mogelijkheid, het extern zelfbeschikkingsrecht en daarmee samenhangend het recht op afscheiding. Dit is wat Puigdemont voor ogen heeft. Als het internationaal recht al die mogelijkheid aanvaardt, dan moet er sprake zijn van een schending van mensenrechten door Spanje. En dat kan heel breed geïnterpreteerd worden. Bovendien kan dit slechts als laatste redmiddel, wanneer er binnen de nationale of zelfs internationale rechtsorde geen andere oplossing voorhanden is.

Hoewel deze mogelijkheid soms voorgesteld wordt als juridische science fiction, is deze theorie helemaal niet nieuw. Met een beetje goede kunnen het Plakkaat van Verlatinghe (1581) of de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) dienen. Die stellen dat het volk het recht heeft een heerser te verlaten die haar vrijheden en wetten niet respecteert. Een recent (en hoopgevend) voorbeeld is Kosovo. Het riep unilateraal de onafhankelijkheid uit. De Algemene Vergadering van de VN bracht de zaak voor het Internationaal Gerechtshof om na te gaan of die afscheiding in overeenstemming was met het internationaal recht. Het Hof oordeelde dat het externe recht op zelfbeschikking, in een postkoloniale context, zo’n afscheiding aanvaardt noch verbiedt op grond van een schending van de territoriale integriteit van de moederstaat.

En dus voor Catalonië?

Wat betekent dit nu concreet voor Catalonië? Het recht op zelfbeschikking wordt als dusdanig niet meer betwist en de casus Kosovo zet de deur op een kier voor een afscheiding. Dat betekent echter nog niet dat elk volk (op zich al een vaag begrip) zomaar het recht heeft op een eigen staat. Aan Puigdemont en de zijnen om aan te tonen dat hun legitieme aanspraken niet (meer) binnen een nationale context kunnen verwezenlijkt worden. Puigdemonts herhaaldelijke oproepen tot bemiddeling en Madrids aanwenden van art. 155 van de Spaanse Grondwet, waardoor ze de Catalaanse bevoegdheden usurpeert, kunnen enkel in Cataloniës voordeel spelen. Een laatste les die Kosovo de Catalanen nog kan leren is het belang van de beeldvorming rond het hele gebeuren —Servië torst nog steeds het imago van boeman. Op dat vlak heeft Rajoy door zijn starre houding zichzelf vakkundig in de voet geschoten.

Tot slot nog deze bedenking. Het is natuurlijk weinig verrassend dat de internationale rechtsorde van nature afkerig staat tegenover instabiliteit. Maar wat belerende legisten ook mogen beweren, het internationaal recht hanteert wijlen Jean-Luc Dehaenes devies: ‘een probleem moet je pas oplossen als het zich stelt’. Het zelfbeschikkingsrecht uit het VN-Handvest van 1945 interpreteerde men vroeger veel restrictiever dan vandaag. Als de Catalanen hun slag thuis halen, schept dit met andere woorden interessante precedenten.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans