JavaScript is required for this website to work.
post

Conner Rousseau wil investeren

Slim is beter dan dom

Philippe Clerick9/7/2020Leestijd 3 minuten

foto © Belga / Eric L'Almand

Naast zijn politieke spelletjes is Rousseau ook met ‘inhoud’ bezig. Die komt neer op investeren én spenderen.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Toen de sp.a in de peilingen van 10 naar 12 procent steeg, en er gesproken werd van een Conner Rousseau-effect, was mijn zoon Jan in de nopjes. ‘Had ik het niet voorspeld?’ zei hij. Ik geef het toe: hij had het voorspeld. Hij had ook voorspeld dat CD&V zou vooruitgaan, wat niet gebeurd was, maar daar zweeg ik over. In plaats daarvan bromde ik iets over ‘geld uitgeven’ en ‘hogere belastingen’. ‘Ja, ’t blijft natuurlijk een socialist,’ zei Jan.

Minder traditioneel

Conner Rousseau komt uit een traditioneel socialistisch gezin — moeder in het parlement en vader in de mutualiteit, als directeur van een vakantiecentrum. Maar zijn stijl is minder traditioneel. Hij lacht gemakkelijk voor de camera, draagt turnschoenen, zegt ‘matekes’ in plaats van ‘kameraden, gezellinnen’, en spreekt over ‘Fluppe’ nadat hij bij de koning op audiëntie is geweest. Ook heeft hij een ongewone voornaam. Ik heb nooit een leerling gehad die ‘Conner’ heette. Ik ken de naam eigenlijk vooral van ‘John Connor’ en ‘Sarah Connor’ van de Terminator-films, en daar is het een familienaam.

Sound bites

Hij is redelijk goed in het verzinnen van leuzen en sound bites. Hij spreekt van een ‘New Social Deal’, en geld uitgeven noemt hij ‘massaal investeren’. ‘Beter slim investeren dan dom besparen,’ is zijn lijfspreuk. Dat is waar. Slim is vaak beter dan dom. Probeer het maar. Slim autorijden is beter dan dom fietsen. Slim reizen is beter dan dom thuisblijven. Slim weggeven is beter dan dom krijgen. En als je het omdraait is het ook telkens waar. Zo is ook slim besparen beter dan dom investeren. En het beste is nog slim besparen én slim investeren.

In een dubbelinterview met Stijn Baert geeft Rousseau een argument voor zijn massale investeringen. ‘Tijdens de financiële crisis hebben we massaal bespaard; dat heeft ons niet veel welvaart en welzijn opgeleverd.’ Ja, nee, als je bespaart, verhoog je het welzijn niet. Je probeert gewoon niet meer uit te geven dan er binnenkomt, en ondertussen betaal je je schulden af. Als je echter meer uitgeeft dan er binnenkomt, verhoog je misschien tijdelijk je welzijn, maar zul je later nog meer schulden moeten afbetalen, ten koste van je toekomstige welzijn.

De Hollanders

Rousseau sneert verder dat het relanceplan van ons land ‘nog gieriger is dan dat van de Hollanders’. Alhoewel ik de cijfers niet ken, geloof ik Rousseau op zijn woord. Maar de Hollanders hebben in het recente verleden wel veel meer — slim of dom — bespaard waardoor ze nu meer reserve hebben voor een relanceplan.

Wat Rousseau echt bedoelt, is dat investeren slim, en besparen dom is. Of dat waar is, weet ik niet. ’t Is een moeilijke kwestie en de economen hebben daar verschillend over gedacht. (1) Maar het zou in elk geval nuttig zijn om het woord ‘investeren’ correct te gebruiken. Wikipedia definieert ‘investering’ als een ‘opoffering in geld, tijd of mankracht (personeel) ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald.’ Soms gebruikt Rousseau die correcte betekenis als hij bijvoorbeeld vraagt dat de overheid dringend ‘de kmo’s en de kleine zelfstandigen’ zou beginnen steunen. Alleen: waar moet het geld van die steun vandaan komen? Zou dat niet, nu of op termijn, in de eerste plaats komen van extra belastingen op dezelfde kmo’s en kleine zelfstandigen?

Nu en later

Maar vaak gebruikt Rousseau het woord ‘investeren’ voor iets helemaal anders. ‘Investeren in de zorg’, ‘investeren in hogere pensioenen’, ‘investeren in sociale woningen’, ‘investeren in hogere lonen’. Maar in zulke ‘investeringen’ is de betekenis van tijdelijke opoffering en toekomstig voordeel helemaal verdwenen. De verpleegsters, patiënten, gepensioneerden, huurders en loontrekkenden krijgen nú een voordeel, en als daar schulden voor werden gemaakt, in de vorm van een begrotingstekort, volgt later het nadeel, in de vorm van belastingen, te betalen door… de verpleegsters, patiënten, gepensioneerden, huurders en loontrekkenden. (2)

Frisse uitspraken

Rousseau heeft tijdens de regeringsonderhandelingen net voor de coronacrisis een goede indruk gemaakt door niet enthousiast elke bocht van Magnette te volgen. En als het om algemeenheden gaat, is hij best bereid om frisse uitspraken te doen. ‘Het verschil [in financiële beloning van] tussen werken en niet-werken moet groter zijn’, ‘ik ben open-minded en wil ook praten over een staatshervorming’. Maar als het om tastbare zaken gaat, het brugpensioenstelsel (‘geval per geval bekijken’) werkloosheidsvergoedingen (‘niet verlagen na een paar jaar’) en de federale greep op de sociale zekerheid, mét noord-zuidtransfers (‘het systeem bewijst zijn meerwaarde sinds de Tweede Wereldoorlog’), dan kun je alleen maar zuchten: ’t Blijft natuurlijk een socialist.’

(1) Zelf volg ik de economen die geloven privé-investering, dat wil zeggen in mensen die op eigen risico hun eigen geld in de economie investeren. Ministers en ambtenaren die eerst anderen belasten, en met dat geld de investeringsmarkt betreden, dat boezemt mij als algemene aanpak weinig vertrouwen in. Die economische investeringen vormen overigens een andere materie dan die van het sociaal beleid van een regering.

(2) Voor mijn linkse vrienden: Kunnen die belastingen niet doorgeschoven worden naar de grote vermogens? Stijn Baert antwoordt daarop met een mooie vergelijking. ‘Ik ben niet per se tegen een vermogenswinstbelasting. Alleen, als ik sommigen hoor spreken, lijkt het erop of daarmee ineens alle sociale eisen kunnen worden betaald. Dat is niet zo. Het doet me denken aan mijn eigen eindejaarspremie: Die heb ik ook elk jaar in mijn hoofd al een paar keer uitgegeven voor ze op mijn rekening staat.’

Philippe Clerick (1955) studeerde romanistiek en germanistiek en is leraar Nederlands. Politiek ongebonden na een extreemlinkse jeugd. Hij houdt een Clericks weblog bij van wat hem te binnen valt over Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En al de rest.

Commentaren en reacties