fbpx


Binnenland, Media

‘Coulissen van de Wetstraat’ gepeild

Een voorbeschouwing op de nieuwe Canvas-reeks


Op 8 mei wordt de reeks afgesloten met een reconstructie van het kortstondige huwelijk tussen Jean-Marie Dedecker en Bart De Wever dat zich in 2006 voltrok, ‘De 10 dagen van Dedecker bij de N-VA’.

Bij zo’n veelbelovende aankondiging kan je alleen maar hopen dat de makers hun huiswerk grondig hebben gemaakt en zich vooralsnog baseren op de juiste premissen en correcte analyses. Moeten we daar bij voorbaat aan twijfelen?

Lilliputter N-VA

Misschien wel. Tenminste wanneer we afgelopen weekend in De Morgen (20 april 2013) lezen dat Ivan De Vadder  terug het hardnekkige  beeld oprakelt dat N-VA in 2006 ‘nauwelijks iets voorstelde’: ‘Het was een piepkleine partij’ die groot kon worden dankzij Dedecker, luidt het uitgangspunt. Waarop is die inschatting gebaseerd?

De Vadder verwijst hierbij naar politicoloog Stefaan Walgrave (UA) die deze stelling destijds staafde met cijfers, waardoor dat verhaal van lilliputterpartij N-VA – die haar groeihormonen dankte aan de tumultueuze doortocht van Jean-Marie Dedecker – al snel een eigen leven ging leiden in de media.

Die voorstellingswijze is grotendeels gebaseerd op hoogst bedenkelijk cijfermateriaal en mediacommentaren die destijds volhielden dat N-VA en Spirit, elk met een marginaal marktaandeel in de peilingen, electoraal niet levensvatbaar waren.

Het panelonderzoek van Het Laatste Nieuws was op dat ogenblik de enige continue peiling die vanaf 2005 maandelijks afzonderlijk de electorale sterkte van zowel N-VA als CD&V binnen het kartel berekende en in kaart bracht op basis van ruim 13.000 vaste panelleden.

Uit dat maandelijkse onderzoek bleek dat de N-VA al in 2005 – geruime tijd voor de VLD Jean-Marie Dedecker media oktober 2006 de deur wees – electoraal levensvatbaar was.

In juni 2005 werd het electoraal marktaandeel van de N-VA binnen het kartel door Het Laatste Nieuws berekend op ruim 7 procent, terwijl Spirit, met 2 procent, ver onder de kiesdrempel bleef haperen. Die vaststelling werd evenwel door alle traditionele peilingen en onderzoeken hardnekkig tegengesproken. Volgens die bronnen waren Spirit en N-VA, ‘met elk zo’n 3 procent marktaandeel van bij de start van de campagne van 2004 aan elkaar gewaagd.’ (ISPO, KUL, 2004)

Bart De Wever reageerde destijds fel op dergelijke resultaten: ‘Wij even groot als Spirit? Komaan zeg. Dat cijfer is nonsens. De methodiek rammelt zeer stevig als naar kleinere kartelpartners wordt gepeild’. (De Standaard, 25 februari 2006).

Val

Al op 25 november 2006 sprak Bart Brinckman het electorale doodvonnis uit over Dedecker: ‘Met veel plezier zal De Gucht ook merken dat de populariteit van zijn spookbeeld Jean-Marie Dedecker in vrije val zit’, noteerde de redacteur in De Standaard.

Vier dagen later, op 29 november 2006, sloot  Dedecker aan bij de N-VA. Dat verbond stuitte bij  kartelpartner CD&V op een veto en leidde op 30 november 2006 tot een kortstondige ontbinding van het electoraal succesvolle kartel. Meteen na de ontbinding berekende  Het Laatste Nieuws voor een zelfstandige N-VA mét Dedecker, een virtueel marktaandeel van 15 procent.

Met de steile klim in de populariteitspoll van Het Laatste Nieuws veroorzaakte Dedecker een electoraal overhevelingseffect naar de N-VA waardoor deze partij haar marktaandeel in één beweging verdubbelde. 

De twee betrokken partijvoorzitters Jo Vandeurzen en Bart De Wever – die op dat moment in alle stilte over een nieuwe karteloverkomst zaten te onderhandelen – kregen met tien minuten verschil elk op hun beurt van de toenmalige politiek hoofdredacteur van VTM, Pol Van den Driessche,  vooraf de resultaten van Het Laatste Nieuws in handen.

‘De wetenschap dat deze peiling de volgende dag nieuws zou beheersen, de dag waarop ook de partijraad van de N-VA zijn keuze zou moeten maken, heeft de besprekingen allerminst vergemakkelijkt’, onthulde een van de betrokkennen achteraf in Knack. ‘Het voelde alsof er een val werd gezet’. (Knack, 28 februari 2007).

Doodvonnis voor Dedecker

Op 9 december werd Dedecker, onder druk van CD&V, door de N-VA aan de kant geschoven en het kartel – uit angst voor de magere overlevingskansen die traditionele peilingen een zelfstandige N-VA toedichtten – gelijmd.

Hoewel het  kartel meteen na de reparatie 2 procent in de peiling moest prijsgeven in vergelijking tot de score voor de ontbinding, bleek de electorale schade quasi nihil. Het toonde meteen ook aan dat Jean-Marie Dedecker als zelfstandige politieke formatie, electoraal levensvatbaar was. Maar ook deze becijfering werd door alle traditionele peilingen volkomen ontkend.

Op basis van 75 enquêtes die Ipsos na de kartelcrissis inderhaast voor De Morgen had laten afnemen, concludeerde Liesbeth Van Impe bovendien dat ‘Bart De Wever zijn toch al beperkte populariteit ziet slinken’ (De Morgen, 18 december 2006).

Op 11 december, twee dagen na het herstel van het kartel, werd UA-politicoloog Stefaan Walgrave door dezelfde krant geïnterviewd om commentaar te leveren bij de electorale inschatting die Het Laatste Nieuws over N-VA mét Dedecker maakte: ‘te gek om los te lopen’ oordeelde  de politicoloog (De Morgen, 11 december 2006), die op basis van eigen cijfers aangaf dat de N-VA als zelfstandige partij mét Jean-Marie Dedecker hooguit goed was voor 6 à 7 procent marktaandeel. Daarmee was Jean-Marie Dedecker electoraal ten dode opgeschreven en hield de krant meteen ook voor bewezen dat de N-VA niet kon overleven zonder de kartelconstructie met CD&V.

Schatter over de N-VA

Gezien de sterke verschillen tussen de resultaten van Stefaan Walgrave en Het Laatste Nieuws, vroeg ik destijds aan Walgrave de gedetailleerde onderzoeksgegevens waarmee de politicoloog in de media uitpakte. De reactie van Walgrave  was ontluisterend: ‘Ik heb geen nieuw of eigen onderzoek dat 6 à 7 procent (voor de combinatie N-VA en Jean-Marie Dedecker, redactie) vooropstelt: dat cijfer werd in het interview als een schatting gegeven.’ (mail van Walgrave, 12 december 2006)

De populariteitsklim van Jean-Marie Dedecker was ook zeer tegen de zin van een aantal journalisten, politici en academici, die in zijn opmars vooral een bewijs zagen van de ondeugdelijkheid van de becijferingen van Het Laatste Nieuws. ‘Volgens de peiling van De Standaard en VRT, moet de invloed van Dedecker op de electorale verhoudingen veel lager worden ingeschat dan het de voorbije weken leek’, luidde de conclusie van Bart Sturtewagen in De Standaard. (13 december 2006).

De krant bleef op basis van de eigen peilingen eveneens onverstoorbaar achter de uitgesproken electorale dominantie van CD&V staan: ‘Ook zonder een kartel met de N-VA is CD&V in staat bijna 30 procent te halen, zo blijkt uit een peiling van De Standaard en de VRT’, noteerde Anja Otte (13 december 2006).

Het postelectoraal marktonderzoek van TNS Media – het bureau dat in opdracht van VRT en De Standaard  peilt – raamde het aandeel van N-VA binnen het kartel met CD&V in 2007 op minder dan 4 procent. (De Standaard, 06 januari 2010). Die becijfering steunde op de twijfelachtige aanname dat de N-VA in 2007 slechts marginaal aan de score van het kartel bijdroeg, terwijl N-VA op dat moment – volgens de maandelijkse berekeningen van Het Laatste Nieuws – al een kwart van het totale electorale kartelgewicht leverde.  

De neus van Dedecker

Op 10 juni 2007, drie jaar na de Vlaamse verkiezingen van 2004, kraakte de Vlaamse kiezer nu ook paars op federaal niveau. Het kartel CD&V/N-VA behaalde 29,6 procent. Jean-Marie Dedecker tilde zijn eigen partij – met 6,5 procent van de stemmen – boven de kiesdrempel.

‘Jean-Marie Dedecker zet peilingen een neus’ titelde Het Nieuwsblad vlak na de verkiezingen (12 juni 2007). In de peiling van VRT en De Standaard, afgenomen tijdens de laatste campagneweek van 2007, strandde Lijst Dedecker op amper 3,8 procent.

De Standaard moest achteraf toegeven dat ‘de opiniepeilers de verkiezingen verloren’ hadden (12 juni 2007). En ook professor Walgrave moest op zijn stappen terugkomen: ‘Peilingen zijn tot slot altijd conservatief: ze onderschatten trends’ (De Standaard, 12 juni 2007).

Toveren

Vreemd genoeg toverde Walgrave, amper twee dagen ná de federale verkiezingen van 2007, in De Tijd een pasklare analyse uit zijn mouw, waaruit plots moest blijken dat zijn onderzoek de kiesdrempeloverwinning van Lijst Dedecker, van meet af aan  correct had ingeschat (De Tijd, 12 juni 2007).

Bij de Vlaamse verkiezingen van 2009 brak de N-VA voor het eerst door als zelfstandige partij en eindigde met 13 procent ver boven de kiesdrempel. CD&V hield nog 22,9 procent over: ver onder de eerder voorgespiegelde 30 procent.

Ook Marianne Thyssen toonde zich zeer  uiterst sceptisch tegenover de berekeningen die TNS Media maakte bij de evaluatie van de verkiezingsuitslag van 2009: ‘Men baseert zich hier op een zeer onrealistische uitgangspunt, namelijk dat N-VA in 2007 slechts goed was voor een dikke 3 procent van de kartelscore, die in totaal bijna 30 procent bedroeg. Dat lijkt mij een forse onderschatting’, verklaarde de toenmalige CD&V-voorzitster in Knack als reactie op het post-electoraal onderzoek van TNS Media.  (06 januari 2010)

Indien de cijfers en politieke analyses waarmee de politieke actualiteit destijds werd beschreven, de grondstof leveren voor de derde aflevering van ‘De coulissen van de Wetstraat’,  dan doen de programmamakers er best aan om achter de coulissen vooralsnog dat materiaal kritisch te herbekijken alvorens deze documentaire op de kijker los te laten.

 

(de auteur stond mee aan de wieg van het panelonderzoek van Het Laatste Nieuws)

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Frank Thevissen

Frank Thevissen is doctor in de communicatiewetenschappen en auteur van o.a. 'Het is maar een peiling'.