Cultuur
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Bart Caron

Het cultuurbeleid van de N-VA, een goochelshow?

Antwoord aan Marius Meremans
cultuurbeleid

Er zijn inderdaad nog zekerheden in het leven zoals mijn fietstochtjes in de Zwitserse of Franse bergen of de Chiro van mijn zoon die met zijn Keti’s op bivak vertrekt. Voor het eerst is er een koppel N-VA-politici (Sander Loones en Matthias Diependaele – red.dat op 11 juli in De Standaard een opiniestuk schrijft om de Vlaamse cultuur te verheerlijken – ik kan dat zeker waarderen. Ze vinden wel dat de Vlaamse kunst onvoldoende wordt uitgedragen. Ook daar hebben ze gelijk in, maar niet bij het met de wijsvinger wijzen naar de federale musea die de Vlaamse kunst in kelders en depots laten verrotten. Mijn reactie in dezelfde krant was voor 90 procent daarop geënt. Ik was namelijk boos dat hun partij haar verantwoordelijkheid niet opnam. Het is immers N-VA die de bevoegde staatssecretarissen lever(de)t.

Daarnaast ging ik in op de houding van N-VA in de Vlaamse regering en parlement, daar waar de lamp brandt. Ik bedoel, daar waar het zwaartepunt van het cultuurbeleid ligt, in Vlaanderen.

Ja, ik vind dat een partij die in beide regeringen dominant is, op het cultuurbeleid moet wegen, als ze kunst en cultuur echt belangrijk vindt. Daar heb ik de grootste twijfels over. Noem dat gerust een hagenpreek, ik heb blijkbaar een andere mening over het belang van kunst- en cultuurbeleid.

Ik kreeg een pak kritiek op de sociale media en van collega Marius Meremans op Doorbraak, vooral om dat ik geen degelijk cijfermateriaal en concreet bewijs zou bevatten. Tja, het eerste opiniestuk van Sander Loones en Matthias Diependaele bevatte evenmin cijfermateriaal.

Mijn gewaardeerde collega Marius Meremans – we zijn het niet altijd eens, maar hij volgt het cultuurbeleid van grondig op – pakt nu wel uit met cijfers. Daar ga ik met graagte op in. Daardoor dreigt dit stuk nogal technisch uit te draaien. Alvast mijn verontschuldigingen daarvoor. Maar als ik word uitgedaagd om cijfers te geven, dan doe ik dat met graagte.

De grillen van cultuurbudgetten

Marius schrijft dat de Vlaamse regering in 2016 ruim 418 miljoen euro investeerde in de brede Vlaamse cultuursector. Volgens mijn gegevens is dat 422 miljoen euro, maar het hangt af of je vastleggingskredieten dan wel vereffeningskredieten als maatstaf gebruik. Ik neem de eerste categorie, omdat die de beleidsintenties best toont. Toen ik kabinetschef was van cultuurminister Bert Anciaux, in tijden waarin het manna nog uit de hemel viel – het woordgebruik is van Marius Meremans – was dit 347 miljoen euro, of ruim 71 miljoen euro mínder. Het gaat over het jaar 2004. Om precies te zijn, het was 356.110 euro, ietsje meer.  Het verschil is wellicht te verklaren door het feit dat er een begrotingsaanpassing is geweest na de verkiezingen. Bij gelijkblijvend beleid zou dat bedrag vandaag, bij een correcte toepassing van de gezondheidsindex[1] 445,5 miljoen euro bedragen. Dat is een stuk hoger dan het cultuurbudget van 2016 (418 miljoen euro). Tot de periode van cultuurminister Joke Schauvliege werden de subsidies en werkingskosten in het domein cultuur steeds geïndexeerd. Dit principe werd pas losgelaten vanaf eind 2009. De indexering is momenteel gedeeltelijk hersteld, enkel voor het loongedeelte van subsidies. Zo slecht deden we het dus niet. Dat was de verdienste van de ministers Bert Anciaux en Paul Van Grembergen. De waarde van de centen die voor kunst en cultuur beschikbaar waren, was toen hoger dan vandaag.

Ter vergelijking, in 1999, bij de start van de toenmalige regering, bevatte de cultuurbegroting 219 miljoen euro. In 2004 was ze dus gestegen met 62 procent. Dat ging nog door. In 2009 was de cultuurbegroting 448,4 miljoen euro groot. Dat is ten opzichte van 2004 is een stijging met 26 procent.

In 2009 trad Joke Schauvliege aan. In die regering zat ook N-VA. Op het einde van die regeerperiode, in 2014, bedroeg de cultuurbegroting 475,7 miljoen euro. Ten opzichte van 2009 betekent dat een stijging met 6 procent. Dat komt neer op iets meer dan de helft van de stijging van de index.

In 2014 trad Sven Gatz aan. Hij mocht/moest bij de start stevig besparen onder het motto ‘snoeien om te bloeien’. Sic. In het begrotingsjaar 2016 zat nog 422,4 miljoen euro in de culturele pot. In vergelijking met 2014 is dat een daling met 11 procent. Dat is echter in grote mate het gevolg van de overheveling van de centen voor lokaal cultuurbeleid (voor cultuurcentra, openbare bibliotheken, cultuurbeleidscoördinatoren…) naar het Gemeentefonds. Ik betreur deze beslissing ten zeerste. Dat de planlast gemeentelijk moest verminderen en dat het cultuurbeleid lokaal beter wordt geïntegreerd, daar ben ik helemaal mee eens, maar dat de centen uit het cultuurbudget verdwenen zijn, betreur ik. Immers, lokale besturen kunnen die nu ook inzetten voor allerlei andere lokale beleidskeuzes: voor rioleringen, wegenwerken, politie enzovoort. Ik respecteer die keuzes, maar het is jammer dat het Vlaamse cultuurbudget 84,5 miljoen euro heeft verloren. We kunnen maar hopen dat steden en gemeenten verder evenveel blijven investeren in cultuur.

Dat bedrag werd overgeheveld in het begrotingsjaar 2016. Dat verklaart de daling grotendeels. Als je het huidige bedrag samentelt met het overgehevelde bedrag, dan zou je uitkomen kom op 506,8 miljoen euro. Dat is het hoogste bedrag van de voorbije 20 jaar, helaas enkel in absolute cijfers, niet in culturele koopkracht (reële waarde).

Grote Vlaamse instellingen, consecratie van traditie?

Ja, de middelen voor kunsten zijn licht gestegen. Maar ze zijn nog 17 miljoen euro lager dan in 2014, net iets meer dan het niveau van 2009. Dat is vooral te verklaren door het stagneren van subsidies en werkingsmiddelen voor cultureel erfgoed. Ik steun Marius Meremans in zijn ambitie om in 2019 een budgettaire inhaalbeweging te realiseren.

De stijging van de budgetten voor de (grote) Vlaamse Kunstinstellingen wordt door N-VA graag opgevoerd als een grote prestatie. Het is hen zeker gegund. Het illustreert een visie op cultuurbeleid, nl een voorkeur voor grootschaligheid, voor traditie en voor alles wat onze Vlaamse identiteit bevestigt.

Dat er zaken kunnen fout gaan, weet elke politicus. Dat is het geval geweest met Daarkom. Er liggen verschillende factoren aan de basis hiervan. Het goed bedoelde Vlaams-Marokkaans cultuurhuis werd niet goed gerund. Het werd daarenboven vakkundig de nek omgewrongen door minister Schauvliege, waardoor het nooit echt levenskansen kreeg. Het dure gebouw, ‘La Gaïeté’ in Brussel, vertoonde veel gebreken. Jammer.

Een Vlaamse culturele identiteit?

Ik apprecieer het dat Marius Meremans stelt dat Vlaanderen zich moet openstellen en met zijn cultuur naar buiten moet komen en dat ze ijveren voor een sterk, uitgebouwd internationaal cultuurbeleid en een stevige culturele diplomatie. Jammer dat de vorige Vlaamse regering, met N-VA, het internationaal beleid zo sterk terugdraaide, vooral financieel.

Dan wil ik ten slotte graag afrekenen met een misverstand. ‘Een Vlaamse identiteit is Groen immers een doorn in het oog,’ schrijft Marius Meremans. Ik schreef in De Standaard letterlijk ‘Vlaanderen heeft zeker een culturele identiteit, met internationale allure. Maar dan moet die vleugels krijgen in plaats van in kneuterigheid te verzanden. We moeten gaan voor een hedendaags Vlaams verhaal dat uitblinkt in culturele meervoudigheid en topkwaliteit. Het vereist investeringen in musea, archieven dans- en theatergezelschappen, in kunstenaars en creatieve geesten. En dat op alle bestuursniveaus.’

Als mijn collega dat veredelde toogpraat vindt, dan laat ik dat voor zijn rekening. Ik vind het jammer. Ik mag toch hopen dat we straks samen pleiten voor een krachtiger cultuurbeleid.

 

 

[1]   Gezondheidsindex: 2004: 99,98 – 2009: 110,90 – 2014: 121,25 – 2016: 125,09

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans