De nieuwe Oekraïense normaliteit
“Voor ons Oekraïners is de oorlog gewoon een deel van de dagelijkse routine geworden”

Andrei op zijn tijdelijke werkplaats in België.
foto © Maria Milovanova
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementTerwijl Oekraïne zich voor het eerst in jaren voorzichtig optimistisch toont over het verloop van de oorlog, vertelt de Oekraïense zakenman Andrei Baskakov – die tijdelijk in België woont – hoe het is om te leven en te ondernemen onder voortdurende dreiging.
De berichten uit Oekraïne klinken de voorbije weken opvallend anders. Waar het land jarenlang vrijwel onafgebroken in het defensief zat, spreken Oekraïense militaire analisten en commandanten nu voor het eerst over een mogelijke positieve kentering.
President Zelensky stelde vorige week dat ‘het evenwicht op het slagveld is verschoven’. De reden is overal in de media te lezen: goedkopere drones die op grotere schaal worden ingezet, gecombineerd met een Russisch leger dat zich traag aanpast aan nieuwe technologie. Maar achter die hoopgevende militaire evolutie schuilen ook nog altijd de meest uiteenlopende menselijk verhalen. Zoals dat van Andrei, een Oekraïense zakenman actief in de transportsector die in september 2022 tijdelijk naar België verhuisde. Hij volgt de ontwikkelingen van dichtbij – en vertelt wat de oorlog betekent voor de gewone Oekraïner.
Het kantelpunt
Net als de meeste Oekraïners was Andrei niet voorbereid op de oorlog. ‘Niemand in mijn omgeving geloofde dat die echt zou uitbreken’, zegt hij. Dat verklaart ook waarom hij pas na het uitbreken van het conflict naar Europa vertrok. Voor zijn werk, tijdelijk.
De middelen om de economie echt naar een hoger niveau te tillen, ontbreken voorlopig
Paradoxaal genoeg heeft de oorlog zijn transportbedrijf in een onverwachte richting geduwd. ‘Het klinkt misschien gemeen, maar de oorlog was een aanzet om vestigingen te openen in meerdere steden, in plaats van op één plaats te blijven.’ Die spreiding droeg niet enkel bij tot de verdere ontwikkeling van het bedrijf, maar zorgde ook voor meer veiligheid.
Voor de Oekraïense economie was het de voorbije jaren vooral een kwestie van overleven. De middelen om de economie echt naar een hoger niveau te tillen, ontbreken voorlopig, al koestert men wel ambities: een model zoals in Polen of de Verenigde Arabische Emiraten, met lagere belastingen en minder staatsbemoeienis. Regulering en corruptie maken het voorlopig onmogelijk om die stap te zetten
Eten in de kelder
Op persoonlijk vlak schetst Andrei een beeld dat zowel onthutsend als herkenbaar is. De Russische aanvallen richten zich niet enkel op de frontlinies, maar treffen regelmatig ook woongebieden. Toch gaan mensen door. ‘Ze passen zich aan’, klink het. ‘Als er een luchtalarm afgaat, eten ze in de kelder in plaats van in de living. Maar ze blijven hun dagelijks leven leiden.’
Dat heeft volgens Andrei niets te maken met een bijzondere mentaliteit of heroïsme. ‘Ze hebben eenvoudigweg geen andere keuze. Mensen accepteren de oorlog intussen als een deel van hun dagelijkse routine.’ Na vier jaar oorlog is de situatie voor veel Oekraïners simpelweg gewoon geworden. De luchtalarmen, het schuilen op school of op het werk, het wennen aan de dreiging: het is geen uitzonderlijke toestand meer, maar dé toestand. Wie er naar vraagt, krijgt vaak weinig terug: niet omdat er niets te vertellen valt, maar omdat het voor hen nauwelijks nog iets is om over te vertellen.
Het idee om ons eigen land te helpen tijdens een oorlog zit in ons DNA
Toch kiezen veel Oekraïners die al jaren in Europa wonen er nu voor om terug te keren, ook al blijft de oorlog aanslepen. Andrei begrijpt dat volkomen: ‘Wij zijn niet enkel burgers van Oekraïne, maar wij hebben ook de Oekraïense nationaliteit. Het idee om ons eigen land te helpen op zo’n moment, vooral tijdens een oorlog, zit in ons DNA. Iedereen moet een stukje bijdragen.’
Duizend werknemers, duizend gezinnen
Andrei doet dat op zijn eigen manier, via zijn bedrijf. ‘Wij bieden mensen jobs aan en garanderen hen ook comfortabele werkomstandigheden. Er werken meer dan duizend werknemers in het bedrijf. Dat zijn evenveel gezinnen die een inkomen hebben en die kunnen overleven. Daarnaast zijn er projecten om het leger te steunen, en betaalt het bedrijf belastingen die de Oekraïense staat ten goede komen.’
Het is een nuchtere, maar ook ontroerende rekensom. Terwijl generaals spreken over kantelpunten en analisten drones tellen, houdt Andrei het concreet: mensen aan het werk houden, gezinnen laten overleven. Dat is, in tijden van oorlog, ook een vorm van verzet.
| Personen |
|---|

Maria Milovanova is masterstudent Taalkunde aan de Universiteit Antwerpen. Met Russische roots en een neus voor taal en maatschappij schrijft ze vanuit Antwerpen voor Doorbraak.
Poetin viert de overwinning in de Tweede Wereldoorlog met een parade, maar op het slagveld vertelt de drone-oorlog een ander verhaal.
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons, klinkt het geregeld. Dat we ook het duurste natuurbeleid van Europa hebben wordt zedig verzwegen.











