Actualiteit, Binnenland

De Belgische grondwet is een vodje papier

Interview met grondwetspecialist Hendrik Vuye (uit Meervoud, februari)

Met elke staatshervorming is onze grondwet meer en meer een knoeiboel aan het worden, het wordt een heksentoer om de nieuwe wijzigingen – als ze er al ooit komen – op een begrijpelijke manier in zijn cursus te verwerken. De studenten haken alvast af, er zijn nog weinig studaxen begeesterd door de discipline van het grondwettelijk recht. Hoe dan ook, de instellingen lopen hopeloos ten achter bij de evolutie in de geesten en in de samenleving. In fine zal de grendelgrondwet het Vlaams zelfbestuur niet kunnen tegenhouden. Vuye neemt geen blad voor de mond. Zijn universiteit vraagt hem echter met klem om uitdrukkelijk te stellen dat hij niet namens de instelling spreekt. Dat is bij deze gebeurd.


België is straks aan zijn zesde staatshervorming toe. Opmerkelijk is de procedure die daarbij gehanteerd wordt. Vermits het uittredende parlement niet alle grondwetsartikels voor herziening vatbaar verklaarde, wil men eerst het artikel 195 herzien, dat de procedure tot herziening van de grondwet regelt. Maar na de herziening, zal men artikel 195 opnieuw in de oude staat herstellen.


Als je dat als jurist bekijkt is dit evident geknoei: vergeet toch niet dat er in de aanloop naar de verkiezingen van 2007 aan Fransta¬lige kant veel campagne gevoerd is over ‘on ne touche pas à l’article 195’. Het artikel 195 heeft een bepaalde functie. Als men dit artikel tijdelijk gaat wijzigen voor één enkele staatshervorming, dan toont men aan dat de grond¬wet een vodje papier is. Maar als je het historisch bekijkt, weten we dat het artikel 195 al een paar keer verkracht is geweest. Weinigen weten dat, maar toen men in 1970 de cultuurgemeenschappen en de gewesten in de grond¬wet heeft ingeschreven, was daar geen aanknopingspunt voor in de verklaring tot herziening van de grondwet. Men heeft er een uitleg aan gegeven, uit de verklaring tot herziening van de grondwet zou blijken dat er een zekere wil tot decentralisatie bestaat. Maar in feite is het zo dat in 1970 de eerste staatshervorming er ook gekomen is, manifest in strijd met artikel 195. In die zin is het niets nieuws, maar je kan je afvragen of in een land waar de grondwet een vodje papier wordt, het land ook geen vodje papier wordt. Als jurist zal ik mijn stem er niet voor verheffen. Het is al zo vaak gebeurd. Ook de invoering van het algemeen enkelvoudig mannenstemrecht is te¬gen de grondwet in doorgevoerd.


Wat vindt u van de ‘kwantumsprong’ van Brecht Aernaert? Hij beschouwt de grendelgrondwet van 1970 als een soort staatsgreep van de Franstaligen om de Vlaamse meerderheid aan banden te leggen. Hij pleit ervoor dat de Vlamingen in het federaal parlement die grendelgrondwet voor vervallen verklaren.


We moeten eerst de betekenis van die grendelgrondwet begrijpen. Dat is het verhaal van een Franstalige bourgeoisie die heel lang de macht in handen had in België, en op het moment dat ze die macht uit handen voelen glippen, op het moment dat de sociaal-economische en sociologische context wijzigt, weten ze die grendels in te voeren die de Franstaligen moeten beschermen. In mijn opvatting zorgen grendels nooit voor pacificatie. Wel integendeel. Neem nu de abortuswetgeving. Stel dat er echte ‘filosofische’ grendels hadden bestaan. De katholieken zouden die heb¬ben gebruikt om de wetswijziging omtrent abotus tegen te houden. Dan zou er tot op heden ook geen abortuswetgeving geweest zijn. Maar dan zouden we ook tot op vandaag zijn blijven discussiëren en ruziemaken over de abortuskwestie. Zo is het dus niet gelopen. In 1990 stemt men de abortuswet. Dat is een zeer bittere pil om te slikken voor de katholieken. Maar wat zien we? Twee maanden later spreekt er niemand meer over en men regeert gewoon verder. Stel dat we een dergelijk scenario hadden gehad voor BHV. Er waren geen belangenconflicten en alarmbelprocedures. Dan had men al lang geleden in de Kamer gestemd over BHV en nadien was er nooit meer over gesproken. Dus: in tegenstelling tot wat men vaak denkt, of wat men in Franstalig België denkt, zorgen grendels niet voor pacificatie. Ze zorgen er daarentegen voor dat problemen nooit van de tafel geraken. Dat is het tegenovergestelde van pacificatie.


Wat de kwantumsprong betreft, dat benader ik minder vanuit een filosofische opstelling zo¬als Brecht Aernaert dat doet. We moeten beseffen dat we daar voor een stuk al zitten. We leven in een land waar we artikel 195 zonder problemen opzij schuiven. We leven in een land waar we ongrondwettelijke verkiezingen organiseren, maar we verklaren die zonder probleem geldig. We leven in een land waar de Franse Gemeenschap plots ‘Fédération Wallonie-Bruxelles’ wordt. Met andere woorden: we zitten voor een stuk al in het buitenjuridische. Het recht kan oplossingen bieden binnen bepaalde grenzen. Maar op een bepaald moment zit men buiten de grenzen van het recht. En daar zitten we nu effectief al, alleen beseffen we dat nog niet genoeg. Ik ben er inderdaad van overtuigd dat we op weg zijn naar een buitenjuridische oplossing voor de situatie in België, iets waar het recht geen vat meer op heeft. Wat die buitenjuridische oplossing precies zal zijn kan men moeilijk voorspellen. De hypothese van Brecht Aernaert is dus zo gek niet.


Neem nu nog dat oneigenlijk gebruik van de belangenconflicten. De wetgeving zegt nergens dat men die belangenconflicten allemaal tegelijk moet behandelen, maar ze zegt zeker ook niet dat die allemaal na mekaar moeten volgen. Met dat oneigenlijk gebruik zit men ook al buiten de wetgeving.


Kan men ook over de alarmbelprocedure stellen dat er ‘oneigenlijk gebruik’ van gemaakt is, toen het wetsvoorstel over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde uit¬eindelijk in de plenaire zitting van de Kamer is aanhangig gemaakt?


Net als met de belangenconflicten is ook de alarmbelprocedure een kwestie van interpretatie. Als we het nog even over de belangenconflicten kunnen hebben, is het probleem niet enkel dat al die belangenconflicten elkaar in een eindeloze reeks opvolgen, maar ook dat men met een groot onevenwicht te maken heeft: de Vlamingen kunnen één keer een be-langenconflict inroepen in het Vlaams parlement. De Franstaligen hebben een wonderbaarlijke veelvuldigheid aan parlementen en die schakelen ze allemaal één na één in. Dit is een kwestie van interpretatie. Juridisch-technisch is het nochtans gemakkelijk oplos¬baar. Er is een precedent in 1970. De vraag rees: wat te doen met onthoudingen bij stemmingen over grondwetswijzigingen. Moeten die meegerekend worden bij de ja-stemmen of bij de neen-stemmen? Dat stond niet in de grondwet. Dus heeft men de interpretatie bij ge¬wone meerderheid ingeschreven in het reglement van Kamer en Senaat. Dat kan men net zo goed doen voor de kwestie van de belangenconflicten. In Kamer en Senaat hebben de Vlamingen een meerderheid. Aangezien het gaat over het reglement van parlementaire vergaderingen zijn de Raad van State of het Grondwettelijk hof er niet voor bevoegd. Juridisch-technisch hadden de Vlamingen dus ten allen tijde de caroussel kunnen stopzet¬ten. Wat de alarmbel betreft is het nog veel cynischer. Er staat immers heel duidelijk in de parlementaire voorbereiding dat het gaat om een schorsing – dus per definitie tijdelijk – van het wetgevend proces. En na 30 dagen herneemt het parlement zijn volle bevoegdheid. Maar in de jaren ’90 is er die fameuze hoorzitting geweest in het parlement, waar men zich over de interpretatie van de alarmbel heeft gebogen, indien de procedure zou worden ingeroepen onder een regime van lopende zaken.. Het was nota bene Magda Aelvoet, een Vlaamse, die zich afvroeg of in een dergelijke context de procedure zijn normale verloop zou moeten kennen. De Franstaligen sprongen er natuurlijk meteen op en opperden dat een regering van lopende zaken per definitie geen bemiddelingsinitiatief zou kunnen nemen. Dan zou de procedure dus blokkeren en de schorsingsperiode van 30 dagen zou zelf voor onbepaalde duur geschorst zijn. Je moet er maar opkomen. Welnu, deze aanvechtbare interpretatie wordt kamerbreed goedgekeurd met twee onthoudingen. En wie heeft er voor deze interpretatie gestemd? Vic Anciaux, Gerolf Annemans… Zelfs Volksunie en Vlaams Blok hebben voor gestemd!


Waren ze zich dan niet bewust van de gevolgen?


Ze waren zich daar allicht niet van bewust of anders waren ze wel erg naïef. De alarmbel is in oorsprong een middel om partijen te dwingen tot onderhandelen. De 30 dagen zijn bedoeld om een compromis te vinden. Anders valt de regering. Wat heeft men ervan gemaakt? Men luidt de alarmbel. De Franstaligen doen de regering vallen en het gewraakte parlementaire initiatief wordt ad vitam aeternam geblokkeerd. Men heeft van iets wat moest leiden tot onderhandelingen een grendel gemaakt.


In de beide gevallen, zowel voor de belangenconflicten als wat de alarmbel betreft zijn het de Vlamingen die dit hebben toegelaten. De meegaandheid van de Vlamingen is verregaand. Hoe kan je nu verklaren dat de zelfs opeenvolgende belangenconflicten zo eindeloos bleven aanslepen? De wet schrijft een termijn van 169 dagen voor om een belangenconflict af te handelen. Hoe komt het dan dat het belangenconflict, ingeroepen door het Waals parlement 278 dagen heeft geduurd? Wel, de schoolvakanties telden niet mee voor het berekenen van de termijn! Kom nu! Dit is natuurlijk absurd.


Er zijn nog een aantal absurde, of op zijn minst vreemde zaken aan te stippen: zo wil men bijvoorbeeld de modaliteiten rond de splitsing van B-H-V, die ongrondwettelijk zijn, in de grondwet zelf inschrijven, zodat het onmogelijk wordt om ze aan de grondwet te toetsen.


Dat klopt. Hervormingen die in een wet of in een bijzondere wet gegoten worden kunnen door het Grondwettelijk Hof getoetst worden, maar als de grondwetgever het in de grondwet zelf inschrijft is het Hof niet langer bevoegd. Dit is een techniek die het mogelijk maakt om aan de controle van het grondwettelijk hof te ontsnappen.


Kunt u daarvan voorbeelden geven in de voorliggende staatshervorming?


Ach er zijn er veel! Bijna alles… Er is zelfs sprake van een dubbele verankering. Men wil zaken in de grondwet inschrijven, en men voegt er nog aan toe dat ze voortaan enkel met een bijzondere wet kunnen gewijzigd worden. Bijvoorbeeld de hervormingen met betrekking tot het gerechtelijk arrondissement, bijvoorbeeld de kieskring, enorm veel zaken uit deze staatshervorming en voornamelijk alles wat in het voordeel is van de Franstaligen. Dat men deze techniek zo uitput bewijst op zich¬zelf al dat er vele zaken in het voordeel zijn van de Franstaligen. Ze zijn zodanig tevreden dat ze er zeker van willen zijn dat ze nooit meer kunnen veranderd worden.


Kunnen we het dan even over de inhoud hebben. Te beginnen met de splitsing van B-H-V.


De splitsing van het kiesarrondissement is een vrij zuivere splitsing. Tenminste als men het vergelijkt met de voorafgaande stellingen, waar vooral Joelle Milquet pal stond voor de verdediging van de belangen van de Franstaligen in heel Halle-Vilvoorde, zien we nu dat ze zich terugplooien op de zes faciliteitengemeenten.


Heel wat problematischer is het gerechtelijk arrondissement. Op dat vlak worden heel verregaande toegevingen gedaan, die ook maken dat het systeem helemaal niet meer logisch is. We hebben die Brusselse Franstalige procureurs die gedetacheerd worden naar het parket van Halle-Vilvoorde, die daar bij voorrang Franstalige zaken gaan behandelen. Ik vind dat echt een schandalige keuze. Waarom zouden tweetalige Vlamingen die
dossiers niet kunnen behandelen? De Franstaligen zeggen dus rechtuit dat ze niet door Vlamingen willen berecht worden. Ten tweede gaat het hier niet om een splitsing: de zetel wordt ontdubbeld, zoals voorgesteld in het wetsvoorstel-Maingain. Dit is zeker géén uitwerking van het wetsvoorstel-Vandenberghe, wat de CD&V daar ook over moge beweren. Dat betekent dus dat Franstalige rechtbanken bevoegd blijven voor heel Halle-Vilvoorde. Maar als dat zo is, klopt het systeem helemaal niet meer. In 1984 is de balie immers gesplitst volgens een andere logica: de Nederlandstalige balie is sedertdien aanwezig in Brussel én Halle-Vilvoorde. De Franstalige balie is alleen aanwezig in de 19 gemeenten. Probeer dat maar eens uit te leggen, laat staan te handhaven voor het Hof van Straatsburg. Dit betekent dat er bijvoorbeeld in de gemeente Gooik, de gemeente van Michel Doomst, Franstalige procureurs actief zijn. Je hebt er evengoed Franstalige rechtbanken van Eerste Aanleg, van Koophandel, Arbeids-rechtbanken enzovoort. Maar een Franstalige advocaat mag zich niet in Gooik vestigen!? Die moet dan lid zijn van de Nederlandstalige balie? Dat kan toch niet!


Om samen te vatten: de kieskring wordt relatief proper gesplitst, maar niets zal de Franstaligen beletten om Franstalige lijsten neer te leggen in Vlaams-Brabant. Voor hen verandert er dus in wezen niets. Maar op het gerechtelijke vlak creëert men nu in Halle-Vilvoorde een volledig Franstalig juridisch universum. We krijgen weer Franstalige rechters in Vlaanderen. We gaan er dus een paar eeuwen op achteruit.


U zegt dat de splitsing van het kiesarrondissement redelijk proper is, maar dat belet niet dat de zes faciliteitengemeenten toch weer voor een stuk bij Brussel gevoegd worden.


O ja, natuurlijk. De Franstaligen trekken zich terug op de zes, maar die worden voor een stuk uit Vlaanderen losgemaakt. De Vlaamse voogdij bij de benoeming van burgemeesters wordt volledig uitgehold. Het zijn de enige gemeenten in heel België die zo’n uitzonderingsprocedure hebben inzake het benoemen van burgemeesters.


De Franstalige media en politici hebben duidelijk gesteld dat het geen enkele twijfel lijdt dat de zes faciliteitengemeenten bij Brussel komen – als België uiteen valt.


Ik denk dat die kans heel groot is. Het was duidelijk te merken tijdens de onderhandelingen dat de Franstaligen daarop aanstuurden. Men kon de meeste problemen die zich in de faciliteitengemeenten stelden heel gemakke¬lijk oplossen door te komen tot een regeling die zou gelden voor het ganse land. We hadden bijvoorbeeld het hele verkiezingscontentieux (zowel voor gemeenten, kamer, senaat, deelstaatparlementen) kunnen toevertrouwen aan het Grondwettelijk Hof. Dan hadden we een uniforme regeling voor heel België. De N-VA was bereid om daarover na te denken. Maar de Franstaligen wilden dat niet! Ze wilden altijd specifieke uitzonderingsmaatregelingen voor de zes. En dat is natuurlijk omdat men zit te onderhandelen met plan B in het achterhoofd. Dat is heel duidelijk. Als de regeling voor de zes altijd kennelijk anders moet zijn dan eender welke andere Belgische gemeente, dan is dat om op een bepaald ogen¬blik te kunnen argumenteren dat die gemeenten toch al bij Brussel horen. Het akkoord was nog maar net bekend gemaakt of Charles Picqué kwam op de radio al zeggen: de fait, ce sont des communes bilingues.


Picqué was heel blij dat ‘le désen¬cla¬ve-ment de Bruxelles’ een feit was…


Daar speelt natuurlijk ook de Communauté métropolitaine een belangrijke rol in. We weten helemaal nog niet wat dat gaat worden. Er zou moeten overlegd worden over gewestbevoegdheden – gelukkig staan de gemeenschapsbevoegdheden erbuiten. Maar dat is een eerste stap! Welke bevoegdheden gaan er bij een volgende stap toegekend worden? En in de daaropvolgende stap? Kijk eens naar wat er gebeurt met de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Die had zeer weinig bevoegdheden. En nu krijgt die de kinderbijslag onder zijn hoede. Dat wordt een volwaardige vierde gemeenschap! Mochten er in de toekomst nog nieuwe klassieke staatshervormingen komen, dan zal de strategie van de Franstaligen zijn om steeds meer bevoegdheden aan de metropolitane gemeenschap toe te kennen.


En ook dat zal niet meer terug te schroeven zijn achteraf…


Neen, maar laat ons eerst afwachten wat er ge¬beurt. We hebben hier een politiek akkoord dat nog moet omgezet worden in juridische teksten. Dat zal nog heel wat werk vragen. Nu hoor je dat men voor de vakantie het kiesarrondissement wil splitsen en Brussel zal herfinancieren. Wacht even… wat stond er ook weer in de nota Di Rupo van augustus 2010? Juist ja: de splitsing van BHV en de herfinanciering van Brussel. Met andere woorden, de PS is sedertdien geen millimeter opgeschoven. Maar als dat gestemd wordt, dan wil ik nog wel eens zien of er van al de andere staatshervormende voorstellen nog wat in huis komt.


We zien dat nu al met de hele discussie over de hypothecaire aftrek. Gelukkig heeft Rik Van Cauwelaert dat nu in Knack onthuld: bij de overdracht van de middelen willen de Franstaligen eerst een verrekening toepassen op basis van de verdeling van de personenbelasting. Dus Vlaanderen zal wéér minder krijgen. En zo zijn er zoveel onduidelijkheden. Daarom vind ik het enorm verdacht wat men op korte termijn wil realiseren zo letterlijk overeenstemt met de allereerste nota van Di Rupo.
Stel dat men toch het hele programma zou uitvoeren, hoe zit het dan met de bevoegdheden die worden overgeheveld? Professor Maddens zegt bijvoorbeeld dat Brussel ook op het vlak van bevoegdheden een supergewest wordt.


Misschien moeten we hier even aanstippen dat de Vlaamse beweging ook zeer dubbelzinnig staat tegenover Brussel. Het Vlaams Belang wil Wallonië afstoten en Brussel tot de republiek Vlaanderen rekenen. Ja maar, de communautaire spanningen draaien voor het grootste deel rond Brussel en niet rond Wallonië. Dan zijn er allerlei fantasie-theorieën over Brussels DC, die totaal niet realistisch zijn omdat de Europese Unie nu eenmaal geen federatie is. Frans Crols wil Brussel loslaten – we zijn het toch al kwijt – en weerlegt alle doemscenario’s dat de Vlaamse welvaart daardoor zou bedreigd worden. Daar is iets voor te zeggen. Maar de meeste Vlamingen, zoals Kris Peeters, beweren dat ze Brussel niet loslaten, maar wat doen ze concreet? Helemaal niets…


Hoe het ook zij, men kan niet langer staande houden dat Brussel geen volwaardig gewest is als men allerlei gemeenschapsbevoegdheden aan de Brusselaars toekent zoals de kinderbijslag. Brussel wordt dan een ‘gemeenschapsgewest’ of zoals Bart Maddens zegt een ‘supergewest’. En die keuze wordt nu gemaakt. Dat is een van de belangrijkste punten uit het akkoord. Dat wil zeggen dat de Vlaamse Gemeenschap in de toekomst niet méér bevoegdheden op Brussels grondgebied gaat krijgen.


Dat heeft verregaande gevolgen. Als Vlaanderen inderdaad Brussel niet wil loslaten, moet men zorgen dat er een band is tussen de Brusselse Vlamingen en de Vlaamse gemeenschap. Dat kan men bijvoorbeeld doen door ervoor te zorgen dat de twee Vlaams-Brusselse ministers ook deel uitmaken van de Vlaamse regering. Op die manier creëert men institutionele banden, en wordt een probleem van de Nederlandstalige Brusselaars ook een probleem van de Vlaamse regering. Maar wat ik graag zou willen weten is: willen de Brusselse Vlamingen dat nog? Ik heb helaas een beetje de indruk van niet. Er zijn er heel wat die zich comfortabel in Brussel genesteld hebben en die heel tevreden zijn met de middelen die van overal aan Brussel zullen toegeschoven worden.


We zitten met betrekking tot de Brusselse Vlamingen met een probleem van democratische legitimiteit. Jean-Luc Vanraes was vicepremier met 971 stemmen in 19 dichtbevolkte gemeenten. (Ter info: Vanhengel is Vlaams stemmenkampioen te Brussel met 5.179 stemmen, ook dat is weinig voor 19 dichtbevolkte gemeenten; minister Grouwels haalde slechts 2.245 stemmen en regionaal staatssecretaris De Lille slechts 1.091). Elders in Vlaanderen geraakt men daar niet mee in een gemeenteraad! De oververtegenwoordiging van de Brusselse Vlamingen kan men alleen verantwoorden indien er een nauwe band is met de Vlaamse gemeenschap. Maar als de Nederlandstalige Brusselaars zelf zeggen dat ze meer Brusselaar zijn dan Vlaamse gemeenschap, op dat ogenblik is de keuze gemaakt… Als dat de keuze van de Nederlandstalige Brusselaars is, opteer ik voor het model van Frans Crols.


Maar op dat moment vervallen ook al de gunstmaatregelen.


Dat is precies wat de Brusselse Vlamingen niet schijnen te beseffen. Hun positie kan men alleen verantwoorden vanuit de band met de Vlaamse gemeenschap. Dat is geen minderhedenbescherming.


Ik was niet lang geleden in debat met Jean-Luc Vanraes in het programma Peeters & Pichal. Die vertelde dat de entente in de Brusselse regering heel groot was. “De taalproblematiek is geen issue meer”, zei hij zowaar. Tja… uit de feiten blijkt dat de taalwetgeving zo lek is als een zeef en dat de taal-
rechten van de Vlamingen in Brussel bij zo-wat alle openbare diensten worden mis-kend. Naderhand heb ik gedacht: ‘Faut-il faire le bonheur des autres?’. Moet ik, een Vlaming die in Wallonië woont, de Brusselse Vlamingen erop wijzen dat hun rechten worden geschonden?


Laten we het hoofdstuk Brussel even afsluiten. De zesde staatshervorming voorziet ook de overdracht van een resem andere bevoegdheden.


De geplande bevoegdheidsoverdrachten zijn heel gedeeltelijk. De woordjes ‘tenzij’ en ‘behalve’ komen heel veel voor in het Vlinderakkoord. Er is bijlange geen sprake van homogene bevoegdheidspakketten. Onvermijdelijk zal dat tot conflicten leiden. Waar zijn er geen conflicten? Alleen in die domeinen waar de bevoegdheden volledig gescheiden zijn, zoals het onderwijs. Ruimtelijke ordening idem. Maar overal waar er raakvlakken zijn tussen de federale staat en de deelstaten zijn er onvermijdelijk conflicten.


Een nieuwigheid in deze staatshervorming is dat er heel wat ‘virtuele’ overdrachten zijn. Wat bedoel ik? Men draagt iets over, ‘mits er een samenwerkingsakkoord gesloten wordt tussen de deelstaten’. Dat is wel een rare zaak. Men kan er toch van uitgaan dat de splitsing noodzakelijk geacht wordt omdat Franstaligen en Vlamingen het in een bepaald beleidsdomein niet eens zijn over het te voeren beleid. Maar men zal die probleemdomeinen nu overdragen op voorwaarde dat er een akkoord komt tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Dat zijn virtuele overdrachten, en ik wil nog zien wanneer die overdrachten er gaan komen. Dat is het verhaal van de plan-tentuin van Meise. De overdracht werd goedgekeurd in 2001, mits het afsluiten van en samenwerkingsakkoord. We zijn nu meer dan tien jaar verder, de overdracht is nog steeds geen feit. We krijgen nu een veelvoud van dergelijke plantentuinsituaties.


Voor mij zou een staatshervorming moeten leiden tot pacificatie. Maar de kiemen van ettelijke conflicten zitten alweer ingebakken in deze hervorming. De talrijke politologen die het zo vaak mogen uitleggen in de media schijnen dat niet te beseffen. Ze prijzen het Belgische consensusmodel. Maar zo’n consensusmodel bestaat niet. In 1962-1963 hebben we de taalwetgeving gehad, in 1970 de eerste staatshervorming, in 1988-1989 de volgende, dan 1993, dan 2001 en dan nu weer één. Waar is die consensus? Als men om de tien jaar een belangrijke hervorming moet doorvoeren van de werking van de instellingen van je land, dan zit je in een conflictmodel, niet in een consensumodel.


De inkt van deze tekst was nog niet droog of je had al reacties van Kris Peeters in het Vlaamse parlement die nu al aankondigt dat er een 7de staatshervorming moet komen.


Hoeveel dagen zou men moeten onderhandelen over een 7de staatshervorming?


Dat is zoals een ui die men pelt: hoe dichter men bij de kern komt hoe moeilijker het gaat. De huidige generatie is heus niet zoveel dommer dan de voorgaande. We komen dichter bij de harde kern, de sociale zekerheid. Ik heb met collega Sottiaux (KUL) in een interview in De Morgen voor de verkiezingen aangegeven dat het klassieke systeem niet meer zal werken, of hooguit nog een keer. Ook Johan Vande Lanotte schrijft dat in zijn boek over de recente onderhandelingen: Di Rupo is de laatste eersteminister van het Federale België. Ofwel gaan we naar een confederaal model met een enorm verregaande autonomie. Ofwel zal het in 2014 de complete blo¬cage zijn en treden we in het buitenjuridische.


Dan komen we in Plan B terecht…


België is zo uit elkaar aan het groeien. Wat heb¬ben we allemaal niet gesplitst sinds de jaren ’60. De laatste unitaire bastions: de provincie Brabant, nu B-H-V… er zit een bepaalde logica in en dat is geen federerende logica. Deze logica zal men blijven volgen. Aangezien ik zowel in Vlaanderen als in Wallonië kom ben ik goed geplaatst om het vast te stellen dat er geen maatschappelijke cohesie is tussen de Vlamingen en de Franstaligen. Bart De Wever spreekt altijd van twee democratieën, maar ik ga daar veel verder in. Het zijn twee verschillende culturen, zonder maatschappelijke cohesie. Mocht er een maatschappelijke cohesie zijn op Belgisch niveau dan zou men niet klagen over transfers in de sociale zekerheid. Het gebrek aan maat¬schap¬pelijke cohesie maakt dat die transfers als onrechtvaardig worden aangevoeld.


Onlangs brak een rel los tussen Waals mi¬nis¬ter Marcourt en de Brusselse PS-nestor Philippe Moureaux. De verhouding tussen Wallonië en Brussel lijkt al even moeilijk te zijn als die tussen Brussel en Vlaanderen.


Er is niets nieuws onder de zon. Er is in Wallonië altijd een actieve groep rattachisten geweest. Ik denk aan de groep rond Jules Gheude en Paul-Henri Gendebien. Maar ook: Wallonië is Brussel niet. Er is wel iets bijzonders in die zin dat we met Elio Di Rupo iemand hebben die uit de migratie komt, en die zich in België – dank zij België – heeft kunnen opwerken en die om die reden zeer gehecht is aan België. De regionalisten, zoals Marcourt waren misschien mede daardoor een tijdlang op de achtergrond. Maar ze zijn er altijd geweest. Van Cauwenberghe, Col-lignon, Happart.. Door de schandalen zijn er een aantal opzij geschoven. Omgekeerd is de houding van de Brusselaars tegenover Wallonië al even hautain als tegenover Vlaanderen en zijn ‘Vlaamse boerkes’.


Marcourt laat ook niet af. Dag aan dag hand¬haaft hij zijn standpunten. Zo pleit hij onder meer voor de splitsing van het Franstalig onderwijs. Maar wat men in Vlaanderen wellicht ook niet doorheeft is dat er sprake is van een rijzend Waals bewustzijn. De geesten zijn volop in beweging. Ten tijde van de crisis van 2007 hing heel Wallonië nog vol Belgische vlaggen. In Vlaanderen zag je nergens een Belgische vlag. Maar vier jaar later zijn er ook in Wallonië geen Belgische vlaggen meer te bespeuren.


Pierre Kroll, de Franstalige cartoonist zei onlangs: “Ma patrie c’est la Belgique francophone”. Het spreekt voor zich dat dat een ander vaderland is dan dat van de Vlamingen. De verwijdering in de geesten staat m.i. al veel verder dan de instellingen. In gedachten is België al gescheiden. In mijn vakdomein, het grondwettelijk recht, heb je ten noorden en ten zuiden van de taalgrens volledig verschillende interpretaties. Maar toen ik dat eens te berde bracht op een studiedag in Antwerpen zei een collega gespecialiseerd in Handels¬recht dat het in zijn domein net zo is. Ook zo voor het Arbeidsrecht. Een voorzitter van een Arbeidshof heeft me ooit gezegd dat ze de rechtspraak van het zuiden van het land niet meer bekijkt omdat het helemaal anders is.


Als de evolutie in de geesten al zo ver gevorderd is, gaan we daar dan iets van merken in de volgende verkiezingen, misschien al met de gemeenteraadsverkiezingen dit jaar?


Volgens mij gaan de gemeenteraadsverkiezingen vreemde resultaten opleveren. Iedere partij zal wel een uitleg klaar hebben dat ze gewonnen hebben. De federale en deelstaatverkiezingen van 2014 zullen veel belangrijker zijn. Maar er is één ding dat nu duidelijk is geworden, en waarvan men de impact niet beseft: nu heeft men aan de Vlamingen heel duidelijk gezegd dat een regering geen Vlaamse meerderheid hebben moet. Eigenlijk geeft men aan de burgers het signaal dat met de Vlaamse meerderheid geen rekening gehouden wordt,… tenzij de Vlaamse meerderheid incontournable wordt.


Bernard DAELEMANS


Uit: Meervoud, maart 2012; www.meervoud.org.


 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans