Actualiteit, Media

De dienaars van de Keizer van Oostende

Precedent

De omfloerste taal van de VRT-hoofdredacteur versterkte alvast zijn reputatie als mitspieler van het politieke establishment: het boek zou “niet volledig stroken” met de VRT-normen, te weinig aandacht hebben voor wederwoord en bovendien zijn ontstaan “in een omgeving die de kwaliteit niet kon garanderen”.

Dat was een kritiek die we bijvoorbeeld niet te horen kregen toen de openbare omroep begin dit jaar zwaar inzette op de promotie van ‘Tobback, Eyskens, De Croo. Een politieke geschiedenis van België, 1933 – 2011’ van VRT-journaliste Linda De Win. Een gezagsgetrouwe, onkritische turf die niet alleen wemelt van de tik –en taalfouten, maar bovendien bol staat van de historische blunders.

Trouwens, feit dat Vande Lanotte bij de beoordeling van ‘De keizer van Oostende’ zich haastte om een vergelijking te maken met de blogteksten van Jean-Marie Dedecker, klonk nu niet meteen als verpletterende inhoudelijke weerlegging, maar veeleer als een besmeurende sneer richting auteurs.

Het cryptische gekronkel van Rademakers in de Terzake-studio wekte bovendien bijkomende argwaan. Er zijn immers precedenten. Eerder, in 2010, legde de voormalige hoofdredacteur bij Concentra – achter de schermen weliswaar – gelijkaardige verklaringen af nadat wijlen Roger Van Houtte in het boek ‘Media en journalistiek in Vlaanderen: kritisch doorgelicht’ (Van Halewyck, 2009) de onverkwikkelijke rol blootlegde die Rademakers speelde bij de door Steve Stevaert geregisseerde liquidatie van de kritische journalist bij de Gazet van Antwerpen.

Rademakers stelde toen onomwonden dat de onthullingen (mét bewijsstukken) in dat boek de feiten “verkrachtten” en bijgevolg een wederwoord vereistten. Toen ik hem aanbood om in het vervolgboek ‘De vierde onmacht’ (Van Halewyck, 2010) het gecontroleerde feitenrelaas te weerleggen, slikte Rademakers zijn eis schichtig in: “Behalve tegenover de betrokkenen zelf doe ik nooit uitspraken over personeelsdossiers”. Pittig detail: na het ontslag van Roger Van Houtte weigerde hoofdredacteur Rademakers elke vorm van gesprek met zijn ontslagen redacteur.

Dollen in de VRT-studio

‘Terug naar de VRT. In Terzake en Vandaag vroeg en kreeg Vande Lanotte nog voor de officiële publicatie van De Kiezer van Oosten (Van Halewyck) een stoel om in totaal ruim 30 minuten verbouwereerd te reageren op het beeld dat het beuwst boek van hem ophangt.’ De vicepremier klonk daarbij oprecht verontwaardigd: met uitzondering van de vermeende satire van Koen Meulenaere in Knack, hadden ‘de media’ hem in heel zijn politieke carrière nog nooit een onoverkomelijk obstakel in de weg gelegd. Integendeel, de VRT leverde in het verleden tal van inspanningen om de mens achter de machtshongerige en ietwat stugge politicus gunstig te portretteren.

In de aanloop van de verkiezingen van 2007 mochten Vande Lanotte en Leterme – als komische drenkelingen mét aangeplakte baard – nog zorgeloos dollen op een bordkartonnen verlaten eiland, opgetrokken in de opnamestudio van Debby en Nancy. Recent bespeelden Vande Lanotte samen met Bart De Wever succesvol de emotionele snaren van het publiek in Reyers Laat.

Maar bij de publicatie van ‘De keizer van Oostende’ faciliteerde de faciliterende openbare omroep plotseling niet meer. Logisch en voorspelbaar dus dat Vande Lanotte weinig appreciatie had voor de journalistieke vlijt van beide VRT-medewerkers. In gezonde journalistieke ‘kwaliteitsomgevingen’ betekent zo’n zure politieke reactie doorgaans zoveel als een compliment aan het adres van de onderzoeksjournalist. Maar dat was buiten hoofdredacteur Luc Rademakers gerekend.

Selectieve verontwaardiging

Vande Lanotte’s irritatie is bovendien begrijpelijk in de context van een journalistiek apparaat dat zich nooit noemenswaardig druk maakte over ongezonde machtsconcentratie die politieke topfiguren als Verhofstadt, De Gucht, Stevaert, Luc Van den Bossche … gaandeweg opstapelden. Dat gebrek aan onthullingsvlijt en onderzoeksjournalistieke cultuur maakt dat Johan Vande Lanotte de ontwikkeling en exploitatie van zijn ongebreidelde macht als vanzelfsprekend ging ervaren. Toen Humo eind vorig jaar de goddelijke status van Steve Stevaert vooralsnog ontmaskerde als een doortrapt omhulsel dat tomeloze hebzucht en machtwellust verborg, argumenteerde Yves Desmet in De Morgen dat ‘er vooralsnog geen begin van bewijs is dat Stevaert en zijn netwerk iets zouden hebben mispeuteurd’. Niemand die hem overigens kon tegenspreken; er was immers in journalistiek Vlaanderen immers nooit een ernstige poging in die richting ondernomen. Ook Humo schoot op dat vlak tekort.

Die gedoogcultuur tegenover politieke normvervaging was en blijft kenmerkend voor een aantal journalisten die maar wat graag bereid zijn om politici te faciliteren bij de start en de uitbouw van hun politieke carriere. Met die wetenschap in het achterhoofd hengelde Karel De Gucht in 2007 bij bevriende redacteurs – zowel bij de openbare omroep als bij kranten van de Persgroep – om zendtijd en redactionele ruimte los te peuteren voor zoon Jean-Jacques De Gucht.

Die kunstmatige media-aandacht was immers onontbeerlijk wilde de vermeende jonge politieke belofte in zijn opzet slagen om na de regionale verkiezingen de nieuwe cultuurminister van Vlaanderen te worden. Dat was immers het plan dat achter de schermen werd uitgedokterd. Potsierlijke reportages – het hilarische tuinbankgesprek van Jan Becaus met Mireille Schreurs, moeder van Jean-Jacques – en het studiointerview dat Ivan De Vadder en Kathleen Cools in De keien van de Wetstraat samen met vader en zoon De Gucht in scène zette, waren het resultaat van dat succesvolle manoeuvre. En hoewel die journalistieke genereusiteit niet mocht baten, zegt het veel overde faciliterende cultuur en de bijhorende journalistieke normvervaging die binnen delen van het journalistieke bedrijf woekert.

Zelfcensuur

Tot op vandaag verzaken sommige journalisten nog steeds probleemloos aan hun journalistieke controleopdracht. Zij verliezen zich onder meer in vrijblijvende niemendalletjes waarmee VRT-auteurs – via het krachtige promotieapparaat van de openbare omroep– zowel politici en zichzelf succesvol in de kijker werken. Kathleen Cools schilderde zo in 2010 het gezagsvriendelijke portret van Van Rompuy in ‘De wereld van Herman Van Rompuy’. Het zal haar tot op het eind van haar journalistieke carrière verhinderen om de president van Europa nog ooit kritisch te interviewen, zonder haar journalistieke geloofwaardigheid op het spel te zetten.

In dat opzicht zijn ook de ogenschijnlijk onschuldige rentree-interviews van Caroline Gennez de afgelopen dagen bij onder andere Reyers Laat of in het radioprogramma Joos symptomen van eenzelfde faciliterende cultuur die de geloofwaardigheid van de openbare omroep ondergraven.

De waarschuwingsignalen en journalistieke maatregelen die hoofdredacteur Rademakers aankondigde, roepen niet alleen op tot journalistieke behoedzaamheid, ze voeden tevens een redactionale angstcultuur en een neiging tot journalistieke zelfcensuur – de meest voorkomende en kwalijke censuurvorm. De onderliggende, impliciete boodschap luidt dat journalisten zich liefst beperken tot risicoloze, vrijblijvende en establismentvriendelijke journalistieke projecten. Dat is een tendens met mogelijk nog meer kwalijke gevolgen dan de verdamping van politieke normbesef. De journalistieke dinaars van het politieke establisment zijn er immers mede de oorzaak van, zelfs al schrijven ze pleidooien voor een eerlijke politiek.

Frank Thevissen

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Frank Thevissen?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans