fbpx


Actualiteit, Binnenland

De moeilijke weg naar een volwassen federalisme




Voor wie een déja lu-gevoel heeft: de titel van dit stuk hebben wij inderdaad ontleend aan De Standaard. Hij stond er op 26 oktober boven een ‘analyse’ van vier dagen coronabesluitvorming. Ter opfrissing van het geheugen en voor een goed begrip, kort de chronologie: Donderdag 22 oktober: het Overlegcomité wordt het laat in de avond eens over nieuwe maatregelen om de tweede golf van de Covid-19-pandemie te breken. Vrijdag 23 oktober: de Waalse gewestregering en de Franse gemeenschapsregering beslissen de…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Voor wie een déja lu-gevoel heeft: de titel van dit stuk hebben wij inderdaad ontleend aan De Standaard. Hij stond er op 26 oktober boven een ‘analyse’ van vier dagen coronabesluitvorming. Ter opfrissing van het geheugen en voor een goed begrip, kort de chronologie:

Donderdag 22 oktober: het Overlegcomité wordt het laat in de avond eens over nieuwe maatregelen om de tweede golf van de Covid-19-pandemie te breken.

Vrijdag 23 oktober: de Waalse gewestregering en de Franse gemeenschapsregering beslissen de spertijd te verlengen (van 22 tot 6 uur) en aan hogescholen en universiteiten op afstandsonderwijs om te schakelen.

Zaterdag 24 oktober: de Brusselse hoofdstedelijke regering scherpt op haar beurt de coronamaatregelen aan.

Zondag 25 oktober: minister-president Jan Jambon zegt, met de erbarmelijke metafoor van het nog niet brandende huis, dat er nog geen reden is om ook in Vlaanderen hoger te schakelen.

Kakofonie

‘Dat er federaal beslist wordt over een set van gemeenschappelijke maatregelen en dat de deelstaten daarna hun eigen klemtonen toevoegen, kan perfect gezien worden als een voorbeeld van volwassen federalisme’, schrijft De Standaard op 26 oktober. Wat verder in het artikel staat er: ‘In plaats van geslaagd federalisme was dat volgens sommigen gewoon een kakofonie’.

Een voorbeeldig evenwichtige journalistieke analyse, zou je zeggen. Toch wordt in de ‘intro’ van het artikel boudweg beweerd: ‘Ons federalisme neigt nog te veel naar kakofonie’. Wat, blijkens de kop boven het stuk, betekent dat het nog niet ‘volwassen’ is.

Indien wat van 22 tot 25 oktober is gebeurd ‘kakofonie’ wordt genoemd, dan is ‘kakofonie’ het wezen van federalisme. Constitutief voor een federale staatsinrichting is immers dat het beleid over (ten minste) twee niveaus is gespreid: het centrale of heelstatelijke, en het decentrale of deelstatelijke. En dat daaruit volgt dat de beslissingen die het parlement en de regering van de ene deelstaat nemen, verschillen kunnen van wat in een andere deelstaat wordt beslist. In andere federale staten noemen ze dat ‘gedifferentieerd beleid’, in België ‘kakofonie’.

Nagel op de kop

Natuurlijk mag men van mening zijn dat het wenselijker en doeltreffender zou zijn geweest mocht het Overlegcomité die donderdagavond een strenger maatregelenpakket hebben uitgevaardigd. Die mening kan echter geen reden zijn om het besluitvormingsproces zoals het gelopen is, de stempel ‘kakofonie’ te geven en als symptoom van ‘onvolwassen federalisme’ te beschouwen. Integendeel,  het is een perfect voorbeeld van volwassen federalisme.

Dat het niet zo is overgekomen, schrijft directeur Jean Faniel van het gerenommeerde CRISP-Centre de recherche et d’information socio-politiques (in Knack, 28 oktober) toe aan eerste minister Alexander De Croo. De premier heeft op de persconferentie over de beslissingen van het Overlegcomité nagelaten te melden dat de deelstaten aanvullende maatregelen konden nemen.

Zijn het niet net die deelstatelijke maatregelen die sommigen steken? Niet bij de vermeende ‘kakofonie’, maar dáár wringt de schoen. Bij diegenen die onze federale staatsinrichting niet willen aanvaarden zit het probleem. En vanuit dat oogpunt slaat De Standaard-kop ‘De moeilijke weg naar een volwassen federalisme’ wél de nagel op de kop.

Eendracht maakt macht

Neem nu Kristof Calvo, gewezen kandidaat-minister en daardoor nog altijd  groene fractieleider, vorige week donderdag tijdens het vragenuurtje in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

We citeren uit zijn ‘vraag’ over de coronacrisis aan premier De Croo: ‘Vlaanderen, Wallonië én Brussel hebben een probleem. Vlaanderen, Wallonië en Brussel kleuren rood. Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben wellicht fouten gemaakt. De oplossing heet België, de oplossing heet samenwerking en eenheid van commando. Het is jammer dat er daarover in de voorbije dagen wat onduidelijkheid is ontstaan (…)’.

En wat verder: ‘(…) laten wij alstublieft dezelfde overtuiging en dezelfde mening hebben over de aanpak van deze crisis, met name dat het devies dat hier bovenaan staat, l’Union fait la force/Eendracht maakt macht, geen slogan moet zijn, maar de dagdagelijkse praktijk’. Waarop Calvo zijn ‘vraag’ besloot met de oproep ‘om te zorgen voor dezelfde maatregelen, van Oostende tot Aarlen’.

Federale fase

‘De oplossing heet België’ – een mens gelooft zijn oren en ogen niet.

Is het niet de regering van ‘oplossing’ België die de voorraad mondmaskers liet vernietigen vooraleer er nieuwe besteld waren?

Is het niet ‘oplossing’ België die, in tegenstelling tot onze buurlanden, geen infectiebestrijdingswet heeft, zodat de vrijheidsbeperkende coronamaatregelen genomen worden door één minister op grond van de eigenlijk niet ter zake doende wet op de civiele veiligheid (zoals we op 10 april schreven en zoals prof. Stefan Sottiaux hier vorige week stelde?

Is het niet ‘oplossing’ België die al bijna acht maanden het commando over het crisisbeleid voert?

Want ja, we zitten nog altijd in de ‘federale fase’, zoals viceminister-president Hilde Crevits vorige week in De afspraak op vrijdag twee keer zei. De verbazing bij presentator Ivan De Vadder – ‘U zegt dat we nog in de federale fase zitten?’ – leek wel een symptoom van institutioneel analfabetisme, van een wijd verbreide gebrekkige kennis van het institutionele kader waarin ons coronacrisisbeleid wordt gevoerd.

Veiligheidsraad

Op 13 maart kondigde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem ‘de federale fase van het nationaal noodplan’ af. Daarmee lag de coördinatie en het beheer van de coronacrisis niet (meer) bij de burgemeester (gemeentelijke fase) of de gouverneur (provinciale fase), maar bij de minister van Binnenlandse Zaken.

In dat ‘nationale noodplan’ komen de gemeenschappen en de gewesten niet voor. Een ‘deelstatelijke fase’ is er niet. Kennelijk om dát in de verf te zetten, maakte toenmalig premier Sophie Wilmès komaf met de ‘coronavergaderingen’ van het Overlegcomité en deelde ze mee dat voortaan de Nationale Veiligheidsraad over de maatregelen zou beslissen.

In tegenstelling tot het intrafederaal Overlegcomité, waarin de federale regering en de deelstaatregeringen op voet van gelijkheid vertegenwoordigd zijn, is de Nationale Veiligheidsraad een exclusief orgaan van de federale regering, dat eigenlijk bedoeld is voor terreurbestrijding, waarin de minister-presidenten geen zitting hebben en waarvan ze de vergaderingen als een soort adviseur mochten bijwonen.

Paradigmawissel

Zoals Bart Maddens aan Doorbraak Radio  zei, is het de verzamelde pers, op een enkele uitzondering na (De Standaard en meer nog La Libre Belgique op 8 oktober), ontgaan dat eerste minister De Croo de Nationale Veiligheidsraad in de ijskast heeft gestopt. Over het coronacrisisbeleid beraadslaagt sinds 6 oktober opnieuw het Overlegcomité (dat, symptomatisch voor het institutioneel analfabetisme, in Het Laatste Nieuws van 14 oktober ‘een soort van mini-Veiligheidsraad’ werd genoemd).

Met de paradigmawissel geeft De Croo aan dat hij, anders dan Wilmès, onze federale staatsinrichting erkent en de deelstaten, gelet op hun bevoegdheid voor onder meer onderwijs, cultuur en welzijn, een volwaardige en gelijkwaardige plaats in de besluitvorming wil geven. Dat impliceert dat de deelstaten eigen maatregelen kunnen nemen, los van of ter aanvulling van de federale sokkel. Anders gezegd: gedifferentieerd beleid, door sommigen ‘kakofonie’ genoemd.

Gouverneurs

Men zou dat volwassen federalisme kunnen noemen, ware het niet dat vorige week duidelijk is gebleken dat onze federale staatsinrichting nog niet echt volwassen is. Toen de Vlaamse regering op dinsdag 27 oktober eigen coronamaatregelen aankondigde in beleidsdomeinen waarvoor zij bevoegd is, onder meer sport, cultuur en jeugdwerking, kon ze die niet in eigen regelgeving gieten. Daarvoor moest ze aankloppen bij ofwel de federale minister van Binnenlandse Zaken, ofwel de gouverneurs van de vijf Vlaamse provincies (die sinds eind juli een officiële rol kregen in de bestrijding van de Covid-19-pandemie).

Terloops: ook voor de Waalse regering loopt de regelgevingsweg over de gouverneurs. De strengere ‘avondklok’ in Wallonië geldt juridisch gezien niet in het Waalse Gewest, maar in de vijf Waalse provincies. Het zijn de vijf provinciegouverneurs die de spertijdbeslissing van de regering-Di Rupo in een verordening hebben opgenomen. De Brusselse hoofdstedelijke regering kon wél een eigen besluit uitvaardigen, maar enkel en alleen omdat Brussel geen provincie is en de Brusselse regering gouverneursbevoegdheden kan uitoefenen.

De ‘Vlaamse slakkengang’

Terug naar de Vlaamse regering. Precies omdat ze zelf geen besluit kon uitvaardigen, getuigde het van voorzichtigheid dat minister-president Jan Jambon op 27 oktober zei dat de coronamaatregelen op 30 oktober zouden ingaan. Meteen stak een storm van kritiek over de ‘Vlaamse slakkengang’ (Het Belang van Limburg, 29 oktober) op. Blijkbaar ontging het de critici – institutioneel analfabetisme, zeker – dat een maatregel pas rechtskracht heeft nadat hij op de een rechtsgeldige manier is bekendgemaakt.

Federaal minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden bleef, na overleg met de deelstaten, niet bij de pakken zitten. Al in de late avond van 28 oktober maakte zij haar ministerieel besluit in het Staatsblad bekend. Toch heette het (in De Standaard, 29 oktober) dat de federale regering de Vlaamse regering in snelheid had gepakt…

Coronawet

Een legertje grondwetspecialisten heeft deze week opgeroepen en zich bereid verklaard mee te werken aan een ‘coronawet’ die de vrijheidsbeperkende maatregelen een juridische basis geeft die steviger is dan de wet op de civiele veiligheid. Zeer goed.

Nóg beter zou het zijn, om in die pandemiebestrijdingswet ook de bevoegdheden van de federale overheid en de deelstaten nader te regelen en helder af te bakenen, zoals de Raad van State al in 2011 heeft aanbevolen. En om, op de moeilijke weg naar een volwassen federalisme, de deelstaten de bevoegdheid te geven hun coronamaatregelen in eigen regelgeving te gieten. Zodat ze niet meer langs de federale minister van Binnenlandse Zaken of de provinciegouverneurs hoeven te passeren.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.