JavaScript is required for this website to work.
Lachen!

De pennenvriendjes aanschouwen de wonderlijke verrijzenissen bij CD&V

En hoorden bij de schoolpoort 'Nederlans boeidt ni'

SatireErwin Vanmol en Stef Durnez8/12/2023Leestijd 5 minuten

foto © Vanmol

Taalvaardighijt boeidt ni! Er ontbreken nog ontbreekwoorden! Creatief met plaatsnamen! En CD&V haalt lijk uit de kast voor het eruit valt!

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Elke week doen de Pennenvriendjes hun best om de mediaverhalen van de week zo helder mogelijk te beschrijven. Tevergeefs, zo blijkt uit onderzoek. 15-jarigen snappen er geen jota van. Sterker nog: 9 op 10 weet niet wat een jota is. Eerlijk: wij snappen er geen knijt van. Maar laat u dat vooral niet tegenhouden om de Pennenvriendjes-correspondentie van deze week te lezen. 

Beste Erwin,

Normaal gesproken mag ik mij niet meer in de buurt van een school begeven van mijn raadsman en mijn therapeut. En ook een beetje vanwege alweer een recent straatverbod (mijn lange grijze regenjas viel echt waar per ongeluk open en mijn andere kleren zaten nog in de was. Ik zweer!).

Edoch, nood breekt wet. Toen ik las over de slechte PISA-scores van ons vroeger alom geprezen kwaliteitsonderwijs, trok ik aanstonds mijn mooiste jarretels aan en trok als investigatieve reporter naar de dichtstbijzijnde kudde schoolgaande 15-jarigen. Was het dan werkelijk zo slecht gesteld met de taalvaardigheid van onze jeugd?

‘Wollah, broer’, antwoordde ene ‘Mo’ (afkorting van Maurits, vermoed ik) op mijn vraag over begrijpend lezen: ‘Wa is u probleem? Die kech snappe men dikpiks wel’.

De eveneens 15-jarige non-binaire Anouk (‘Me vader flasht op die ollandse zangeres, awkwaaard!’) reageerde met een appje, omdat ze niet rechtstreeks wilde praten met oude witte heteromannen. Hun schreef: ‘Snap uw ni goe. Ik ben een persoon da vint da speling ni boeidt.  As ze mor verstaan wa dak wil bedoele.’

Lars is net 16 geworden en zegt trots: ‘Achtereen magik gon stemme veu teuropees dinges, da vinnik wel chill’. ‘Maar Lars, lezen over politiek’, werp ik op, ‘dat is toch niet eenvoudig? Dan is het toch belangrijk dat je leesvaardigheid en inzicht goed ontwikkeld is?’ Waarop Lars: ‘Huh? Dude! Cringe!’

Uiteraard heb ik mijn bevindingen ook gemaild naar de schooldirectie die vriendelijk het volgende antwoordde. ‘Als  begelijdende instelling – de term school gebruiken we liever ni – proberen wij onze klanten – de term leerlingen gebruiken we liever ni – voorral een persoonsgericht gevoel van welbehagen mee te geven zodat ze handvatten hebben in hun rugzakje om vollop in te zetten op hun groei als persoon. Mogelek kan daarbei het aksend minder op kochnitieve kenisoverdragt ligge. Maar hoe heeft da zelfs nut? Boeieuh!’

Beste briefpief Stef,

De Nederlandse taal is alweer een woord rijker, namelijk ‘lepeltjesverdriet’. Niet dat er geen woorden genoeg waren, integendeel. Woorden zijn als genders, men verzint ze aan de lopende band. lepeltjesverdriet doet mij meteen denken aan het chanson ‘lepeltjesgewijs’ van ene Peeters Bart en de neiging mijn trommelvliezen met voorgenoemd eetgerei te doorboren telkenmale het mijn uitwendige oorschelp bereikt.

Dergelijke woorden noemt men ‘ontbreekwoorden’ en Radio 1 wijdt er zelfs een wederkerende rubriek aan. ‘Lepeltjesverdriet’ is een neologisme voor het gemis dat men voelt wanneer de partner door omstandigheden aan het delen der sponde verzaakt.

Woorden die het niet haalden waren ‘kwijtruimen’, iets waar ik mezelf ten zeerste voor behoed. ‘Terplekkernij’, het alom gekende en onverklaarbare fenomeen dat streekproducten enkel smaken in de streek en ‘verstrekvreugde’ het mooiste moment in een mensenleven wanneer een geplande afspraak een dwarsboom raakt, en je in de vrijgekomen tijd lekker kan chillen.

Ook mooi ‘schlemielenfile, ‘huicheljuichen’ en ‘settelvet’. Dat laatste slaat op die extra kilo’s die je aankomt wanneer je in een vaste relatie belandt. Mijn weegschaal feliciteert mij trouwens elke ochtend met mijn 150-jarige jubileum.

Ik ben een grote voorstander van neologismen, zij kunnen vele lettertekens besparen door de dingen kernachtig samen te vatten. Over het recente internationale optreden van onze premier zou je kunnen zeggen dat hij een ‘tafelspringbok’ met ‘profileerleed’ is die recent een ‘Hamaspluim’ oogstte. Over Tinne Van der Straeten kunnen we zeggen dat het een ‘gasgroene’ (een groene die voor gascentrales is) minister is die enkele kerncentrales wil ‘hernopenen’ (tot heropening genoopt worden). Van Anuna De Wever kunnen we zeggen dat het een ‘PISAkind’ (teveel gebrost) is dat totaal ‘extremismeesterd’ (te lang in het gezelschap van extremisme verkerend) is en daardoor een ‘ware-aardverschuiving’ ondergaat (van studentikoze klimaatactivist in hardleerse communist veranderen) die haar hele optreden nogal ‘politiekjournalistig’ (totaal ongeloofwaardig) maakt.

Waarde Ter Alfelihekelleeuwse Erwin,

Omdat niets zo efficiënt de lokale problemen verergert als nòg meer centralisatie, fietsen onze beleidsmensen alweer een stevige ronde fusies van gemeenten in Vlaanderen.

Niet zelden noopt zulks tot  creatieve nieuwe plaatsnamen zoals ‘Scheldelande’, voor de fusie Beveren/Kruibeke/Zwijndrecht. In de fusie Herne/Galmaarden/Gooik twijfelen ze nog tussen Glooiingen (omdat het landschap glooit: diep!) of ‘Mooigem’ (omdat het er mooi is) of zelfs ‘Pajottegem’ (wegens gelegen in het Pajottenland).

Overigens waren Vlamingen al lang vóór de eerste fusie creatief met plaatsnamen. Denken we maar aan het bucolische Koningshooikt bij Lier. ‘Konings’ werd ‘varkens’ wegens de populariteit hunner kwekers, en ‘Hooikt’ spreekt men uit als ‘jeut’, zodat ‘Koningshooikt’ in het Schoon Liers ‘Véérkensjeut’ werd. Zelfs Felix Timmermans had het niet speelser kunnen bedenken.

En toch, ondanks die gunstige voorgeschiedenis levert de naamkeuze na een fusie vaak een hoop kortzichtig gedoe op. Daarom stel ik onverwijld voor om éérst leuke plaatsnamen te kiezen en pas op basis daarvan tot fusies over te gaan.

Sommige fusienamen zijn vanzelfsprekend. Tremelo en Rotselaar: ‘Tremelaar’! Begijnendijk en Aarschot: ‘Begijnenaars’! En de zich al lang opdringende fusie Gent/Melle/Wetteren/Lokeren/Deinze/Roeselare/Kortrijk: ‘Parking’!

Als we nog westelijker gaan, kunnen we alles versimpelen: ‘Dorpegem’ voor alles dat eindigt op -gem. ‘Gemeentelare’ voor alle -lares. ‘Gehuchtbeke’ voor alle -bekes. En ‘Hoet’ voor alles wat eindigt op ‘-hout’, dat toch altijd al met een ‘oe’ werd uitgesproken.

Uiteraard kunnen we bijzondere plaatsen ook noemen naar hun reputatie. ‘Toeristenvalle’ voor Brugge, ‘Snob-aan-zee’ voor Knokke. ‘Nouveau Riche-bad’ voor Nieuwpoort, ‘Aanschuivelen’ voor Mechelen en ‘Schraalzate’ voor alles tussen Gent Zeehaven en de Nederlandse grens. In Limburg zou ik de plaatsnamen laten zoals ze zijn. Die klinken sowieso al grappig. En Brussel blijft Brussel, want die reputatie is onnoemelijk. En wat fuseren betreft: de kans dat die 19 gemeentes ooit samengaan is kleiner dan de kans dat Frank Vandenbroucke betrapt wordt met drie Roemeense sekswerkers in de jacuzzi van een seksclub. 

Beste reëele Stef,

Laat alles vallen! We vroegen ons reeds vele malen af wanneer de politieke communicatie het absolute dieptepunt zou halen. Wel bij deze kan ik u meedelen dat CD&V met de grote prijs Mark Rutte voor het knulligste politieke promofilmpje is gaan lopen.

De christen democraten hebben er niets beter op gevonden dan het lijk van Jean-Luc Dehaene digitaal op te graven om postuum reclame te maken voor de aftandse feestartikelenwinkel die CD&V ondertussen geworden is.

‘Wie het heden beheerst, beheerst het verleden’, schrijft George Orwell op het eerst blad van zijn avonturenroman 1984. ‘Wie het verleden beheerst kan zijn stock verlappen in het heden’, dachten ze bij CD&V weer nét iets verder.

Weet je Stef, wanneer ik op een feestje het aangeschoten gedeelte van de aanwezigen vervoeg dan heb ik de onuitstaanbare neiging om bij elk muziekje dat gespeeld wordt een tegenritme probeer te verzinnen. En met succes! Allez, dat denk ik dan, want muzisch geschoolde medemensen verzekerden mij reeds meerdere malen dat ik er compleet naast zat te kloppen.

Dat gevoel heb ik ook altijd bij de mediacampagnes van Team Mahdi. Telkens ontdekken ze een nieuwe trend om er vervolgens in te slagen er zo compleet naast te kloppen dat het eigenlijk een discipline op zichzelf wordt.

Ik geloof dat er over zulke projecten vooraf vergaderd wordt. Is er daar dan echt niémand geweest die zei dat oude zwaargewichten opgraven omdat je team uit lichtgewichten bestaat heel erg sneu overkomt? Dat het voor een ethische partij nogal onethisch is om met lijken te sollen? En stel je voor dat het lukt en dat Dehaene de verkiezingen wint, moeten de erven dan zijn uittredingsvergoeding terugstorten?

Dat ze dat filmpje van Dehaene maar snel naar de vergetelheid sturen en samen daarmee dat andere totaal ongeloofwaardige Artificiële Intelligentie-project, Annelies Verlinden. Daarvan gelooft toch ook geen mens dat die echt is.

Tot volgende week deepfake!

Erwin Vanmol en Stef Durnez zijn al jaren pennenvriendjes. Elke week delen ze hun correspondentie met de Doorbraaklezer.

Commentaren en reacties