De val van Wim Adriaens

Wim Adriaens / Jan Denys
foto © Belga, DB
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementMijn allereerste bijdrage voor Doorbraak ging over de toenmalige voorzitster van de Raad van Bestuur van de VDAB, Elke Jeurissen. Ze had een interview gegeven aan De Tijd naar aanleiding van de aanzwellende kritiek op de overheidsdienst. Ik vond dat ze dat niet goed gedaan had en gaf haar tien tips om het in de toekomst beter te doen. Het werd mij niet in dank afgenomen.
Mijn toenmalige baas werd aangesproken om ervoor te zorgen dat dit niet meer zou voorvallen. Wim Adriaens, tot voor kort gedelegeerd bestuurder van de VDAB, had dezelfde kwalijke gewoonte om te komen klagen bij mijn werkgever – een zwaktebod dat in schril contrast staat met de werkwijze van zijn voorganger, Fons Leroy, die nooit zijn toevlucht nam tot dergelijke praktijken.
Negatieve externe feedback
De anekdote is kenmerkend voor Adriaens. Een van zijn minpunten als gedelegeerd bestuur was niet kunnen omgaan met negatieve externe feedback. Het heeft hem finaal de das omgedaan.
Het is een raadsel wat een nochtans intelligente man als Adriaens heeft bezield.
De directe aanleiding tot het neerleggen van zijn mandaat – het gaat vooralsnog niet om een ontslag – waren meerdere onregelmatigheden bij de aanwerving van een Taiwanese werkneemster. Een fout maken is menselijk; meerdere fouten combineren is iets moeilijker uit te leggen. Maar als je eigen diensten je duidelijk wijzen op de fouten die je dreigt te maken en de mogelijke gevolgen, en je toch doorzet, dan valt er nog weinig goed te praten. Het is een raadsel wat een nochtans intelligente man als Adriaens heeft bezield.
Weinig overtuigend mandaat
De fout luidt het einde in van een weinig overtuigend mandaat. Wim Adriaens werd op 1 juli 2019 als gedelegeerd bestuurder benoemd door toenmalig minister van Werk Philippe Muyters. Het was een volledig politieke benoeming, maar de verwachtingen stonden alsnog hooggespannen. Adriaens kon indrukwekkende competenties voorleggen. Hij had een master in de toegepaste economische wetenschappen en Germaanse talen en een bachelor in de Rechten. Daarnaast had hij voor zijn benoeming op het kabinet van Muyters gewerkt, eerst als raadgever in verschillende rollen (financiën en begroting, economie en innovatie) en nadien als kabinetschef. De vraag of dat allemaal voldoende was om een organisatie met 4500 werknemers te leiden werd niet gesteld.
Het talent om kritiek overtuigend te weerleggen, ontbrak bij Adriaens.
De verwachtingen werden dan ook niet ingelost. Al vrij snel kwam er kritiek op de organisatie. Zo zou de arbeidsbemiddeling weinig efficiënt zijn en er was geen sprake van een aanklampend beleid. Zeker in een periode van toenemende krapte viel het lage aantal sanctioneringen op. De vakbonden vonden dan weer dat langdurig werklozen te veel aan hun lot werden overgelaten.
Het Rekenhof en consultancybedrijven Deloitte en Roland Berger kwamen ook met kritische evaluaties. Volgens Berger was vooral het gebrek aan focus bij de VDAB een pijnpunt. Een bijkomend probleem was het hoge aantal zieke werknemers, dikwijls een signaal dat het ook intern niet liep zoals het hoort. Niet alle kritiek was even terecht en de VDAB fungeerde dikwijls als makkelijke zondebok. De vorige gedelegeerde bestuurders Yvan Bostyn en Fons Leroy wisten kritiek in hun tijd dan ook overtuigend te weerleggen, elk op hun eigen manier. Dat talent ontbrak bij Adriaens.
Politieke keuze
Met de roemloze aftocht van Adriaens bestaat het gevaar dat hij nu overladen wordt met alle zonden van Israël. Het probleem van de VDAB zit nochtans veel dieper dan enkel de verantwoordelijkheid van Adriaens. De hele Vlaamse politieke klasse is mee verantwoordelijk.
Zo is het steeds maar toewijzen van nieuwe rollen aan de VDAB vooral een politieke keuze. De regering-Jambon belastte de VDAB in 2019 bijvoorbeeld ook met loopbaanregie waardoor de VDAB potentieel een rol kon spelen in de loopbaan van elke Vlaming. Vreemd genoeg kwam hierop geen kritiek: niet van de sociale partners maar ook niet van de vele arbeidsmarktexperts, een uitzondering niet te na gesproken. Dat loopbaanregie wel heel ver staat van het aan het werk helpen van inactieven en werklozen, kwam blijkbaar niet in hen op.
Beheersovereenkomst
Het wordt vaak vergeten, maar Adriaens moest werken zonder beheersovereenkomst met duidelijke doelstellingen. Die beheersovereenkomst werd onder Fons Leroy afgeschaft omdat die te weinig flexibel zou zijn. Zo verdween een langetermijnperspectief en duidelijke focus op de kerntaken van de VDAB, wat al nooit het sterkste punt van de VDAB was geweest. En, nog belangrijker: door het verdwijnen van de beheersovereenkomst werd de organisatie ook kwetsbaarder voor externe kritiek. Want waarop moest de organisatie nu precies wel of niet afgerekend worden?
Dat de nieuwe Vlaamse minister, Zuhal Demir, voor een nieuwe beheersovereenkomst gaat is alvast goed nieuws. De bal ligt nu in haar kamp.
| Categorieën |
|---|

Volgt sinds 1983 de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst op de KULeuven als wetenschappelijk medewerker, later bij Randstad en sind eind 2024 als zelfstandig expert. Hij is sinds 2015 lid van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid.
De studie ‘Jobkwaliteit in België 2024’ schetst een verrassend positief beeld van de werkvloer. Wellicht kwam de studie net daarom niet in de media.
Wie de Europese hoofdsteden aandoet, stelt vast dat het liberalisme in zwaar electoraal weer verkeert. Frédéric De Gucht is niet alleen.











