fbpx


Binnenland

De ‘war on drugs’ voer je niet om te winnen, maar om te beheersen




Het was voorspeld en het is helaas ook gebeurd. Een onschuldig kind werd het slachtoffer van de drugsoorlog. Een nieuw dieptepunt in de strijd tegen de drugsmaffia. In de marge van het debat over hoe we die strijd het best kunnen voeren, duikt het debat rond legalisering weer op. Het legaliseringsdebat is echter niet meer dan een leuk gedachte-experiment.

De maatschappelijke gevolgen van legale drugs zoals alcohol zijn verwoestend. Daar nieuw gif aan toevoegen is immoreel. Leg het maar uit aan ouders die een kind in het verkeer verloren door alcoholmisbruik dat we, naast alcohol, nog andere roesmiddelen op het verkeer gaan loslaten. Of aan ouders die hun kind verloren aan de neerwaartse spiraal van verslaving. Naast immoreel is het ook behoorlijk naïef. Het lost niks op, noch op vlak van drugscriminaliteit, noch op vlak van druggebruik. In de landen die het proberen draait de zwarte markt als een tierelier, wordt de georganiseerde misdaad sterker en stijgt het gebruik.

Onschuldig

In De Afspraak op Vrijdag pleitte Groen-voorzitter Nadia Naji voor de legalisering van cannabis. De zestienjarige versie van mezelf zou dat fantastisch vinden. Een jointje moet weleens kunnen. Het is maar soft drugs, toch? De realiteit leert ons dat het onderscheid tussen soft en hard drugs niet meer opgaat. De voorbije decennia is het THC-gehalte (de belangrijkste psychoactieve stof; nvdr) in cannabis enorm toegenomen.

Dat veelvuldig cannabisgebruik verwoestende cognitieve en neurologische gevolgen heeft, vooral voor adolescenten, is goed gedocumenteerd. Zo verhogen gebruikers hun kans op een psychose met 40 procent. Uit cijfers van Sciensano blijkt dat 80 procent dagelijks tot wekelijks cannabis consumeert en dat 75 procent van de gebruikers gebruikt om zijn of haar problemen te vergeten. Een studie uit 2008 spreekt over afkickverschijnselen bij één op de drie gebruikers die willen stoppen. Zo onschuldig is het dus allemaal niet.

Poorten van Hades

Waarover spreken we bij een mogelijke legalisering? Kiezen we voor het model van de vrije markt of leggen we al onze eieren in het mandje van Vadertje Staat? In Colorado kozen de Amerikanen – nomen est omen – voor de vrije markt. Beursgenoteerde cannabisbedrijven, die er alle belang bij hebben om het gebruik te stimuleren, schoten als paddenstoelen uit de grond.

Niet veel later kochten tabaksgiganten deze bedrijven op. Zij hebben ervaring met gelobby achter de schermen om regulering te dwarsbomen en onderzoek te manipuleren. Dat gelobby is nodig om de concurrentie met de zwarte markt aan te gaan. Een concurrentieslag die de zwarte markt altijd wint. De meeste pleitbezorgers van legalisering – behoudens enkele VLD-jongeren – willen deze poort van Hades niet openen.

Een overheidsmonopolie dan maar? Canada legaliseerde cannabis in 2018. Een succesverhaal is het allerminst. De legale cannabis is maar liefst 36 procent duurder dan de illegale. Volgens The New York Times koopt amper 28 procent van de gebruikers uitsluitend op de legale markt. Het gebruik nam toe, vooral bij jongvolwassenen. Legalisering werkt nu eenmaal drempelverlagend, en de cannabisexport steeg met duizend procent. Het Canadees model is dus allesbehalve het neusje van de zalm dat links er van maakt.

Geloofwaardigheid

Laat ons een kat een kat noemen. De drugsmarkt is een vraaggestuurde markt. De legaliseringspleidooien zullen dus niet eindigen bij cannabis. Waar trek je dan de grens? Bij cocaïne, waar de narco-terreur zich nu situeert? Bij crystal meth? Vooruit-schepen Jinnih Beels droomt alvast van een toekomst waarin de overheid coke verkoopt, want zo zegt ze: ‘De war on drugs heeft geen reet uitgehaald’.

Welke geloofwaardigheid heeft een overheid die inzet op een rookvrije generatie, maar tegelijk wel drugsdealer wordt? Cynischer wordt het toch echt niet? De algemeen directeur van hulpverleningscentrum De Sleutel verwoordde het eerder als volgt: ‘Welk signaal geef je als overheid indien je een fenomeen dat je als ongezond en gevaarlijk kwalificeert toch toelaat omdat je het niet kan bestrijden?’ Drugs zijn een kanker die onze samenleving destabiliseren. En een kanker bestrijd je, ook al weet je niet of je van die kanker zal genezen.

Snuif- en slikzucht

Een eenzijdige legalisering heeft in ieder geval weinig zin. Dan worden we een internationale aantrekkingspool. Als je het doet moet je het wereldwijd doen en meteen ook voor alle drugs. Dan verschuift de eindverantwoordelijkheid naar het individu. Zoals de vervuiler betaalt, betaalt dan ook de gebruiker. Iedereen die wil gebruiken moet zich maar privé laten bijverzekeren. Maar is dat de samenleving die we willen?

Ja, de high society kan zich laven aan roesmiddelen zonder ernstige gevolgen. Zij hebben voldoende vangnetten voor als het fout loopt. Maar de meest kwetsbaren in onze samenleving hebben die vangnetten niet. Zij incasseren de negatieve effecten van de snuif- en slikzucht van de elite. Wie woont er in verloederde buurten? Wie wordt geconfronteerd met drugsgerelateerde overlast en wie komt terecht in de neerwaartse spiraal van verslaving? Alvast niet de snuivende elite, veilig achter de gevels van hun villa’s.

Voorzorgsprincipe

Er is geen enkele wetenschappelijke evidentie voor de stelling dat legalisering drugscriminaliteit en -gebruik doet afnemen. De ervaring dat criminelen wendbaar zijn en dat een legalisering de drempel om te gebruiken verlaagt doet zelfs het tegendeel vermoeden. Er zal altijd een zwarte markt blijven voor minderjarigen of voor wie sterker en goedkoper spul wil. Bovendien worden narco-criminelen niet plotsklaps brave belastingbetalende burgers met een 9-to-5-job.

De criminaliteit zal blijven, maar met meer gebruikers en meer verslaafden. De transitie van straatdrugs naar staatdrugs biedt dus geen oplossing. Ook nationaal drugscoördinator Charlotte Colman en professoren criminologie Jelle Janssens (UGent) en wijlen Brice De Ruyver (UGent) lieten zich eerder al kritisch uit over een mogelijke legalisering.

Gelet op het voorzorgsprincipe kunnen beleidsmakers het niet maken om, in het kader van een sociaal experiment, het algemeen belang op het spel te zetten. Weet dat wanneer je de deur openzet voor het gebruik van genotsmiddelen, die deur niet meer dicht kan. Dat heeft de drooglegging in de vorige eeuw ons wel geleerd. De huidige situatie is dan wel verre van wenselijk, maar er is geen enkele situatie zo erg dat het door een verkeerde beslissing niet nog erger kan.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) behaalde een bachelor in de sociale wetenschappen en een master in de criminologie. Hij studeert publiek management en is werkzaam als parlementair medewerker van Valerie Van Peel (N-VA). Soms beschouwelijk, soms polemisch van aard mengt hij zich graag in het maatschappelijk debat.