fbpx


Cultuur

Een hele week film: van Belmondo tot de KGB




Samen met Catherine Deneuve en spisbroeder/rivaal Alain Delon bepaalde de vorige week overleden Franse comédien Jean-Paul Belmondo (1933-2021) het gezicht van de Franse cinema. En belichaamde Bébel – niet alleen door vrienden en kennissen werd hij met deze koosnaam aangesproken maar door geheel Frankrijk – de Franse flair, ook al was hij dan van Italiaanse komaf. Het trio was niet al te kieskeurig in het aanvaarden van rollen. Zij konden alles aan, kropen telkens met veel gemak – zeker niet gemakzuchtig – in hun diverse personages, wie ook de regisseur van dienst was. Acteren leek vanzelf te gaan, een vanzelfsprekendheid.

Knokken

Toch kreeg Belmondo het niet in de schoot geworpen. Hij heeft er moeten voor knokken. Letterlijk en figuurlijk. Aanvankelijk leek men bij het Conservatoire National d’Art Dramatique niet onder de indruk van het acteertalent van de kerel die eveneens bokser wou zijn. Het opboksen tegen alle vooroordelen bracht hem na twee films in het vizier van nieuwlichter Jean-Luc Godard (‘Je fais du cinéma, pas de films!’). Zijn credo (‘A good film needs a girl and a gun’) leverde de wereld in 1960 ‘A bout de souffle’ op, verfrissende cinema waarin Belmondo een ronduit revolutionaire manier van acteren liet zien waarvoor allicht het adjectief ‘flegmatiek’ is bedacht.

Ook al dacht Belmondo dat de film nooit de bioscoop zou halen, ‘A bout de souffle’ werd een immens succes op alle fronten. En werd als het ware het manifest van de Nouvelle Vague, een van de meest invloedrijke naoorlogse filmstromingen die prachtfilms zouden opleveren van onder anderen Godard, Truffaut, Rivette, Chabrol, Rohmer, Resnais en Malle.

Stuntwerk

Zij zetten zich af tegen Le cinéma-de-papa zoals zij de toenmalige Franse film smalend betittelden. Antiheld Belmondo was op slag razend populair. De rest is (film)geschiedenis zoals dat dan gemeenzaam heet. Belmondo zou met elke Franse filmregisseur van naam films maken, van Melville, Lelouch tot Verneuil en Oury. Op enkele uitzonderingen na meestal lichtvoetige avonturenfilms waarin hij met zijn verleidelijke semi-boeventronie nu eens de kleine boef speelde, dan weer een zorgeloze schurk. Zo maakte de tandem De Broca & Belmondo samen vijf films met ‘Le magnifique’ (1973) als hoogtepunt, een parodie op James Bond. Belmondo stond er ook om bekend telkens zelf zijn stuntwerk te doen.

Ook het theater (en meer ernstige rokken) zou hem nooit loslaten en vice versa. Na een beroerte in 2001 en na een lange revalidatie kwam hij nog eenmaal terug met het aandoenlijke en stilzwijgende film ‘Un homme et son chien’ (2009) van Francis Huster maar het publiek bleek niet meer op de afspraak, ‘zijn’ publiek. 160 miljoen toeschouwers had Jean-Paul Belmondo kunnen bekoren tijdens zijn filmcarrière van ongeveer 50 jaar. Wat de Franse president Macron op een van de vele huldigingen naar aanleiding van het overlijden deed zeggen dat ‘Belmondo was als familie voor ons. Wij hielden van Belmondo omdat hij op ons leek. Jou verliezen is een deel van onszelf kwijtspelen’.

Venetië

Het evenement van de 78ste editie van het Filmfestival van Venetië en meteen ook goed voor de hoogste onderscheiding, de Gouden Leeuw, bleek de abortusfilm L’Evénement’ van de Française Audrey Diwan, naar de van 2004 daterende gelijknamige autobiografische roman van Annie Ernaux, in het Nederlands vertaald als ‘Het voorval’. Het taboe (ongehuwd zwanger raken) en de sociale druk zijn immens in het Frankrijk van 1963 – wanneer het pakkende verhaal zich voltrekt en abortus illegaal is – voor het hoofdpersonage Anne.

Als studerend adolescente uit een arbeidersmilieu moet zij vrezen voor haar toekomst. Zeer jong een kind krijgen betekent het einde aan haar studie en tegelijk ook een streep door de kans om haar eigen droom te volgen. Het unieke van deze film – er zijn al talloze abortusfilms gemaakt intussen – is dat het deze keer wordt gefilmd en beleefd vanuit de vrouw zelf waardoor des te pijnlijker het verschil tussen man en vrouw wordt bloot gelegd.

Het witte doek

Wat biedt het grote, witte doek nog deze week? Het amusante ‘Délicieux’ (drie sterren) bijvoorbeeld waarin Eric Besnard het veeleer toevallige parcours schetst van hoe in het Frankrijk van de 18de eeuw, net voor de Franse Revolutie, het embryo van een restaurant (met de obligate rondborstige kok) het levenslicht zag. Of hoe het tafelen een ware kunst werd en een toonbeeld van generositeit. ‘Eten is meer dan je maag vullen!’ aldus de chef kok avant-la-lettre.

En nu we toch in de culinaire wereld zijn aanbeland. Hilarisch is het Amerikaanse ‘Queenpins’ (drie sterren) waarvoor Aron Gaudet & Gitta Pullapilly waargebeurde feiten hebben aangegrepen om commentaar te kunnen leveren op een eigentijds variant van de Amerikaanse Droom. Twee vriendinnen, in de ban van het verzamelen van kortingsbonnen allerlei, slagen erin om overbodige, want in Mexico te veel gedrukte coupons alsnog viavia naar de VS te versluizen om daar een eigen handeltje te beginnen en een overijverige privédetective een tijdlang af te houden zonder dat te beseffen. Met andere woorden de hele consumptiecultuur onderuit gehaald.

School in Seraing

Ontnuchterend en eigenlijk ook weer niet is de documentaire ‘L’Ecole de l’impossible’ van Thierry Michel (vier sterren), bekend vooral van zijn schitterende Kongo-documentaires zoals onder meer ‘Congo River’ en ‘L’Homme qui répare les femmes’. Samen met Christine Pireaux heeft hij deze keer zijn camera geplant in een school in een verpauperde buurt van Seraing. Een school waar directeur en leerkrachten het beste voor hebben met hun weinig gemotiveerde scholieren.

De makers hebben er een drietal leerlingen uitgepikt waardoor een genuanceerd beeld ontstaat van de penibele thuissituatie (‘De hond is de enige die naar me luistert!’ aldus een meisje) en levensomstandigheden van deze jongeren-met-al-hun-dromen (van advocate, kieckbokser tot uitvinder) die zich te vaak en soms ook ongewild zien geplaatst voor ‘een laatste kans’ die ze zouden moeten grijpen. Een intelligent document om alvast de Luikse regio beter te leren begrijpen.

Partnergeweld is het onderwerp van ‘Herself’ van Phyllida Lloyd (3 sterren, vanaf 22 september in de bioscoop) waarin een jonge moeder samen met haar twee dochtertjes van huis wegloopt en – niettegenstaande allelei pogingen van de echtgenoot om haar terug in huis te halen, toch de nodige veerkracht vindt om een nieuw leven (her) op te bouwen.

9/11

De twintigste verjaardag van 9/11 stond in de actualiteit. En daar hoort een film bij: ‘Worth’ van Sara Colangelo met een excellente Michael Keaton als kleurloze schadeclaimadocaat. Na de aanslagen neemt hij het op zich om nabestaanden van overledenen te compenseren uit een nationaal fonds, het zogenaamde Victim Compensation Fund (VCF). Vrijwel onmiddellijk rijzen dan vragen zoals “Hoeveel een mensenleven eigenlijk waard is, uitgedrukt in een geldsom?” maar vooral ook de onvermijdelijke vraagstelling: ‘Waarom is mijn dochter minder waard dan een of andere businessman?’ ‘Worth’ mag zich dan vooral afspelen in kantoren, het is een bescheiden roep om meer menselijkheid.

De Sovjet-Unie

Wie een film wil zien die nooit meer uit iemands brein zal verdwijnen moet zondag en vrijdag naar het Off Screen filmfestival waar de even ontluisterende als hoogst omstreden groezelige kroniek  ‘DAU: Degeneration’ van Ilya Khrzhanovsky (vijf sterren) wordt vertoond, een 6 uur durende tweedelige film, een onderdeel van een heus experiment, een gedurfd multimediaproject: Hoe zo trouw mogelijk het leven in de voormalige Sovjet-Unie reconstrueren?

De talentrijke – zeg maar briljante – Russische filmmaker werkte er tien jaar aan en deed een beroep op meer dan 10.000 nietsvermoedende, niet-professionele acteurs. En liet hen (ver)dwalen in een replica van een geheim onderzoeksinstituut van de USSR in de jaren ’60, inclusief een Franse wetenschapper. Deze onvergetelijke filmsensatie is een meeslepende, ongemeen boeiende recreatie geworden van de way of life in het voormalige communistische bastion dat de Sovjet-Unie was waar KGB-apparatsjiks en hun medestanders vrijelijk hun gang konden gaan en hun perverse machtspelletjes konden spelen. Een satire om u tegen te zeggen. Ontegensprekelijk dé film van het jaar!

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Freddy Sartor

Freddy Sartor (1952) is beroepsjournalist, oud-hoofdredacteur van de filmtijdschriften Cinemagie (ex-MediaFilm) en het maandblad Filmmagie, tot 2006 bekend als Film & Televisie.

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Commentaar open
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.