fbpx


Communautair, Vlaamse Beweging
Bezoekerscentrum

Eerste autonoom Vlaams Parlement schraagt natie- en staatswording

Een stap naar Vlaamse natie- en staatswording



‘Zondag wordt de Vlaamse Raad voor het eerst rechtstreeks verkozen, de realisatie van een 25 jaar oude Vlaamse verzuchting. Het zou Vlaanderen een nieuw elan geven, werd er gezegd. Maar deze historische gebeurtenis werd tijdens de verkiezingscampagne door de traditionele partijen, uitgezonderd de VU, volledig onder de mat geveegd’, rapporteerde Eric Donckier op enigszins ontgoochelde ondertoon in Het Belang van Limburg van 20 mei 1995. Historisch was ze inderdaad, de verkiezing van de 124 leden van het Vlaams Parlement op…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


‘Zondag wordt de Vlaamse Raad voor het eerst rechtstreeks verkozen, de realisatie van een 25 jaar oude Vlaamse verzuchting. Het zou Vlaanderen een nieuw elan geven, werd er gezegd. Maar deze historische gebeurtenis werd tijdens de verkiezingscampagne door de traditionele partijen, uitgezonderd de VU, volledig onder de mat geveegd’, rapporteerde Eric Donckier op enigszins ontgoochelde ondertoon in Het Belang van Limburg van 20 mei 1995.

Historisch was ze inderdaad, de verkiezing van de 124 leden van het Vlaams Parlement op 21 mei 1995, dag op dag vijfentwintig jaar geleden. In het 165ste overlevingsjaar van België, na anderhalve eeuw Vlaamse Beweging en ruim 75 jaar nadat flamingantische IJzersoldaten ‘zelfbestuur’ aan de orde hadden gesteld, konden de Vlamingen eindelijk hun eigen, autonome volksvertegenwoordiging verkiezen, los van de Belgische.

Hoed en pet

De Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap (1971-1980), de embryonale voorloper van het Vlaams Parlement, was nog onrechtstreeks verkozen en samengesteld uit de Kamerleden en senatoren van de Nederlandse taalgroep.

Dat ‘dubbelmandaat’ bleef bestaan na de staatshervorming van 1980, toen de Cultuurraden werden verbreed tot Gemeenschapsraden, en Vlaanderen en Wallonië ook een Gewestraad kregen (de Brusselse kwam er pas in 1989). De Vlaamse politieke besluitvormers namen toen de wijze beslissing hun Gewest te laten opgaan in hun Gemeenschap, zodat er vanaf 1 oktober 1980 maar één, indirect verkozen decreetgevende vergadering was, die de zouteloze naam ‘Vlaamse Raad’ droeg.

Vijftien jaar nog zou de periode van het dubbelmandaat duren. De parlementsleden die in Vlaanderen en door de Brusselse Vlamingen verkozen waren, zetten de ene week de hoed van Kamerlid of senator op, de andere week de pet van Vlaams Raadslid. Hoed en pet, want zeker in de ogen van de socialisten en de liberalen, en zelfs in die van sommige CVP’ers, stond de Vlaamse Raad enkele treden lager dan de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat.

Niets dan nadelen

Het dubbelmandaat was enigermate te verdedigen door de opdeling van het ‘oude’ parlementaire takenpakket langs de lijnen van de ‘nieuwe’ bevoegdheidsverdeling tussen de ‘centrale staat’ en de ‘deelgebieden’, maar het had niets dan nadelen.

Met zijn, afhankelijk van het aantal Nederlandstalige Kamerleden en senatoren in de negentien gemeenten van Brussel-Hoofdstad, 182 tot 188 leden was de Vlaamse Raad onmiskenbaar overbodig groot.

Zeker voor Vlamingen die de gestalten en getijden van de politieke wereld maar oppervlakkig volgden, maakte dezelfde veldbezetting het moeilijk het onderscheid te zien tussen het Belgische en het Vlaamse beleidsterrein. Het onscherpe beeld werd nog meer vertroebeld doordat de Vlaamse Raad, zoals voorheen de Nederlandse Cultuurraad, in Brussel wilde bijeenkomen en dat, bij gebrek aan een eigen gebouw, dan maar in de vergaderruimte van de Kamer van Volksvertegenwoordigers deed.

Dubbelmandaat

Dat ‘dubbelgebruik’ maakte heldere werkafspraken nodig, maar de gastheren van de Kamer kwamen die niet altijd na – en dat had soms meer met moedwilligheid dan met hoogdringendheid van hun agenda te maken. Nadat Vlaanderen er in de derde staatshervorming (1988-1989) belangrijke bevoegdheden bij had gekregen (onder meer onderwijs en openbare werken), nam het aantal vergaderingen van de Vlaamse Raad stevig toe, en parallel daaraan de wrijvingen met de diensten van de Kamer. (De Vlaamse Raad had in 1987 het oude Hôtel des Postes et de la Marine in de Wetstraatwijk aangekocht, maar de renovatie en verbouwing zou pas in 1991 beginnen en bijna vijf jaar duren.)

Ten slotte bracht het dubbelmandaat de parlementsleden van de partijen die zowel in België als in Vlaanderen regeerden – vanaf 1980 de CVP de hele tijd, de SP bijna de hele tijd, de PVV en de Volksunie enkele keren – al eens in een politieke grand écart. Als Kamerlid of senator werd van hen verwacht de Belgische zaak te verdedigen, als lid van de Vlaamse Raad werden zij geacht de Vlaamse belangen te behartigen.

Egmontpact

En zeggen dat het dubbelmandaat afgeschaft zou zijn geweest, indien het Egmontpact van 1977 gerealiseerd was. Christendemocraten, socialisten, Volksunie en FDF waren het er toen over eens de ‘Raden’ van de gemeenschappen en de gewesten rechtstreeks te verkiezen. Hun voornemen kapseisde samen met het Egmontpact in oktober 1978. Pas tien  jaar later kwam het weer aan de oppervlakte.

Bij de vorming van de achtste Martens-regering, in de lente van 1988, was afgesproken de rechtstreekse verkiezing van de ‘Raden’ te regelen in de derde fase van een nieuwe, derde staatshervorming. Nadat de bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten merkelijk waren verruimd en in een tweede fase het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als ‘région à part entière’ opgericht en een nieuwe Financieringswet uitgevaardigd was, gingen koning Boudewijn en andere staatsbehoudende krachten op de rem staan. Twee ingrediënten van de geplande derde fase, de toekenning van verdragsrecht en van de residuaire bevoegdheid aan de deelstaten, duwden in hun ogen België al te zeer in federale richting.

Sint-Michielsakkoord

De ‘derde fase’ verdween in de ijskast en werd pas met het Sint-Michielsakkoord van 1992 over de vierde staatshervorming ontdooid. Het bepaalde onder meer dat de ‘Raden’ voortaan rechtstreeks verkozen zouden worden, om de vijf jaar en samen met de leden van het Europees Parlement. De eerste rechtstreekse verkiezing zou, omdat er een einde kwam aan het dubbelmandaat, echter samenvallen met die van Kamer en de Senaat.

Volgens het Kieswetboek had dat eind 1995 moeten gebeuren, op de zondag tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Omdat een stembusgang in die periode ondenkbaar was, moesten de verkiezingen vroeger plaatsvinden. Eerste minister Jean-Luc Dehaene verraste toch nog vriend en vijand door op 17 februari 1995 aan te kondigen dat de stembusslag op 21 mei zou doorgaan. Enkele uren later viel het gerecht binnen op de zetel van de PS, op zoek naar sporen van Agusta-smeergeld (het onderzoek naar corruptie bij de aankoop van Agusta-helikopters liep sinds begin 1993; op 22 februari 1995 bekende penningmeester Etienne Mangé dat ook de Vlaamse socialisten Agusta-geld hadden gekregen).

‘Strijd der titanen’

Dat de Agusta-affaire wekenlang het nieuws beheerste – zo nam op 22 maart vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken Frank Vandenbroucke ontslag nadat Knack had uitgebracht dat hij als SP-voorzitter Agusta-bankbiljetten had laten verbranden – droeg er mede toe bij dat de ‘historische’ rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse Raad de hele verkiezingscampagne lang ondergesneeuwd bleef. De hoofdreden daarvan was evenwel dat de Vlaamse partijen, met uitzondering van de Volksunie, nauwelijks onderwijs, welzijn, leefmilieu en andere Vlaams-deelstatelijke beleidskwesties op de voorgrond zetten.

De inzet van de verkiezingen was dominant ‘federaal’. Zouden christendemocraten en socialisten, die sinds 1991 het land bestuurden, hun wenscoalitie kunnen voortzetten? (antwoord: ja.) En wie wint de ‘strijd der titanen’? Conform het Sint-Michielsakkoord werden de senatoren niet meer verkozen in kiesarrondissementen maar in twee ’gemeenschapskieskringen’. Vlaamse kandidaten konden stemmen sprokkelen van De Panne tot Opgrimbie, Franstalige van Moeskroen tot Virton. Daarom speelden de partijen hun kopstukken als lijsttrekker voor de Senaat uit: Dehaene (CVP), Tobback (SP), Verhofstadt (PVV) in Vlaanderen, Busquin (PS), Gol (PRL), Deprez (PSC) in Francofonië  (antwoord: Dehaene won  met 484.305 voorkeurstemmen voor Tobback, 453.700, en Verhofstadt, 423.335.)

‘Hefboom en breekijzer’

De eerste rechtstreeks verkozen Vlaamse Raad hield zijn installatievergadering op 13 juni 1995 – in het halfrond van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Zoals het reglement bepaalde, werd de zitting voorgezeten door ‘het oudste lid in jaren’. De bijna 70-jarige Wilfried Aers van het Vlaams Blok maakte van zijn gelegenheidsfunctie gebruik – sommigen zeiden: misbruik – om de Vlaams-nationalistische en anti-Belgische trom te roeren. Hij bracht hulde aan de flaminganten ‘die niet alleen streden maar ook leden voor Vlaanderen’, betreurde dat Vlaanderen ‘nog steeds geen amnestie kan verlenen’ en riep zijn collega’s op ‘alle Waalse en Belgische stiefmoeders’ af te schudden en van de Vlaamse Raad ‘de hefboom en het breekijzer’ te maken naar ‘een onafhankelijke Vlaamse staat’.  Enkel op de banken van zijn partij was er applaus.

De ‘historische’ openingszitting werd voorts gekruid met – sommigen zeiden: ontsierd door – een lange discussie, schorsing inbegrepen, over de ‘geloofsbrieven’ van Christian Van Eyken, die in Halle-Vilvoorde een francofone lijst had getrokken. Volgens de Volksunie en het Vlaams Blok was zijn verkiezing ongeldig omdat de tweetalige stembiljetten in de zes randgemeenten strijdig waren met een Vlaams taaldecreet uit 1994. De andere partijen betwistten dat en keurden Van Eykens geloofsbrieven goed.

Moderne assemblee

Onder impuls van Norbert De Batselier (SP), die op 13 juni 1995 tot voorzitter was verkozen, nam de eerste rechtstreeks verkozen Vlaamse volksvertegenwoordiging een reeks initiatieven om weg te komen uit het oude, Belgische parlementaire paradigma en een (meer) moderne assemblee te zijn. De commissievergaderingen werden openbaar, het werd mogelijk themadebatten te houden, een deontologische code legde een strak kader rond het dienstbetoon, er werd een publiekswerking in de steigers gezet, enzovoort.

Het spoor dat in die eerste zittingsperiode getrokken werd, is tot op vandaag richtinggevend – al blijft de kwaliteit van een parlement afhangen van de kwaliteit van zijn leden en al moet een parlement zijn werking voortduren (trachten te) verbeteren.

Zinnebeeld en uithangschild

Hoewel ze in de schaduw van de verkiezingen voor het federale parlement gerekruteerd werd, heeft de eerste lichting Vlaamse Volksvertegenwoordigers resoluut de kaart van de Vlaamse natie- en staatswording getrokken. Bevrijd uit het knellende carcan van het dubbelmandaat en zich bewust van hun ‘historische’ plaats op de tijdlijn van de Vlaamse ontvoogding, hebben de op 21 mei 1995 verkozen mannen en vrouwen zich opgesteld en gedragen als zelfbewuste vertegenwoordigers van het Vlaamse volk en de deelstaat Vlaanderen. Ze werden daarin gesteund, in zekere mate zelfs gestuwd door de tweede Vlaamse regering-Van den Brande – de meest Vlaams-strijdvaardige die er is geweest.

Al in de openingszitting van 13 juni 1995 beslisten de pas beëdigde volksvertegenwoordigers, door de eenparige goedkeuring van een voorstel van resolutie dat Karel De Gucht (PVV) had ingediend, de Vlaamse Raad voortaan ‘Vlaams Parlement’ te noemen, en zichzelf ‘Vlaams Volksvertegenwoordiger’. Met dat besluit wilden zij de herkenbaarheid van hun assemblee als parlement én hun gelijkwaardigheid aan het federale parlement in de verf zetten.

Ondersteund door het beeld van het eigen gebouw dat in maart 1996 eindelijk in gebruik kon worden genomen, werd Vlaams Parlement heel snel het zinnebeeld en uithangschild van de staatkundige autonomie die Vlaanderen na 165 jaar Vlaamse Beweging had verworven  – ook al zou het nog duren tot 2005 vooraleer België bereid was om in zijn grondwet de naam ‘Vlaamse Raad’ door ‘Vlaams Parlement’ te vervangen.

Vijf resoluties

Onder meer door met een beroepsprocedure bij het Arbitragehof de Carrefour-subsidies van de Franse Gemeenschap aan Franstalige verenigingen in de Vlaamse Rand te laten vernietigen en met een decreet de ‘vzw De Rand’ op te richten, stond het eerste autonoom Vlaams Parlement op de barricade om het Vlaams karakter van de gemeentegordel rond Brussel te verdedigen en te versterken.

Onder impuls van Herman Suykerbuyk (CVP) groeide er onder de fracties een consensus om voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis en als teken van verzoening de gevolgen van de repressie en epuratie voor een bepaalde groep veroordeelden met een ‘bijzondere bijstand’ financieel te milderen. Die consensus verbrokkelde echter nadat de Raad van State de bevoegdheid van het Vlaams Parlement had betwist – een standpunt dat het Arbitragehof naderhand volgde met de vernietiging van het decreet.

Koninginnestuk van de Vlaams-assertieve gedragslijn van het eerste autonoom Vlaams Parlement waren de ‘vijf resoluties’ die op 3 maart 1999, aan het eind van de zittingsperiode, werden goedgekeurd. De Vlaamse Volksvertegenwoordigers schreven daarmee het programma van de verdere Vlaamse staatswording: nog meer beleidsbevoegdheid, echte fiscale autonomie – een programma dat bij de vijfde en zesde staatshervorming deels, maar nog altijd niet volledig is gerealiseerd.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.