Communautair
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Jozef Cassimon en Jos De Greef

En Brussel? (deel 2)

opinie

(Het eerste deel verscheen gisteren.)

Alleen  het economisch sterke Vlaanderen kan Brussel helpen

Brussel zal met Vlaanderen moeten onderhandelen. Deze Brussel nota steekt de hand uit naar Franstalig Brussel. De uitgestoken hand is absoluut geen knieval. Wij zoeken naar een oplossing, met Brussel als het kan, maar men vergisse zich niet, Vlaanderen zal zich niet laten gijzelen door een armlastig Brussel in een verder verrottend België.

De VGC zit tussen twee stoelen

Brussel wordt slecht bestuurd maar het zijn blijkbaar alleen de Vlamingen die zich daaraan ergeren en die aandringen op een sanering van de Brusselse politieke structuren. De Vlaamse raadgevingen zijn goed bedoeld, maar op zijn minst, erg onhandig.

In plaats van goede raad te willen geven aan de (Franstalige) Brusselaars zou Vlaanderen zich beter bekommeren om de Nederlandstalige Brusselaars die, krachtens de grondwet, zo goed als de Limburgers of de Antwerpenaren, integraal deel uit maken van de Vlaamse gemeenschap.

Grondwettelijk is de Vlaamse regering bevoegd voor de persoonsgebonden materies die de Nederlandssprekenden in Brussel aanbelangen. In de praktijk komt daar niet veel van terecht want de voogdij over de VGC, de Vlaamse Gemeenschap Commissie, die de belangen van de Nederlandsprekenden in Brussel moet behartigen, wordt uitgeoefend niet door de Vlaamse maar door de Brusselse regering. Kafka op zijn best! De VGC zit dus tussen twee stoelen.

Het beleid van de Vlaamse regering is, in verband met Brussel, ronduit slap en slordig. Ook al hebben we grote waardering voor de goede resultaten in de onderwijssector, Vlaams regeringswerk is, wat Brussel betreft, onvoldoende of rechtuit onbestaande. Grondwettelijk zijn de Vlaamse regering en het Vlaams parlement bevoegd voor de Brusselse Nederlandstaligen. Behalve de vermelding ‘en Brussel’ in de titulatuur van een Vlaams minister, stelt dat niet veel voor.

Dit alles frustreert de Nederlandstalige Brusselaars. Ze voelen zich in de steek gelaten door de Vlaamse stiefmoeder die de mond vol heeft over grote principes, zegt hoe het moet maar te gierig is om te voorzien in de nodige middelen. Sommigen spelen dan ook, tot groot genoegen van de Franstaligen, met de idee van een Brussels gewest, ook voor persoonsgebonden materies. Dit is uiterst betreurenswaardig want het zou de succesvolle politiek, vooral in het Nederlandstalig onderwijs, volledig op de helling zetten.

Prof. Hendrik Vuye heeft om deze toestand te keren een goed en heel concreet voorstel geformuleerd:

  • De twee Nederlandstalige ministers van de Brusselse regering krijgen een dubbelmandaat en worden ook lid van de Vlaamse regering;
  • De huidige samenstelling van de VGC (de Nederlandstalige leden van het Brussels parlement) wordt aangevuld met de leden van het Vlaams parlement, in Brussel verkozen;
  • In het Vlaams parlement wordt een Brussel commissie opgericht die de Nederlandstalige leden van het Brussels parlement, als geassocieerde leden, bij haar werking betrekt.

Met deze structuur ontstaat permanent overleg met de Nederlandstalige Brusselaars die zich niet langer stiefmoederlijk behandeld voelen en bezitten we een degelijk orgaan om de band met Brussel aan te halen.

Deze structuur is geen doel op zich. Deze structuur is noodzakelijk om de geldstroom naar Brussel te kunnen kanaliseren en heroriënteren. Want, Vlaanderen zal Brussel moeten financieren maar dan moet de financiering van Brussel via de federale overheid vervangen worden door een gerichte financiering waarvan de resultaten controleerbaar zijn. Om dat te realiseren is een goed werkende VGC nodig.

Een win-win oplossing

Het Vlaamse standpunt komt hierop neer:

We zitten hoe dan ook opgescheept met Brussel en dat kost ons geld. We moeten ons niet laten intimideren door de Franstalige propaganda die niet veel meer is dan bluf en chantage. Wij hebben de wind in de zeilen. Nooit werd er door zo veel niet Nederlandstaligen Nederlands geleerd als vandaag. Nooit was het prestige van het Nederlands, ook en vooral in Brussel, zo groot als vandaag. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel barst uit haar voegen en bereikt een aandeel van ca. 25%

De Vlaams vijandigheid van de jaren 60 en daarvoor bij de doorsnee Brusselse autochtonen is sterk afgenomen en heeft plaatsgemaakt voor respect en begrip. Nederlandstaligen worden in Brussel nog maar zelden afgesnauwd omwille van het gebruik van het Nederlands. Wie het Nederlands niet machtig is vindt nog moeilijk een goede job.

Laten we ambitieus zijn: in Brussel, op termijn, een Nederlandstalige gemeenschap van 300 000 inwoners uitbouwen is geen utopie en we bewijzen daarmee niet alleen Vlaanderen maar ook Brussel een dienst want als Brussel als gewest wil overleven dan heeft het die mensen, meertalig en goed opgeleid, nodig.

Wij willen geen ‘apartheid’ invoeren. Geen gedoe met lijsten, inschrijvingen of subnationaliteit. Wij opteren voor een open gemeenschap van autochtone en ‘nieuwe’ Brusselaars, die de band met Vlaanderen willen versterken en daar vanzelfsprekend het Nederlands voor gebruiken.

Vlaanderen moet vermijden dat Brussel dit als een bedreiging gaat zien en daarom moeten we Brussel waarborgen geven, met name de waarborg dat het gewest, voor andere dan de persoonsgebonden materies van de Nederlandstalige gemeenschap, zichzelf mag blijven besturen.

Er moet, zonder dralen en zonder te speculeren op het uiteenvallen van België (ook al moeten we daar op de achtergrond rekening mee houden) een Brussel Plan opgezet worden om werk te maken van de uitbouw en ondersteuning van een groeiende, open, Nederlandstalige gemeenschap in Brussel.

De uitbouw van een leefbare Nederlandsprekende gemeenschap in Brussel is ‘de rode draad’ door ons Brussel Plan. Wij vertrouwen erop dat dit voor Brussel zowel als voor Vlaanderen een win-win situatie wordt en dat er geleidelijk van een confrontatie overgestapt wordt op een partnership Brussel-Vlaanderen.

Misschien kan, om te beginnen, in het kader van dit plan, als de gemeenten daar interesse voor hebben, overwogen worden de gemeentescholen over te nemen van de gemeenten, om op die manier deficitaire gemeentefinanciën te verbeteren.

Vervolgens kan er gedacht worden aan de uitbouw van de persoonsgebonden verzorgingen, waarvoor krachtens de grondwet de Vlaamse regering ook nu al gemachtigd is maar een bevoegdheid die helaas tot op heden dode letter gebleven is.

Zo zou de Vlaamse gemeenschap rust- en verzorgingstehuizen kunnen oprichten of overnemen van de OCMW’s zodat, opnieuw, de gemeentefinanciën verbeteren. Goed gekozen ziekenhuizen overnemen van privé of OCMW.

Het is niet de bedoeling op die manier ziekenhuizen en rust- en verzorgingshuizen te reserveren voor uitsluitend Nederlandstalige patiënten. Deze instellingen moeten openstaan voor alle Brusselaars. Zij blijven tweetalig (wat ze nu niet zijn!) maar als instellingen van de Vlaamse gemeenschap zal de interne voertaal het Nederlands worden. Dat doet niets af aan de twee-, of beter nog, meertaligheid, naar buiten toe.

En wat als België implodeert?

Als België verdwijnt, dan zal over het lot van Brussel niet in Brussel beslist worden maar in Berlijn, Londen, Washington, Parijs, Moskou…  want deze implosie zou gevaar opleveren voor de stabiliteit van de EU en haar hoofdstad.

Om te beginnen houdt de internationale gemeenschap niet van secessie. De Vlamingen doen er dus  goed aan daar geen programmapunt van te maken. De Vlaamse strategie vertrekt best van een Belgisch kader waarin de democratie moet hersteld worden d.w.z. dat de grendels uit de grondwet moeten verdwijnen. Daar kan geen enkele rechtgeaarde democraat tegen zijn. Als de Walen daar niet kunnen mee leven moeten ze de Belgische confederatie verlaten. Zij moeten dat dan maar, internationaal, gaan uitleggen en een nieuwe sponsor zoeken.

Met Brussel kan het dan twee kanten op: ofwel verliest Brussel het statuut van EU hoofdstad en dat zou, voor Brussel, een economische ramp zijn, ofwel blijft Brussel de EU hoofdstad en dan is er binnen de EU geen meerderheid om de EU-hoofdstad, zij het onrechtstreeks, naast de twee ander EU-beslissingscentra, Straatsburg en Luxemburg, ook in de Franse invloedssfeer te plaatsen.

Mocht het Belgische model imploderen en vervangen worden door een confederale structuur, dan worden in elk geval, als dat nog niet eerder gebeurd is, de noord-zuid transfers grondig hertekend, de zogenaamde ‘Copernicaanse omwenteling’.

Wallonië zal dan op eigen benen moeten staan. Geld spenderen aan Brussel wordt wel het laatste waar ze zullen aan denken want Wallonië is niet geïnteresseerd in een economische unie met Brussel. Wallonië kan Brussel economisch niet ondersteunen en omgekeerd ook niet. Zij beogen enkel een politieke unie om, zolang België nog bestaat, Vlaanderen met 2 tegen 1 politiek schaakmat te zetten. Met hun ongrondwettelijke Wallobrux proberen ze die politieke samenwerking te verstevigen door er een meer structurele basis aan te geven.

In een confederatie heeft de politieke confrontatie van twee tegen één geen zin meer. Een dergelijk conflict tussen soevereine partners zou de confederatie onmiddellijk doen uiteen spatten. Brussel zit dan in de tang want de eigen belastingen volstaan in de verste verte niet om een sluitende begroting op te stellen.

Als Vlaanderen de massale overheveling van belastinggeld naar Wallonië stopzet komen er middelen vrij om een passende financiering van het Brussels gewest op te zetten. Vlaanderen moet deze kans grijpen. En Brussel heeft geen andere keuze dan deze hulp te aanvaarden.

De Vlaamse investering in Brussel kan dan heel eind ver gaan; we denken aan:

  • Het bekostigen van noodzakelijke verkeersinfrastructuur die de financiële draagkracht van de gemeenten of zelfs van het gewest overstijgt;
  • Het in last nemen van grote onderhoudswerken aan de riolering, de tunnels…;
  • Kosten van waterzuivering;
  • Renovatie van woonwijken…
  •  

zodat het Brussels gewest voldoende heeft aan zijn eigen inkomsten om de taak van hoofdstad op zich te nemen.

Maar voor wat hoort wat. Deze hulp moet kaderen in een ‘partnership’ dat afgesloten wordt met de gemeenten of zelfs het Gewest, die zich, als tegenprestatie, engageren voor een Vlaamsvriendelijk beleid.

Ten slotte, als de zaken echt uit de hand lopen en ook een confederatie niet meer mogelijk is, dan is er geen keuze meer. De internationale gemeenschap zal dan tussenkomen en beslissen. De meest waarschijnlijke oplossing zal dan zijn dat Brussel een specifiek statuut krijgt, eventueel gewaarborgd door de EU, maar op basis van geopolitieke overwegingen staatkundig bij Vlaanderen ingedeeld wordt (een oplossing dus geheel vergelijkbaar met wat er met Hong Kong is gebeurd, waar een Engels sprekende stad met een uitgesproken kapitalistische economie, staatkundig ingedeeld werd bij het historische, maar communistisch, moederland China).

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

Jozef Cassimon en Jos De Greef

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans