Forum
Energietransitie: tussen waan en werkelijkheid
Dirk Rimaux: ‘De vervollediging van de energietransitie in de EU uitstellen om onze industrie, welvaart en verzorgingsstaat niet te fnuiken, zou een keuze van het gezond verstand moeten worden.’
—
Dirk Rimaux is burgerlijk ingenieur en werkt in de ontwikkeling van internationale markten op alle continenten.
Volgens Dirk Rimaux gokken we op een te snelle en dus risicovolle energietransitie. We nemen beter de tijd om de nieuwe technieken goed te ontwikkelen en nog even de vertrouwde energiebronnen te gebruiken. Of het licht valt uit, ook in de fabrieken.
De blauwdruk voor de energietransitie in België dateert nog van de vorige legislatuur. Die zette volop in op windturbines, zonnepanelen en groene gassen (voornamelijk biomethaan en waterstof). Op papier een prachtig concept, zeker als je weet dat fossiele brandstoffen toch ooit opraken.
Maar al snel leer je dat het hier geen echt plan betreft, maar eerder om een intentioneel kader gaat met onvolledige en onvoldoende tussentijdse doelen. Het veelvuldige gebruik van innovatieve technologieën maakt het geheel kwetsbaar. Die zijn meestal nog niet standaard inzetbaar en vertonen bovendien ook nog kinderziekten, wat vaak resulteert in sterk stijgende kosten en onvoorziene vertragingen.
Windfabriek
Inzetten op hernieuwbare energie vraagt uiteraard meer dan het bij elkaar zetten van windmolens en zonnepanelen waartussen we wat kabels trekken. Het Prinses Elisabeth eiland moest daarom voor een wereldprimeur zorgen door onze offshorewindparken te bundelen en te verbinden met het vasteland. Een innovatief project waarvan de kosten en de bouwtijd zwaar werden onderschat: de investeringen lopen inmiddels op tot 7,5 miljard euro (vijf keer de oorspronkelijke raming) met een vertraging van 3 jaar. Eind maart beslist de regering-De Wever over de toekomst van het project.
De voortschrijdende elektrificatie, waaronder elektrisch rijden en warmtepompen, zal deels gecompenseerd worden met energiebesparende maatregelen
De Hyoffwindfabriek in Zeebrugge dient dan weer als pilootproject om goedkope waterstof te produceren uit stroomoverschotten. Hierbij worden innovatieve Zirfonmembranen gebruikt. Ook het inpassen van die technologie zorgt voor problemen. Men verwacht daarom de fabriek pas tegen eind 2026 te kunnen opstarten.
Ze zal dan 3.750 ton groene waterstof per jaar produceren, een equivalent van 0,13 TWh elektriciteit. Het blijft een grote uitdaging om dat type fabriek op te schalen en om aan de toekomstige vraag te voldoen. In 2050 voorziet men alleen al voor huishoudelijk gebruik een vraag van 61 TWh per jaar aan groene gassen.
Dankjewel BDW
De voortschrijdende elektrificatie, waaronder elektrisch rijden en warmtepompen, zal deels gecompenseerd worden met energiebesparende maatregelen. Hierdoor schat Elia dat we tegen 2035 met 130 TWh per jaar aan elektriciteit zullen toekomen. Maar met die vraag naar stroom speelde Vivaldi toch wel wat Russische roulette.
Wanneer bestaande en nieuw geplande gascentrales op 85 procent van hun capaciteit mogen draaien (een realistische schatting), kunnen zij jaarlijks 63 TWh opwekken. Tegen 2035 zullen we normaal ook jaarlijks over 40-60 TWh aan hernieuwbare energie beschikken. Biomassa en hydro (6 TWh per jaar) zullen dan samen met import voor de rest moeten zorgen. Bij donkerflauwtes (periodes van weinig wind en zon), en een capaciteit aan hernieuwbare energie die tot 40 TWh per jaar beperkt blijft, wordt het dan krap. De behoefte aan import zou hierbij tot 30 TWh per jaar kunnen oplopen.
Gelukkig wil Bart De Wever (N-VA) de klassieke kerncentrales Doel 4 en Tihange 3 (samen goed voor 17 TWh per jaar) ook na 2035 openhouden. Hierdoor zal de behoefte aan import nooit boven de 10-15 TWh per jaar uitkomen. Een volume dat we ook nu jaarlijks zonder problemen binnentrekken.
Horizon 2050
Na 2035 moeten we de grote sprong voorwaarts richting 2050 inzetten. Dat zal ook verregaande inspanningen vragen van onze industrie, die een veelvoud aan innovatieve processen moet inschakelen. Denk daarbij aan elektrische petrochemische krakers, elektrische hoogovens en dergelijke. Groene jongens zeggen keer op keer dat de technologie er is. Dat klopt, maar ze negeren hierbij de kost en de tijd die nodig zijn om alle kinderziektes op te lossen. Zal onze industrie dat de komende 25 jaar op een economisch verantwoorde manier kunnen financieren? Zo niet, dan dreigt een leegloop aan werkgelegenheid en welvaart.
Waarom gokken als het ook anders kan? Uit ervaring weten we dat tussen nu en 50 jaar de meeste van die nieuwe technologieën standaard inzetbaar zullen worden tegen een sterk gereduceerde kost. Een klein voorbeeld om dat te illustreren. 45 jaar geleden vertelden hooggeleerde professoren aan de KU Leuven dat commercieel gebruik van zonnepanelen op aarde een illusie was. Rond de jaren 2000 was die uitspraak achterhaald, en kijk, vandaag horen zonnepanelen standaard bij elke nieuwbouw. Betreffende technische ontwikkeling is 50 jaar wel degelijk een eeuwigheid.
De vervollediging van de energietransitie in de Europese Unie met 25 jaar uitstellen om onze industrie, welvaart en vooral onze verzorgingsstaat niet te fnuiken, zou een keuze van het gezond verstand moeten worden. In die 25 jaar zal de EU wellicht maximaal 50 miljard ton extra CO2 uitstoten. Volgens bestaande modellen leidt dat tot een ‘extra opwarming’ van de aarde van hoop en al 0,0225 °C. Kunnen we het daarvoor laten liggen?
| Categorieën |
|---|
| Tags |
|---|
| Personen |
|---|
Dirk Rimaux is burgerlijk ingenieur en werkt in de ontwikkeling van internationale markten op alle continenten.
Inge Faes: ‘Wie Italië uitsluitend kent via statistieken, verkiezingsuitslagen of economische rapporten, begrijpt niet hoe sterk het nationale eergevoel er leeft.’
Is Paraguay het beloofde land voor mensen die de richting die Europa uitgaat niet meer zien zitten? Dat zien we in een subtiele documentairereeks.










