JavaScript is required for this website to work.
Politiek

‘Elke partij doet haar zin’: Kamerleden zwakten deontologisch advies af

NieuwsHans Brockmans13/3/2026Leestijd 3 minuten
De flou artistique om de deontologische regels in de Kamer is een bewuste keuze,
blijkt nu.

De flou artistique om de deontologische regels in de Kamer is een bewuste keuze, blijkt nu.

foto © Belga

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

In 2021 besliste de Federale Deontologische Commissie (FDC) dat het niet kan ‘dat een door de parlementaire assemblee betaalde medewerker wordt gedetacheerd naar het partijhoofdkwartier of een studiecentrum’. De politici zwakten dat af tot ‘dat de personeelsleden van de Kamer niet uitsluitend voor de partij kunnen werken’. Dat de regels flou zijn, was een bewuste keuze van de politici. 

Dat werpt een nieuw licht op de discussie naar aanleiding van de de aanwerving door fractievoorzitter Oskar Seuntjens (Vooruit) van Jordy Van Overmeire als zijn parlementaire medewerker om hem door te schuiven als ‘personalbrandmanager’ van de socialistische partijvoorzitter Conner Rousseau. Er zijn bijzonder weinig regels over de manier waarop de federale parlementsleden hun persoonlijke medewerkers mogen inzetten’, zo reageert Kamervoorzitter Peter De Roover (N-VA).

Dat er weinig regels zijn is geen toeval, maar een realiteit die de kamerleden zelf hebben geïnstalleerd. Bewust. De Roover verwijst in zijn reactie aan Doorbraak naar een beslissing van de Federale Deontologische Commissie (FDC) van 2021. Die commissie, samengesteld uit voormalige parlementsleden en juristen, besliste toen dat de personeelsleden van de Kamer niet uitsluitend voor de partij kunnen werken.

De politieke fracties zwakten het initiële strenge advies van de FDC stevig af.

Het advies van de FDC kwam er omdat bleek dat parlementsleden soms medewerkers gebruikten als chauffeur, huishoudhulp of gewoon ter ondersteuning bij hun lokaal mandaat als burgemeester, schepen of zelfs als gemeenteraadslid. Het was duidelijk dat dat soort praktijken niet kunnen, maar blijkbaar lag de vraag of inzet voor de partij kon of niet, een stuk moeilijker.

Doorbraak vernam dat de FDC in eerste instantie een veel strenger oordeel had over de manier waarop fractiemedewerkers kunnen worden ingezet. Een advies dat de commissie vóór publicatie voorlegde aan de fracties van de politieke partijen. Daarna kreeg een sterk afgezwakte versie groen licht van die fracties.

Bewust flou?

De eerste tekst van de FDC verbood ‘dat een door de parlementaire assemblee betaalde medewerker wordt gedetacheerd naar het partijhoofdkwartier of een studiecentrum’. Dit was behoorlijk helder: detacheren naar de partij is gewoon verboden.

De tweede versie van de FDC luidt ‘dat wie door gemeenschapsgeld als medewerker ter ondersteuning van de parlementaire werkzaamheden betaald wordt, nooit in hoofdzaak (onze cursivering, nvdr.) kan ingezet worden voor taken die losstaan van het parlementair werk en die b.v. alleen de organisatie van de partij ten goede komen’. Met andere woorden, laat ons onze zin doen.

Dat de regelgeving flou is, is een bewuste keuze.

Fractiemedewerkers mogen dus wel voor een partij werken, als er maar een verband is met het parlementaire werk. Die band valt altijd wel te vinden. Nog opvallend: het tweede advies van de FDC draagt een andere datum, maar heeft hetzelfde nummer als het eerste. Anders gezegd: het eerste, meer negatieve advies heeft eigenlijk nooit bestaan.

Dat het allemaal niet zo duidelijk is wat mag of niet mag, omdat de regelgeving nogal flou is, blijkt een heel bewuste keuze was. ‘Het is niet aan mij om de werkwijze van de FDC te bekritiseren’, laat De Roover, die destijds N-VA-fractieleider was, per sms weten.

‘Ik denk niet dat het een goed idee zou zijn om dat alles te strikt te regelen’, vervolgt De Roover. ‘Anders dreigen de goede parlementairen weer met nieuwe regels overladen te worden. Of ze daardoor beter gaan werken, betwijfel ik zeer. Laat elke partij daarom haar interne werking zelf regelen. Au fond doet elke partij al haar zin.’

‘Vlaams Blok-model’

Heel wat partijen zetten vandaag dus parlementaire medewerkers in voor de partij. Politicoloog Bart Maddens (KU Leuven) spreekt van het ‘Vlaams Blok-model’: in de jaren 90 liet het toenmalige Vlaams Blok alle medewerkers van de parlementsleden vanuit het hoofdkwartier werken. Zo kon de partij haar werking centraal en relatief goedkoop aansturen.

Een partij als Vooruit heeft die organisatiestructuur grotendeels overgenomen. Bij cd&v en N-VA blijven persoonlijke medewerkers bij hun parlementslid en werken de fractiemedewerkers in de Kamer. De Roover: ‘Maar het klopt dat sommige partijen wat centraler gestructureerd zijn. Dat bevordert uiteraard de particratie en de greep van die partij op het parlementaire werk.’

Hans Brockmans is jurist. Hij werkte van 1988 tot 2023 bij het economische magazine Trends. Hij was drie keer genomineerd en twee keer laureaat van de persprijs van het Gemeentekrediet/Dexia. Hij kreeg ook de Citi Journalistic Excellence Award voor de financiële en economische berichtgeving. Hij was lang actief in het bestuur van de beroepsvereniging VVJ.

Commentaren en reacties