JavaScript is required for this website to work.
SAMENLEVING

Forum

Jihadistische terroristen gaan steeds verder, en met succes

Paul Cliteur en Arthur Blok: ‘Het jihadistisch theoterrorisme als ideologie bloeit in 2025 nog net als in 2004.’

Paul Cliteur is emeritus hoogleraar rechtswetenschap, Universiteit van Leiden, en schrijver van onder meer Theoterrorism v. freedom of speech: from incident to precedent, Amsterdam University Press (2019); Arthur Blok is de hoofdredacteur van het internationale platform The Liberum en schrijver van onder meer Zo gek is het geworden: Geert Wilders, van eenmansfractie tot brede volksbeweging, Just Publishers (2018).

8/2/2025Leestijd 5 minuten

De moord op koranverbrander Salwan Momika in Zweden op 29 januari 2025 toont aan dat jihadistische ’theoterroristen’ telkens een stap verder gaan in het afdwingen van hun perspectief. Een koranverbranding kan resulteren in moord, daarvan zijn inmiddels diverse voorbeelden te noemen in Europa. Zelfs het schrijven van een roman kan een levensbedreiging opleveren. In feite is het daar allemaal mee begonnen, met de publicatie van De Duivelsverzen, door Salman Rushdie.

De Indiaas-Britse schrijver schreef in 1988 zijn satirische roman over de vroege geschiedenis van de islam. Ayatollah Khomeini (Iran) sprak een jaar na publicatie een fatwa (religieus decreet) uit met een oproep aan moslims wereldwijd om Rushdie te vermoorden. Rushdie werd decennialang gedwongen heel voorzichtig te zijn en nog in 2022, dus 33 jaar na het decreet, werd een aanslag op hem gepleegd die hij gelukkig overleefde. Onlangs begon het proces tegen Hadi Matar, de man die Rushdie met een mesaanval ernstig verwondde.

Geen enkele schrijver, in geen enkel land, kiest thematiek uit die lijkt op de thematiek van het gewraakte boek van Rushdie

Dit betekende vanaf 1989 het einde van de ‘vrije roman’. Sinds dat jaar weten schrijvers dat je alle thema’s voor een roman kan kiezen, behalve de islam. Geen enkele schrijver doet dat ook nog. Dit wordt nooit openlijk uitgesproken, maar zo is het wel. Geen enkele schrijver, in geen enkel land, kiest thematiek uit die lijkt op de thematiek van het gewraakte boek van Rushdie.

Theo van Gogh

In 2004 maakte in Nederland filmmaker Theo van Gogh samen met Ayaan Hirsi Ali een film, ‘Submission’. Het was een film die vrouwenonderdrukking in de islamitische cultuur aan de kaak stelde. In de aanloop naar de lancering van de film haalde Van Gogh regelmatig het nieuws met kritische en provocerende uitspraken over de islam en migranten in Nederland.

Kort nadat de film uitkwam, werd Van Gogh vermoord door Mohammed Bouyeri, een Marokkaanse jihadist. Een theo-terroristische jihadist om precies te zijn. Bouyeri ging de gevangenis in, waar hij nu een levenslange gevangenisstraf uitzit. Daarmee werd de maatschappij verlost van zijn gevaar, maar niet van de radicale ideologie die hij aanhing.

Sinds 2004 weet iedereen dat je beter geen film kunt maken over onderdrukking van vrouwen in de islamitische cultuur

Het jihadistisch theoterrorisme als ideologie bloeit in 2025 nog net als in 2004. En sinds 2004 weet iedereen dat je beter geen film kunt maken over onderdrukking van vrouwen in de islamitische cultuur. Er is ook geen enkele filmmaker die dat nog durft te doen. En over Van Gogh hebben we het liever niet meer. Te gevaarlijk.

Van Nederland naar Denemarken

Een jaar later, in 2005, wilde men in Denemarken testen hoe het stond met de vrijheid van expressie ten aanzien van de islam. Kan je eigenlijk cartoons maken over de profeet Mohammed? Dat kon dus niet, zoals tekenaar Kurt Westergaard ondervond. Eén cartoon van een figuur die leek op Mohammed met een bom in zijn tulband, betekende dat Westergaard zijn hele leven in een beveiligingsregime moest leven.

Vanaf dat moment wisten alle cartoonisten dat je geen Mohammed-cartoons kan maken. Geen enkele cartoonist die dat ook nog doet. Geen enkele hoofdredacteur van een krant die zo’n cartoon zou afdrukken. Het signaal dat jihadistische theoterroristen hebben afgegeven, wordt feilloos opgepakt door de wereld.

Stéphane Charbonnier stierf staand

Frankrijk was de uitzondering die deze regel bevestigde. Daar bleven de cartoonisten van het satirisch periodiek Charlie Hebdo cartoons maken waarbij zij alles en iedereen bespotten. Ook de islam en de profeet.

Dat betekende in feite het einde van de Mohammed-cartoons in Frankrijk

De hoofdredacteur van Charlie Hebdo, Stéphane Charbonnier (afgekort als Charb), gaf aan dat hij, net als Van Gogh, liever staand wilde sterven dan op zijn knieën verder te leven. Dat sterven kwam in 2015. Toen werd de (bijna) gehele redactie van Charlie Hebdo uitgemoord. Dat betekende in feite ook het einde van de Mohammed-cartoons in Frankrijk. Opnieuw bleek het jihadistisch theoterrorisme zeer succesvol.

De les van Samuel Paty

In 2020 gebeurde er iets dat hiermee verband hield. Een Franse leraar liet in zijn les ‘enseignement moral et civique’ (een soort burgerschapskunde of maatschappijleer) een van de cartoons zien waarvoor Franse cartoonisten vijf jaar eerder waren gestorven in Parijs. Een pedagogisch pragmatische manier: een leraar laat in de klas zien over welke afbeelding controverse was ontstaan.

Maar ook dat bleek niet te kunnen. De leraar, Samuel Paty, had daarmee iets aanstootgevends gedaan. Hij had een Mohammed-cartoon laten zien. Ook dat willen de jihadistische theoterroristen niet. Paty werd onthoofd. Sindsdien weten alle Franse leraren: het tonen van een Mohammed-cartoon tijdens de les kan je een onthoofding opleveren. Zelfs als dat tonen van die cartoon was bedoeld als leermoment.

‘Appeasement’

In de confrontatie tussen de eisen van de wereldbeschouwing van de jihadistische theoterroristen en de waarden van de vrije democratische rechtsorde zie je dat de jihadisten eigenlijk altijd de sterkste kaarten in handen hebben. Of men het wil erkennen of niet, jihadisten komen altijd als de overwinnaars uit de strijd.

De democratische rechtsorde reageert apathisch. Men praat liefst niet over het probleem. Politici en handhavers van het recht kijken de andere kant uit of men doet aan ‘appeasement’: het sussend toegeven aan jihadisten op schijnbaar ondergeschikte punten. Dus geen romans meer à la Rushdie. Geen Mohammed-cartoons meer. Geen aandacht daarvoor in de les. En al helemaal geen koranverbrandingen. Zelfs niet als dat in het betreffende land bij wet is toegestaan en beschermd wordt onder het principe van vrijheid van meningsuiting.

Lale Gül, een nieuwe fase in deze discussie

Onlangs deed zich een nieuwe fase voor in deze ontwikkeling. In Nederland leeft een zeer getalenteerde schrijfster, Lale Gül, die op 23-jarige leeftijd doorbrak met de roman Ik ga leven (2021). In dit boek schetst zij een vernietigend beeld van de islamitische opvoeding waaraan zij werd onderworpen door haar Turkse ouders. De Engelse versie van het boek wordt aangeprezen als:

‘Fiery, erotic and furious, and crackling with a relentless, mischievous intellect, ‘I Will Live’ is a rallying cry against patriarchal injustice – and the story of a young woman finding her voice.’
(‘Vurig, erotisch en woest, en spetterend van een meedogenloos, ondeugend intellect: ‘I will live’ is een strijdkreet tegen patriarchale onrechtvaardigheid – en het verhaal van een jonge vrouw die haar stem vindt.’)

Daaraan is niets overdreven. In 2024 volgde op haar romandebuut nog Ik ben vrij, een ander boek met harde islamkritiek. Maar ook nu, onvermijdelijk weer, de bedreigingen. Lale Gül geeft in interviews enkele ongezouten commentaren op de lessen die zij geleerd heeft. Wat zijn die lessen?

‘Heel verdrietig, maar ik ga geen kind met doodsbedreigingen opzadelen’

Allereerst geeft zij aan altijd een kinderwens te hebben gehad. Maar van het stichten van een gezin ziet zij af onder de huidige omstandigheden. Ze wil een kind niet ‘opzadelen’ met de doodsbedreigingen die ze ontvangt. ‘Door mijn situatie heb ik afscheid genomen van de kinderwens die ik van jongs af heb gehad’, zegt de 27-jarige Gül in haar column in De Telegraaf. ‘Heel verdrietig, maar ik ga geen kind met doodsbedreigingen opzadelen. En ik vrees dat ik niet oud word.’ Ook maakte de auteur al eerder bekend dat zij vermomd boodschappen doet vanwege aanhoudende bedreigingen.

Dit is dus een jonge schrijfster in de rol van Rushdie, Westergaard, Charbonnier en Paty. Misschien dat het daarom ook zo schokkend is. In alle voorgaande situaties hebben we ons in de westerse wereld gewoon aangepast.

Hebben jihadistische theoterroristen bezwaren tegen een satirische geschiedenis van de islam? Dan maken we die gewoon niet meer. Bezwaren tegen Mohammed-cartoons? Dan schaffen we die gewoon af. Bezwaren tegen het tonen van die cartoons in de lessen maatschappijleer? Dan doen we dat niet meer. Maar moeten we nu ook tegen een 27-jarige talentvolle schrijfster zeggen: ‘Liever geen islamkritiek in je boeken stoppen. Daardoor worden gelovigen beledigd’? Dan is er werkelijk niets meer van onze artistieke vrijheid over.

Paul Cliteur is emeritus hoogleraar rechtswetenschap, Universiteit van Leiden, en schrijver van onder meer Theoterrorism v. freedom of speech: from incident to precedent, Amsterdam University Press (2019); Arthur Blok is de hoofdredacteur van het internationale platform The Liberum en schrijver van onder meer Zo gek is het geworden: Geert Wilders, van eenmansfractie tot brede volksbeweging, Just Publishers (2018).

Commentaren en reacties