JavaScript is required for this website to work.
Communautair

Is de Vlaamse stem nu echt minder waard dan de Waalse?

Scheeftrekking in stemmenaantal versus zetelverdeling nader bekeken

Wannes Bok18/10/2022Leestijd 4 minuten
De Kamer van Volksvertegenwoordigers.

De Kamer van Volksvertegenwoordigers.

foto © WikiMedia Commons

Het lijkt er altijd op dat Vlaanderen wordt benadeeld bij Kamerzetelverdeling. Deze ogenschijnlijke scheeftrekking is echter goed te verklaren.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

De zetelverdeling na de verkiezingen is een oud zeer bij de Vlaamse Beweging. Een Waalse politicus zou immers met minder stemmen een Kamerzetel kunnen bemachtigen dan een Vlaamse. Barbara Pas (Vlaams Belang) sprak er op de vorige Pro Flandria-bijeenkomst haar onvrede over uit. Maar is er werkelijk sprake van discriminatie?

Artikel 10 van de Belgische grondwet bepaalt dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet. Het daaropvolgend artikel 11 luidt: ‘Het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen toegekend moet zonder discriminatie verzekerd worden.’ Vlaams Belang scoorde in de meest recente verkiezingen van 2019 maar liefst 810 177 stemmen. De Vlaams Belangers kregen in ruil achttien zetels in de Kamer van volksvertegenwoordigers. De PS scoorde een flink stuk minder (641 623) stemmen, maar ontving wel twintig zetels.

Hetzelfde gebeurde bijvoorbeeld bij Ecolo, dat 416 452 stemmen scoorde en dertien zetels kreeg, terwijl Groen 413 836 stemmen binnenrijfde en slechts acht zetels verwierf. Volgens Pas zouden deze resultaten bewijzen dat het electoraal gewicht van een Vlaamse stem minder ‘weegt’ dan een Waalse stem.

Niet zo simpel als het lijkt

De zetelverdeling is echter niet zo simpel als het lijkt, want niet elke partij heeft evenveel stemmen per zetel nodig. Voor Ecolo en PS waren dat bij de vorige verkiezingen ongeveer 32 000 stemmen, terwijl Vlaams Belang 45 000 stemmen nodig had en Groen bijna 52 000. Maar hoe komt dat?

Kamerleden worden verkozen door middel van kieskringen (gebieden waarbinnen een stemming gehouden wordt, nvdr). In totaal zijn er elf kieskringen voor de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, namelijk de tien provincies en Brussel.

De zetels in de Kamer worden verdeeld volgens de methode-D’Hondt. Dat is een methode die wordt gebruikt om in een kiessysteem met evenredige vertegenwoordiging het aantal beschikbare zetels te verdelen in functie van de voor de deelnemende partijen geldig uitgebrachte stemmen.

Omdat er slechts een beperkt aantal zetels beschikbaar zijn per kring, vallen een hoop stemmen weg. In Waalse kieskringen komen er immers meer partijen op die weinig stemmen halen. Verschillende Waalse partijen halen de kiesdrempel dus niet, waardoor veel stemmen verloren gaan en partijen die de drempel wel halen, minder stemmen nodig hebben.

Andere verklaringen

Er zijn nog andere verklaringen voor de ongelijke zetelverdeling. Zo stemt men in Wallonië en Brussel veel meer blanco, ongeldig of niet, dan in Vlaanderen. Als er minder mensen zijn die kiezen, heeft een partij uiteraard minder stemmen nodig om een zetel in de Kamer te bemachtigen.

Daarenboven mogen enkel burgers met stemrecht gaan stemmen, maar wordt de zetelverdeling gebaseerd op de hele bevolking. Het aantal zetels dat een provincie mag verdelen, is gebaseerd op een tienjaarlijkse telling van het aantal inwoners. Hoe meer inwoners, hoe meer zetels men krijgt. De idee daarachter is simpelweg dat politici niet enkel de kiezers, maar de hele bevolking vertegenwoordigen. Daardoor worden provincies met veel minderjarigen (zoals Brussel) bevoordeeld. Het is ten slotte ook zo dat Waalse kieskringen doorgaans kleiner zijn dan de Vlaamse.

We zijn niet alleen

België is niet het enige land waar een dergelijke scheeftrekking bestaat. ‘We hebben in de Verenigde Staten in 2000 iets gelijkaardigs gezien’, vertelde politicoloog Nicolas Bouteca (UGent) in De Standaard in 2014. ‘Al Gore haalde meer stemmen, maar George Bush veroverde meer staten. Gevolg: Bush for president.’

‘Vreemd genoeg loopt er een scheidingslijn tussen Vlaanderen en Wallonië, samen met de taalgrens. Dat heeft meer met een samenloop van verschillende toevalligheden te maken, dan met een bewuste zetelverdeling die de Vlamingen een hak zou zetten’, schreef Eveline Vergauwen toen. Lang niet iedereen is het daarmee eens.

Vlaamse stemmen ijveren al langer voor een evenredige verdeling. Dit zou ertoe leiden dat alle partijen op PS, Ecolo en MR na, over meer zetels zouden beschikken. Veel Vlamingen, onder wie bijvoorbeeld Peter De Roover (N-VA), beweren immers dat het geen toeval is dat enkel Franstalige partijen bij een evenredige verdeling aan belang zouden inboeten. Zij voelen zich benadeeld en beschouwen een Waalse zetel als ‘goedkoper’.

Weetje tussendoor. Waren de zetels voor @de_NVA even goedkoop als voor #Ecolo (1 zetel per 32000 stemmen) dan hadden wij er geen 25 maar 34. #onemanonevote zei u?

— Peter De Roover (@PeterDeRoover1) May 28, 2019

Derine

Langer geleden uitte Raymond Derine zijn onvrede over het systeem in Aktuele Vlaamse Standpunten (1964). Hij opperde een wetsverandering. Zo schreef hij: ‘Hoewel zetelaanpassing en grondwetsherziening twee afzonderlijke vraagstukken zijn, die niet per se tegelijk moeten worden behandeld, werden ze wegens de Waalse reactie aan elkaar gekoppeld.’

Derine wilde verandering. Hij meende dat geen enkele ‘ernstige man de geldigheid van deze Vlaamse eis’ in twijfel kon trekken. Volgens hem waren er toen al ongeveer 500 000 Vlamingen die geen vertegenwoordiging meer hadden in de Kamer, en hij wilde daarom dat de parlementaire zetels werden aangepast aan de bevolkingscijfers van Vlaanderen en Wallonië.

‘Eén Vlaming is gelijk aan één Waal. Dat is eenvoudig een democratische eis, een zuivere toepassing van het algemeen stemrecht. Het had reeds lang in orde moeten zijn. Het is meer dan bedenkelijk voor de Belgische democratie dat het zoveel voeten in de aarde heeft om die zetelaanpassing door te voeren’, schreef hij.

Grondwettelijk Hof

Als u als burger meent dat een wet in strijd is met het non-discriminatiebeginsel, vastgelegd in artikel 10 en 11 van de Grondwet, kan u in principe naar het Grondwettelijk Hof trekken voor een vernietiging van de betwiste norm. Het Grondwettelijk Hof bewaakt immers de grondwettigheid van de Belgische wetten, van de Vlaamse en Waalse decreten en van de ordonnanties van het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Een verzoek tot vernietiging moet wel tijdig ingediend worden. Meer bepaald binnen zes maanden na de bekendmaking van de bestreden norm in het Belgisch Staatsblad.

Het is echter ook mogelijk het Grondwettelijk Hof onrechtstreeks te (laten) vatten via een zogenaamde prejudiciële vraag. Dat is letterlijk vertaald een vraag die een rechter aan het Grondwettelijk Hof kan stellen, alvorens zelf recht te spreken. Dit betekent dat als u in een procedure voor om het even welke rechter in België wordt geconfronteerd met een wettelijke akte waarvan u meent dat ze ongrondwettig is, u aan die rechter kan verzoeken om aan het Grondwettelijk Hof zo’n prejudiciële vraag te stellen.

In België is de kiesregeling vastgelegd in kieswetten. Die zijn dus in principe voor vernietiging vatbaar, mits de maximumtermijn van zes maanden gerespecteerd wordt. Aangezien de meeste kieswetten al vrij oud zijn, is die termijn veelal verstreken en heeft het vernietigingsberoep weinig kans op slagen. Een prejudiciële vraag in een concreet geschil blijft echter altijd mogelijk.

Wannes is eindredacteur en journalist. Hij werkt sinds 2021 mee aan Doorbraak.

Commentaren en reacties