fbpx


Literatuur, Zonder categorie

Jean Raspail heeft ons verlaten

Romancier of historicus van onze toekomst?


Het gebeurt wel vaker dat schrijvers – ten onrechte, meestal – slachtoffer worden van het succes van één boek dat de rest van hun oeuvre in de schaduw stelt. Herman Melville en Moby Dick, Josef Roth en Radetzkymars, Albert Camus en La Peste, Michail Boelgakov en Meester en Margarita, Lermontov en Een held van onze tijd, Aldous Huxley en Brave New World. Werken die een zodanige stempel in de literatuur drukken dat ze er de schrijver mee vereenzelvigen en doen vergeten dat die schrijver een veel geschakeerder palet op zijn naam heeft staan.

Jean Raspail die dit weekend, drie weken voor zijn vijfennegentigste verjaardag, overleed, vereenzelvigen we ook te vaak met één roman, het pas laat maar met veel talent door Jef Elbers ook in het Nederlands vertaalde Le Camp des Saints (Robert Laffont). Het boek kreeg bij ons de titel De Ontscheping. Het is een van de romans die Wim Van Rooy hier onlangs aanprees als een werk om in quarantainetijden te lezen, samen met Soumission van Michel Houellebecq dat echter slechts een flauw afkooksel is van de visionaire toekomstroman van Raspail uit 1973.

Historicus van onze toekomst

Natuurlijk moeten we vandaag, in tijden van een triomferend en totalitair multiculturalisme, Le Camps des Saints als een brevier in de hand nemen. Jean Cau vroeg zich destijds af of Jean Raspail, toen een kleine vijftig jaar geleden deze profetie verscheen van een miljoenenvloot met migranten uit Indië op weg naar de Azurenkust om het Europese continent te overspoelen, wel een romancier was. Was Raspail niet veeleer de historicus van onze toekomst? Wat de auteur in 1973 nog verpakte als een apocalyptische fictie, in een superieure literaire vorm gegoten, is vandaag realiteit.

Le Camp des Saints sloot voor Jean Raspail de deuren van de Académie française, maar leverde hem wereldwijde bekendheid op. Ronald Reagan, Samuel Huntington en Steve Bannon verslonden de roman. Roger Nols, FDF-burgemeester van Schaarbeek, legde het ooit op tafel tijdens een debat op de RTBF met de communistische miljonair en acteur Roger Hanin. Daniel Schneidermann van de linkse krant Libération noemde het een gevaarlijk racistisch boek, ‘wegens zijn grote suggestieve en literaire kracht’, toen het in 2011 een zoveelste heruitgave kende.

‘Big Other’

Voor die laatste editie schreef Raspail overigens onder de titel ‘Big Other’ een nieuw woord vooraf. Hij somde er bij wijze van provocatie de tientallen passages in op waarmee hij zich, mocht zijn roman vandaag verschijnen, blootstelde aan vervolging wegens ‘inbreuken op de racismewetgeving’. Maar de lezer, niet de wetgever, beslist uiteindelijk over de literaire kwaliteit van een oeuvre.

Van Le Camp des Saints gingen in Frankrijk 135.000 exemplaren over de toonbank. Wereldwijd moeten het er miljoenen zijn. Het boek verscheen in vele talen.

‘Big Other’ heet vandaag ‘Black lives matter’ en het lijkt wel symbolisch dat de profeet van de ondergang van Europa de laatste sacramenten kreeg op een moment dat wereldwijde antiracistische hysterie het standbeeld van Churchill besmeurt, John Cleese van het scherm verbant en vraagt om boeken van Jef Geeraerts te censureren. Wat zou Raspail gedacht hebben van deze collectieve blanke zelfhaat? Het antwoord laat zich raden. Raspail noemde zich een diep christelijke en katholieke Fransman, maar hij wist ook, zoals Chesterton, dat ‘christelijke ideeën krankzinnig kunnen worden.’

Beschavingspletwals

Le Camp des Saints opent met een scène waar een oude Franse professor een modieuze hippie doodschiet die hem komt lastigvallen met het goede woord over de diversiteit die de migrantenvloot meebrengt van aan de Ganges in India. Maar op het einde van de roman, voor de poorten opengaan omdat de Franse elites uit schuldbesef hun laatste immuniteitsreacties kwijtraakten, zijn het een priester, een pooier en een zwarte die als laatsten de grenzen gewapenderhand proberen te verdedigen. Europeaan zijn betekende voor Raspail een bepaalde aristocratische levenshouding koesteren. Huidskleur of ras speelde geen rol voor hem.

Want als iemand géén racistische vooroordelen koesterde, dan was het Raspail. Heel zijn oeuvre, waarvan vele lezers buiten Frankrijk helaas enkel Le Camp des Saints kennen, getuigt daarvan. Raspail debuteerde na de Tweede Wereldoorlog met reportages die hij meebracht van zijn vele reizen naar de uithoeken van ons continent, het weze Alaska, Macao, de Saint-Laurent-rivier in Canada, de Antillen, Japan of Patagonië. De laatste Franse ontdekkingsreiziger kwam er in contact met verloren beschavingen en verdwenen volkeren. Niet als etnoloog, zoals een Claude Lévy-Strauss in Tristes Tropiques, maar als romancier wilde Raspail hulde brengen aan die slachtoffers van een beschavingspletwals die de echte diversiteit vernietigt.

Pleidooi voor diversiteit

Het beeld van enkele naakte inboorlingen, des Alacalufs, de laatste overlevenden van een door de Vooruitgang vernietigd volk uit Vuurland in een visserssloep zou Raspail zijn leven lang bijblijven. De Alakaloefs zouden hem in 1986 inspiratie geven voor wat wellicht zijn mooiste roman is, Qui se souvient des hommes die bekroond werd met de Prix du Livre Inter. Wie de unieke plaats in de Franse letteren van Raspail wil kennen, wie de unieke muziek van zijn romans wil kennen, de melodie waarmee hij heel zijn leven streed voor een verloren zaak, moet hiermee beginnen. Ik ken in de literatuur geen oprechter antiracistisch pleidooi voor diversiteit.

Monarchie

Raspail was ook een overtuigd monarchist. Op 21 januari 1993, 200 jaar nadat Lodewijk XVI stierf onder de guillotine van de Franse Revolutie, organiseerde de schrijver, met veel tegenkanting vanwege de autoriteiten, een commemoratie op de Place de la Concorde voor de koning-martelaar in aanwezigheid van de Amerikaanse ambassadeur Walter Curley. Vergeet niet dat de laatste Franse Bourbonkoning veel gedaan heeft om de Amerikaanse vrijheidsstrijders te helpen. Vandaar de aanwezigheid van de ambassadeur.

Zelfs voor een overtuigd republikein als ik gaat er een onmiskenbare charme uit van Raspails ‘monarchistische romans’, zoals Le jeu du Roi, Le roi au-delà de la mer of het onvergetelijke Sire dat de kroning van Philippe Pharamond de Bourbon in… 1999 beschrijft. Op enkele uitzonderingen na bleef Robert Laffont de huisuitgever van Raspail.

Jean Raspail was romancier. Geen politicus. Hij kwam niet met oplossingen en wilde geen antwoord geven op de vraag hoe Europa dan wel moest antwoorden op de massa-immigratie. ‘Sortis de leurs livres, les écrivains n’ont rien à dire’, beweert de verteller in zijn roman Les yeux d’Irène. Eens buiten hun boeken, hebben auteurs niets meer te zeggen. ‘Maar wie een verloren strijd begint, moet klaroengeschal laten horen, op zijn paard springen en een laatste charge proberen uit te voeren, want anders sterft men door trieste ouderdom in een vergeten fort dat niemand nog belegert omdat het leven elders plaatsvindt’, zegt een van de personages in Le roi au-delà de la mer.

Adieu, monsieur Raspail.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Koen Dillen

Koen Dillen (1964) heeft een passie voor Frankrijk en publiceerde opgemerkte biografieën over Nicolas Sarkozy en François Mitterand.