fbpx


Europa

Jolyce Demely: ‘We moeten in Europa niet heiliger zijn dan de paus’

Technologiefederatie Agoria over Europese subsidies, de green deal en Flanders Technology & Innovation



Zoekt u even mee naar de logica: enerzijds de oneerlijke concurrentie vanuit China of de Amerikaanse subsidies voor made in the USA-producten aanklagen, anderzijds Europese bedrijven zelf het leven zuur maken met zeer strenge klimaatregels of met weinig transparante subsidiestromen. 'Als Europa zich écht wil bewijzen, dan is het nu daarvoor het uitgelezen moment', vindt Jolyce Demely, Vlaams directeur van de technologiefederatie Agoria.  Premier De Croo bond deze week de kat de bel aan. Hij beschuldigde de VS ervan Europese bedrijven…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Zoekt u even mee naar de logica: enerzijds de oneerlijke concurrentie vanuit China of de Amerikaanse subsidies voor made in the USA-producten aanklagen, anderzijds Europese bedrijven zelf het leven zuur maken met zeer strenge klimaatregels of met weinig transparante subsidiestromen. ‘Als Europa zich écht wil bewijzen, dan is het nu daarvoor het uitgelezen moment’, vindt Jolyce Demely, Vlaams directeur van de technologiefederatie Agoria. 

Premier De Croo bond deze week de kat de bel aan. Hij beschuldigde de VS ervan Europese bedrijven naar de VS te lokken met groene subsidies. Heeft een land dan niet het recht om een zo gunstig mogelijk ondernemingsklimaat te scheppen? Ook België kent kenniswerkers toch fiscale voordelen toe?

Jolyce Demely: ‘We stellen vandaag vast dat niet enkel de VS maar ook tal van EU-lidstaten, van Frankrijk over Duitsland en Hongarije tot Spanje, met flink wat subsidies strooien. Ook binnen de EU schermen de lidstaten hun eigen industrie af, waardoor er geen sprake meer is van een gelijk speelveld. Dat lijkt in Vlaanderen soms niet door te dringen. We kunnen moeilijk tegen een gunstig investeringsbeleid zijn, maar vandaag gaan heel wat landen toch echt wel de protectionistische toer op en is er soms sprake van oversubsidiëring, waarbij de regels van de Wereldhandelsorganisatie steeds minder worden gerespecteerd. Het is niet omdat de VS dat pad inslaan dat we dat in Europa ook moeten gaan doen.’

Maakt u het eens even concreet: wat zijn de sectoren die het vandaag in ons land het zwaarst te verduren hebben en die het snelst in de verleiding zouden kunnen komen om hun productie naar het buitenland te verhuizen? Bijvoorbeeld omdat de loonkosten hier te snel stijgen, of omdat er elders met meer subsidies wordt gezwaaid.

‘Ik denk dan in eerste instantie aan de zeer energie-intensieve bedrijven. Daarnaast vormen ook de bedrijven met een buitenlands hoofdkantoor een risico: zij stellen vast dat het minder interessant is om hier te investeren dan pakweg in Azië of in de VS zelf, en dus denken zij tweemaal na over nieuwe investeringen in ons land. Dit soort discussies wordt vandaag echt wel gevoerd. Gelukkig heeft Vlaanderen wel een bijzonder goede reputatie op vlak van onderzoek en ontwikkeling. Bedrijven zoals Arcelor Mittal, Volvo Cars of Volvo Trucks worden binnen hun sector echt wel als koplopers beschouwd, maar we mogen er nooit van uitgaan dat hun positie hier een verworven recht is.’

De topman van Stellantis – de groep boven Europese automerken zoals Fiat, Peugeot en Opel – maakte zich deze week boos omdat de EU zich volgens hem veel te soepel opstelt tegenover nieuwe Chinese automerken die de Europese markt overspoelen. Duitse luxemerken zoals BMW of Mercedes willen dan weer niet weten van een strenger beleid tegenover China, omdat zij ook grote economische belangen hebben in China. Tot daar dus het geïntegreerde industriële beleid van de EU?

‘Dat is een pijnpunt, absoluut. Europa slaagt er niet voldoende in om met één stem te spreken, en daarbij moet Vlaanderen soms ook iets meer de eigen stem durven te verheffen. Wij zijn een land van kmo’s, en ik stel vast dat het Europese beleid het onze bedrijven soms bijzonder lastig maakt, omdat het vanuit een ivoren toren en eerder op maat van heel grote bedrijven wordt geschreven. Denk aan de bijzonder complexe regelgeving rond de green deal, of aan de de rapporteringsvereisten die Europa stelt: er is niets mis met de ambities op zich, maar daarbij wordt vaak te weinig rekening gehouden met de impact van de concrete uitvoering.’

Agoria is natuurlijk ook een lobbyfederatie: wat is de reactie van onze politici als jullie dit probleem bij hen aankaarten? Je krijgt toch vaak het gevoel dat België zich graag in de etalage zet als de meest voorbeeldige leerling van de Europese klas en dus niet al te snel hard op tafel zal slaan?

‘Ter verontschuldiging van die politici: onze complexe staatsstructuur maakt het natuurlijk niet gemakkelijk om voluit te wegen op het Europese niveau. Daarnaast zijn we ook een klein landje: Frankrijk beschikt bijvoorbeeld over een team van zowat honderd overheidsmedewerkers die Franse bedrijven uit de luchtvaartindustrie helpen om hun weg te vinden in de jungle van Europese steunmodaliteiten en -programma’s. Vlaamse bedrijven die in de sector actief zijn, moeten het met een handvol ambtenaren doen, en zij moeten hun inspanningen dan nog verdelen over alle industriële sectoren.’

Dat geldt toch net zo goed voor andere kleine lidstaten? Ligt het probleem niet vooral bij de veel te ingewikkelde Europese structuren en steunmechanismen?

‘Het klopt absoluut dat de Europese steunmechanismes veel te complex zijn voor Vlaamse bedrijven. Ze moeten niet enkel administratief veel eenvoudiger worden, de overheid zou onze bedrijven hierbij ook nog veel meer kunnen ondersteunen. Ook meer samenwerking met andere landen zoals Nederland is hier opportuun. In heel wat sectoren zijn onze bedrijven complementair en zouden we elkaar kunnen versterken.’

Tegenover de rest van de wereld toont ook de EU zich op haar beurt graag het ijverigste jongetje van de klas, vooral als het op klimaatbeleid en -regelgeving aankomt. Enkele weken geleden nog werd er beslist dat Europese bedrijven voortaan ook zullen moeten betalen voor CO2-uitstoot die ze veroorzaken via hun verwarming. In tijden van explosief stijgende energiekosten lijkt dat niet meteen de slimste maatregel.

‘Europa heeft de voorbije jaren een sterk waardengedreven beleid gevoerd maar die luxe hebben we vandaag inderdaad niet meer. We moeten ons veel meer bewust worden van het internationale speelveld en erover waken dat we ons niet in eigen voet schieten. Er is niets mis met een ambitieus klimaatbeleid, maar we moeten niet heiliger willen zijn dan de paus. De impact van het klimaatbeleid moet goed gemonitord worden. Anders dreigt Europa enkel nog een afzetmarkt te worden, waar de eigen productie volledig is verdwenen.’

In de VS liggen de energieprijzen voor bedrijven een pak lager en een fossiele energiebron als schaliegas wint er nog steeds aan belang. Wat moet Europa daar tegenover plaatsen?

‘De torenhoge energieprijzen in Europa zorgen er ook voor dat bedrijven echt vanuit economische motieven sneller geneigd zijn om in groene transitie te investeren. Dat is niet evident in tijden waarin de marges historisch laag zijn door de hoge loon- en energiekosten. Op zich een goede zaak, maar de overheid zou die investeringen dan ook voldoende moeten ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan de snellere uitbouw van de infrastructuur om de groene transitie te faciliteren, zoals het Ventilusproject of waterstoftechnologie.’

Dat soort investeringen is toch vooral een werk van lange adem, terwijl Europese bedrijven nu op korte termijn kopje onder dreigen te gaan doordat hun Amerikaanse concurrenten veel goedkoper kunnen produceren? Op de koop toe gaan ook de loonkosten in ons land dan nog eens stevig de hoogte in door het indexeringsmechanisme. Waarom zou een groot chemisch bedrijf dan niet eerder een nieuwe investering plannen in Houston dan in Antwerpen?

‘Daar heeft u een punt, maar helaas lijkt de urgentie van het probleem vandaag nog altijd niet echt door te dringen bij onze politici. Er liggen nochtans al voldoende studies op tafel die aantonen dat het bijzonder lastig is om industriële activiteiten die uit Europa zijn weggetrokken later opnieuw terug te halen. Daarnaast valt het belang van de basisindustrie voor andere economische activiteiten en sectoren amper te overschatten: de verwevenheid is bijzonder groot. We kunnen gewoonweg niet zonder basisindustrie.’

Onze Vlaamse politici zitten nochtans ook in Europa mee aan de knoppen, waar zij dan doorgaans ook het zeer ambitieuze Europese klimaatbeleid verdedigen.

‘Dat klopt. En op dat Europese niveau slaagt de politiek er dan bijvoorbeeld niet in om op één lijn te komen om samen groepsaankopen van gas te organiseren in Noorwegen of de VS. Terwijl de meerwaarde van de EU natuurlijk net in de gebundelde kracht van al die individuele lidstaten samen zou moeten zitten. Het is voor mij dan ook een persoonlijke prioriteit om de belangen van de Vlaamse industrie in Europese dossiers nog veel luider te laten weerklinken.’

Het politieke pleidooi voor een beter geïntegreerd Europees industrieel beleid staat nu nog al te vaak haaks op de realiteit op het terrein. Op heel wat vlakken blijft die Europese aanpak dan ook nog eens bijzonder vernipperd. Het kan anekdotisch klinken, maar onder onze leden tellen we ook enkele bedrijven die in verschillende EU-lidstaten een gieterij hebben. Welnu, zij proberen in al die landen ook energiesteun aan te vragen, maar dat blijkt in praktijk bijzonder moeilijk omdat de regelgeving zo verschillend, complex en ontransparant is. Terwijl Europa nu toch net garant zou moeten staan voor geharmoniseerde procedures op dat vlak. Als Europa zich écht wil bewijzen, dan is het nu daarvoor het uitgelezen moment.’

Hoe ziet u zo’n ambitieus Europees industrieel beleid dan zelf?

‘Europa heeft al een aantal strategische waardeketens bepaald waarin we wereldwijd technologisch koploper willen worden. Denk aan batterijtechnologie, waterstoftechnologie, gezondheidstechnologie of cloud-technologie. Daarvoor laat Europa dan ook een versoepeling van de Europese staatssteunregels toe. Daar zou ook nog meer Europese financiering bovenop moeten komen, om een ontwrichting van de Europese interne markt tegen te gaan.’

‘Daarnaast is er ook nood aan een ondersteunend industriebeleid. Anno 2023 is het in Vlaanderen voor bedrijven die nieuwe investeringen plannen een ware lijdensweg om een vergunning te krijgen. Noch in de Vlaamse noch in de federale regering is er vandaag iemand bevoegd voor industrieel beleid. Arbeidsmarkt, milieu, economie: het zijn allemaal losse en versnipperde bevoegdheden. Voor ons zou de minister-president of de premier dat industrieel beleid naar zich toe moeten trekken. Vlaanderen mag zich op dat vlak ook niet langer achter Europa verstoppen. Nogmaals: Europa, dat zijn de 27 lidstaten, en dus moeten we onze stem ook veel luider laten horen.’

Is het nieuwe Flanders Technology & Innovation (FTI), waarvan Jan Jambon zo’n vurige pleitbezorger is, dan geen stap in de goede richting?

‘Laat ons wel wezen: dat is geen structureel industrieel beleid. Maar verder zal ik daar geen uitspraken over doen (lacht). Maar los daarvan: een écht industrieel beleid moet over alle sectoren en niveaus heen worden gevoerd, op lange termijn. Ondernemers die al drie jaar wachten op een vergunning voor een eigen windmolen zouden zich vandaag niet blauw hoeven te betalen aan energie mochten ze die vergunning wat sneller gekregen hebben.’

Is FTI geen mooi voorbeeld van de symbolische paradepaardjes waar politici graag mee uitpakken, maar die even vaak een gebrek aan écht beleid moeten verhullen?

‘Wel, ik vraag me vooral af in welke mate dit ook een duurzaam initiatief wordt, dat ook na deze legislatuur een vervolg zal krijgen. Ik hoor daar ook vanuit de bedrijfswereld regelmatig kritiek op: het is vooral een technologiebeurs, is de focus niet veel te beperkt? En zullen pakweg Vlaamse producenten van landbouw- of textielmachines daar ook enig voordeel uit halen? Uit onze marktbevraging komt bijvoorbeeld ook naar voor dat bedrijven die willen meedoen daarvoor eerst 500.000 euro op tafel moeten leggen. Dat is geen klein bier voor een kmo. Erger nog: FTI zal er misschien toe leiden dat er met steun van de overheid bepaalde nieuwe initiatieven worden genomen die voor Vlaamse startups of kmo’s net tot extra concurrentie kunnen leiden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?’

Filip Michiels

Filip Michiels is zelfstandig journalist.