Media

Journalisten kunnen niet om met interne discussie

Tweedracht wordt afgestraft door de media

Wat had Wouter Beke eigenlijk moeten zeggen? “Beste leden, de komende jaren gaan we níet zeggen waar we voor staan. Bedankt voor het vertrouwen, merci voor die 98%, en nu vraag ik aan alle CD&V-parlementsleden om hun bek te houden. Voortaan zijn wij het makke, monddode midden“. Natuurlijk zei de herverkozen hopman precies het omgekeerde, en natuurlijk had onze Wetstraatpers niet meer nodig voor een nieuwe artikelenreeks over het ‘gekibbel’. 

Journalisten en andere commentatoren zijn censors geworden. Met hun favoriete frame van het ‘kibbelkabinet’ (of zelfs ‘knokkerskabinet’) hebben de waakhonden van onze democratie zich ontpopt tot de grootste fans van de regeringsdiscipline. Meningsverschillen tussen meerderheidspartners worden uitvergroot en overdreven geproblematiseerd. Aan regeringsdeelname wordt een omerta gekoppeld. Kadaverdiscipline is verheven tot ideaal. In dat klimaat, waarin meningsverschillen tussen verschillende partijen al leiden tot journalistieke hysterie, zijn meningsverschillen binnen één en dezelfde partij al helemaal taboe. 

Tucht en tweedracht

In theorie (en alleen in theorie) zijn journalisten tegen partijtucht. Als ware kampioenen van de vrijheid zeuren veel penridders maar al te graag over het belang van debat en dissidentie. Toen bleek dat er bij Open VLD geen uitdager zou opstaan voor Gwendolyn Rutten verhulde het journalistieke heir de teleurstelling niet. Op Twitter, en in een eindeloze reeks krantenartikels, begonnen heel wat verslaggevers openlijk te stoken. Bijna treiterig werden interne critici uitgedaagd om het op te nemen tegen hun zittende voorzitter. Officieel omdat journalisten zo dol zijn op dialoog – in werkelijkheid omdat interne twisten wekenlang goed zijn voor snelle sensatiestukjes. 

Krantenschrijvers scheppen er een diabolisch genoegen in om partijgenoten tegen elkaar uit te spelen. De voorzittersstrijd bij SP.a was voor de dames en heren commentatoren een festijn dat maanden bleef aanslepen. Tijdens de hele interne campagne werden kranten volgeschreven met vilaine fluisterstukjes over de socialistische kameraden – artikels die overigens zichzelf schrijven, misschien zijn journalisten er daarom zo dol op. Als het gaat over partijtwisten, verworden de zelfverklaarde kwaliteitskranten tot pure roddelbladen. En dan te zeggen dat zoveel deftige redacteurs met veel dédain neerkijken op wat ze zuinig de ‘populaire bladen’ noemen (‘populair’ is op sommige redacties een scheldwoord, en de dalende verkoopcijfers van veel kranten verklaren waar dat kromdenken vandaan komt).  

Een backbencher die de voorpagina wilt halen, hoeft in Vlaanderen maar één ding te doen: uithalen naar de partijtop. De nobelste onbekende kan in alle journaals uitgebreid aan het woord komen, als het maar is om kritiek te spuien op partijgenoten. Het minste onvertogen woord zal uitgebreid worden ingezet in wat alleen maar beschreven kan worden als een journalistieke beschadigingsoperatie. Editorialisten klagen over een gebrek aan dissidentie binnen Vlaamse partijen, maar in realiteit maken ze die dissidentie zelf onmogelijk. Elke openlijke tweedracht wordt genadeloos uitvergroot en aangedikt. Je moet al een masochist zijn om al te ver af te wijken van de partijlijn: je hele partij zal erop aangevallen worden. 

Strakke teugels 

Vlaamse journalisten zijn als kinderen: ze kunnen niet om met volwassen debat tussen partijgenoten. De Vlaamse partijen weten dat, en passen zich aan. Alle partijhoofdkwartieren zijn de communicatie gaan stroomlijnen. De top heeft de parlementsleden veel beter in de hand dan enkele decennia geleden. Dit geldt voor alle partijen, maar partijen die stevig onder journalistiek vuur liggen, voelen zichzelf genoodzaakt om de teugels nog strakker te houden. Jammer genoeg betekent dit dat net Vlaams-Nationalistische partijen – de vaandeldragers van autonomie en zelfbeschikking – de meest autoritair geleide partijen van het land zijn. Vlaams Belang organiseert zichzelf als een falanx die de gelederen ten allen tijde gesloten moet houden. N-VA is compleet geobsedeerd met de eigen communicatie en probeert het gezwollen partijapparaat maniakaal in één pas te laten lopen. 

Individuele politici worden gedegradeerd tot mini-woordvoerders, die unisono de voorgekauwde boodschap herhalen. Sterjournalist Joël De Ceulaer hekelt geregeld het fenomeen van de ‘debatfiches’: de uitgeschreven communicatierichtlijnen die anno 2016 in alle partijen over alle onderwerpen verspreid worden. De Ceulaer vergeet daarbij dat de debatfiches een reactie zijn: het logische antwoord van partijen die het beu zijn om aangevallen te worden op elke interne onenigheid. De papegaai-politici, die zich stug aan hun mediatraining houden, zijn mini-monsters van frankenstein, gecreëerd door al die journalisten die een gigantische rel schoppen wanneer partijgenoten vriendelijk van mening verschillen. In een land waar elke disharmonie gelijkstaat met “gekibbel” moeten partijen wel voortdurend de violen gestemd houden. 

Wat meer trammelant zou onze politiek deugd doen. Vrij spreekrecht voor politici is cruciaal in een democratie. In een open klimaat krijgen nieuwkomers meer ruimte om hun eigen stem te ontwikkelen. Alleen: onze media maken dat op dit moment wel heel moeilijk. Als journalisten echt meer openheid willen in de politiek, moeten ze gewoon stoppen om een drama te maken van elk meningsverschil. 

Katleen van den Heuvel

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Katleen van den Heuvel?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans