JavaScript is required for this website to work.
BUITENLAND

Lessen trekken uit de Franse gemeenteraadsverkiezingen

NieuwsKoen Dillen24/3/2026Leestijd 4 minuten
Verkiezingsposters in Marseille. Het Rassemblement National kon de stad niet
veroveren en verloor de verkiezingen aan zittend burgemeester Benoît Payan.

Verkiezingsposters in Marseille. Het Rassemblement National kon de stad niet veroveren en verloor de verkiezingen aan zittend burgemeester Benoît Payan.

foto © Belga

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

De verkiezingsuitslag van de Franse gemeenteraadsverkiezingen is binnen. Alle partijen zijn tevreden. Of zo lijkt het toch. Allemaal beweren ze de verkiezingen te hebben gewonnen.

De groenen verloren dan wel de steden Besançon, Bordeaux, Straatsburg of Poitiers, waar ze zes jaar geleden nog overtuigend de burgemeesterssjerp veroverden, ze laten niet na om hun onverwachte overwinning in Lyon in de verf te zetten. Het uiterst linkse La France Insoumise (LFI) van Jean-Luc Mélenchon kan pronken met een spectaculaire overwinning in Roubaix en een handvol kleinere steden, ook al laten de resultaten elders te wensen over.

Het Rassemblement National slaagde niet in zijn opzet om grote steden als Marseille, Toulon of Nîmes binnen te rijven, maar spreekt niettemin van een historische overwinning nu het vier keer zo veel burgemeesters en drie keer zo veel gemeenteraadsleden heeft als vier jaar geleden.

Centrumrechts viert ‘historische overwinningen’ in middelgrote steden als Clermont-Ferrand, Brest en Tulle maar de blauwe golf die de voorzitter van Les Républicains (LR) Bruno Retailleau voorspeld had is er niet gekomen. En de socialisten pronken met Parijs, ook al moet ze historische bastions als Toulouse en Limoges prijsgeven.

Geen voorspellend effect

Het glas is dus halfleeg of halfvol. Nationale lessen trekken uit deze lokale verkiezingen is geen evidentie en dat heeft in de eerste plaats te maken met het Franse kiessysteem. Bij hun gemeenteraadsverkiezingen in twee rondes geldt het principe van ‘winner takes it all’. De partij met de hoogste score in de tweede ronde krijgt minstens 50 procent van de zetels waardoor coalitievorming nooit nodig is. Na de eerste ronde kunnen lijsten die zich met 10 procent of meer gekwalificeerd hebben voor de tweede ronde bovendien fuseren of zich uit de race terugtrekken, waardoor een vertekend beeld van de werkelijke electorale machtsverhoudingen ontstaat.

De numeriek sterkste partij kan zo uitgesloten worden van machtsdeelname en verliest de verkiezingen. Kijk naar Marseille waar het RN met meer dan 40 procent naast de burgemeesterssjerp grijpt. Het mag duidelijk zijn dat dergelijke uitslagen geen enkel voorspellend effect hebben voor komende nationale verkiezingen, behalve dan dat goede lokale verankering voor partijen altijd meegenomen is.

Dergelijke uitslagen hebben geen enkel voorspellend effect voor komende nationale verkiezingen.

Met dat voorbehoud in het achterhoofd moet men naar het Franse politieke landschap kijken en kunnen de verschillende partijen nadenken over de strategie voor die allerbelangrijkste nationale verkiezingen: de strijd voor het presidentschap in april volgend jaar. Wie gaat Emmanuel Macron opvolgen? Want natuurlijk had iedereen die vraag in gedachten tijdens de voorbije campagne.

Het meest treffende voorbeeld daarvan mag Édouard Philippe zijn, eerste minister tijdens de covidperiode en voorzitter van de van Macron afgescheurde centrumpartij Horizons. Edouard Philippe is al vele jaren burgemeester van de Normandische havenstad Le Havre en kondigde enkele maanden geleden zijn kandidatuur voor het Elysée aan. Zijn herverkiezing als burgemeester was wel een voorwaarde om in 2027 ook effectief te kandideren. Als zijn eigen stadsgenoten hem niet zouden herkiezen, was zo’n kandidatuur uitgesloten. Edouard Philippe is zondag met glans in zijn opzet geslaagd.

De strijd der extremen?

Maar natuurlijk waren de ogen van de meeste politieke waarnemers de voorbije weken vooral op de twee extremen gericht. Net omdat het risico niet denkbeeldig is dat door het versnipperde politieke landschap wel eens La France Insoumise en het Rassemblement National tegen elkaar kunnen uitkomen in de tweede ronde van de komende presidentsverkiezingen. Een nachtmerriescenario voor de socialisten en Les Républicains.

De uiterst aimabele Michel Barnier van Les Républicains, die vorig jaar even eerste minister was, mag maandagochtend dan wel hebben opgeroepen slechts één kandidaat voor centrumrechts naar voren te schuiven volgend jaar – en hij ziet die rol graag voor zichzelf weggelegd – men ziet moeilijk in hoe dat überhaupt mogelijk is, nu Édouard Philippe sowieso zal meedoen in 2027.

De kiezer blijkt het opportunisme van de socialisten te hebben afgestraft.

De socialisten hebben zichzelf dan weer in de voet geschoten, klinkt quasi eensluidend het oordeel van de commentatoren. Ondanks de oproep van partijtenoren zoals Europarlementslid Raphaël Glucksmann van de partij Place publique (aanleunend bij de PS) en de vroegere president François Hollande om na de eerste ronde geen akkoord te sluiten met LFI vanwege haar antisemitische oprispingen de voorbije maanden, sloegen heel wat lokale partijbaronnen die raad in de wind en gingen ze toch samen met LFI.

Met uitzondering van de stad Nantes in Bretagne, waar zo’n coalitie PS-LFI gewonnen heeft, blijkt de kiezer dat opportunisme van de postjes niet te hebben gehonoreerd en werden de socialisten afgestraft. In Toulouse bijvoorbeeld haalden de linkse partijen in de eerste ronde samen 52,6 procent van de stemmen, maar verloren ze uiteindelijk, net omdat de PS en LFI in de tweede ronde fuseerden. En dat scenario heeft zich in ettelijke andere steden voorgedaan.

Lionel Jospin

Bij het afsluiten van dit artikel valt het nieuws van het overlijden van Lionel Jospin, jarenlang eerste secretaris van de Parti Socialiste onder François Mitterrand en eerste minister van 1997 tot 2002. Hij was het die als gewezen trotskist destijds de strategie van ‘la gauche plurielle’ – de samenwerking van socialisten, groenen en communisten – uitdokterde om de gaullisten van Jacques Chirac en de Union pour la démocratie française van Giscard d’Estaing weg te houden van de macht. Met succes. Jean-Luc Mélenchon, die andere gewezen trotskist en socialist, zal hier ongetwijfeld aan herinneren en ook pleiten voor een linkse eenheidskandidatuur. De zijne weliswaar. Daarmee zet hij centrumlinks voor het blok.

Een nieuw ‘gauche plurielle’ komt er niet. Maar electoraal blijft Mélenchon ondanks het ontsporen van LFI in communautarisme en islamogauchisme dominant op links. Mélenchon droomt al jaren van de ultieme clash: de confrontatie met Marine Le Pen of Jordan Bardella. Het nachtmerriescenario voor centrumlinks en centrumrechts lijkt na gisteren weer wat dichterbij te komen.

Koen Dillen (1964), studeerde in 1987 af als vertaler Frans-Duits en heeft een passie voor Frankrijk. Hij schreef onder pseudoniem opgemerkte biografieën over Nicolas Sarkozy en François Mitterrand en publiceerde, in samenwerking met Frank Vanhecke, Al bij al heb ik gelukkig geleefd', het levensverhaal van wijlen Marie-Rose Morel.

Commentaren en reacties
Gerelateerde artikelen
MEDIAZapman25/6/2026

Is Paraguay het beloofde land voor mensen die de richting die Europa uitgaat niet meer zien zitten? Dat zien we in een subtiele documentairereeks.