fbpx


Media
media

Media controleren de toegang tot het publiek

Over het belang van hubs



Misschien veronderstelt u dat de vraag welke ideeën in de media komen, een kwestie is van concurrentie en van ‘gewoon goede ideeën hebben’. In de praktijk is dit een gestuurd krachtenveld met onderliggende belangen. De futuroloog Frans van der Reep – die het voorwoord schreef van Kerkgangers en Zuilenbouwers (e-book versie: hier) – herleidt dit krachtenveld tot hubs. Hubs zijn netwerkcentra van status en aandacht die bepalen wie wel en geen aandacht krijgt. Zonder hub ben je irrelevant. Al in 2001 publiceerde hij visies op de komst van hubs en de economie van digitale platformen.

‘Iedereen heeft er belang bij in de buurt van een hub-persoon te zijn om maatschappelijk relevant te blijven. En zo worden de rijken rijker, de bekende mensen bekender. Hubs produceren grote verschillen waarbij maatschappelijke en economische uitsluiting hand in hand gaan.’

Dijk van een artikel

Een jongedame presenteerde onlangs een goedbedoeld maar ook naïef idee. Ze zei: ‘Sid, schrijf gewoon een dijk van een artikel. Echt een killer artikel. Dat komt dan in een grote krant. Je zult zien dat dan ook linksprogressieve mensen jouw werken gaan steunen. Zo wordt het moeilijker om jou op een rare en eenzijdige manier te framen.’

Ik moest uitleggen dat de vraag welke ideeën worden belicht in de media – meer in bredere zin een vraag van welke boeken, welke podcasts, welke auteurs, welke politici – niets van doen heeft met vraag en aanbod. De les hieruit is dat de linksprogressieve hub er geen belang bij heeft om iemand aan het woord te laten die niet tot hun stam behoort. Dan zou uitkomen dat je een afgewogen en doortimmerd verhaal hebt. Zij hebben er juist belang bij om je weg te zetten als een gek, want dan hebben zij een vijand en dat drijft hun hub samen.

Spengler van de Lage Landen

In de Groene Amsterdammer schreef Arthur Eaton over een Sid Lukkassen wiens proefschrift heet Avondland en Identiteit. Bijna sloeg de twijfel toe – ik meende gepromoveerd te zijn op De Democratie en haar Media, ik kan me vergissen, gelukkig is er een video. Het is de ironie voorbij. Het netwerk dat ik noem ‘Hub Links Nederland’ heeft kennelijk al een beeld van mij dat ze identificeren met Oswald Spengler, zonder een letter te hebben gelezen.

Wil deze hub soms dat er twee Nederlanden of Vlaanderens bestaan? Eén dat bestaat uit hun lezers, die een auteur mogen verguizen als ze hem of haar zien op straat of in de trein. In een tweede zijn mensen misschien wél inhoudelijk op de hoogte van wat je schrijft. Dat tweede land kan de mediamakers niets schelen, het is hun doelgroep niet. Zolang ze vat op hun doelgroep houden, zijn ze tevreden.

Media en maatschappelijke taboes

Of je wel of niet tot een hub wordt toegelaten, hangt samen met de heersende taboes. De feminisering van omgangsvormen is zo’n taboe. Het valt op dat deze taboes vooral de fenomenen betreffen die de onderkant van de samenleving benadelen.

Neem nu de druk op de huizen- en de arbeidsmarkt als gevolg van migratie. In alle ‘officiële’ documenten noemt men het beestje van de migratie niet bij de naam: de ‘autoriteiten’ proberen die toenemende druk aan andere oorzaken toe te schrijven. Zien zij in de migranten hun toekomstige klanten en cliënten, nu de oorspronkelijke Europese bevolking vergrijst? Het ligt voor de hand dat de talkshows, de opiniebladen en de glossy’s ook podium bieden aan lieden, die de alternatieve verklaringen ondersteunen en verhalen ophangen die afleiden van migratie als heet hangijzer. De ‘man in de straat’ ziet ondertussen iets heel anders. Die denkt ‘ben ik nu gek?’, en begint te leven in een sfeer van dubbeldenk en cognitieve dissonantie.

Je bent gek

‘Ja je bent gek’, krijgt die burger in de grote talkshows te horen – en als hij niet gek is, dan is hij op zijn minst ‘racistisch’ of ‘xenofoob’. En dus eigenlijk ook gek. De niet-progressieve politieke standpunten worden tegenwoordig verpakt als ‘fobieën’ en gemedicaliseerd als mentale afwijkingen. Zie alleen al het woord ‘islamofobie’. Voordat ik nu tot de kern kom nog snel één voorbeeld. Het eerste rapport over activiteiten van Marokkaanse jeugdbendes, dateert van 1988. Opgesteld door een onderzoeker van de gemeente Amsterdam. Het mocht van toenmalig burgemeester Van Thijn niet worden gepubliceerd. De onderzoeker kreeg een spreekverbod en ontving telefoontjes waarin hij voor racist werd uitgemaakt.

De vraag welke standpunten, opinies en levensbeschouwelijke kleuren wél of geen platform krijgen, is ook economisch bepaald. Dit hangt samen met de economische segmentering van onze maatschappij. De feminisering van onder meer onderwijs en rechtspraak zijn feiten. Het deel van de economie dat met fysieke beroepen werkt, heeft baat bij vastigheid, structuur en positieve masculiene rolpatronen. De (culturele) bovenklasse haalt haar brood voornamelijk uit de sociocratie en uit de buitendienstcultuur. Jezelf vriendelijk verhouden tot iedereen op een oppervlakkig niveau maar nooit je ware bedoelingen prijsgeven. Zij hebben baat bij glibberige ongrijpbaarheid. Overal toezeggingen doen maar jezelf overal nog kunnen uitdraaien. Twee parallelle economieën leiden tot twee parallelle bewustzijnscentra. Het probleem is alleen dat één van beiden het land totaal domineert. En zich van die dominantie ook geen evenwichtige rekenschap geeft.

Zelfs humor wordt politiek bepaald

Welke komieken wel of geen podium krijgen is ook politiek bepaald. De talkshow hosts danken hun baan aan hun netwerk, en in dat netwerk wil men de humor horen die hun politieke overtuigingen bekrachtigt. De opmars van de identiteitspolitiek heeft tot gevolg dat er overal gevoeligheden ontstaan – grappen over huilende vrouwen of gekrenkte moslims beëindigen maar zo je loopbaan.

De enige klasse waar komieken nog onbeschroomd de spot mee mogen drijven, zijn alcoholistische blanke proleten in trainingpakken. De komiek Hans Teeuwen stelde recent al vast dat er tegenwoordig meer gelachen wordt om de retoriek dan om de geestigheid – een ontwikkeling die volgens hem vanuit Amerika komt overgewaaid.

In 2012 vertelde een medewerker van de Zweedse Piratenpartij dat alles naar het centrum van de aandacht zweeft – dit betekent dat aandacht gelijkstaat aan macht. Rond dezelfde tijd hoorde ik van een sociaaldemocraat iets aanverwants. Er is maar een beperkte hoeveelheid ruimte op de markt voor een product – of dat product nu een auto of een boek is, maakt verder niet uit. Er kunnen maar enkele automerken aandacht krijgen per reclameblok – dit is onderling bedisseld en gereguleerd.

Slotsom

Deze twee levenslessen betekenen samen dat producten bewust worden gekatapulteerd, bewust aandacht krijgen. Of juist bewust worden doodgezwegen. De markt is gereguleerd en de marktruimte voor nieuwe ideeën is gelimiteerd. Wie het platform bezit, heeft de macht.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Sid Lukkassen

Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.