JavaScript is required for this website to work.
BINNENLAND

Forum

Onafhankelijkheid vluchtelingencommissaris mag niet verdwijnen

Marc Bossuyt: ‘Het is een vergissing te denken dat de commissaris-generaal inzake erkenning over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt.’

Em. Prof. Dr. Marc BOSSUYT (Universiteit Antwerpen) Emeritus Voorzitter van het Grondwettelijk Hof Ere-Commissaris-generaal voor de vluchtelingen

18/3/2025Leestijd 3 minuten

De Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) zal binnenkort niet meer onafhankelijk kunnen beslissen over de bescherming die asielzoekers krijgen. Drie voormalige commissarissen-generaal vinden het afbouwen van die onafhankelijkheid géén goed idee. Terecht.

Laat het duidelijk zijn: de drie voormalige hoofden van het CGVS erkennen de ernst van de asiel- en migratieproblematiek, waarbij België wordt geconfronteerd met een disproportioneel aantal asielaanvragen. Veel maatregelen die de nieuwe regering wil doorvoeren vinden zij dan ook verantwoord. Maar dat men ook ambieert om ‘het beschermingsbeleid onder de politieke verantwoordelijkheid van de bevoegde minister te brengen’, vinden zij een slecht idee.

De onafhankelijkheid van de commissaris-generaal is een kostbaar principe waaraan beter niet wordt getornd. Die onafhankelijkheid werd niet voor niets wettelijk gewaarborgd. Dat was trouwens in navolging van wat het geval was met de voorganger van de commissaris-generaal, de vertegenwoordiger in België van de VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. Tegenover de beslissingen van die internationale instantie was er toen zelfs geen beroepsmogelijkheid.

Diplomatieke wrijvingen

Een van de voordelen van die onafhankelijkheid is dat bij de erkenning van een vluchteling met een hoog politiek profiel, de regering er kan op wijzen dat het een beslissing is van een onafhankelijke administratieve overheid. Het is vrij logisch dat als het de Belgische politieke overheid zelf is die erkent dat de persoon in kwestie in zijn of haar land wordt vervolgd op basis van politieke gronden, dat dat de diplomatieke betrekkingen met dat land ernstig kan verstoren.

Maar ook voor binnenlands gebruik heeft die onafhankelijkheid zin. Willen we misschien dat elke erkennings- of weigeringsbeslissing het voorwerp van politieke discussies kan worden? Het zou de kans op betwistingen door advocaten, ngo’s, media, rechtscolleges en parlementsleden aanzienlijk vergroten. Dan zou minstens de indruk ontstaan dat beslissingen van het CGVS eerder op politieke dan op juridische gronden steunen.

Eindeloos gepalaver

Het opstellen door de minister van ‘richtlijnen’ – het gaat over meer dan honderd nationaliteiten — zou leiden tot eindeloos gepalaver met de commissaris-generaal. Met als bijkomend risico dat die richtlijnen niet tijdig aan de voortdurend wisselende omstandigheden in de landen van oorsprong worden aangepast. Kortom: het zou allemaal veel tijd en moeite kosten die beter zouden worden besteed aan het behandelen van de asielaanvragen zelf.

Het zou ook fout zijn interne richtlijnen inzake erkenning publiek te maken. Terecht heeft de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) altijd geweigerd richtlijnen voor regularisaties te publiceren. Regularisaties moeten de bevoegdheid blijven van de verantwoordelijke minister.

Geen ruime beoordelingsvrijheid

Het is trouwens een vergissing te denken dat de commissaris-generaal wat betreft de erkenning over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt. Haar beslissingen moeten overeenstemmen met de wet, de EU-richtlijnen en -verordeningen, het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zij moet zich ook schikken naar de rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, de Raad van State, het Grondwettelijk Hof, het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Trouwens, als er nu al kritiek is, dan blijkt dat zelden of nooit te wijten aan ‘persoonlijke’ beslissingen van de commissaris-generaal, maar wel aan de rechtspraak van de hierboven genoemde rechtscolleges. Beslissingen nemen waarvan met quasi zekerheid is geweten dat zij door de beroepsinstanties toch zullen worden gewijzigd of vernietigd, is geen efficiënte manier van werken.

Contraproductief

De opheffing van de onafhankelijkheid van de commissaris-generaal zou dus de asielprocedure onnodig verder belasten en ook aanzienlijk vertragen, zonder aan het eindresultaat (na beroep) veel te kunnen veranderen. Tegen onderling overleg tussen de migratiediensten en met de bevoegde minister is uiteraard niks in te brengen. Dat kan heilzame harmonisatie bevorderen.

Maar daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat er een fundamenteel onderscheid is tussen enerzijds administraties (zoals de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil) en anderzijds een onafhankelijke administratieve overheid (zoals de CGVS) of een administratief rechtscollege (zoals de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen). Tussen die instanties het evenwicht doorbreken is niet verstandig en zelfs contraproductief.

Em. Prof. Dr. Marc BOSSUYT (Universiteit Antwerpen) Emeritus Voorzitter van het Grondwettelijk Hof Ere-Commissaris-generaal voor de vluchtelingen

Commentaren en reacties
Gerelateerde artikelen

Wetenschappelijk is dat niet te bewijzen maar dat bij deze peiling én de vernielende Brusselse betogingen tegen de maatregelen in het Franstalig onderwijs én de vrijlating van Freddy Horion een rol hebben gespeeld, staat vast. Voeg daarbij het feit dat meer en meer mensen tot de conclusie komen dat ze langer moeten werken voor minder pensioen, dat het migratiedossier weer …