JavaScript is required for this website to work.
COMMENTAAR

Rechters of regeringen: wie bepaalt het migratiebeleid?

NieuwsMarc Bossuyt21/5/2026Leestijd 3 minuten
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

foto © Belga

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Ter herinnering… In een open brief van mei 2025 drukten negen EU-regeringsleiders, waaronder Bart De Wever, hun bezorgdheid uit over de evolutie van de interpretatie van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) over asiel en migratie door het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. Ze vinden dat dat hof het toepassingsveld van het verdrag te ver heeft uitgebreid.

Op 10 december 2025 hebben bovendien maar liefst 27 regeringen een gemeenschappelijke verklaring aangenomen. Daarin dringen zij erop aan een juist evenwicht te vinden tussen de individuele rechten en de belangen van migranten, enerzijds en het algemeen belang anderzijds. Naast de regeringen van de eerst negen EU-lidstaten, werd deze verklaring ook ondertekend door tien andere EU-lidstaten en door acht andere niet-EU-lidstaten die weliswaar lid zijn van de Raad van Europa. Het gaat dus om een meerderheid van de 46 lidstaten van de Raad van Europa en een tweederdemeerderheid van de 27 EU-lidstaten.

Massamigratie en het hof

Op 15 mei 2026 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa te Chisinau (Moldavië) bij consensus een politieke verklaring aangenomen. Daarin wordt erkend dat — in het bijzonder wat massamigratie betreft — de verdragspartijen met uitdagingen worden geconfronteerd die onvoorzienbaar waren of in aanzienlijke mate zijn geëvolueerd.

Dat het hof nog tien jaar langer op dezelfde weg is voortgegaan, verklaart ongetwijfeld deze bewustwording

In 2010 schreef ik al over de asielarresten van het Straatsburgse hof. Ik betoogde: ‘Het hof vordert op de weg naar een steeds grotere “verrechtelijking” van de Europese maatschappij, zonder zich veel te bekommeren over wat de staten destijds hebben gewild door partij te worden bij het EVRM.’ De titel was sprekend: ‘Des juges sur un terrain glissant’ (‘Rechters op glad ijs’). Toen werd me gezegd dat ik alleen stond met mijn kritiek en dat ook de regeringen die kritiek niet deelden. Er is dus blijkbaar veel veranderd. Dat het hof nog tien jaar langer op dezelfde weg is voortgegaan, verklaart ongetwijfeld deze bewustwording.

Uitwijzing van criminelen

De verklaring van Chisinau merkt onder andere op dat de onmogelijkheid om een veroordeelde of beschuldigde persoon uit te wijzen of uit te leveren voor de staat belangrijke uitdagingen kan betekenen. Ze erkent ook dat de aankomst van een groot aantal migranten een complexe en evolutieve uitdaging vertegenwoordigt. Melding wordt daarnaast gemaakt van de instrumentalisering van migratiebewegingen die bewust worden vergemakkelijkt, aangemoedigd en uitgebuit door vijandige staten die lidstaten willen destabiliseren of verzwakken.

Wat er ook van zij: er kan niet worden verwacht dat de rechtspraak van het hof zal worden bijgestuurd

Dat zijn enkele van de positieve elementen die te lezen staan in de verklaring van 15 mei 2026. In de voorbereidende tekst merkt het Directiecomité Mensenrechten op dat het aantal zaken betreffende migratie hangende voor het hof beperkt is (ongeveer 1,5 procent). Dit is misleidend, aangezien geen melding wordt gemaakt van het zeer hoge aantal voorlopige maatregelen dat door het hof in migratiezaken wordt bevolen.

Wat er ook van zij: er kan niet worden verwacht dat de rechtspraak van het hof zal worden bijgestuurd op grond van een dergelijke verklaring. Zo’n politieke verklaring bindt rechters immers niet. Niet in Straatsburg en niet elders. Het herwinnen van de controle over de migratie vereist eerst en vooral een vereenvoudiging van de Europese regelgeving om snellere procedures mogelijk te maken. Daarbij moet worden voorkomen dat allerlei rechtscolleges, zowel nationale als Europese, nieuwe regelgeving op de helling plaatsen.

Nieuw aanvullend protocol

De talrijke landen die vorig jaar hun ontevredenheid hebben geuit over de rechtspraak van het hof — zoals die zich de laatste twee decennia heeft ontwikkeld — zouden er goed aan doen samen een aanvullend protocol te schrijven. Hierdoor zouden ze de juiste draagwijdte van sommige verdragsbepalingen in overeenstemming met de oorspronkelijke bedoeling van de verdragspartijen kunnen verduidelijken.

De voorbereiding daarvan zou best worden toevertrouwd aan deskundigen die zijn gespecialiseerd in asiel- en migratierecht. Zoals dat ook het geval is met sommige van de zestien vorige aanvullende protocollen, kan een dergelijk protocol in werking treden zodra een in dat protocol aangeduid aantal verdragspartijen het heeft geratificeerd.

Moeilijkheden 

Dat almaar meer verdragspartijen zich bewust zijn geworden van de moeilijkheden die Straatsburgse rechtspraak veroorzaakt is hoopgevend. Dat ze ervoor durven uitkomen is dat nog meer. Maar een politieke verklaring volstaat niet. Alleen met een nieuw aanvullend protocol kan de irreguliere migratie beter worden bestreden.

Van een aantasting van de mensenrechten is daarmee geen sprake. Integendeel, daarmee zal het Straatsburgse hof ervan verzekerd worden dat het zal blijven genieten van het vertrouwen. Niet alleen van mensenrechtenexperten, maar ook van de volkeren en de regeringen in Europa. Recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten tonen aan wat kan gebeuren als de overheid migratie uit de hand heeft laten lopen.

Em. Prof. Dr. Marc BOSSUYT (Universiteit Antwerpen) Emeritus Voorzitter van het Grondwettelijk Hof Ere-Commissaris-generaal voor de vluchtelingen

Commentaren en reacties