fbpx


Binnenland, Wetenschap
Patrick Herbots en Miet Driessen

Moleculaire biologe Sofie Claerhout weet aandacht van Van Quickenborne te trekken




Als Belgische onderzoekers naar aanleiding van een grootschalig DNA-onderzoek geen contact kunnen leggen met de effectieve dader, dan draait het onderzoek op niets uit. Als een dader onder de radar blijft is er echter nog een andere manier om hem te identificeren: via de stamboom van een familielid.

Het zogenaamde Y-chromosoomverwantschapsonderzoek is volgens onze DNA-wet niet toegelaten, maar daar komt binnenkort verandering in. Het wetsontwerp van Vincent Van Quickenborne (Open Vld) bepaalt onder welke voorwaarden het gerecht zo’n Y-chromosoomverwantschapsonderzoek kan uitvoeren in strafzaken. Dergelijk onderzoek zal het mogelijk maken dat justitie via grootschalig DNA-onderzoek familieleden van onbekende daders kan opsporen, om zo via een omweg bij de dader uit te komen.

Spoor achtergelaten

Wanneer een misdadiger een DNA-spoor heeft achtergelaten en er een match is tussen het DNA-profiel van het aangetroffen spoor en dat van een verdachte, stelt er zich geen probleem. Maar als er geen enkele match is, stoot het DNA-onderzoek in ons land op zijn wettelijke grenzen. De bedoeling van de wetgever bestaat er nochtans in om het DNA van aangetroffen sporen te vergelijken met dat van een groep personen die zich vrijwillig aanbieden tot afname van een DNA-staal.

Op die manier wil men via het Y-chromosoom (verre) verwanten van de dader opsporen, en zo een nieuw spoor naar de dader zelf vinden. Deze onderzoeksmethode noemt men het ‘Y-chromosoomverwantschapsonderzoek’. De moleculaire biologe Sofie Claerhout (KU Leuven), die al enkele jaren pleit voor dergelijk onderzoek, schreef er een heel verhelderend boek over: Dader onbekend. Ze wist de aandacht van onze minister van Justitie te trekken.

Grootschalig DNA-onderzoek

Het staat buiten kijf dat een systematische vergelijking van een aangetroffen DNA met de DNA-profielen opgesteld op basis van stalen van personen uit een groep waarvan men denkt dat de dader of een lid van zijn familie deel uitmaakt, een strafdossier vooruit kan helpen. Mannen (want enkel zij bezitten het Y-chromosoom) die een uitnodiging ontvangen in het kader van een grootschalig DNA-onderzoek zijn niet verplicht om deel te nemen aan dit onderzoek, maar de groepsdruk zal ongetwijfeld groot zijn. Momenteel wordt het Y-chromosoom niet standaard onderzocht in moordzaken en wordt het niet opgeslagen in een gegevensbank.

Het overgrote deel van het DNA bevindt zich in de kern van de cellen. We spreken dan ook van kern-DNA, nucleair DNA of genoom-DNA. Dat wordt voor de helft via de moeder en voor de helft via de vader overgeërfd. De DNA-analyse die wordt uitgevoerd door een erkend laboratorium zal in eerste instantie de analyse van dit kern-DNA omvatten. Het is uniek voor ieder individu, tenzij voor eeneiige tweelingen en voor patiënten die een beenmergtransplantatie hebben ondergaan en hun donors. Behalve bij deze laatsten, leidt een analyse van het kern-DNA dus tot een eenduidige identificatie van individuen. De nationale DNA-gegevensbanken bevatten enkel de resultaten van de analyse op het kern-DNA.

Het Y-chromosoom

In haar boek Dader onbekend legt Sofie Claerhout uit dat we met het Y-chromosoom enkel te weten komen of de dader een man is en welke vaderlijke lijn hij volgt. Het Y-chromosoom vertelt niets over de medische achtergrond van een persoon of hoe hij eruitziet. Het is enkel handig om de onbekende dader te vatten, die misschien de achter-achter-achter-achterneef kan zijn van de persoon die vrijwillig zijn DNA heeft afgestaan in het kader van een grootschalig verwantschapsonderzoek.

Het wonderlijke aan een Y-chromosoomonderzoek is dus dat er geen rechtstreeks contact nodig is met een dader. Je komt hem op het spoor via zijn broers, (groot)vaders, (achter)ooms en (achter)neven. Het Y-chromosoom, dat biologisch gezien bijna nutteloos is, is forensisch gezien goud waard. Het komt alleen bij mannen voor en wordt binnen een familie nagenoeg ongewijzigd doorgegeven van vader op zoon, vele generaties lang. Sofie Claerhout kan veertig generaties ver teruggaan in de tijd. Zo kan het net zich rond de dader sluiten, zonder dat hij zelf zijn DNA voor onderzoek heeft afgestaan.

Doorbraak?

Het verwantschapsonderzoek zou wel eens een doorbraak kunnen forceren in enkele cold cases. In terrorisme-dossiers is onderzoek ook een bijzonder nuttig instrument. Het wetsontwerp van Vincent Van Quickenborne is een stap in de goede richting, maar het kan nog beter. De wetgever zal in de toekomst ook rekening moeten houden met de andere wetenschappelijke veranderingen die om de hoek loeren, zoals bijvoorbeeld de identificatie van een persoon op basis van de bacteriën die hij achterliet op levenloze objecten. Maar momenteel is de identificatie van criminelen door middel van bacteriën nog toekomstmuziek.

We zijn voorlopig nog aangewezen op het DNA. Maar welk DNA? Laten we hopen dat deze wijzigingswet een eerste stap zal zijn naar een verdere uitbouw van het wetgevend arsenaal om criminelen bij de kraag te vatten, meer bepaald naar een wettelijke regeling rond het gebruik van coderend DNA in strafrechtelijke onderzoeken.

Persoonlijke informatie

Sofie Claerhout pleit in haar boek terecht voor de opmaak van een lijst van beleidsaanbevelingen over het gebruik van persoonlijke informatie bij forensisch familieonderzoek. Enkel op deze manier zullen de twijfels van tegenstanders over privacy en ethische kwesties kunnen worden weggenomen.

De privacy van een familielid mag namelijk niet worden geschonden wanneer in de nationale gegevensbank een DNA-match naar boven komt als gevolg van zijn of haar verborgen strafblad. Een onschuldig persoon mag evenmin bestempeld worden als familielid van een moordenaar. Ten slotte mogen de verborgen genetische relaties zoals koekoekskinderen, incest, heimelijke adoptie of anonieme spermadonatie niet zomaar ongewenst worden onthuld. Dat is ook de reden waarom Y-chromosoomverwantschapsonderzoeken uitsluitend achter de schermen worden gevoerd.

Voor mensen die interesse hebben in het DNA-onderzoek raden wij het boek Dader onbekend van Sofie Claerhout aan. Het is vlot geschreven en leest als een trein. Alle grote strafzaken komen aan bod en worden bekeken vanuit de blik van een forensische geneticus, voorlopig de enige onderzoeker die in België voltijds bezig is met het Y-DNA.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Patrick Herbots en Miet Driessen

Beide auteurs zijn advocaten