JavaScript is required for this website to work.
Economie

Motivatie op de werkvloer

ColumnJan Denys2/2/2026Leestijd 3 minuten
Het hoge aandeel gemotiveerde werknemers zou nieuws moeten zijn, niet de
relatief kleine groep weinig of niet-gemotiveerden.

Het hoge aandeel gemotiveerde werknemers zou nieuws moeten zijn, niet de relatief kleine groep weinig of niet-gemotiveerden.

foto © Unsplash/DB

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Volgens preventiedienst Mensura gaat het niet goed met onze motivatie op de werkvloer. Het aandeel weinig of niet gemotiveerde werknemers in hun Motivatiebarometer steeg tussen 2021 en 2025 van 15,1 procent naar 16,3 procent. Bij de twintigers gaat het om een stijging van 15,9 procent naar 18,9 procent.

In tegenstelling tot wat dikwijls gedacht wordt, zijn zestigers niet minder gemotiveerd. 84,6 procent van hen is tamelijk tot zeer gemotiveerd, in 2012 was dat zelfs 87,7 procent. Maar het verschil met de jongeren is al bij al klein. Bij de twintigers is 81,2 procent gemotiveerd, een verschil van hooguit 3,4 procentpunt.

Het persbericht van Mensura werd door de media opgepikt; een kritische blik ontbrak. Wie met de nodige dosis nuchterheid de cijfers bekijkt, stelt drie zaken vast.

Minderheid niet gemotiveerd

Ten eerste is veruit de grootste groep werknemers wel degelijk in meer of mindere mate gemotiveerd. Het is een minderheid die niet of weinig gemotiveerd is. De verhouding is vijf ten opzichte van een. Als er al nieuwswaarde zit in de motivatiebarometer, dan zou dit het hoge aandeel gemotiveerde werknemers moeten zijn, niet de veel meer beperkte groep ongemotiveerde werknemers.

Het hoge aandeel gemotiveerde werknemers zou nieuws moeten zijn

Ik vind 16 procent niet of weinig gemotiveerde werknemers een laag cijfer als we in rekening brengen dat zeker één op de vijf jobs kwalitatief aan lage standaarden voldoet (slecht betaald, weinig of geen autonomie, slechte arbeidsomstandigheden). Het aandeel helemaal niet gemotiveerde werknemers bedraagt overigens maar zo’n 5 procent.

Nauwelijks stijging, weinig generatieverschil

Daarnaast is er inderdaad sprake van een lichte stijging sinds 2021, maar die is zo beperkt dat daar weinig of geen gevolgen aan verbonden kunnen worden. Het aandeel ongemotiveerden stijgt met nauwelijks 1,2 procentpunt over een periode van vijf jaar. Omdat dit cijfer zo belachelijk laag ligt, fixeren de onderzoekers dan maar op de relatieve stijging, die dan 6 procent bedraagt.

Ten slotte zijn de verschillen tussen de generaties heel beperkt: het gaat om nauwelijks enkele procentpunten. De onderzoekers maken bovendien een heel klassieke fout door bij de 60-plussers geen rekening te houden met het selectief karakter van deze leeftijdsklasse. Iets minder dan een op twee 60-plussers is aan het werk. De kans dat de gemotiveerden meer aan het werk blijven is heel reëel. De minder of helemaal niet gemotiveerden stromen eerder uit. Als we dit in rekening brengen is er wellicht helemaal geen verschil.  Als er iets opmerkelijk is, dan is het dat er zo weinig tot nagenoeg geen verschil is tussen generaties.

Weinig aan de hand

Al bij al is er dus zeer weinig aan de hand en met de beste wil van de wereld kan ik hier geen echt negatief of onrustwekkend verhaal uit destilleren. Wat volgens Mensura opmerkelijk is, is het bij nader inzien helemaal niet. Waarom is het überhaupt nieuws? We laten de expert mentaal welzijn van Mensura even zelf aan het woord bij het duiden van de resultaten in het persbericht.

Waarom is dit überhaupt nieuws?

‘Het gebrek aan motivatie op de werkvloer is in de eerste plaats nefast voor de productiviteit. Maar het kan ook bijdragen tot uitval van korte of langere duur. Tegelijkertijd is motivatie ook een bepalende factor voor een succesvolle re-integratie na een langdurige afwezigheid. Omdat we met z’n allen langer werken, zitten we nu voor het eerst met zes verschillende generaties op de werkvloer. En dat in een tijdperk van razendsnelle veranderingen door AI en andere technologieën. Meer dan ooit is het voor ondernemingen en leidinggevenden dus belangrijk om een positieve dynamiek teweeg te brengen. Dat kan door coachend leiderschap, vanuit een heldere visie en met nadruk op zingeving in de job. Verbinding en psychologische veiligheid zullen daarbij meer dan ooit succes bepalen.’

Coaching-industrie

Hier wordt in de eerste plaats een verhaal gepromoot waarin bedrijven met almaar meer menselijke uitdagingen worden geconfronteerd. En al die uitdagingen wegen op het mentaal welzijn van de werknemers. Sommige uitdagingen zijn reëel (bijvoorbeeld de intrede van AI), maar andere zijn dat niet.

Er zijn plots zes generaties actief op de werkvloer? Alsof de stille generatie, waarvan de jongste telgen al de 70 voorbij zijn en de alfageneratie waarvan de oudste nauwelijks 13 jaar oud zijn, nu nog of al op de werkvloer te vinden zouden zijn. In werkelijkheid zijn er dus hooguit vier generaties actief. Maar zes klinkt indrukwekkender.

Gelukkig is er dus ‘coachend leiderschap’ om dat allemaal op te lossen. En gelukkig heeft Mensura, of een van de vele vergelijkbare organisaties, dat in de aanbieding. Er is intussen een hele industrie ontstaan die deze diensten aanbiedt. Daar zitten uiteraard ook zinvolle en nuttige diensten tussen, maar zeker niet allemaal.

Dergelijk onderzoek functioneert vooral binnen een businessmodel

Dergelijk onderzoek functioneert dus vooral binnen een businessmodel. Het onderzoek en vooral de duiding eromheen moet vooral dienen om de eigen dienstverlening te promoten. Vandaar dat nauwelijks relevante verschillen tussen generaties of evoluties in de tijd worden opgeklopt.

Waarom zijn media die verslag brengen over dergelijke studies niet wat kritischer? Ze kunnen toch ook zelf de cijfers interpreteren? Het antwoord is allicht dat ook voor hen het verhaal vaak relevanter is dan de onderliggende cijfers. En een negatief verhaal verkoopt sowieso beter dan een positief…

Volgt sinds 1983 de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst op de KULeuven als wetenschappelijk medewerker, later bij Randstad en sind eind 2024 als zelfstandig expert. Hij is sinds 2015 lid van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid.

Meer van Jan Denys

De studie ‘Jobkwaliteit in België 2024’ schetst een verrassend positief beeld van de werkvloer. Wellicht kwam de studie net daarom niet in de media.

Commentaren en reacties